14 jaar geleden

Geslachtsgemeenschap alleen in het huwelijk? (3)

Het huwelijk is volgens de Heer Jezus een instelling van de Schepper. Hij gaat terug naar het begin van de schepping. Daarom is het huwelijk ook niet iets wat thuis hoort in een bepaalde cultuur. Het past weliswaar binnen de Joodse en Christelijke traditie maar werd en wordt er niet door bepaald. Leest u maar in Mattheüs 19:4-6 waar de Heer Jezus over de tradities heen, ja zelfs over de wet van Mozes heen, terugwijst naar de scheppingsordening van God. Het is daarom ook vandaag van het grootste belang dat datgene wat God samengevoegd heeft de mens niet scheide (Mattheüs 19:7). Dit past niet in onze tijd. Klopt. Maar het past wel in de gedachten van God en is tot eer van God. Daar nu gaat het om, willen wij het geluk van het huwelijk en het gezin leren kennen. Kun je zonder kinderen wel een gelukkig huwelijk hebben?

Kinderzegen

We gaan nu weer verder met waar we de vorige keer gebleven waren, namelijk over het krijgen van kinderen. We zagen dat dit plaats vindt door middel van de geslachtsgemeenschap van man en een vrouw binnen het huwelijk. En is het niet een zegen en genade van God als Hij kinderen schenkt? Ja! dat is het zeker. Kinderen worden “geschonken” en niet “genomen”. God is nog altijd de Schepper. Hij kan de baarmoeder openen, Hij kan haar sluiten. Dat is niet iets wat binnen de macht van de mens ligt, ondanks al het medisch “knutselen” op dit terrein.

De Bijbel zegt: “En Hij zei: Ik zal voorzeker weer tot u komen, omtrent deze tijd des levens; en zie, Sara, uw vrouw, zal een zoon hebben! En Sara hoorde het aan de deur van de tent, die achter Hem was. Abraham nu en Sara waren oud, [en] wel bedaagd; het had Sara opgehouden te gaan naar de wijze der vrouwen. Zo lachte Sara bij zichzelf, zeggende: Zal ik wellust hebben, nadat ik oud geworden ben, en mijn heer oud is? En de HEERE zei tot Abraham: Waarom heeft Sara gelachen, zeggende: Zou ik ook waarlijk baren, nu ik oud geworden ben? Zou iets voor de HEERE te wonderlijk zijn? Ter gezetter tijd zal Ik tot u wederkomen, omtrent deze tijd des levens, en Sara zal een zoon hebben!”. “En de HEERE bezocht Sara, gelijk als Hij gezegd had; en de HEERE deed aan Sara gelijk als Hij gesproken had. En Sara werd bevrucht, en baarde Abraham een zoon in zijn ouderdom, ter gezetter tijd, die hem God gezegd had” (Genesis 18:10-14; 21:1-2).

Een duidelijk bewijs dat God alles in Zijn hand heeft en op “Zijn tijd” kinderen kan geven.

We zullen nog enkele Schriftplaatsen toevoegen.

“Want de HEERE had al de baarmoeders van het huis van Abimelech ganselijk toegesloten …”. “Toen nu de HEERE zag, dat Lea gehaat was, opende Hij haar baarmoeder; maar Rachel was onvruchtbaar”. “Maar aan Hanna gaf hij een aanzienlijk deel, want hij had Hanna lief; doch de HEERE had haar baarmoeder toegesloten”. “Zou Ik de baarmoeder openbreken, en niet genereren? zegt de HEERE; zou Ik, Die genereer, voortaan toesluiten? zegt uw God” (Genesis 20:18; 29:31; 1 Samuël 1:5; Jesaja 66:9).

En dit zijn nog maar enkele aanhalingen. Uiteraard is één aanhaling al voldoende om aan te tonen dat God de Schepper is van de mens, zowel van de eerste mens (Adam) als van de tweede mens (Eva) als wel van alle mensen tot aan nu toe. Maar voor ons onderwerp is het uitermate boeiend om er meerdere aan te halen.

Zoals gezegd, het ontvangen van kinderen is een “zegen”. O, dat we evenals David tot het loflied zouden mogen komen, wat hij in Psalm 139 tot uiting brengt. Dat zou ons voor veel verbittering jegens Hem bewaren.

“Ik loof U, omdat ik op een heel ontzagwekkende wijze wonderbaar gemaakt ben; wonderlijk zijn Uw werken! ook weet het mijn ziel zeer wel. Mijn gebeente was voor U niet verborgen, toen ik in het verborgene gemaakt ben, [en] als een borduursel gewrocht ben, in de nederste delen van de aarde. Uw ogen hebben mijn ongevormde klomp gezien; en al deze dingen waren in Uw boek geschreven, de dagen als zij geformeerd zouden worden, toen nog geen van die was. Daarom, hoe kostbaar zijn mij, o God, Uw gedachten! hoe machtig veel zijn haar sommen! Zou ik ze tellen? Zij zijn meer dan het zand; word ik wakker, zo ben ik nog bij U” (Psalm 139:14-18).

Als we zo naar Hem kijken die ons schiep, zullen we meer ontzag krijgen voor Hem die de baarmoeder openen en sluiten kan. We zullen dan ook tot een hoger besef komen, dat Hij ons doorgrondt en kent en evenals David wensen om op de eeuwige weg geleid te worden (vers 1, 24). Het verlangen om in gemeenschap met Hem te wandelen wordt dan sterker en sterker. Ook met betrekking tot het krijgen en opvoeden of het niet krijgen van kinderen en dan …, is deze psalm zeer leerzaam.

Geen kinderen

Het niet hebben of kunnen krijgen van kinderen is ook voor vele kinderen van God een diep beproefde weg. Juist zij die geen kinderen krijgen, hebben vaak zo’n groot verlangen tot het hebben van kinderen. Dit is een heel groot verdriet voor hen. Daar moeten wij – voorzover wij wel kinderen mochten ontvangen – niet te licht over denken. Een jongensdroom en een meisjesdroom stort in duigen. Dat doet pijn. Dat moet verwerkt worden. Het is voor hen die wel gezegend zijn met kinderen gemakkelijk om zo iets te zeggen als: “Nu, zo’n ramp is dat toch niet. Dan heb je lekker de handen vrij en kun je toch heel veel leuke dingen doen, die je met kinderen niet zou kunnen doen. Doe niet zo mal. Treur maar even, haal je schouders op en richt je op iets anders”. Toch is dit wel erg oppervlakkig en getuigt niet erg veel van begrip voor de kinderloze echtparen. Juist zij verlangden zo naar een baby, en niet alleen als een vervulling van hun idyllische dromen maar ook als een bekroning op hun huwelijk met de man of vrouw van hun leven van wie zij zo veel houden. Het is denk ik goed om naar hun bedroefde harten te luisteren en met hen mee te lijden en mee te leven, voor zover dat natuurlijk mogelijk is. Want dat zal altijd beperkt zijn! Immers, ouders met kinderen hebben nog nooit meegemaakt om geen kinderen te hebben. Toch kunnen wij hen helpen door naast hen te gaan zitten en te accepteren dat zij een “verdriet” moeten verwerken waarvoor geen bepaalde tijd opgelegd kan worden. Zegt de Bijbel niet: “En als één lid lijd, lijden alle leden mee” (1 Korinthe 12:26a). Doen wij dit eigenlijk wel voldoende?

Als er sprake is van verheerlijking van een lid, dan valt ons dat, denk ik, wel wat gemakkelijker, behalve natuurlijk wanneer er jaloersheid om de hoek komt kijken. “… en als één lid wordt verheerlijkt, verblijden alle leden zich mee” (1 Korinthe 12:26b). Het is goed om hen te verdragen met hun verdriet. Is het niet soms ook zo dat we moeten spreken van “verdragen” als het gaat om kinderloze echtparen. Worden zij soms niet beschouwd als “lastpakken”? O, als dit bij mij en u (soms?, vaak?) zo is, laten we dan de liefde van de Heer Jezus in praktijk brengen. “Draagt elkanders lasten” (Galaten 6:2), en: “Maar wij die sterk zijn, behoren de zwakheden van de niet-sterken te dragen en niet onszelf te behagen. Laat ieder van ons de naaste behagen ten goede, tot opbouwing” (1 Korinthe 15:1-2).

“En wij vermanen u, broeders, … vertroost de kleinmoedigen, ondersteunt de zwakken, weest lankmoedig jegens allen” (1 Thessalonika 5:14-15).

Hoe lastig en zwak en kleinmoedig waren (en zijn) wij soms niet?

Pastorale zorg

Een pastorale training – en dan niet als een georganiseerde, opgelegde cursus met diploma’s en alles wat daarbij hoort – maar een oefening voor het aangezicht van de Heer om het verdriet en de moeiten van anderen te leren kennen, te verdragen en te ‘helpen’ dragen. De Bijbel geeft daar op vele plaatsen een ‘cursus’ voor. Dit zijn persoonlijke oefeningen die we alleen bij en met de Heer kunnen leren. Dit is ook een ‘cursus’ die niet ophoudt maar voortduurt totdat we bij de Heer zijn.

Over de verzen uit 1 Thessalonika 5 daarom nog het volgende. Ik heb het vers niet helemaal geciteerd, bewust niet. Het ontbrekende namelijk is: “wijst de ongeregelden terecht”. Dat is mijns inziens niet van toepassing op hen die geen kinderen (kunnen) krijgen. Wij moeten in onze pastorale benadering van de kinderloze echtparen wel de juiste diagnose stellen en zo rekening houden met hun gevoelens.

Er worden hier in ieder geval drie verschillende groepen genoemd:

  1. Ongeregelden. Als het om de ongeregelden gaat, is er hier sprake van ‘terechtwijzing’. Wel, dat kunnen we dus op ouderloze echtparen – die niet verantwoordelijk zijn voor hun kinderloosheid – toepassen. Met ongeregelden hier wordt bedoeld, zij die zich niet hielden aan de inzettingen van de apostelen. Zij kunnen wel maar willen niet. Zij moeten vermaand worden.
  2. Kleinmoedigen. Hierbij moeten we denken aan ‘troost’. Zij willen wel maar denken niet te kunnen. Dit is toepasbaar op de kinderloze echtparen. Zij willen wel accepteren dat zij geen kinderen kunnen krijgen maar hebben daar moeite mee. Ze denken soms (vaak?) het niet te kunnen. Wat hebben zij nodig? Een terechtwijzing? Nee! Troost en bemoediging.
  3. Zwakken. Zij willen wel maar kunnen niet. Zij hebben dus ‘ondersteuning’ nodig. Ze weten niet hoe het voor elkaar te krijgen. Dus steun! (zie Handelingen 20:33-35).

Wanneer wij dus de verkeerde diagnose stellen, zullen we ook het verkeerde medicijn gebruiken. Nogmaals: een goede diagnose is van het allergrootste belang, ook als het gaat om kinderloze echtparen (sorry voor deze misschien koude aanduiding, maar ik weet zo geen andere).

Nu zouden we misschien kunnen opwerpen, dat de aangehaalde tekst alleen van toepassing is voor “hen die onder u arbeiden en leiding geven in de Heer” (1 Thessalonika 5:12) en dit dan maar moeten overlaten aan wel of niet aangestelde dominees en voorgangers. Maar vers 14 begint met: “En wij vermanen u, broeders, …” , dus deze vlieger gaat niet op. Natuurlijk heeft de Heer herders gegeven aan de gemeente, die speciale gaven gekregen hebben om zielen weer met Hem, de Goede Herder in contact te brengen en wonden te verbinden. Dat blijft ook staan. Maar daarnaast is het zeker ook zo dat wij allemaal zorg voor elkaar behoren te hebben en voorzover dat natuurlijk mogelijk is dit ook uit te oefenen. Hoe we dit moeten doen? Laten we zien op ons grote Voorbeeld, onze Heer en Heiland. Maar het laten werken van de liefde van God die in onze harten is uitgestort, is wel een heel belangrijk en onmisbaar gegeven in deze dingen. Daarbij zal 1 Korinthe 13 en Johannes 13 ons heel goede diensten kunnen bewijzen.

Wat natuurlijk wel van groot belang is, is voor en met hen te bidden; met hen natuurlijk alleen voor zover zij dit willen. Het gebed is immers ook een uiting van afhankelijkheid van de Heer? Hoe zouden we deze dingen – ja alle dingen – in wijsheid en liefde kunnen benaderen zonder gebed?

Een kort woord tot ouderloze echtparen

Ook zou ik een kort woord tot u willen richten. Daarbij denk ik aan het grote verdriet dat Job trof en ook hoe de vrienden van Job daarop reageerden. Al je kinderen – zeven zonen en drie dochters – verliezen en dan toch kunnen zeggen: (en dat was geen loze theoretische uitspraak, zo weten we) “Naakt ben ik uit de buik van mijn moeder gekomen, en naakt zal ik daarheen weerkeren. De HEERE heeft gegeven, en de HEERE heeft genomen; de Naam des HEEREN zij geloofd!” (Job 1:21). Misschien bent u wel jaloers op Job dat u dit zo niet kunt zeggen. Wel, ik ga over u geen oordeel uitspreken. Dat kan, dat hoef, dat mag en dat wil ik niet. Wel mag ik zeggen, dat “Zijn genade genoeg is” (2 Korinthe 12:9), en: “Maar wij weten dat hun die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede …” (Romeinen 8:28) [….. en ik mag zeggen dat als je een kind verliest (ik spreek hierover uit ervaring) – bij Job waren het vijf kinderen – dan weet je wat verdriet is en wat de Heer wil en kan bewerken, zelfs het “onmogelijke”. Dat nu is genade van God en Zijn troostvolle “omarming van het hart” …..].

Wanneer u dit leest, zegt u misschien: “Ja, dat weet ik wel allemaal”. Nu, dat is heel fijn en als u dit weet dan is het al een geweldige basis om zover te komen dat “overgave” aan Hem voorhanden ligt, zelfs ook in het accepteren van een kinderloos huwelijk. Dan keert de rust terug en kunt u zich op Hem richten met de innige wens: “Leer mij uw weg, o Heer”.

Er is nog veel meer over te zeggen over bijvoorbeeld: “hoe moet ik nu omgaan met hen die wel kinderen hebben maar die zo koud en meedogenloos zijn en er blijkbaar totaal geen gevoel voor hebben?”

Zo zult u zeker nog veel meer vragen hebben, maar het toewerken naar “overgave aan Hem” lijkt mij wel een heel belangrijke basis om er ook mee om te kunnen gaan. Dan zult u zeker ook merken dat u zonder kinderen een gelukkig huwelijk kunt hebben!!!

“HEERE! maak mij Uw wegen bekend, leer mij Uw paden. Leid mij in Uw waarheid, en leer mij, want Gij zijt de God mijns heils; U verwacht ik de ganse dag” (Psalm 25:4-5).

“HEERE! leer mij Uw weg, en leid mij in het rechte pad” (Psalm 27:11).

Leer mij Uw weg, o Heer,
leer mij Uw weg.
Schenk van Uw kracht mij meer,
leer mij Uw weg.
Houdt mij in evenwicht,
dat ‘k voor Uw aangezicht
wandel in ’t volle licht,
leer mij Uw weg.

Als vrees soms ’t hart benauwt,
leer mij Uw weg.
Als zorg mijn dank verflauwt,
leer mij Uw weg.
Help mij in vreugd en pijn,
noodweer of zonneschijn,
steeds blij in U te zijn,
leer mij Uw weg.

Hoe ook mijn toestand wordt,
leer mij Uw weg.
’t Leven zij lang of kort,
leer mij Uw weg.
Is dan mijn loop volbracht,
vrees ik geen dood of macht,
daar mijn ziel U verwacht,
leer mij Uw weg.

Wat ook dit leven brengt,
Hij is nabij.
’t Zij ’t vreugd of droefheid schenkt,
Hij is nabij.
Hoe sterk ook satans macht,
Jezus geeft licht en kracht,
ieder die Hem verwacht;
Hij is nabij.

Als u verder wilt praten (mailen) kunt u daar verder op ingaan. In het kader van ons onderwerp, hoop ik de volgende keer zo de Heer wil verder te gaan met “Geslachtsgemeenschap buiten het huwelijk”.

Wordt D.V. vervolgd.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW