10 jaar geleden

Geen tijd! – Nieuwjaarsoverdenking

December 2007. Wie kent niet dit gebed van Mozes, de man Gods: “Leer ons alzo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen” (Psalm 90:12)? Juist in de dagen voor oud en nieuw kan een gevoel van weemoed ons bespringen als we denken aan de tijd die voorbijgegaan is. Onze gedachten kunnen dan teruggaan naar dingen die in ons leven plaats vonden of plaatsvinden, en dat ons verdrietig maakt. Een geliefde die is heengegaan, een ruzie die nog nooit is bijgelegd misschien, zorgen om kinderen en/of kleinkinderen, een stuk gelopen huwelijk. Is dit dan niet een prachtig gebed van Mozes? Gisteren komt nooit meer terug! Dat weten we! Maar morgen moet nog aanbreken! Laten ook wij dezelfde wens als Mozes aan Hem voorleggen … en leren van de tijd die achter ons ligt en ons uitstrekken naar de tijd die voor ons ligt. Een tijd die we mogen toewijden aan Hem die Zijn leven ingezet heeft en die ons nooit meer begeeft noch verlaat … Dat de overdenking over het fenomeen “tijd”, waar wij allemaal mee te maken hebben, tot eer van de Heer en voor ons allen tot een zegen mag zijn … Neemt u nu eens de tijd om u met “uw tijd” bezig te houden …

“Ik heb geen tijd!”. Dit is een van de meest gewoonlijke verontschuldigingen in ons leven. En toch hebben wij allen, objectief gezien (dat is niet beïnvloed door eigen gevoel of door vooroordelen) evenveel tijd. Elk uur heeft 60 minuten en iedere dag heeft 24 uur. Het tijdprobleem bestaat daaruit, dat er vaak meer te doen is, dan tijd ter beschikking staat. Daarom willen we nu eens de tijd “nemen” om ons met dit onderwerp bezig te houden.

Tijd is een absoluut kostbaar goed. De apostel Paulus schreef al aan de Korinthiërs: “Dit nu zeg ik, broeders, de tijd is kort” (1 Korinthe 7:29). Zelfs het vergelijkingswijze lange leven van een mens van 70 of 80 jaar wordt door de apostel Jakobus als “damp” aangeduid, “die een korte tijd gezien wordt en daarna verdwijnt” (Jakobus 4:14). Verder kan tijd noch verlengd noch verkort worden. Net zo min kan men tijd door koop verwerven. Zonder ons toedoen verstrijkt de tijd al maar door en niet te stuiten. De tijd blijft niet staan – of wij haar gebruiken of niet. De tijd die wij verspillen, is voor altijd voorbij en komt niet terug. De hoofdstelregel luidt daarom voor elke persoonlijke tijdsplanning heel eenvoudig: Tijd moet ingedeeld worden!

Dit is makkelijker gezegd dan gedaan. Is het niet zo dat wij sommige dingen al sinds lange tijd doen willen, maar er niet toe komen en toch gelijktijdig toegeven, dat wij voor andere activiteiten tijd hebben? Daarom moeten wij allen leren met onze tijd zinvol om te gaan en haar juist in te delen. Want één ding is duidelijk: De tijd is een geschenk van God, dat Hij ons als het ware elke dag geeft, en Hij verwacht van ons dat wij haar goed besteden. De apostel Paulus drukt dit in zijn brief zo uit: “Kijkt dus nauwkeurig uit hoe u wandelt, niet als onwijzen maar als wijzen, terwijl u de geschikte gelegenheid ten volle uitbuit, want de dagen zijn boos” (Efeze 5:15-16).

Zoals eens gezegd werd: Er zal altijd een grotere keuze aan bezigheden zijn, dan tijd ter beschikking staat, en daarom moeten wij zelf een beslissing nemen wat wij doen willen. De beslissing wat wij precies willen doen, zal misschien overeenkomstig de omstandigheden genomen worden of wat volgens gewoonte respectievelijk traditie is. Wij beslissen – op de een of andere wijze -, en in de regel richten we ons op de doelen die wij hebben.

Doelen bestemmen in de regel onze indeling van de tijd

Doelen beschrijven de dingen die wij graag willen bereiken. Plannen omvatten het totale proces om het doel vast te stellen tot aan het vastleggen van de afzonderlijke stappen en wegen om het doel te bereiken. De doelen en plannen die wij hebben (of in gedachten of schriftelijk), bepalen daarom voor ons bewust of onbewust, waarmee wij onze tijd doorbrengen, en daarmee ook voor welke bezigheid wij beslissen. Wanneer iemand die jong is en op die leeftijd het doel of voornemen heeft het rijbewijs te behalen, zo zal dit doel zijn tijdsindeling beïnvloeden. Hij zal tijd nemen om de basiskennis voor het examen door te werken. Wanneer op een bepaalde dag in de week ‘s avond de theorie plaatsvindt, zo zal hij deze tijd van andere verplichtingen en werkzaamheden vrijhouden. Hij zal normalerwijze ernaar streven, om dit doel zo snel als mogelijk is en op een directe wijze zien te bereiken.

Over het thema doelen

We lezen we in de Schrift op vele plaatsen erover, dat wij een duidelijk doel hebben moeten. Met het beeld van een sportwedstrijd zegt de apostel Paulus bijvoorbeeld, dat wij doelbewust moeten voortgaan, wanneer we in ons leven zinvol voor God werkzaam willen zijn. Hij schrijft: “Weet u niet, dat zij die in de renbaan lopen, allen wel lopen, maar één die prijs ontvangt? Loopt zo, dat u die verkrijgt … Ik loop daarom zo, niet als in onzekerheid; zo boks ik, niet alsof ik in de lucht sla” (1 Korinthe 9:24). Een duidelijk en eenduidig doel was het, dat hem zijn hele energie voor een zaak inzetten liet: “terwijl ik vergeet wat achter is en mij uitstrek naar wat vóór is, jaag ik in de richting van het doel naar de prijs van de hemelse [letterlijk: bovenwaartse] roeping van God in Christus Jezus” (Filippi 3:14). Voor zijn bekering heeft Paulus “onwetend in ongeloof (1 Timotheüs 1:13) naar andere doelen gestreefd. Nu heeft God hem de ogen voor “nieuwe” doelen geopend. De dingen waarmee hij voor zijn bekering zijn tijd doorbracht, achtte hij voor “schade” en “vuilnis” (vergelijk Filippi 3:7-8). Niemand van ons zou graag aan het einde van zijn leven met leedwezen op de dingen willen terugzien, die hij had kunnen doen maar die hij echter verzuimd heeft, omdat hij naar andere (onbelangrijkere) doelen gestreefd heeft. Laten wij ons daarom doelen stellen, die met het plan van God voor ons leven overeenstemmen. Zulke doelen hebben als grondslag het Woord van God.

Voordat wij ons ook maar doelen stellen, moeten wij ons gedachten over ons levensdoel maken, want alle andere doelen zouden zich van ons levensdoel afleiden, respectievelijk ons dit doel dichterbij brengen.

Wat is ons levensdoel?

Uit het Nieuwe Testament weten wij dat de Zoon van God het gehele universum inclusief de mensen door Zich en tot Zich geschapen heeft (Kolosse 1:15-16). “Door Hem en tot Hem” betekent dus, dat alle mensen geroepen zijn God te dienen en tot Zijn vreugde te leven. Daardoor verheerlijken zij Hem. Dit was het doel van God met de schepping van de mens. De vraag is nu, of ons levensdoel met dit doel van God overeenstemt. Dit doel omvat alle levensterreinen. Het moet in het gezin, in het beroepsleven, in het gemeenteleven en in onze vrije tijd verwerkelijkt worden. Wanneer wij alle activiteiten met het oog op dit doel plannen zouden, welk een verandering zou dit dan in ons leven bewerken! Zouden wij ons bij onze tijdsindeling bij iedere bezigheid afvragen, of dit ons doel dichterbij brengt, zo zouden wij zeker minder over tijdsgebrek klagen, omdat wij vele onbetekenende dingen helemaal niet meer doen zouden.

De Heer Jezus heeft dit levensdoel volkomen verwerkelijkt, en daarom doen wij er goed aan dit voorbeeld met het oog op ons thema te overdenken. Wanneer wij het leven van de Heer Jezus in de vier evangeliën beschouwen, heeft Hij onmiskenbaar nooit tijd verspild of is in hectiek (drukte) uitgebroken. Natuurlijk was Hij God en mens in één Persoon en daarom ook Heer over de “tijd”. Toch kunnen wij van Hem leren. Bij alles wat Hij deed en sprak, had Hij Zijn levensdoel vast voor ogen. Hij was Zich altijd van dit doel bewust. Hij zei: “Mijn spijs is, dat Ik de wil doe van Hem die Mij heeft gezonden en Zijn werk volbreng” (Johannes 4:34). De Heer Jezus plande Zijn tijd altijd met het oog op deze opdracht. Omdat Hij Zich op het belangrijke concentreerde, kon Hij binnen een relatief korte tijd van 3 1/2 jaar alle opdrachten uitvoeren, die noodzakelijk waren om Gods plan te vervullen. Daarmee heeft Hij tijdens Zijn korte dienst een zo betekenisvolle opdracht uitgevoerd, zodat zich de gevolgen daarvan vandaag nog tot miljoenen mensen uitstrekken en de resultaten daarvan tot in eeuwigheid zullen blijven bestaan. Laten we leren van Hem! Laten we leren ons levensdoel, God te verheerlijken doordat wij Hem dienen, altijd voor ogen te hebben en alle andere (ondergeschikte) doelen met het oog daarop te plannen en uit te voeren.

God te verheerlijken is ons levensdoel. Dit betekent echter niet, dat wij dit doel pas aan het einde van ons leven bereiken kunnen. Natuurlijk kunnen wij God elk uur en dagelijks verheerlijken. Levensdoel betekent hier dus, dat dit doel zich over ons hele leven uitstrekken moet, wij zullen daarmee niet aan een einde komen kunnen. Opmerkenswaard is in dit verband de letterlijke betekenis van het woord “zondigen”, dat zowel in het Grieks als ook in het Hebreeuws “het doel missen” betekent.

Lange, middellange en kortstondige doelen

Van het levensdoel God te verheerlijken, leidt men lange, middellange en kortstondige doelen af. Langdurige doelen kunnen we ook als “levenslange doelen” bestempelen. Middellange doelen hebben eerder een horizon van enkele jaren.

Hiervan een voorbeeld: Om God te kunnen verheerlijken, moeten we Zijn wil voor ons leven kennen. Daaruit resulteert bijvoorbeeld het doel het Woord van God beter te leren kennen. Dit doel vinden we ook in het Woord van God. God wil graag dat “alle mensen behouden worden en tot kennis van de waarheid komen” (1 Timotheüs 2:4). Uit zo’n langdurig doel kan ik voor mij persoonlijk het middellange doel (meerdere jaren) afleiden, om het Nieuwe Testament door te werken. Een daaruit resulterend jaardoel is bijvoorbeeld, de vier evangeliën te bestuderen.

Kortstondige doelen zijn dan zulke doelen, die wij in de volgende 6-12 maanden bereiken willen. Om bij ons voorbeeld te blijven: Het kortstondige doel voor de volgende vier of zes maanden kan zijn, dat ik mij met het Mattheüs-evangelie nader bezighoudt. Het voordeel van kortstondige doelen is, dat wij normalerwijze direct beginnen kunnen, daar naar te streven. De kortstondigheid bergt echter ook het gevaar van verspilling in zich. Hoe sneller een kortstondig doel bereikt kan worden, des te eerder wij ons een “uitvlucht” of een “pauze” veroorloven, des te onbeduidender schijnt de invloed op het levensdoel te zijn. Maar alleen de vele kleine stappen (in ons voorbeeld het bestuderen van enkele verzen) van het dagelijks leven brengen ons bij het globale doel. Een afwijken ervan of het pauzeren is daarom in zijn uitwerking niet te onderschatten.

Prioriteiten zijn het eigenlijke geheim van de tijdsplanning

Het werd al aangeduid, dat het eigenlijke probleem van de tijdsplanning daarin bestaat, dat in het algemeen het aantal doelen die wij graag zouden willen bereiken, meer tijd vragen dan ter beschikking staat. Daarom moeten wij afwegen, welk doel we sterker willen najagen en welk ander doel wij daarvoor misschien helemaal opgeven moeten, om tijd voor het bereiken van belangrijkere doelen te hebben. Nu dringt zich de vraag op hoe ik uit de veelvoud van goede doelen diegene eruit kan halen, die ik juist wil najagen.

Daartoe moeten wij “prioriteiten” stellen. Het woordenboek ‘Der Duden’ (Duits) zegt hierover: “volgorde; betekenis, functie; iets wat binnen een volgorde inneemt; hogere rang; grotere betekenis; met voorrang”. [De Nederlandse Van Dale zegt hierover: “Voorrang; wat voorrang heeft of krijgt; kwestie wie of wat voorafgaat – vertaler]. In verband met ons tijdsprobleem ordenen wij de veelvoud van doelen in een volgorde overeenkomstig dan aan welke doelen wij een eerste, tweede, derde enzovoorts prioriteit geven moeten. Maar niet alleen bij de keus van doelen, maar ook bij onze dagelijkse tijdsplanning spelen prioriteiten een uiterst belangrijke rol, waarop later nog uitvoeriger ingegaan wordt (vergelijk gedeelte “dagplanning en tijdsplanning”).

De vraag is nu, hoe prioriteiten bepaald worden. De prioriteiten te kennen, is het eigenlijke geheim ter beheersing van onze tijdsindeling. Er zijn twee sleutelbegrippen die bij het vaststellen van de prioriteiten een belangrijke rol spelen: Belangrijkheid en dringende noodzaak. De belangrijkheid kan met de volgende vragen geordend worden: Kan ik met dit kortstondige doel een stuk dichter bij een belangrijk hoger doel (of levensdoel) komen? De dringende noodzaak heeft daarop betrekking, hoe spoedig iets afgemaakt of bereikt moet worden. We neigen er gemakkelijk toe teveel opmerkzaamheid te schenken aan de dringende noodzaak en te weinig aan de belangrijkheid.

Een voorbeeld voor het stellen van prioriteiten geeft ons Paulus op zijn derde zendingsreis. Hij heeft zich voorgenomen, nadat hij door Macedonië en Achaje getrokken was, naar Jeruzalem te reizen (Handelingen 19:21). Op zijn terugreis naar Jeruzalem kwam hij ook Efeze voorbij, en dan staat er in Handelingen 20:16: “Want Paulus had zich voorgenomen Efeze voorbij te varen om geen tijd in Asia te verliezen; want hij haastte zich om zo mogelijk op de pinksterdag in Jeruzalem te zijn”. Zijn doel om met Pinksteren in Jeruzalem te zijn, heeft een zo hoge prioriteit, dat hij Efeze voorbij voer om geen tijd te verliezen, hoewel Paulus zeker graag alle gelovigen daar weergezien zou hebben (zo zag hij slechts alleen de oudsten, die hij van Miléte bij zich riep).

Hoe belangrijk is het de verschillende doelen in de juiste volgorde te brengen, zien wij in een voorbeeld in het Oude Testament bij het volk Israël ten tijde van de profeet Haggaï. De Heer moest door de profeet klagen: “Is het voor u wel de tijd, dat gij woont in uw gewelfde huizen, en zal dit huis woest zijn?” (Haggaï 1:4). Het is in principe geen slecht doel, zich een thuis te scheppen, waarin men zich wel voelt. Wanneer men aan dit doel echter een zo grote waarde hecht, dat men teveel tijd daarvoor aanwendt en daarbij andere doelen – zoals bijvoorbeeld de bouw van het huis van God (welke ons ons levensdoel dichterbij brengt) – uit het oog verliest, dan is dat een tijdsindeling waarmee God Zijn zegen niet verbinden kan. Hoe belangrijk is het daarom, uit de veelvoud van mogelijke doelen in ons leven het juiste doel uit te kiezen en daaraan de juiste prioriteit te geven.

Overdachte plannen en leiding door de Heer – een tegenstrijdigheid?

In het vorige stukje hebben we er ons mee bezig gehouden, dat een doeltreffende tijdsplanning respectievelijk tijdsindeling een goede tijdsplanning veronderstelt. Maar eerst is er nog de vraag of het een tegenstrijdigheid is, om aan de ene kant plannen te maken (bijvoorbeeld doelen te stellen en over maatregelen tot het bereiken van deze doelen na te denken) en zich aan de andere kant volledig in alle situaties door de Heilige Geest te laten leiden.

We vinden in de Schrift vele plaatsen die ervan spreken, dat wij met overleg, wijs en verstandig ons leven leiden moeten (Spreuken 12:20; Efeze 5:15-16; Filippi 3:14; Kolosse 4:5). We vinden ook vele aanwijzingen waarnaar wij ons moeten uitstrekken (Daniël 1:8; Mattheüs 6:33; Romeinen 1:13; 12:13; 1 Timotheüs 3:1). Dit streven houdt ook in planvol en doelbewust te werk gaan. Ook de Heer Jezus heeft een handelen met veel overleg en vooruitdenken bepleit. Hij gebruikte de volgende illustratie om te verklaren waarom iemand zorgvuldig overleggen moet, als hij een discipel worden wil: “Want wie van u, die een toren wil bouwen, gaat niet eerst de kosten zitten berekenen, of hij wel genoeg heeft om hem te voltooien?” (Lukas 14:28). Toekomst georiënteerd denken is zeker bijbels, maar niet een passief “zich-laten-drijven” volgens het motto “we zien wel”. Dat wordt nergens bepleit. Het is echter uiterst merkwaardig, dat op vele plaatsen waar van “wijze wandel” sprake is (en daarmee indirect van tijdsplanning), onmiddellijk daarna van de wil van de Heer respectievelijk van de wil van God gesproken wordt. In aansluiting op Efeze 5:15-16 wordt gezegd: “Weest daarom niet onverstandig, maar verstaat wat de wil van de Heer is” (vers 17). In Jakobus 4 worden vanaf vers 13 zij, die grote plannen voor hun toekomst hebben met de woorden aangesproken: “In plaats dat u zegt: Als de Heer het wil en wij leven, zullen wij dit of dat doen” (vers 15). Niet het plannen wordt veroordeeld, maar het plannen zonder met de wil van de Heer rekening te houden of er naar te vragen. Plannen staat daarom niet in tegenstelling met de leiding van de Geest, maar de grondregel luidt: “Al het plannen moet in overeenstemming met de wil van de Heer en vandaar onder de leiding van de Heilige Geest plaatsvinden; of anders gezegd: De wil van God moet voor mij tot mijn plan worden.

Bij alle planningen die wij voornemen, moeten wij toch ten allen tijde open staan voor correctie en veranderingen, wanneer de Heer ons dit duidelijk maakt, wat natuurlijk gemeenschap met Hem veronderstelt. God heeft vaak andere plannen voor ons, die voor ons of anderen tot zegen worden. Zijn wegen en Zijn gedachten zijn hoger dan onze gedachten (Jesaja 55:9).

Dit principe kan met behulp van drie voorbeelden uit de Schrift gestaafd worden:

  1. In 1 Koningen 8:17-19 bericht Salomo erover, dat zijn vader David in zijn hart het plan opgevat heeft “een huis voor de Naam van de HEERE, de God Israëls, te bouwen” en God duidt dit plan respectievelijk dit voornemen als “welgedaan”. Het plan zelf was God welgevallig, toch wilde God voor de uitvoering van dit plan een andere persoon gebruiken (namelijk Salomo).
  2. In Romeinen 1:13 lezen we van Paulus’ plannen, hoe hij zich “dikwijls voorgenomen” heeft tot de gelovigen in Rome te komen, maar hij werd gehinderd want dat was in deze tijd nog niet naar de wil van God (zie vers 10).
  3. Nog een voorbeeld vinden we in Handelingen 16, waar de Heilige Geest, respectievelijk de Geest van Jezus een gepland voornemen verhindert en een correctie van de reisroute van de apostel Paulus bewerkstelligt (vers 6-10).

Tijdsplanning in de praktijk omzetten

Er zijn goede boeken over het thema tijdsplanning, die checklisten en hulpmiddelen daarvoor aanbieden. Ook tijdsplanningskalenders kunnen zeer nuttig zijn bij het omzetten van verschillende tijdsindelingsprincipes in de dagelijkse praktijk. Een nadere uiteenzetting hierover zou zeker buiten het kader van dit artikel vallen, zodat afsluitend alleen nog enkele principiële aanwijzingen in verband met de praktische toepassing van de tijdsplanning volgen zullen:

  1. Gebed: Het gebed is een van de belangrijkste voorwaarden bij alle plannen. Alleen God weet, hoe het beste plan voor ons leven eruit ziet. Wanneer onze doelen niet op Gods plan geconcentreerd zijn, zullen wij zeker onze tijd met vele onbelangrijke dingen verspillen. Vragen wij God om wijsheid (Jakobus 1:5) en om duidelijkheid voor onze doelen. vertrouwen wij hem al onze voornemens toe. “Wentel uw werken op de HEERE, en uw gedachten [plannen] zullen bevestigd worden” (Spreuken 16:3).
  2. Gods Woord: Onze doelen en onze voornemens mogen niet in tegenspraak zijn met het Woord van God, maar moeten in overeenstemming met Gods plan voor ons als gelovigen zijn. Laten wij onze doelen daarom beproeven met het oog daarop, of zij met het onderwijs en de aanwijzingen van de bijbel overeenstemmen.
  3. Motieven: Laten we er ook eens over nadenken aan welke motieven ons handelen met het bereiken van een bepaald doel ten grondslag ligt. Doelen zouden niet ter bevrediging van onze eigen wensen moeten dienen. Ook bij geestelijke doelen kunnen wij heel gemakkelijk egoïstische, zelfzuchtige motieven hebben (vergelijk de onbaatzuchtige motieven van de apostel Paulus in 1 Thessalonika 2).
  4. Correctie: Zoals al aangegeven is, zouden wij bij alle planningen altijd voor veranderingen en correcties open moeten staan, wanneer de Heer ons dit duidelijk maakt. Laten we ook acht slaan op de wijze raad van geestelijke en ervaren medebrusters. “De leer van de wijze is een springader des levens, om af te wijken van de strikken des doods” (Spreuken 13:14; vergelijk ook 8:1); en de “raad van de oudsten” zouden wij niet moeten verlaten (1 Koningen 12:13).
  5. Formulering: Doelen moeten duidelijk, concreet en helder geformuleerd zijn. Bovendien zouden ze ook in een bepaalde tijdsperiode realiseerbaar moeten zijn. De Heer Jezus heeft immers helder en duidelijk Zijn opdracht genoemd. We lopen gemakkelijk gevaar in plaats van concrete doelen raadselachtige voorstellingen of dromen te hebben, die echter tenslotte niet concreet realiseerbaar zijn (voorbeeld: In de toekomst zou ik mij graag meer om oudere brusters of alleenstaanden willen bekommeren … in plaats van: in 2008 zou ik graag eenmaal per maand oudere brusters willen uitnodigen of bezoeken).

Hebben we rekening houdend met deze principes enkele doelen vastgesteld, dan moeten we een programma opstellen, dat betekent wij zouden ons daarover gedachten moeten maken, welke afzonderlijke stappen te nemen zijn, om tot het gewenste resultaat te komen.

Dagplanning en tijdsplanning

De volgende stap in onze planning zal zijn, de door te voeren stappen of maatregelen tot het bereiken van onze doelen in het dagverloop in te passen. Hiertoe kan het helpen een termijn- of tijdsplannings-boek bij te houden, waar wij in de dagoverzichten de dagelijkse activiteiten ter doorvoering van bovengenoemde plannen opschrijven. Belangrijk is bij de planning echter, dat wij ons voor de belangrijke bezigheden, die uit de doelplanning volgen, vroegtijdig tijd reserveren en haar in ons dagprogramma opnemen. Wanneer we in onze tijdsplanning niet vroegtijdig de activiteiten uitvoeren, waarvan wij weten dat we deze zouden moeten doen, zullen wij onze tijd waarschijnlijk met dingen doorbrengen, die op de lange duur onbelangrijk respectievelijk minder belangrijk zijn.

Het bekende tijdsprobleem bestaat nu daarin, dat er bijna elke dag meer dingen te doen zijn, dan tijd ter beschikking staat. Net als bij het uitkiezen van doelen moeten ook hier prioriteiten gesteld worden, die zich richten op de belangrijkheid en noodzakelijkheid. Een werk is dan zeer belangrijk, wanneer zij helpt een belangrijk doel te bereiken. Wanneer een bezigheid op geen van de gestelde doelen betrekking heeft, is zij ook niet zeer belangrijk. Noodzakelijkheid heeft betrekking daarop, hoe spoedig iets moet worden voleindigd. Wanneer er iets ergens in de volgende maanden afgemaakt moet worden, is het ook niet erg dringend. Opdrachten met hogere belangrijkheid en hogere noodzakelijkheid krijgen de hoogste prioriteit. Omdat wij allemaal geneigd zijn, de noodzakelijkheid zoveel gewicht toe te meten, is het verstandig voor een opdracht die weliswaar dringend maar niet erg belangrijk is, een lagere prioriteit in te ruimen. Misschien komt men er dan niet toe, deze opdracht te vervullen, maar daarvoor zal men meer tijd voor belangrijkere opdrachten hebben. In overeenstemming met hun belangrijkheid en noodzakelijkheid is dus elke geplande dagactiviteit met een prioriteit toe te rusten, bijvoorbeeld:

A = Allerhoogste prioriteit;

H = Hoge prioriteit;

M = Matige prioriteit;

L = Laagste prioriteit).

Omdat wij allen helaas gemakkelijk en vaak ervan afgeleid worden, een geplande bezigheid uit te voeren, en bovendien veel ongeplande dingen op ons afkomen, zouden we altijd met de hoogste prioriteit, dat betekent met de belangrijkste prioriteit, beginnen moeten. Op grond hiervan is het ook zinvol met onze “stille tijd” direct in de vroegte te beginnen, daar wij anders onvermijdelijk in de loop van de dag door zo vele (meermalen ongeplande) dingen in beslag genomen worden, zodat we tenslotte geen tijd meer vinden, deze belangrijke zaak te doen.

Het houden aan de tijdsplanning

Bij de tijdsplanning bestaat het grote probleem meestal daarin, de genomen maatregelen van een dag ook daadwerkelijk uit te voeren. Als wij ons alle hierboven beschreven planningen voorgenomen hebben, zo hebben wij er toch geen nut van, wanneer we deze niet daadwerkelijk in de daad omzetten. Integendeel, wanneer we plannen en niets daarvan realiseren, hebben we zelfs onze tijd uitdrukkelijk verspild. Hoe vaak nemen wij ons voor, iets te doen, schrijven het zelfs op en houden ons er niet aan! De beste aanbeveling tot het uitvoeren van de geplande activiteiten is, zich door God op de juiste wijze te laten motiveren, dat betekent Hem om vreugde en energie voor het uitvoeren van een opgave te vragen.

Wanneer wij iets graag doen, zullen we het ook eerder in de daad omzetten. Anderzijds neigen we ertoe, voor de activiteiten die wij niet graag doen, verontschuldigingen te zoeken, om het op te schuiven, hoewel we het tenslotte dan toch eens doen moeten. De interesse aan geestelijke dingen komt niet automatisch op ons af. Echte vreugde aan geestelijke dingen kan ons God toch schenken, wanneer we Hem ernstig daarom bidden. En alleen dan zullen wij ook de juiste prioriteiten kennen, zullen ons aan het tijdsplan houden en het plan van God voor ons uitvoeren. Volgens Filippi 2:13 is het God, die in ons het willen als ook het werken aanbrengen wil.

Samenvatting

Misschien gaat het bij de een of ander lezer ook zo als bij mij: als men aan de verloren tijd van zijn leven terugdenkt, ondervindt men een groot gebrek in de tijdsplanning. Des te belangrijker is het voor ieder die iets dergelijks ondervindt, de nog ter beschikking staande (misschien zeer korte) tijd beter in te delen en te benutten. Misschien kunnen we uit dit artikel de volgende aansporingen meenemen:

  1. Leren we uit de veelheid van mogelijke doelen (en de keus is groot) zulke uit te kiezen en na te streven, die ons het levensdoel, namelijk God te verheerlijken, dichterbij brengt.
  2. Vergeten we niet, bij de vaststelling van doelen en plannen de wil van de Heer te vragen en steeds open staan voor correcties, wanneer Hij ons dit duidelijk maakt.
  3. Reserveren wij vroegtijdig tijd en termijnen voor zulke opdrachten, die ons de belangrijke doelen dichterbij brengen, anders zullen wij door andere dingen in beslag genomen worden.
  4. Stellen wij bij de veelvoud van opdrachten, die dagelijks te overwinnen zijn, prioriteiten. De belangrijkste opdrachten moeten het eerst doorgevoerd worden.
  5. Vragen wij aan het begin van elke dag opnieuw, dat de Heer ons de vreugde en kracht schenkt, de werkelijk belangrijke en geplande bezigheden ook daadwerkelijk uit te voeren.

Gunter Ehe, © Folge mir nach

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol