14 jaar geleden

Geestelijke groei (I)

“Daar je weet van wie je het hebt geleerd, en omdat je van jongs af de heilige geschriften kent, die je wijs kunnen maken tot behoudenis door [het] geloof dat in Christus Jezus is” (2 Timotheüs 3:15).

“Laat niemand je jeugdige leeftijd verachten, maar wees een voorbeeld voor de gelovigen, in woord, in wandel, in liefde, in geloof, in reinheid” (1 Timotheüs 4:12).

“Maar jij, mens Gods, ontvlucht deze dingen en jaag naar gerechtigheid, godsvrucht, geloof, liefde, volharding, zachtmoedigheid” (1 Timotheüs 6:11).

In deze drie Schriftgedeelten stelt de apostel Paulus Timotheüs voor als een kind, als een jongeling en als een man. Terwijl deze uitdrukkingen verwijzen naar natuurlijke groei, denk ik dat we er evenwel ook naar kunnen kijken als fases in geestelijke groei. Ieder van ons heeft moeten beginnen als kind, en Paulus maakt een opmerking over het voorrecht dat Timotheüs had doordat hij van jongs af aan onderwezen is in de Heilige Schriften. We weten ook dat hij een vrome moeder en grootmoeder heeft gehad en zij werden allen gekarakteriseerd door ongeveinsd geloof. Dit is essentieel wanneer we geestelijk groeien willen in de dingen van God.

In deze tweede brief schreef Paulus aan Timotheüs (de laatste die hij schreef) en benadrukte hij de belangrijkheid van het Woord van God. In 1:13 spreekt hij over “het voorbeeld van de gezonde woorden”; vervolgens in hoofdstuk 4:2 over “het Woord”, in vers 3 over “gezonde leer”, en in vers 4 over “de waarheid”. Hij zei in 3:15: “de heilige geschriften kent, die je wijs kunnen maken tot behoudenis door [het] geloof dat in Christus Jezus is”. Maar hij zegt verder in vers 16 en 17: “Alle Schrift is door God ingegeven en nuttig om te leren, te weerleggen, te verbeteren en te onderwijzen in [de] gerechtigheid opdat de mens Gods volkomen is, tot alle goed werk ten volle toegerust”.

Het is enkel en alleen door zorgvuldige onderzoek van de Schriften, beide, zowel het Oude Testament als het Nieuwe Testament, dat we kunnen opgroeien in Christus.

Door God geïnspireerd, zijn zij in staat te voorzien in elke toestand van onze ziel teneinde in ons de kenmerken van de mens van God te bewerken, zodat wij geschikt zijn God in deze wereld te dienen.

Timotheüs groeide geestelijk zeker. Toen Paulus uit Efeze vertrok, waar hij drie jaren lang gewerkt had, verkondigende de hele raad van God, waarschuwde hij de oudsten in Handelingen 20:29-30: “Ik weet, dat na mijn vertrek wrede wolven bij u zullen binnenkomen, die de kudde niet sparen; en uit uzelf zullen mannen opstaan, die verdraaide dingen spreken om de discipelen achter zich af te trekken”. Dus had hij iemand nodig die hij kon toevertrouwen om de waarheid die hij had verkondigd te handhaven. Hij aarzelde niet om Timotheüs voor dit moeilijke werk te vragen. Paulus had over deze jonge man gewaakt zodat deze groeien zou, en ontwikkelde die kenmerken die hem zou toerusten dit werk te doen. Lees hoe hij over hem spreekt in Filippi 2:20-22: “Want ik heb niemand van gelijke gezindheid [als hij], die zo trouw uw belangen zal behartigen, want allen zoeken hun eigen [belang], niet dat van Jezus Christus. En u kent zijn beproefdheid, dat hij, zoals een kind zijn vader, met mij in het evangelie heeft gediend“.

Niet alleen was het geloof van Timotheüs echt, zijn zorg voor de gelovigen was ook goed. Hij had bewezen het vertrouwen waard te zijn dat Paulus in hem had. Tegenover een donkere achtergrond van het gros van gelovigen die zich afwendden en hun eigen dingen zochten, hield Timotheüs zich bezig met de dingen van de Heer. Hij was nog een jonge man. Sommigen hebben geprobeerd daaruit voordeel te halen, zijn jeugdige leeftijd verachtende. Maar Paulus schreef: “Laat niemand je jeugdige leeftjd verachten, maar wees een voorbeeld voor de gelovigen in woord, in wandel, in liefde, in geloof, in reinheid”. Het gaf niets dat hij nog een jonge man was wanneer zijn wijze van leven in overeenstemming met de waarheid was en dat zocht te bewaren. Maar hij had nodig om te volharden, en moest ook de genadegave die hij had, niet verwaarlozen en deze dingen behartigen. Zo zegt Paulus in vers 16: “Geef acht op jezelf en op de leer; volhard in deze dingen, want door dit te doen zul je zowel jezelf als hen die je horen, behouden”.

Laten we onszelf de vraag stellen: “Heeft de Heer vertrouwen in mij om de leer van de gemeente, die mensen van God ruim 150 jaren geleden herontdekten, te bewaren, door te leven uit de waarheid”? Paulus had dat vertrouwen in Timotheüs; moge dat bij ons ook zo zijn.

Maar Timotheüs bleef daar ook niet stil staan – hij bleef groeien. Hij heeft de onderscheiding de enige persoon in het Nieuwe Testament te zijn die “mens van God” (1 Timotheüs 6:11) genoemd werd.

Het schijnt dat Timotheüs ontmoedigd was ten tijde van het schrijven van Paulus’ tweede brief. Hij was misschien een timide persoon: Paulus denkt aan zijn tranen. Hij had niet zo’n erg goede gezondheid en Paulus gaf hem hierin advies. Dingen begonnen verkeerd te gaan in de gemeente. Paulus was in de gevangenis. Allen in Asia hadden zich van hem afgewend. Gezonde leer werd door velen niet geaccepteerd en enkelen, die eens trouw waren (zoals Demas), waren weggegaan. Dit was zeker genoeg om een man als Timotheüs te ontmoedigen? Maar nee, Paulus wekte hem op door te gaan, “want God heeft ons niet gegeven een geest van bangheid, maar van kracht, liefde en bezonnenheid”; “O Timotheüs, bewaar het u toevertrouwde pand”, en opnieuw: “Houd tot voorbeeld de gezonde woorden die je van mij gehoord hebt, in geloof en liefde die in Christus Jezus is. Bewaar het goede [jou] toevertrouwde pand door de Heilige Geest die in ons woont”.

Velen van ons hebben een grote rijkdom aan waarheden geërfd, aan ons doorgegeven door godvruchtige mannen, die nu bij de Heer zijn. De vraag die ik mijzelf, ja ons allemaal, wil stellen, is: ‘Zijn wij geestelijk gegroeid zodat wij in onze dagen kunnen bewaren zoals deze mannen van God deden in hun dagen?’

Uit: Toward the Mark

door J. Brett

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM