Bijbelverzen: Lukas 12 vers 22-31
Leestijd: 3 minuten
Innerlijke gevoelens en stemmingen, zowel positief als negatief, worden ook naar buiten toe weerspiegeld: in onze woorden, gebaren en gezichtsuitdrukkingen, en zelfs in onze daden. Iemand die bang is om te verhongeren, zal ernaar streven om aan voedsel te komen – niet alleen voor de dagelijkse behoeften, maar ook daarbuiten.
Voor hen die geen kinderen van God zijn, die God niet kennen als hun Vader, is dergelijk streven en zorgen normaal (Luk. 12:30). Maar voor ons, die kinderen van God zijn, die weten wat God voor ons heeft gedaan en welke beloften Hij ons heeft gedaan – is dit dan ook normaal? De Heer zegt: “En u, zoekt niet wat u eten of wat u drinken zult en weest niet ongerust” (Luk. 12:29). Nee, voor ons is het gewoonweg niet normaal om ons zorgen te maken over eten en kleding, om ernaar te streven. Waarom niet? Omdat we een hemelse Vader hebben die weet wat we nodig hebben (Luk. 12:30) en die voor ons zorgt (1 Petr. 5:7).
Dit betekent niet dat ik de handen in de schoot moet leggen. Als God ons een taak heeft gegeven, moeten we die verantwoordelijk uitvoeren (Ef. 4:28; 2 Thess. 3:7-12; 1 Thess. 2:9; 4:11). In die zin zorgen we voor onszelf en voor de mensen die God ons heeft toevertrouwd. Vooral wanneer de Heer ons een gezin heeft gegeven, zijn we niet alleen geestelijk, maar ook materieel verantwoordelijk voor hen. Maar mijn werk gewetensvol en verantwoordelijk uitvoeren is niet in tegenspraak met de gedachte, dat ik me geen zorgen hoef te maken over eten, kleding en andere dingen die we nodig hebben – dat wil zeggen, dat ik niet bang hoef te zijn om niet genoeg te hebben. Iemand kan zeker in zijn kleding en eten voorzien door geld te verdienen en dingen te kopen, maar is daar toch niet bezorgd over.
Er is iets waar we naar moeten streven: “Zoekt evenwel Zijn koninkrijk, en deze dingen zullen u erbij gegeven worden” (Luk. 12:31). Dat is een prachtige belofte! De Heer roept ons op om ons te bekommeren om Zijn zaken, om Zijn behoeften. Maar als we dat doen, hoeven we ons tegelijkertijd geen zorgen te maken over onze eigen behoeften. We moeten ons om Zijn aangelegenheden bekommeren, en Hij zal voor ons zorgen. We kunnen dit vergelijken met een edelman die zijn dienaren verschillende taken op zijn landgoederen geeft. Hij zegt tegen hen: “Zorg voor mijn akkers, mijn bossen en mijn vee. Concentreer u daar volledig op en op niets anders! Maak u geen zorgen over wat u zult eten of drinken, of welke kleren u zult dragen – ik zal daarvoor zorgen.” Deze dienaren zullen zich volledig inzetten; ze zullen grote ijver tonen, omdat ze weten, dat hun meester voor hen zal zorgen. De menselijke geschiedenis heeft aangetoond, dat zulke meesters zeer zeldzaam zijn. Maar wij hebben het voorrecht om juist zo’n meester te hebben. Hij heeft het beloofd, en Hij zal het doen. Wij willen op onze beurt doen, wat Hij ons opdraagt en Hem op Zijn woord geloven – we vertrouwen erop dat Hij Zijn belofte zal nakomen.
(Wordt vervolgd)
Friedemann Werkshage; © www.bibelstudium.de
Online in het Duits sinds 28 september 2014
Geplaatst in: Christendom, Geloof
© Frisse Wateren, FW