1 week geleden

God in alle dingen

De gewoonte om God in alle dingen te zien kan de gelovige, als niets anders, helpen de beproevingen op zijn weg te doorstaan. Er is geen gebeurtenis, hoe onbeduidend ook, die niet als een boodschap van God kan worden beschouwd; als slechts het oor maar in staat is om te horen, en de geest geestelijk genoeg om Zijn boodschap te begrijpen.

Als we deze waarheid uit het oog verliezen, wordt het leven een saaie eentonigheid, waarin niets anders te vinden is dan de steeds terugkerende omstandigheden van de dagelijks beslommeringen. Maar als we oplettend zijn, kunnen we in de kleinste en in de belangrijkste omstandigheden de hand van de Vader zien, sporen van de tegenwoordigheid van God, die onze diepste interesse in de geschiedenis van elke dag opwekken.

Het boek Jona illustreert deze waarheid op een heel opvallende wijze. Daar leren we te begrijpen, dat er niets onbeduidends is voor de christen. In de meest gewone dingen en in de eenvoudigste omstandigheden van die geschiedenis, zien we de bijzondere ‘tussenkomst’ van God. Het is niet nodig om op de diepere betekenis van het boek Jona in te gaan om deze waarheid te onderscheiden. Het enige dat we moeten doen, is die ene uitdrukking te onthouden, die er enkele keren1 in voorkomt: “De HEERE beschikte”.

Het eerste hoofdstuk vertelt ons dat de Heer een sterke storm op de zee wierp. Daarin had het oor van de profeet Zijn indrukwekkend ernstige stem kunnen horen, wanneer het waakzaam was geweest. Jona alleen moest onderwezen worden, en alleen voor hem werd deze boodschap gestuurd. De heidense zeelieden hadden ongetwijfeld vele malen eerder een storm meegemaakt; dat behoorde tot een van hun gewone ervaringen. Maar voor één persoon in het schip was het iets bijzonders en ongewoons, hoewel hij in het ruim van het schip sliep. Tevergeefs probeerden de zeelieden de storm te bestrijden; niets zou helpen, totdat de boodschap van de Heer het oor bereikte, tot wie het was gestuurd.

Als we het verhaal van Jona eens wat verder volgen, vinden we een nieuwe aanleiding om te zeggen: God in alle dingen!

Jona kwam in nieuwe omstandigheden, maar niet in die waarin de boodschap van God hem niet langer konden bereiken. De gelovige zal nooit in een positie zijn, waarin niet de stem van de Vader zijn oor kan bereiken of de hand van God voor hem zichtbaar worden kan. In alle dingen kon hij Zijn stem en Zijn hand herkennen. Toen Jona in de zee werd geworpen “heeft de HEERE een grote vis beschikt” (Jona 1:17). Hier zien we opnieuw dat voor een kind van God niets zonder betekenis is. Een grote vis was iets gewoons, want in de zee zijn er veel. Maar de HEERE gebood een speciale voor Jona, opdat hij een boodschapper van God aan zijn ziel zou worden.

In hoofdstuk 4 zien we dat de profeet mopperend en ongeduldig ten het oosten van de stad Nineve zit (Jona 4:5). Hij is terneergeslagen omdat de Heer de stad nog niet heeft vernietigd, en Hij vraagt ​​Hem om zijn leven van Hem weg te nemen. Hij scheen de waarheden die hij had geleerd in de drie dagen toen hij in de diepte was, te zijn vergeten. God moest hem daarom een ​​nieuwe boodschapper sturen: “En de HEERE God beschikte een wonderboom” (Hebreeuws: kikajon, waarschijnlijk ricinusboom)2. In die omgeving vond men zeker niets ongewoons aan zo’n boom. Velen hebben al honderden van zulke bomen gezien en er schaduw gevonden zonder daar iets bijzonders aan te vinden. Maar de “wonderboom” van Jona was daar geplaatst door de hand van God en vormde een schakel in de belangrijke ketting van omstandigheden, waardoor de profeet naar de wijsheid van God te gaan had. Deze “wonderboom” hier, hoewel heel anders dan de grote vis, was ook een boodschapper van God voor zijn ziel. “Jona was erg blij met de wonderboom” (Jona 4:6). Eerst verlangde hij om te sterven, maar zijn verlangen was meer een gevolg van ongeduld en ontevredenheid dan het heilige verlangen om te sterven en voor eeuwig in de rust te zijn. Ook bij ons is het vaak meer het lijden van het heden dan het geluk van de toekomst, waardoor we willen ontslapen. We hebben soms dat verlangen om van de huidige druk verlost te zijn. Maar wanneer deze druk voorbij is, houdt ook het verlangen op. Als we werkelijk naar de komst van de Heer en Zijn gezegende tegenwoordigheid in de heerlijkheid verlangen, kunnen de uiterlijke omstandigheden daaraan niets veranderen. Onze wens om te ontslapen is dan in dagen van zonneschijn en rust even groot als in dagen van druk en zorgen.

Toen Jona in de schaduw van de boom zat, dacht hij er niet aan om heen te gaan, en zijn buitengewone vreugde over de “wonderboom” bewees, hoezeer hij die bijzondere boodschappers van de Heer nodig had. Ze openbaarden de ware toestand van zijn ziel, toen hij de woorden uitsprak: “Nu dan, HEERE, neem toch mijn leven van mij weg; het is immers voor mij beter te sterven dan te leven” (Jona 4:3).

De Heer kan een boom veranderen in een hulpmiddel, dat de geheimen van het menselijk hart onthult. Waarlijk, de christen kan zeggen: God is in al mijn omstandigheden. Hij hoort de stem van God in het geraas van de storm en ziet ook in het stille verdorren van de boom de hand van de Heer.

“De volgende dag beschikte God bij het aanbreken van de dageraad een worm” (Jona 4:7)

Maar zoals ik al zei, de ‘wonderboom’ was slechts één schakel in de keten. We lezen verder: “De volgende dag beschikte God bij het aanbreken van de dageraad een worm” (Jona 4:7). Deze onbeduidende worm was net zo’n ernstige boodschapper van God als “de sterke wind” of “de grote vis”. Een worm, gebruikt door God, kan wonderen doen: de boom van Jona verdorde en gaf hem een ​​eerste les. Zeker, deze worm was een onbetekenende boodschapper die zijn opdracht alleen in verband met anderen kon doen, maar daardoor trad de grootsheid en wijsheid van onze Vader alleen maar des te duidelijker naar voren. Of Hij nu een worm beschikt of een zware stormwind veroorzaakt, Hij kan ze allebei, zo verschillend als ze ook zijn, voor Zijn grote doelen gebruiken. De geestelijke betekenis ziet God in alle dingen. De storm, de grote vis, de wonderboom en de worm – het zijn allemaal werktuigen in Zijn hand. De meest onbeduidende en de meest vooraanstaande afgezant van God bevordert Zijn bedoelingen. Wie had gedacht dat een kleine worm en een zwoele oostenwind zich konden verenigen om een ​​werk van God te doen? Maar zo was het wel. Groot en klein zijn slechts ideeën die bij ons mensen voorkomen. God kan de veelheid van sterren tellen en tegelijkertijd nota nemen van een mus die op de aarde valt. Hij maakt de huilende storm tot ​​wegbereider en een verbroken hart tot Zijn woning. Niets is groot of klein voor God.

De gelovige moet daarom niets als betekenisloos beschouwen, want God is in alle dingen. Hij kan in dezelfde omstandigheden geplaatst worden en dezelfde beproevingen ondergaan als andere mensen, maar hij mag ze niet volgens dezelfde principes interpreteren. Hij zou de stem van God moeten horen in de meest gewone en ook in de belangrijkste belevenis van de dag en hen als Zijn afgezanten herkennen.

De duivel wil de gelovige de troost van deze gedachte roven en hem wijs maken, dat zijn dagelijkse omstandigheden niets bijzonders zijn; dit gebeurt toch ook bij de anderen. Maar we moeten niet naar hem luisteren en elke ochtend, vóór het begin van de dag, ons de waarheid fris herinneren: God in alle dingen. De zon, die in majestueuze glans in de lucht staat, en de worm die langs de weg kruipt, beide zijn door God geschapen en kunnen aan de uitvoering van Zijn ondoorgrondelijke bedoelingen meewerken.

De enige persoon op deze aarde die zich altijd bewust was van deze kostbare en belangrijke waarheid, was onze Heer Jezus. In alles zag Hij de hand van de Vader. Dit was vooral duidelijk in de dagen van Zijn diepste lijden. Met de gedenkwaardige woorden: “De drinkbeker die de Vader Mij heeft gegeven, zou Ik die soms niet drinken?” (Joh. 18:11) gaf Hij aan Zijn overtuiging uitdrukking: God in alle dingen.

NOOT:
1. Vier maal komt de uitdrukking voor.
2. De wonderboom of wonderolieboom (Ricinus communis) is een snelgroeiende tropische plant, die buiten de tropen kruidachtig is.
In de tropen kan de plant na enkele jaren een hoogte tot 13 meter bereiken en heeft dan een verhoute stengel die op een stam lijkt. De vrucht wordt wonderboon genoemd hoewel de plant niet tot de vlinderbloemenfamilie behoort (zoals de gewone boon) maar tot de wolfsmelkfamilie(Euphorbiaceae). Uit wonderbonen wordt wonderolie geperst. De overblijvende pulp wordt wel als veevoeder gebruikt maar bevat het zeer sterke gif ricine dat eerst door een langdurige hittebehandeling onschadelijk moet worden gemaakt. Uit de overgebleven resten worden ook wel meststoffen gemaakt die in biologische teeltwijzen gebruikt worden.
Wonderbonen zijn erg giftig. Voor kinderen kan de consumptie van vijf à zes zaden al dodelijk zijn terwijl de dodelijke dosis voor volwassenen 15 à 20 bonen is.
De naam Ricinus is het Latijns woord voor teek; dit waarschijnlijk omdat de bonen een patroon hebben en aan een kant een bobbeltje vertonen waardoor zij op bepaalde teken lijken. In de middeleeuwen heeft iemand aan Ricinus communis de naam christuspalm (Palma Christi) gegeven maar niemand weet waarom. Het kan symbolisch zijn maar het kan ook zijn omdat men Ricinus voor vele doeleinden gebruikte en de beoogde resultaten wonderbaarlijk waren.
Hoewel de plant waarschijnlijk uit Oost-Afrika stamt is hij tegenwoordig wereldwijd verspreid. De plant is vaak te vinden op braakliggend terrein en in de buurt van spoorwegen. Hij wordt ook vaak decoratief toegepast in parken. {WikiPedia}

 

Charles Henry Mackintosh

©  www.haltefest.ch; Jaargang: 1958 – bladzijde: 353.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM