1 jaar geleden

God vertrouwen in moeilijke tijden (13)

Psalm 130

1. Een pelgrimslied.
Uit de diepten roep ik tot U, o HEERE;
2. Heere, hoor naar mijn stem. Laat Uw oren opmerkzaam zijn op mijn luide smeekbeden.
3. Als U, HEERE, op de ongerechtigheden let, Heere, wie zal bestaan?
4. Maar bij U is vergeving, opdat U gevreesd wordt.
5. Ik verwacht de HEERE, mijn ziel verwacht Hem en ik hoop op Zijn woord.
6. Mijn ziel wacht op de Heere, meer dan wachters op de morgen, wachters op de morgen.
7. Laat Israël hopen op de HEERE, want bij de HEERE is goedertierenheid en bij Hem is veel verlossing.
8. Ja, Hij zal Israël verlossen van al zijn ongerechtigheden.

God leidt in de diepte

Het Joodse overblijfsel ervaart dat het in een diepe nood geraakt is. God Zelf brengt deze gelovigen in moeilijkheden, omdat Hij hen liefheeft. Hij wil, dat ze hun innerlijke toestand voor Hem onderzoeken en alles reinigen wat niet in hun houding en in hun leven in orde is.

Ook wij komen soms door de verdrukking van de wereld en door bepaalde levenssituaties in hopeloze posities. God laat ons moeilijke dingen ondervinden, omdat Hij ons liefheeft. “Want wie [de] Heer liefheeft, tuchtigt Hij” en “Allen die Ik liefheb, bestraf en tuchtig Ik” (Hebr. 12:6; Openb. 3:19).

De roepstem uit de diepte

Uit de diepte van zijn nood roept het gelovige overblijfsel tot God. Hij roept luid tot Hem omdat hij aan de moeilijkheden niets veranderen kan. Hij smeekt: “Heere, hoor naar mijn stem. Laat Uw oren opmerkzaam zijn op mijn luide smeekbeden”. Maar er verandert niets. God antwoordt niet.

Wij mogen in de moeilijkheden eveneens tot God roepen en Hem onze nood voorleggen. Dat is een groot voorrecht, ook wanneer Hij niet direct antwoordt!

Het doel van God: besef van de zonde

“Als U, HEERE, op de ongerechtigheden let, Heere, wie zal bestaan?”. Het is het doel van God om de gelovige Joden in hun verdrukking te tonen, dat in hun leven ongerechtigheid is. Door de oefeningen van hun ziel krijgen ze een indruk van de heiligheid van God en worden van hun eigen zonden overtuigd.

Wanneer God ons in moeilijke omstandigheden brengt, heeft Hij hetzelfde doel. Hij wil ons duidelijk maken wat niet met Hem overeenstemt. Misschien hebben we tot nu toe de omstandigheden of andere mensen de schuld van ons falen gegeven. Reeds Adam gaf in één enkele zin God en zijn vrouw de schuld. “De vrouw die U gaf om bij mij te zijn, die heeft mij van die boom gegeven en ik heb ervan gegeten” (Gen. 3:12). Maar als wij zondigen, zijn nooit God of onze medemensen verantwoordelijk, maar wijzelf.

In het bewustzijn van eigen falen worden we heel klein en zien niet meer van boven op nadere Christenen neer.

De God van de vergeving

In vers vier staat de wonderbare uitspraak: “Maar bij U is vergeving”. Het gaat hier leerstellig om de administratieve vergeving. Wat hebben we daaronder te verstaan? We kunnen het als volgt definiëren: De Heer vergeeft de gelovige, die Hem zijn zonden belijdt, terwijl Hij de beproeving wegneemt.

Met het oog op het gelovige overblijfsel in dit verband in Jesaja: “Troost, troost Mijn volk, zal uw God zeggen, 2. spreek naar het hart van Jeruzalem en roep haar toe dat haar strijd vervuld is, dat haar ongerechtigheid verzoend is, dat zij uit de hand van de HEERE het dubbele ontvangen heeft voor al haar zonden” (Jes. 40:1-2). De berouwvolle Israëlieten ervaren de administratieve vergeving van God, doordat Hij door het oordeel over de vijanden hun nood beëindigt en hen het duizendjarig rijk invoert.

Het gaat hier niet om de vergeving die een berouwvol zondaar ervaart, maar om de vergeving van de zonden van een verloste. Wanneer een gelovige een misstap maakt, verliest hij zijn plaats in de hemel niet. Maar God legt Zijn hand tuchtigend op Hem, totdat hij de schuld inziet en belijdt. Dan ontvangt hij enerzijds de vaderlijke vergeving: Zijn relatie tot God is weer in orde. Anderzijds vergeeft God hem ook administratief doordat Hij de nood als middel tot tuchtiging wegneemt.

Wat voor een wonderbare God hebben wij, Die ervan houdt om ons te vergeven! “Maar U bent een God  Die menigvuldig vergeeft,  genadig, barmhartig, geduldig, rijk aan goedertierenheid”; “Laat de goddeloze zijn weg verlaten, de man van ongerechtigheid zijn gedachten. Laat hij zich bekeren tot de HEERE, dan zal Hij Zich over hem ontfermen, tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig” (Neh. 9:17; Jes. 55:7).

Maar de zonden moeten bekend worden. Dat is een Goddelijk principe: “Als wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid” (1 Joh. 1:9).

Vaak zeggen mensen in de Bijbel: “Ik heb gezondigd”. Maar het is treurig dat sommige belijdenissen niet echt zijn. Hoe blijkt de echtheid van een bekentenis? Doordat toegegeven wordt: Niemand behalve ik ben schuldig. Die echt berouw heeft, ziet alleen zijn eigen schuld. Maar dan mag hij de Goddelijke vergeving ervaren. Hoe wonderbaar!

Vers 4-6 stellen ons vier resultaten voor, die uit een geordende verhouding tot God voortkomen:

  • Godsvrucht;
  • vertrouwen op God;
  • gehoorzaamheid;
  • de verwachting van de komst van de Heer.

Godsvrucht

Kunnen wij Christenen het met de zonde licht opnemen, omdat God ons vergeeft? Neen! Integendeel, het gevolg van vergeving is godsvrucht. We nemen de zonde ernstig op omdat we weten, dat zij in de ogen van God verschrikkelijk is. De heiligheid van God die elke zonde veroordelen moet, en Zijn genade in de vergeving maken ons voorzichtig. We vrezen Hem door zonde te onteren.

Laten we er bovendien aan denken: De misstap van een verloste weegt zwaarder dan de zonde van een onbekeerde. Ongelovigen zondigen in de duisternis, gelovigen zondigen in het licht.

Vertrouwen op God

Wanneer we zondigen wordt onze verhouding met God verstoord en hebben we innerlijke moeite in Zijn tegenwoordigheid te komen. Dat wordt ons aan het voorbeeld door Petrus in Johannes 20 getoond. Petrus en Johannes lopen naar het graf van de Heer Jezus als zij van Zijn opstanding gehoord hebben. Johannes is sneller dan Petrus. Waarom? Omdat Petrus de Heer verloochend heeft, zijn zijn stappen geremd. Hebt u dat ook al eens beleefd? De een of andere zonde is in uw leven voorgekomen. U was belast en hebt geaarzeld op uw knieën te gaan en te bidden.

Is de zonde echter met God in orde gemaakt, wordt ons geweten ontlast en komen we weer onbezwaard in de tegenwoordigheid van God. Dat is een gevolg van het bekennen van onze schuld en de ondervonden vergeving. De uiterlijke moeilijkheden mogen nog onveranderd zijn, maar we zeggen vol vertrouwen: “Ik wacht op de Heer”. Dit vertrouwen op God wordt nooit beschaamd.

Gehoorzaamheid

“ik hoop op Zijn woord”. Omdat de verhouding met God weer in orde is, willen we Hem door een leven in gehoorzaamheid eren. De Bijbel is onze richtsnoer daartoe. Zij toont ons wat God van ons verlangt. Wanneer we haar aanwijzingen opvolgen en haar gedachten verwerkelijken, gehoorzamen we Hem. Juist de ervaren vergeving spoort ons aan, meer naar de wil van God te vragen en deze te doen.

De verwachting van de komst van de Heer

Mijn ziel wacht op de Heere, meer dan wachters op de morgen, wachters op de morgen”. Wanneer in ons leven ongeoordeelde zonden zijn, verzwakt onze verwachting van de wederkomst van de Heer. Maar in een geordende verhouding met Hem, zingen we met vreugde liederen, die over Zijn komst ter opname gaan. Wij verwachten Hem, Die aan het kruis voor onze zonden gestorven is en daarmee alles goed gemaakt heeft. Deze wonderbare hoop leeft opnieuw weer op: de Heer komt!

Goedertierenheid en verlossing

“Laat Israël hopen op de HEERE, want bij de HEERE is goedertierenheid en bij Hem is veel verlossing”. De gelovige Joden die God hun zonden beleden hebben, wachten nu in de moeilijkheden met volharding en vreugde op de komst van de Messias in macht en heerlijkheid.

Zij weten door de ondervonden vergeving, dat God goed is. Verder stellen zij hun hoop en verlossing uit de verdrukking geheel op Hem, want de komst van de Heer bevrijdt uit alle noden, die een middel van hun vorming geweest zijn.

Op ons toegepast heeft de goedertierenheid van de Heer betrekking op de rechterstoel van Christus. Bij Zijn wederkomst voor de Zijnen zullen wij een lichaam van heerlijkheid ontvangen en in de hemel opgenomen worden. We zullen dan voor de rechterstoel van Christus verschijnen, niet om bestraft, maar om geopenbaard te worden.

Daar zullen we alles met Zijn ogen zien. We zullen erkennen hoe vaak wij gefaald, vleselijk gehandeld en onze eigen wil nog een vrome mantel omgehangen hebben. Maar we zullen daar in het licht van de heiligheid van de Heer ook de volle maat van Zijn genade zien. We zullen verstaan, dat Hij ons in Zijn goedheid niet opgegeven, maar gedragen, steeds weer opnieuw hersteld en tenslotte naar de bestemming gebracht heeft.

Wanneer de Heer Jezus ter opname komt, neemt Hij ons uit de actuele situatie op. Dan zullen we van de verdrukking en de verleiding van de wereld bevrijd zijn. Op dat ogenblik zal Hij ons ook van iedere ziekte verlossen. Alle noden – de droefheid om onze ontslapen geliefden, de moeilijkheden in de plaatselijke gemeente – zullen dan een einde hebben.

Daarom verwachten wij Hem volgens Filippi 3 als onze Heiland, die ons uit alle nood redden zal. De titel “Heiland” benadrukt de barmhartigheid van de Heer. Treffend schrijft Judas met het oog op de opname: “… en verwacht de barmhartigheid van onze Heer Jezus Christus tot [het] eeuwige leven” (Judas :21).

Max Billeter, © Beröa Verlag

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, R. Mol