14 jaar geleden

Gemeente van God (5)

Een wereldwijde eenheid (deel 2b)

 

4. Het huis (van God)

  • Heerlijkheid
  • Heiligheid
  • Orde
  • Afhankelijkheid
  • Betekenis van de Heilige Geest

Een huis verraadt veel. Als iemand ons in zijn huis uitnodigt, krijgen we heel snel een indruk van hem of haar, dus van de eigenaars; welke smaak hij of zij heeft, welke schilderijen aan de wand hangen, hoe alles geordend is (of ook niet), dat alles zegt ons iets over de persoon die daar woont, en wat voor hem belangrijk is.

Zo is het ook met het huis van God. Hij woont in dit huis, daarom ademt dit huis Zijn heerlijkheid. Daar moet ook alles van Hem spreken, wat voor Hem belangrijk is. Dat ziet men al bij het aardse huis van God in de woestijn of ook bij de tempel: de materialen (goud, zilver, verschillende stoffen, enzovoorts) spreken van de Zoon van God.

Wat leren wij uit de verwerkelijking als huis van God?

Paulus beschrijft de vergadering als huis van God (1 Timotheüs 3:15). We moeten dus bij het thema vergadering niet alleen aan de eenheid denken (lichaam van Christus), maar ook aan de principes en de orde van het huis van God. Daar

  1. … moet de heerlijkheid van God gezien worden: “HEERE! ik heb lief de woning van Uw huis, en de plaats van de tabernakel Uwer eer” (Psalm 26:8).
  2. …wordt niets veroorloofd wat in tegenspraak met de eer en de heiligheid van God is: “… de heiligheid is Uw huis sierlijk, HEERE! tot lange dagen” (Psalm 93:5).
  3. … moet de orde van God gehandhaafd worden: “… opdat je weet hoe men zich moet gedragen in het huis van God” (1 Timotheüs 3:15).
  4. … is men van God afhankelijk: “En Mijn huis zal een huis van gebed zijn” (Lukas 19:46).

Huis van God: Wie bouwt het? Hoe wordt er gebouwd?

Opnieuw zijn er verschillende aspecten:

  • Enerzijds bouwt God Zelf het huis, en Hij gebruikt daarvoor levende stenen (1 Petrus 2:5). Het omvat dus de gelovigen sinds Pinksteren (Handelingen 2) en groeit nog.
  • Anderzijds mag men het huis niet als als een bouwgrond voorstellen. Het is al een een woonplaats die af is, “woonplaats van God in de Geest” (Efeze 2:22).
  • Verder kan men het huis van God ook vanuit het oogpunt zien, van wat de mens ervan maakt. Dan bouwen de mensen op het fundament dat Paulus gelegd heeft, en dan geldt de vermaning: “Maar laat ieder uitkijken hoe hij erop bouwt” (1 Korinthe 3:10).
  • In de tweede brief aan Timotheüs spreekt Paulus alleen nog van een “groot huis” (2 Timotheüs 2:20), dat betekent dat men het helemaal niet meer als huis van God herkennen kan. Zo heeft de mens de uiterlijke verschijningsvorm van het huis laten vervallen.

Als gelovigen zijn wij altijd in het huis van God (vergelijk 1 Timotheüs 3:15; 1 Petrus 2:5), niet alleen wanneer wij als gelovigen vergaderd zijn. Wanneer iemand valse leer brengt of iets anders wat God onteert, is dat in tegenspraak met de heiligheid van God, en er bestaat het gevaar dat Zijn heerlijkheid niet meer zo gezien kan worden, zoals het geval zou moeten zijn.

In het bijzonder in de eerste brief van Paulus aan Timotheüs leren we veel over wat tot deze orde van het huis van God behoort en hoe men zich daar gedragen moet. Nauw verbonden met het beeld van het huis van God is ook het beeld van de tempel (Efeze 2:21). Deze beklemtoont heel bijzonder de heiligheid, die de verhouding van de vergadering [gemeente – vertaler] tot God kenmerkt.

Uitweiding:

 

Eén familie

  • Kinderen van God
  • Eeuwig leven
  • Liefde
  • Vergeving

De apostel Johannes schrijft niets over de vergadering als lichaam van Christus of huis van God. Hij beschrijft haar in zijn brieven als familie. Allen die tot deze familie behoren, zijn kinderen van God. Zij bezitten nieuw, eeuwig leven. Binnen deze familie zijn er verschillende niveaus van rijpheid: kleine kinderen, jonge mannen en vaders (1 Johannes 2). Dat is geen afgrenzing van mannelijke gelovigen van vrouwelijke – maar zoals vaak voorkomend in het Woord van God worden de mannelijke beschrijvingen gekozen en vrouwen en mannen daarbij ingesloten. Er zijn gevaren voor de jonge mannen en nog meer voor de kleine kinderen (dat kunnen lichamelijk volwassen mensen zijn – ze worden met het oog op hun geestelijke groei inderdaad als kleine kinderen of als baby beschreven), maar ook altijd toereikende hulpbronnen.

In deze familie heeft men het volle bewustzijn van zondenvergeving. Daarboven uit heerst er een atmosfeer van liefde onder de kinderen van God: “… ieder die liefheeft Hem die deed geboren worden, heeft [ook] lief hem die uit Hem geboren is” (1 Johannes 5:1). Zijn wij ons er altijd bewust van datalle gelovigen op de hele wereld bij deze familie behoren?

Misschien hebt u het al eens beleefd: tijdens de vakantie of op school merkt men plotseling dat men het met een gelovige van doen heeft. Direct is er daar een verbinding, hij is een kind van dezelfde familie.

Michael Hardt, © Folge mir nach

In het volgende artikel: “Een wereldwijde eenheid (deel 2c)”.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW