5 jaar geleden

Het spreken in talen (2 – slot)

Ongeveer 100 jaar geleden werd het “spreken in tongen” in de christenheid weer populair. Men ziet daarin veelal de herbeleving van de machtige gave, die ten tijde van de apostel werkzaam was. Maar wat moeten we van het hedendaagse “spreken in tongen” denken? Hoe moeten we dit fenomeen aan de hand van de Schrift beoordelen?

DE LEERSTELLIGE AFHANDELING – 1 KORINTHE 12-14

In Handelingen hebben we gezien, dat bij bijzondere gelegenheden collectief in talen gesproken werd. In de Korinthe-brief gaat het ook het spreken in vreemde talen – maar het gaat om gaven, die enkele bezaten en uitoefenden (1 Kor. 12:10,28). De retorische vraag van de apostel in 1 Korinthe 12, of allen in talen spreken (vs. 30), moet natuurlijk ontkend worden. De vaak gehoorde bewering dat alle christenen in talen zouden moeten spreken, is daarom niet houdbaar. 1 Ook in 1 Korinthe 13 wordt het spreken in talen genoemd. Met de uitspraak in vers 1 hebben we ons al beziggehouden, zodat wij ons hier tot vers 8 beperken kunnen: “De liefde vergaat nooit. Wat dan profetieën betreft, zij zullen tenietgedaan worden, wat talen betreft, zij zullen ophouden, wat kennis betreft, zij zal tenietgedaan worden”. Profetie en kennis zullen weggedaan worden – dat gebeurt wanneer het volmaakte van de hemel voor de gelovigen werkelijkheid wordt (vs. 9,10). Van de talen echter wordt gezegd, dat zij zullen ophouden. Het woord in de grondtekst dat met “ophouden” vertaald werd, betekent ook “wegsterven”, “langzaam verdwijnen”. Het is dus iets, wat langzaam ophoudt en verdwijnt. In Handelingen 20 vers 1 wordt dit woord met het oog op een opschudding gebruikt, die bedaarde. En zo hield de gave van het spreken in talen langzaam op en verdween ten slotte geheel. In tegenstelling daarmee weten wij, dat andere gaven blijven zullen – “totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God” (zie Ef. 4:11-13). In 1 Korinthe 14 gaat Paulus op het spreken in talen uitvoerig in en vermaant de vleselijke Korinthiërs, de gave van het spreken in talen in de samenkomsten als vergadering (gemeente) juist te gebruiken. We willen enkele wezenlijke punten bekijken en vaststellen, in hoeverre zij vandaag bij het (vermeende) spreken in talen in acht genomen worden. • Het profeteren is belangrijker dan het spreken in talen, omdat het onmiddellijk tot opbouw van de toehoorders dient (vs. 1-5). –  Het spreken in talen wordt vandaag nog weleens een betekenis toegedicht, die het niet eens aan het begin van het Christendom, toen de gave gegeven was, gehad heeft. • Het spreken in talen is alleen zinvol, wanneer het uitgelegd en dus door de toehoorders verstaan wordt (vs. 6-19). – Door een ondefinieerbaar lallen, wat niemand verstaat, kan aan deze belangrijke voorwaarde niet voldaan worden. • Het spreken in talen is een teken voor de ongelovigen, waardoor God duidelijk maakt, dat dit nieuwe evangelie van Hemzelf komt, en ook, dat God Zich van Zijn aardse volk afgewend en Zich tot de volken toe gewend heeft (vs. 20-22). – Het is vandaag volledig duidelijk, dat God de volkeren de bekering ten leven gegeven heeft. Het teken van het spreken in talen is daarom niet meer noodzakelijk. • Een boodschap die niemand verstaat, is zinloos en verwart onkundige bezoekers (vs. 23-25). – Hoe velen, die in het christelijk geloof geïnteresseerd waren, zullen al door het gebrabbel van het “spreken in tongen” afgeschrikt zijn? • In een samenkomst moeten hoogstens drie na elkaar in talen spreken en ook alleen dan, wanneer het uitgelegd wordt (vs. 26-33). – Een door elkander spreken in een christelijke samenkomst is niet naar de gedachten van God. De motivatie, dat dit immers telkens een persoonlijk gebed tot God is, heeft geen zin, omdat het samenkomen als gemeente juist niet voor het persoonlijke, maar voor het gemeenschappelijk gebed gegeven is. • Vrouwen moeten in christelijke samenkomsten zwijgen (vs. 34-36). Het is hun daarom natuurlijk ook niet geoorloofd, in talen te spreken. – Maar juist bij het “spreken in tongen” spelen vrouwen vandaag een belangrijke rol. • Het moet alles op gepaste wijze en in goede orde gebeuren (vs. 37-40). – Waar mensen in extase geraken, ontstaat echter onrust en wanorde.

HET SPREKEN IN TALEN VANDAAG?

“Maar is God dan niet machtig”, zo wordt gevraagd, “ook vandaag nog taalwonderen te bewerken?” Zeker zou God dat kunnen doen, maar de vraag is of Hij het wil. Het moet ons duidelijk zijn, dat God bijzondere tekenen voor bijzondere tijden gereserveerd heeft. Denken we aan de wolk- en vuurkolom, die het volk Israël gedurende de woestijnreis – van Egypte naar Kanaän – zien kon. Toen eeuwen later Joden uit de Babylonische gevangenschap in hun land terugkeerden, was deze zichtbare wegaanwijzing door Goddelijke macht er niet. God bewerkte in het begin van de geschiedenis van Zijn volk dit dagelijkse wonder, maar later, in de dagen van schandelijkheid en zwakheid, niet meer. De zogenaamde kerkvader Augustinus (354-430 na. Chr.) schreef met het oog op tekenen en wonderen aan het begin van het  christendom: “Het waren aan hun tijdperk aangepaste tekenen. Zij dienden ertoe om de komst van de Heilige Geest aan de mensen in alle talen aan te kondigen, om te bewijzen dat het evangelie van God in alle talen van de wereld gepredikt moest worden. Deze tekenen gebeurden om iets aan te kondigen, daarna verdween het”. Het “spreken in tongen” vandaag is mijns inziens een mislukt en misleidend nadoen van de gaven van God in het begin van het christelijk tijdperk. De principes van het moderne “spreken in tongen” met zijn onverstaanbaar lallen zijn groepsdynamiek, psychologische manipulatie, hypnose, suggestie, zelfsuggestie, demonische kracht of geleerde gewoonte. De wens om iets bijzonders te beleven en de ervaring van de kracht van God is zeker begrijpelijk. Maar we hebben niet iets nodig wat onze oren streelt, maar de gezonde leer van het Woord van God en nuchterheid in alles (2 Tim. 4:3-5). Gerrid Setzer NOTEN: 1. Er wordt soms gezegd, dat het “openbaar spreken in tongen” een gave voor weinigen zou zijn, terwijl het “persoonlijk spreken in tongen” in gebed een ieder tot persoonlijke opbouw kan praktiseren. Maar dit onderscheid kan niet bijbels onderbouwd worden; en het spreken in talen zou een teken voor ongelovigen zijn – dat heeft in de binnenkamer geen zin. Folge mir nach – Gerrid Setzer

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol