5. De waarschuwing, terechtwijzing en leiding van de Heilige Geest en de daaropvolgende herkenning van Zijn stem.
Toen de jonge Samuël zijn bediening in de tabernakel te Silo begon, kende hij de stem van de Heer nog niet. Hij dacht dat hij een menselijke stem hoorde en had onderwijs nodig om Gods stem te herkennen (lees 1 Sam. 3). Zo zijn veel van Gods kinderen aanvankelijk ook niet in staat de stem van de Heilige Geest te herkennen, vooral wanneer Hij hen, waarschuwend, probeert te weerhouden van een bepaalde stap, een beslissing of een woord. Dit hoeft op zich niet slecht of onwaar te zijn, maar God waarschuwt Zijn kind omdat Hij het begin ziet van een pad dat naar problemen en moeilijkheden leidt.
Men staat op het punt een vriendschap, huwelijk of zakenrelatie aan te gaan met iemand die beweert een gelovige te zijn; men heeft een onverklaarbaar gevoel van zorgen, van druk, hoewel er noch in de voorgenomen verbintenis, noch in het gedrag van de man geen verwerpelijke dingen of aanwijzingen zijn die gevreesd of herkend moeten worden. Als men het in een oprechte smeekbede voor God brengt, met de vastberadenheid om alleen de wil van God te doen, zal het snel duidelijk worden, dat het de waarschuwende stem van de Heilige Geest is. Hoeveel kinderen van God die, in plaats van voor God te verschijnen, deze waarschuwingen negeerden en de geplande verbinding tot stand brachten, zijn kort nadat het beslissende woord was gesproken, tot het pijnlijke besef gekomen, dat hun weg niet Gods wil was, maar een weg van onheil.
…
Het is vaak hetzelfde met iets wat je op het punt staat te vertellen. Het verhaal zelf kan waar zijn, en je hart kan vrij zijn van haat jegens de mensen over wie je het gaat hebben. Toch is er een innerlijke stem die waarschuwt: “Zeg dat niet!” Je houdt je in; maar hoe vaak gebeurt het, dat je een paar minuten later uitspreekt wat je op het puntje van je tong lag? Nauwelijks is het gezegd of de een verbindt dit, de ander dat met wat er gezegd is; het gesprek neemt een lasterlijke, soms zelfs kwaadaardige, wending. Het kind van God moet bij zichzelf zeggen: “Dit heb ik over mezelf afgeroepen!” De Heilige Geest had de gelovige gewaarschuwd, zodat hij niet onbekwaam zou worden om een getuige voor Jezus te zijn in zijn omgang met de wereld. Elk pad dat een tot dan toe gewetensvol kind van God terug zou kunnen leiden naar de genoegens en de aardse natuur, gaat gepaard met de waarschuwingen van de Heilige Geest: “Ga niet met die man mee! Sla die uitnodiging af! Ga niet naar de kroeg! Lees die roman niet! Blijf niet staan voor die etalage met onzedelijke afbeeldingen!” enzovoort.
Een gelovige officier had de roman “Van kleine garnizoenen” gekocht in de hoop inzicht te krijgen in de omstandigheden die zo breed werden besproken in de pers en onder officieren. Toen hij bij de passage kwam waarin een officier een overspelige relatie met een dame beschreef, voelde hij zo sterk het gevaar, dat dergelijke beschrijvingen voor zijn eigen hart vormden, dat hij zich gedwongen voelde het boek te verscheuren en weg te gooien. Het was de kracht van de Heilige Geest, die zijn hart wilde beschermen tegen onreinheid. Zoals de Heilige Geest in sommige gevallen waarschuwt, zo dwingt Hij ook in andere gevallen.
De leiding van de Heilige Geest, de aansporing om Gods wil te volgen, strekt zich uit tot de meest uiteenlopende gebieden. Hij herinnert gelovigen aan de armen die steun nodig hebben, aan de zieken die bezocht moeten worden, zelfs aan kleine huishoudelijke taken die men dreigde te verwaarlozen. Zoals vele voorbeelden bewijzen, spoort Hij een gelovige op een bepaalde dag aan om geld te sturen voor een werk van God, zodat waar vurig gebeden is, precies het juiste bedrag op precies de juiste dag aankomt, precies zoals het nodig was.
Het volgende fragment is afkomstig uit het dagboek van weeshuisdirecteur Georg Müller:
<<22 november. Onze armoede was nu zeer groot geworden. Het was nog nooit zo groot geweest. Maar dankzij de Heer voelde ik me meer getroost dan ooit; want ik was ervan overtuigd, dat we alleen in deze situatie terecht waren gekomen om ons geloof te beproeven … Ik zei die ochtend: ‘Wanneer de nood het hoogst is, is Gods hulp het dichtstbij,’ dat is zelfs een spreekwoord, en hoeveel te meer mogen wij – Zijn kinderen – nu in onze grote nood op Hem vertrouwen. Ik wist, dat we op de een of andere manier geholpen zouden moeten worden, want de situatie was nu echt nijpend geworden, aangezien er in geen enkel huis iets te eten was, behalve aardappelen, waarvan we er rijkelijk genoeg hadden. En nu, bewonder de trouw van de Heer!”
Vanmorgen om tien uur kreeg ik bericht, dat er een krat met mijn naam erop was aangekomen. Ik haastte me meteen naar de weeshuizen en ontdekte, dat het vanuit de buurt van Wolverhampton was verzonden. Het bevatte twaalf pond sterling voor de weeskinderen en nog veel meer spullen. De vreugde die mijn medearbeiders en ik voelden toen we dit alles voor ons zagen, is onbeschrijfelijk. Je moet het zelf ervaren om het te begrijpen. Het was slechts een paar uur voor de lunch toen deze hulp arriveerde. De Heer wist, dat de weeskinderen niets te eten hadden, en daarom stuurde Hij nu hulp.>>
Ongeveer drie jaar geleden miste E.P., een gelovige in de buurt van Berlijn, zijn trein naar huis. Omdat hij onverwacht een uur over had, besloot hij een aantal zusters te bezoeken die de Heer dienden onder de zielen van meisjes die in zonde waren gevallen. Tijdens hun gesprek vernam hij tot zijn verbazing, dat deze zusters door vijandige invloeden uit hun werk waren verdreven. Binnen enkele dagen zouden ze – zo’n 30 zusters – hun huis, hun bediening en hun levensonderhoud moeten achterlaten, en ze wisten niet waarheen. E.P. had een groot, leegstaand huis in zijn geboortestad en kon deze vervolgde kinderen van God onderdak bieden voor de komende winter. God verhoorde de gebeden van geloof van die 30 zusters door E.P.’s bezoek en uitnodiging. Wie had E.P. die avond tot dit bezoek geleid? Was het niet de Heilige Geest?
De Heilige Geest waarschuwt en spoort niet alleen aan, Hij straft ook! Hij ontneemt een kind van God niet het besef van de redding (dat wordt alleen door Satan bedreigd), maar wel het bewustzijn van de genade. Wanneer Hij straft, kan een kind van God diep ongelukkig worden. Misschien heeft het geweten zich nog niet laten horen; men is zich er nog niet van bewust, dat men de Heer heeft bedroefd of onteerd. Maar een onverklaarbare druk, een gevoel van ongelukkig zijn, bekruipt het hart, waarvan de bron aanvankelijk onbekend is.
Maar zodra hart en knieën zich voor de Heer buigen met de vraag: “Heer, wat staat er tussen U en mij?,” wordt men herinnerd aan iets wat men heeft gedaan, geschreven, gezegd, beloofd of nagelaten – pas dan ontwaakt het geweten en wordt men zich duidelijk bewust van de begane zonde. De straf van de Heilige Geest brengt diepe pijn teweeg bij een gelovig kind van God. Onder dit bewustzijn, dat Gods genade de gelovige niet vergezelt, reikt het hart met een vurig gebed uit naar herstel, naar het genieten van genade.
Zo bereikt de Heilige Geest Zijn doel in zo’n ziel. Heel vaak worden gelovigen er achteraf aan herinnerd, dat de Heilige Geest hen had gewaarschuwd. Een beslissing, een onderneming, brengt soms diepe, pijnlijke gevolgen met zich mee die jarenlang, soms zelfs een leven lang, aanhouden. Achteraf herinnert men zich die waarschuwende gevoelens, dat duistere besef: Dit is niet goed. Het was de stem van de Heilige Geest.
O, dat we toch naar Hem luisteren, de heilige, trouwe Leider, en ons volledig aan Hem zouden onderwerpen in onmiddellijke gehoorzaamheid!
“Zo zegt de HEERE, uw Verlosser, de Heilige van Israël: Ik ben de HEERE, uw God, Die u leert wat nuttig is, Die u leidt op de weg die u gaan moet. Och, had u maar acht geslagen op Mijn geboden! Dan zou uw vrede geweest zijn als een rivier en uw gerechtigheid als de golven van de zee” (Jes. 48:17-18.)
Georg von Viebahn; © www.bibelpraxis.de
Laatste verandering: 14.10.2021 11:09
Geplaatst in: Christendom
© Frisse Wateren, FW