8 jaar geleden

Het Woord van God en het getuigenis van Jezus

INLEIDING

“… om het woord van God en het getuigenis van Jezus” (Openb. 1:9).
“… om het woord van God en om het getuigenis dat zij hadden” (Openb. 6:9).
“… haar nageslacht, die de geboden van God bewaren en het getuigenisvan Jezus hebben” (Openb. 12:17).
“… uw broeders die het getuigenis van Jezus hebben” (Openb. 19:10).

Het brandpunt van goddelijke belangen op aarde

In deze uitdrukkingen, die uiteindelijk neerkomen op een en dezelfde uitdrukking, vinden we niets minder dan het brandpunt van goddelijke belangen op aarde, en het brandpunt van alle tegenstand van de vijand. Er is iets op aarde waar Gods oog op rust en dat Hem bovenal ter harte gaat, en daarom hoeft het ons niet te verbazen dat de aandacht van de vijand ook daarop gericht is. Ja, het is datgene waar de toorn van de vijand vóór alles tegen gekant is.

leder die er in deze tijd naar verlangt met God te wandelen, die ernaar verlangt in gemeenschap met Hem te zijn, merkt dat hij in een heel reële geestelijke strijd betrokken is. Er is geen twijfel mogelijk: we zijn betrokken bij iets geweldigs dat uitgevochten wordt. Iedereen die bidt weet dat er een strijd gaande is. leder die dicht bij de Heer leeft, weet dat het geen gemakkelijke weg is. Een immens conflict woedt in de geestelijke wereld. Maar door alle eeuwen heen is het zo geweest dat wat van God is slechts tot stand komt langs de weg van de felste strijd. Wanneer iets voor God van vitaal belang is, geeft het altijd een intense strijd.  Er is een geweldige tegenstand, er is een worstelen, een strijden – en dan komt de overwinning.

Als er dan iets is in onze tijd dat van zo’n groot belang is en waar zoveel van afhangt, moeten we weten wat dat is. Als we niet heel goed weten waar we in betrokken zijn en waar het om gaat, raken we in verwarring en weten we met de situatie geen raad. Misschien trekken we ons terug uit de strijd omdat we er niets van begrijpen – we kunnen er geen touw aan vastknopen. Het is van het grootste belang dat we dat wel kunnen, dat we weten wat in deze tijd het allerbelangrijkste is.

Als er één manier is waarop de vijand probeert ons, het volk van God, af te houden van het allerbelangrijkste, dan is dat wel door ons bezig te doen zijn met andere dingen, zodat in de uiteindelijke beslissende tijd Gods volk door allerlei onbelangrijke dingen in beslag genomen is. Ja, dat is waar. Satan wil ons laten strijden over kleine bijkomstigheden, over dingen van historisch belang, die door de jaren zo gegroeid zijn. Maar het gaat om het nu. Wat doet God nu? Zijn wij er bij betrokken? En omdat sommigen van ons er inderdaad middenin staan, worden we geconfronteerd met een reactie, met machten die bijna overweldigend zijn. Wat is dit dan? Waar gaat het nu om?

Wel, “Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad” (Ps. 119:105). We gaan terug naar het Woord van God en zien wat Hij te zeggen heeft. Ik geloof dat we in deze teksten uit Openbaring, het boek van de eindtijd, een sleutel vinden tot het antwoord op onze vraag. Johannes is het type van een man in volledige gemeenschap met God, die voor God telt in een tijd van grote moeilijkheden. Het was een tijd van afval aan alle kanten en toch was er in deze man iets dat God vertegenwoordigde – een man in moeilijke omstandigheden, afgevoerd van het toneel waar werkelijk iets scheen te gebeuren, volkomen uitgeschakeld naar de mens gezien, en toch een man die de uitdrukking was van gemeenschap met God in deze situatie. De verklaring die Johannes ons geeft van datgene waar hij doorheen ging, vinden we in die woorden: “om het woord van God en het getuigenis van Jezus”. En als we even verder bij die andere passage komen, gebruikt de apostel hele sterke woorden. In zijn visioen zag hij “de zielen van hen, die geslacht waren om het woord van God en om het getuigenis, dat zij hadden”.

Er zijn daarom twee factoren in deze zaak, in deze realiteit die van zo’n groot belang is voor God en die het doelwit is van de aanvallen van de vijand. Er zijn twee factoren en beide zijn belangrijk.
DEEL EEN

Het Woord van God

De eerste factor is het Woord van God. Waarom was Johannes hier? “Om het woord Gods”. Waarom waren ze geslacht? “Om het woord van God”. Waarom gebeuren deze dingen? “Vanwege het woord van God”. Ja, en om het tweede punt, “het getuigenis van Jezus”. Maar wat is het woord van God, dat dit alles teweegbrengt? Wat is het Woord van God, dat deze ontzaglijke vijandschap uitlokt?

We dienen een juist begrip te hebben van wat God zelf bedoelt met “het Woord van God”. Hij bedoelt niet slechts de bijbel – dat we geslacht worden omdat we de bijbel hebben. We worden allesbehalve geslacht. Men kan bijbels kopen in iedere boekhandel. Het heeft niets te maken met de bijbel, behalve dat de bijbel het instrument is van Gods openbaring van Zichzelf. De bijbel kan de bijbel zijn, maar tegelijk een gesloten boek. Nee, het is meer dan dat. Het is zelfs niet de bijbelse leer. Je wordt niet geslacht omdat je er een gezonde evangelische leer op na houdt. Ja, nog sterker, een gezonde leer alleen kan iets dodelijks zijn. Uiteraard moeten we gezond zijn in de leer en de Schrift, maar er is iets wat daar bovenuit gaat en dat te maken heeft met het geestelijk verstaan van de betekenis van de Schrift.

a) De openbaring van God zoals Hij is

Wat is het Woord van God? We moeten hierover duidelijk zijn. We kunnen ons niet veroorloven om een te geringe voorstelling van het Woord van God te hebben. Uiteraard is het Woord van God het spreken van God. Maar ik wil het nog anders formuleren; het is de openbaring van God en de openbaring van Zijn gedachten en wil.

Het is in de eerste plaats de openbaring van God zelf, zoals Hij  in, werkelijkheid is. Een woord is een middel om je uit te drukken. Het is een middel waardoor ideeën worden overgedragen. En het Woord van God is het overbrengen aan de mensen van wat God is, hoe Hij is – niet de God van menselijke voorstellingen, niet de God van een verzwakt christendom, maar God zoals Hij is. “Onze God is een verterend vuur” (Hebr. 12:29).
Hoe weinig wordt God gekend zoals Hij is! Toch heeft God Zich geopenbaard zoals Hij werkelijk is. Maar hoeveel van die openbaring is er werkelijk doorgebroken? Voor elk glimpje van Hem danken we Hem; maar hoeveel meer hebben we nodig van de levende God, van een machtige onthulling van hoe God is – en bovenal hoe God is in de Persoon van Zijn Zoon. Wat heeft God iets geweldigs gedaan door Zijn eniggeboren Zoon in de wereld te zenden, die Zichzelf ontledigd heeft en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen!

b) De openbaring van Gods gedachten en wil

Ja, “het Woord van God” is de openbaring van God zelf door Jezus Christus. Maar het is meer dan dat. Het is de openbaring van Gods gedachten en bedoeling en wil aangaande alle dingen. Het Woord van God houdt alles in; het is de uitdrukking van Gods gedachte over de dingen. Wat is het toch nodig dat Gods gedachten bekend gemaakt worden, zodat we ze kunnen zien   zodat we ze kunnen begrijpen en weten wat God beoogt. Eén van de voornaamste verwijten van de profeet Jeremia betrof de profeten die “het gezicht van hun eigen hart” spraken, en niets gezien hadden. De Heer zegt dat ze “Mijn woorden van elkander stelen” (Jer. 23:16,30); het is allemaal tweedehands, iets van mensen, iets uit boeken, enzovoort. Dat is niet het Woord van God. Het Woord van God is wat de Heilige Geest in kracht openbaart van Gods eigen gedachten.

c) De verwezenlijking van Gods gedachte

Het Woord van God is de openbaring van God zelf en de openbaring door de Heilige Geest van Zijn gedachten en wil. Maar daar houdt het niet op. Het Woord van God is openbaring die moet leiden tot verwezenlijking. Het is niet slechts de openbaring van Gods hart; het is de verwezenlijking daarvan door het Woord van God. Het komt er op aan dat het woord werkzaam is en iets tot stand brengt, niet slechts zien hoe God is en wat Hij verlangt. Waar het om gaat is een volk waarin dit begint te werken. Johannes was niet op Patmos omdat hij instemde met de bijbel en de openbaring daarin. Hij was daar omdat het waar was in hem. Omdat Gods gedachten begonnen te werken in zijn eigen leven en hem maakten tot een bepaald soort mens, werd de toorn van de vijand opgewekt en richtte zich tegen hem. Het is niet alleen het Woord van God geopenbaard, maar gerealiseerd, wat de satan haat. Hij haat de werking van het woord.

Het Woord van God is zonder waarde, of op zijn minst heeft het zijn doel niet bereikt, als het niet geleefd en zichtbaar gemaakt wordt. We moeten nooit tevreden zijn met een objectief vatten van Gods gedachten, terwijl wijzelf precies dezelfde blijven die we altijd al geweest zijn. Wij moeten geen mensen zijn die wel een prachtig ideaal hebben, maar in wie het duidelijk blijkt dat dat ideaal niet werkt. Dat is de strijd. Waar het een werk begint te doen, daar komt de vijand in opstand. Dan wordt hij woedend. Het interesseert hem niet hoe “gezond” we zijn in de leer, zolang het maar niet werkt. Het kan hem niet schelen wat voor waarheid we er op na houden over de wederkomst, of waar dan ook over, zolang het maar niet werkt. Maar God is niet tevreden met een openbaring zonder een verwezenlijking.

Christus, de volle openbaring van het Woord van God

Wat is het Woord van God? Wat is de inhoud ervan? Er is een betekenis achter de tekst. Het is heel belangrijk de tekst te kennen – we dienen allemaal onze bijbel te kennen, we dienen allemaal te weten wat er in Genesis staat, en wat in Kronieken, enzovoorts. Het is van het grootste belang dat we onze bijbel kennen. Maar je kunt de hele bijbel kennen zonder te weten wat het betekent. Het is de betekenis van de bijbel waar het op aan komt. De Heilige Geest moet het verlichten en zeggen: “Dát, is wat Ik daarmee bedoel, dát is de betekenis daarvan”, en als dat gebeurt, dan is dat openbaring. Jarenlang heeft de Kerk de brief aan de Efeziërs gehad, maar zeer weinigen hebben gezien wat deze betekent. We moeten er licht over krijgen.

De eigenlijke betekenis van het gehele Woord van God is Christus. Met andere woorden, God heeft Zich volledig geopenbaard in de persoon van Zijn Zoon, die de betekenis is van alle dingen. Als we de betekenis van Christus niet gezien hebben, kennen we de betekenis van het Woord van God niet. Waar het op aan komt is dit: Onze Christus moet veel groter zijn dan onze bijbelopvattingen. De betekenis van ieder boek moet in Hem begrepen zijn. Hij moet alles overschaduwen. Geen enkel boek, hoezeer ook tot hulp, betekent iets, tenzij het zijn betekenis vindt in Christus. De Persoon is de betekenis.

Iedere Schriftplaats, tot de kleinste toe, heeft te maken met de Persoon. “Er zal niet één jota of één tittel vergaan”, zegt de Heer; en ik geloof dat de vervulling van de wet de belichaming in Christus is van de werkelijkheid die achter de wet ligt. Het is Christus zelf; er schuilt een betekenis in ieder stukje van de wet, die zijn vervulling vindt in de Persoon. Er ligt een betekenis in alle heerlijkheden van Israëls bestel, een eeuwige en blijvende werkelijkheid daarachter, “de hemelse dingen zelf” (Hebr. 9:23, zie ook Hebr. 8:1-5, 9:1-10, 10:1). De hemelse dingen zelf worden alle gerealiseerd in een Persoon die alles zal vervullen. En onze Christus moet groter en groter worden, zodat de inhoud en betekenis van het Woord van God steeds groter worden.

Wat een tegenstand is er vaak geweest tegen de uitspraak dat we een steeds groter wordende Christus nodig hebben! De mensen zeggen: “Hoe kan Christus steeds groter worden? Wat een onzin!” Uiteraard kan Hij niet letterlijk groter worden, maar Hij kan veel meer voor u en mij gaan betekenen. U en ik hebben een Persoon nodig die vandaag veel groter voor ons is dan een paar maanden geleden, totdat we uitroepen: “O, wat een Christus heb ik!” Dat zei u een paar maanden geleden niet. Toen zei u: “Wat ben ik blij dat ik gered ben!” Prijs de Heer daarvoor, maar “wat een Christus heb ik” is anders. Het motto van Paulus is: “Het leven is mij Christus” (Fil. 1:21), omdat hij iets van de grootheid van Christus gezien heeft.

Het Woord van God werkzaam

We willen niet alleen stilstaan bij de betekenis van het Woord, maar ook bij de toepassing en verwezenlijking ervan in ons leven – het Woord van God geopenbaard en werkzaam. De vraag is hoeveel het uitwerkt. Pas als Gods Woord in ons leven begint te werken, beginnen de moeilijkheden. We willen een paar voorbeelden hiervan zien.

a) Christus als Heer

We zijn het er allen over eens dat, volgens de bijbel, Jezus Christus Heer is. Dat zegt het Nieuwe Testament. “Deze is aller Heer” (Hand. 10:36). Ja, maar laat me dat in mijn leven toepassen en zeggen: “Heer, ik wil dat U absoluut Heer bent over alles in mijn leven”, dan komen de problemen, nietwaar? Mijn hele leven komt op de kop te staan. De Heilige Geest komt en zegt: “Ik ben hier geen Heer, Ik ben daar geen Heer”. “Maar Heer, ik kan toch niet … Ik ben het er niet mee eens. Dat zou ik nooit kunnen”. En zo keren velen zich af van die aanvankelijke overgave aan de heerschappij van Christus, en de vijand lacht. “Een theoretische Heer – het werkt niet”. Ja, waar we het Woord van God toepassen begint alles in beroering te komen.

Neem bijvoorbeeld een kind van God, die in zijn huis eenvoudig zegt: “Heer, ik wil dat U absoluut Heer van mijn leven bent”. En als hij dan naar kantoor gaat wil hij ook dat Jezus daar zijn Heer is. “Heer, als er iets is dat niet naar Uw wil is, laat het me dan alstublieft zien”. Dat is een goed verbond. Ja, maar dan beginnen er dingen te gebeuren, moeilijke dingen, misverstanden enzovoort, en zij die zich het meest aan de Heer, hebben toegewijd, schijnen in de grootste moeilijkheden te raken. Aanvankelijk weten ze niet of het aan hen ligt of aan de anderen. De strijd om het getuigenis dat Jezus Heer is, is in alle hevigheid ontbrand.

b) Christus ons leven

Dan een ander punt: Christus niet alleen als Heer, maar als ons leven. We lezen in het Nieuwe Testament dat Christus ons leven is (Kol. 3:4). Maar hoe kan Christus ooit ons leven zijn? Alleen wanneer ik kan zeggen: “Niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij” (Gal. 2:20). Dit veronderstelt dus een totale toewijding aan het kruis: “Ik wil mijn leven niet meer leven, Heer; ik wil graag dat U Uw leven leeft”. Wat een geweldige crisis is er nodig om het Woord waar te maken! Christus ons leven! O vrienden, het is diep tragisch dat Gods volk naar een objectieve waarheid in de Schrift kijkt en zegt: “O ja, Christus is ons leven, dus zit het wel goed met ons”  maar in de praktijk, in onze ervaring, is Hij ons leven niet. Het is iets ontzaglijks als we werkelijk leven in de kracht van Zijn opstandingsleven. Het kan alleen daar plaatsvinden waar het kruis aanvaard wordt en wij zeggen: “Heer, ik moet opstappen – er is teveel van mij”. En laten we niet denken dat dit een soort ellendig, alsmaar in onszelf kijkend leven is. Allerminst. Het is een praktische crisis: “Heer, geen nonsens meer: ik wil Uw leven, niet het mijne” – dat is alles. Hij antwoordt: “Dat is goed mijn kind, Ik zal je laten zien wat dat betekent”, en dan gaat het gebeuren. Christus komt door dat leven heen en waar dat leven gaat, gebeurt er iets. Dan is het Woord van God in werking.

c) Christus ons leven samen

Neem een andere belangrijke factor. “Christus ons leven”, dat is gezamenlijk. God heeft een openbaring gegeven van wat Hij bedoelt met de Gemeente – Christus als het leven van Zijn volk. Er staat niets in het Woord over godsdienstige ordes of kerkgenootschappen en dergelijke. Ze bestaan gewoon niet. Maar men zegt: “Dat is wel zo, maar zie je, het is zo gemakkelijk … We moeten wel zoiets hebben. Het staat natuurlijk niet in het Woord, maar zoals de situatie nu eenmaal is, moeten we er het beste maar van maken”. Het Woord van God wordt van kracht beroofd. Maar als wij het Woord nemen en zeggen: “Heer, wij staan voor wat U geopenbaard hebt: maak het tot een werkelijkheid in ons als Uw volk” – dan beginnen de moeilijkheden pas. We willen niets voor onszelf, wij willen alleen wat er in het Woord van God staat; maar toch beginnen dan de moeilijkheden. Als het Woord van God werkelijkheid wordt, veroorzaakt dat moeilijkheden.

We willen hier niet langer bij stil blijven staan, maar laten we het ter harte nemen. Er is een strijd gaande om de werkelijkheid van de gemeente: de heiligen, die samen wonen in waarachtige geestelijke eenheid, die Christus kennen als hun ene Leven en Hoofd in de kracht van de Heilige Geest. Maar dat is Gods gedachte hierover, dat is het Woord van God dat werkelijkheid moet worden en tot uitdrukking moet komen. Daarover is er dus een strijd gaande! De vijand haat die werkelijkheid. Hij zegt: “Houd het toch theoretisch – breng het wat meer op aards niveau, zodat het meer aansluiting vindt bij menselijke gedachten”. Maar Gods Woord zegt: Nee!

 

DEEL TWEE

Het getuigenis van Jezus

We willen nu kort stilstaan bij de tweede factor, die zo buitengewoon belangrijk is: “het getuigenis van Jezus”.

a) Het karakter van Christus

Het woord getuigenis spreekt van een spontaan of onbewust getuigen; het is het getuigenis van Hem – dat wil zeggen, het is Jezus, belichaamd en uitgedrukt in leven. Wij zijn slechts een getuigenis in de mate waarin Jezus geopenbaard wordt. Het getuigenis is niet dat men een bepaalde leer of mening uitdraagt, nee, het is leven dat zichtbaar wordt. Paulus zegt: “… altijd dragen wij het sterven van Jezus in het lichaam om, opdat ook het leven van Jezus zich in ons lichaam openbaar wordt” (2 Kor. 4:10). Het is Jezus, zichtbaar uitgedrukt. Hoe? Door Zijn karakter. De vijand is niet geïnteresseerd in karakterloze christenen. We bedoelen uiteraard het karakter van Christus en niet dat van onszelf. Tenzij er iets aan ons te merken is van wie Christus is, hebben we geen invloed, gaat er niets van ons uit.

Wat kenmerkt vooral Zijn karakter? Ik denk dat we het in één woord kunnen samenvatten – zachtmoedigheid, en dat is onzelfzuchtigheid. Maar wij kunnen dat niet maken; alleen de Heer in ons leven kan het doen. Voor ons is het christelijk leven onmogelijk. Alleen Christus kan het leven. U moet zeggen: “Heer, ik geef het op – maar gaat U alstublieft door met mij”. Zo vindt u de overwinning. En in Zijn genade gaat Hij door, Zijn schoonheid zal in ons gezien worden, omdat Hij er is. En laten we tegen elkaar zeggen: Hij is er! Geloofd zij Zijn Naam! Christus in ons is de hoop van de heerlijkheid, en als Christus in ons is, dan is ook Zijn zachtmoedigheid in ons, en dan kunnen we Hem ervoor vertrouwen dat het in ons zichtbaar zal worden. En niet alleen Zijn karakter, maar ook Zijn kruis is er; ja, het is een gekruisigd leven, het leven van Jezus. De naam Jezus spreekt van Zijn mens-zijn en van Zijn nederigheid en van Zijn lijden. Tot zo’n mens wil de Heer ons maken. Dat is het getuigenis.

b) Het kruis van Christus

Wat een pijnlijke weg is dit! Door welke beproevingen we ook heen gaan, het is opdat het getuigenis van Jezus geopenbaard mag worden. Ik sprak pas met een broeder die door zware beproevingen heen was gegaan, en ik zei tegen hem: “Wel, hoe staat het ermee? Is er verandering in de situatie, is er enige verbetering?” Zijn antwoord maakte me blij. Hij zei: “Nee, dat niet, maar wij zijn wel veranderd!” Prijs de Heer! En de Heer houdt ons in het vuur dat wij graag wat zouden willen laten afkoelen. Hij houdt ons in het vuur omdat Hij zegt: “Ik wil je veranderen”. Ja, het is het leven van Jezus dat Hij hebben wil. Dat is het getuigenis” en waar dat gevonden wordt, is God verheugd en de vijand geërgerd. Laten we ons over de vijand geen zorgen maken. Het zal gebeuren.

c) De kroon van Christus

En in de derde plaats, niet alleen Zijn kruis, maar ook Zijn kroon. Ja, Zijn naam, de naam van Jezus, is boven iedere andere naam. Het is de Koning die in ons woont! Geliefden, “Wij zullen leven en als koningen heersen door de ene, Jezus Christus” (Rom. 5:17). De Heer Jezus is triomferend, overwinnend en heerlijk, en Hij woont in ons. Als ons geloof daarop rust, daarop steunt, dan wordt het getuigenis duidelijk dat Hij Heer is, dat Hij ons leven is, dat Hij ons karakter is. Het getuigenis bestaat niet slechts uit bepaalde ideeën of leringen. Het is een werkelijkheid. Het is het Woord van God dat werkelijkheid geworden is; het leven van Christus concreet geworden. Ja, het is Christus geopenbaard: een volk, een mensheid naar God; Gods geliefde Zoon tot uitdrukking gebracht.

Gods doel: realiteit

Dit alles toetst ons, doorzoekt ons. We willen het nu samenvatten. God heeft gesproken in Zijn geliefde Zoon: Zijn gehele Woord spreekt van Christus. En waar het God om gaat is dat Zijn gedachte, dat wat in Zijn hart leeft, aan ons geopenbaard wordt en in ons verwezenlijkt   het Woord van God realiteit geworden. Hebt u uzelf wel eens getoetst? Neem een bekende tekst: “Gij bewaart hen in volkomen vrede ..”. (Jes. 26:3 Eng. vert.). Welnu, heb ik volkomen vrede?

Een enkel vers, één fragment van het Woord van God is een ontzaglijke uitdaging. Wat hebben we toch veel theorieën bij elkaar gebracht. De Heer wil, stukje bij beetje, alles omzetten in realiteit, zodat wij dat zijn – Gods gedachte geopenbaard en gerealiseerd. Ons gebed moet zijn: “Heer, ik ken nog zo weinig van dit alles in werkelijkheid – ik wil zo graag dat het werkelijkheid in mij wordt”.

En dan is “het getuigenis” Gods Zoon belichaamd en uitgedrukt. Dat wil zeggen, Jezus. Niet wij. Niet een groep goed bedoelende christenen. De mensen moeten aan de kant, zodat de Zoon van God gezien kan worden. Dat wat zo kostbaar is voor God, is werkelijkheid. Daarin heeft God voldoening. We hoeven niet verbaasd te zijn dat de vijand van zijn kant tot actie overgaat. Maar wij moeten doorgaan, zonder ons te schamen, ons verheugend en onze ogen gericht op Hem.

Publicatie met toestemming van: Stichting “De Gouden Kandelaar” te Twello, van der Duyn van Maesdamstraat 89, 7391 VK Twello. Het wordt op aanvraag gratis toegezonden en heeft geen abonnementsprijs. Doel van deze publicaties is: Gods volk in onze tijd bewust te maken van de hemelse roeping van de gemeente van Jezus Christus, opdat Hij bij Zijn komst een toebereide bruid zal vinden.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol