11 jaar geleden

GAP-theorie

De vraag of er tussen Genesis 1 vers 1 en 2 een tijds-tussenruimte is geweest, wordt onder Christenen sinds lange tijd als twistpunt gediscussieerd. We geven op deze plaats de (ingekorte) brief van een broeder door, die deze tussenruimte afwijst. Ook het antwoord voegen wij toe.


Beste Manuel, Lang heb ik over de opvatting nagedacht of Genesis 1 vers 2 de gedachte mogelijk maakt, dat een bepaalde tijdsduur tussen de verzen 1 en 2 ligt. Broeder Kelly laat zelfs ruimte voor geologische periodes met fossielen. Dat is volgens mij in tegenspraak met de Schrift. Want dan zou het mogelijk zijn, dat de dood niet door de zondeval van de mens in de wereld is gekomen (verg. Rom. 5:12). Neen: de dood kan niet voor die tijd geheerst hebben. Ik geloof dat in het bijzonder drie Schriftplaatsen de Gap-theorie tegenspreken:

In Exodus 20 vers 11 en 31 vers 17 wordt ons duidelijk gezegd, dat God de Schepper van hemel en aarde en alles wat in haar is, in 6 dagen gemaakt heeft. De hemel wordt hier zoals in Genesis 1 vers 1 genoemd. Daardoor is Genesis 1 vers 1 ingesloten. De Heer Jezus zegt in Markus 10 vers 6: “van het begin van [de] schepping echter heeft Hij hen mannelijk en vrouwelijk gemaakt”. Dus wordt de schepping van de mens met het begin van de schepping verbonden en niet miljoenen jaren later uitgevoerd. Genesis 1 vers 31 stelt vast, dat alles wat God geschapen heeft, zeer goed was. Dat houdt in de hemel met de alle engelen, de aarde met alles wat daarin is. Zou God hebben kunnen zeggen, dat alles goed was, wanneer door een gevallen engel de zonde in Zijn schepping ingetreden zou zijn?

Het tijdstip van de val van satan tussen vers 1 en 2 is pure speculatie. De schepping werd niet in een chaos gestort, maar de aarde was eenvoudig nog niet klaar, was nog woest en leeg. God heeft de 6 dagen daarvoor gebruikt en neemt dat als voorbeeld voor onze weekindeling. In Ezechiël 28 vers 11-19 wordt over satan in beeld als de koning van Tyrus gezegd, dat hij in Eden was, de tuin van God. Pas daarna wordt over zijn val bericht. Daarom moet hij in Eden nog in niet-gevallen toestand geweest zijn. Ook dat is in tegenspraak met dat satan tussen Genesis 1 vers 1 en vers 2 gevallen is. Het gevolg van zijn val is volgens Ezechiël 28 vers 17, dat hij geen toegang meer tot de berg van God heeft. De gedachte dat in Genesis 1 vers 2 een oordeel over de aarde kwam, is onlogisch. Zij was nog niet klaar en precies volkomen, zoals Jesaja 45 vers 18 duidelijk maakt. Het oordeel vanwege de zelfverheffing van satan betreft gevallen engelen, niet de aarde. De aarde werd pas na de zondeval van de mens in gemeenschappelijk lijden getrokken. Men moet bedenken, dat de Gap-theorie door mensen bedacht werd, die een opening in de Schriften zochten, om de verzonnen geologische periode te rechtvaardigen en op deze wijze een opening voor de evolutie-theorie te scheppen. Helaas is men bij de broeders “in deze val gelopen”, hoewel men de evolutie-gedachten veroordeelt. Daardoor wordt aan speculatieve gedachten de weg bereid. Ik hoop dat mijn overwegingen ook anderen dienen kunnen. Met liefdevolle broederlijke groeten in de Heer.

A.B.


Antwoord:

Geliefde A.,

Hartelijk dank voor uw gedachten over de vraag of er tussen Genesis 1 vers 1 en 2 een tijds-tussenruimte geweest is. In de eerste plaats herhaal ik in verkorte vorm een paar argumenten uit het vorige blad*, die mij ertoe brengen, tussen vers 1 en 2 een tussenruimte te zien:

Wat gebeurde er “tussen” vers 1 en 2?

  • Tussenruimte tussen vers 1 en 2:

a) Uit Jesaja 45 vers 18 leid ik af, dat de schepping zo niet uit de hand van God kan zijn voortgekomen. Het daar genoemde woord “ledig” is hetzelfde woord als “woest” in Genesis 1 vers 2. Zo – namelijk woest – heeft God de aarde niet geschapen, betekent het daar. Genesis 1 vers 2 toont daarom volgens mij niet, zoals de schepping was nadat God haar geschapen heeft, maar een toestand waarin de schepping viel – daardoor was zij toen zo.

b) Vers 2 spreekt alleen van de aarde – niet van de (onzichtbare) hemel. Dat kan een heenwijzing daarnaar zijn, dat de catastrofe alleen de aarde getroffen heeft.

c) Het “en”** in vers 2 duidt erop, dat vers 1 geen titel is, die vanaf vers 2 verklaart wordt, maar dit vers spreekt van iets nieuws, een aanvulling op vers 1.

  • God schept geen chaos, wat God is niet een God van wanorde. De tegenstander satan, maakt chaos, waar hij ook maar kan. God nooit. Hij maakt alles goed!
  • De beide woorden “woest en ledig” (Tohu wabohu) komen alleen nog op twee plaatsen voor in de bijbel, en wel in verbinding met oordeel (jes. 34:11; Jer. 4:22-23). Het ligt daarom voor de hand, dat het ook in Genesis 1 vers 2 niet om een tussentoestand gaat.

Nu nog enkele gedachten over de door u aangevoerde bijbelverzen en argumenten: In Romeinen 5 vers 12 gaat het erom, dat de mens (Gen. 3) de zonde in de wereld gebracht heeft en door zijn zonde de dood tot alle mensen doorgedrongen is. In dit vers vinden we geen heenwijzing naar de dood van dieren of planten. uit Romeinen 8:20 weten wij, dat de schepping onder de gevolgen van de zondeval te lijden heeft. Zij is aan de vruchteloosheid onderworpen. Hier wordt de uitdrukking “schepping” niet concreet op afzonderlijke schepsels betrokken. Misschien is aan het verwachten van de gezamenlijke redeloze schepping (zowel levende als levenloze) te denken. Overigens wordt satan de vader van de leugen genoemd (Joh. 8:44), die van het begin af aan zondigt (1 Joh. 3:8) – zeker vóór hij de mens tot zondigen verleid heeft. Principieel bedoel ik dat “woest en leeg” niet Gode waardig is. God schept geen “Tohu wabohu”. Wanneer men eens Jesaja 45 vers 18 en Genesis 1 vers 1 naast elkaar legt, zou duidelijk moeten worden dat Genesis 1 vers 2 niet het resultaat van de schepping van God zijn kan:

Jesaja 45:18                                                      Genesis 1:1-2

niet leeg [woest]                                                 schiep God … de aarde.

schiep Hij …                                                       En de aarde was ledig [woest]

De uitdrukking “niet leeg” in Jesaja 45 toon volgens mij, dat de aarde op geen enkel tijdstip woest (leeg) uit de hand van God voortgekomen is. Wanneer God volgens Genesis 1 vers 1 de aarde geschapen heeft, zij echter daarna (of in de loop van het scheppen) toch woest geweest zou zijn, zou dat in tegenspraak met de uitsluitende bepaling van Jesaja 45 vers 18 zijn: niet-woest.

Exodus 20 vers 11 en 31 vers 17 hebben volgens mij betrekking op de in Genesis 1 vers 8 genoemde atmosferische hemel, niet op de onzichtbare hemel, waarom het in Genesis 1 vers 1 gaat. Daarbij moet men ermee rekening houden, dat God met “hemel” niet altijd hetzelfde aanduidt: soms heeft het betrekking op de onzichtbare wereld, soms op de atmosferische hemel.

Markus 10 vers 6 toont, dat God Zijn scheppingswerk als een karakteristiek geheel aanziet. Het betekent hier zeker niet: “van het begin van de schepping af”, in de grondtekst ontbreekt het lidwoord voor het woord “schepping”, zodat het niet om het scheppen gaat, maar om het karakter van dat, wat God “maakte”: man en vrouw als een bij elkaar horend echtpaar. Om de vraag van Genesis 1 vers 1 en 2 gaat het niet. Overigens verbindt God op verschillende plaatsen het begin van de schepping met bepaalde punten, die gedeeltelijk pas veel later plaatsgevonden hebben (verg. Hebr. 4:3,4; 9:26; Luk. 11:50,51).

Genesis 1 vers 31 heeft betrekking op dat, wat God “gemaakt” heeft. Dat, wat God in de zeven dagen “gemaakt” heeft, was alles zeer goed. Om het maken van engelen etc. gaat het in Genesis 1 vers 31 toch niet, omdat daar de focus van Genesis 1 vers 1 op het levensterrein van de mens ligt. Wat het onderscheid tussen “scheppen” en “maken” betreft: Wanneer in de Schrift “geschapen” wordt, dan wordt nooit de stof genoemd die aan het scheppen ten grondslag ligt. Bouwmeester van dit scheppen is altijd alleen God. Daarbij treedt altijd het verrassende nieuwe van het resultaat naar voren. Geen van deze drie uitspraken is op “maken” van toepassing. Maken is het meer algemene begrip dat betekent, dat ieder scheppen ook een maken is, maar niet elk maken is ook een scheppen.

Ik beweer overigens niet dogmatisch, dat tussen Genesis 1 vers 1 en 2 onder alle omstandigheden de val van satan ligt (hoewel ik dat voor de beste verklaring houdt).

Nog enkele woorden over Ezechiël 28 vers 13: Het gaat hier om een symbolische beschrijving, die wel een verborgen heenwijzing op de val van satan is. In deze zin mocht dan ook Eden een symbolische beschrijving van de “schoonheid” zijn, die deze lichtende engel voor zijn kenmerkte. Wanneer men Ezechiël 28 letterlijk verstaan wil, moest satan in niet-gevallen toestand in de hof van Eden geweest zijn en Adam in heerlijke toestand ontmoet hebben. Dat schijnt mij in tegenspraak met dat te zijn, wat in Genesis 3 bericht wordt. Wat het oordeel van God op grond van de zelfverheffing van satan betreft (verg. 1 Tim. 3:6), is dit van toepassing op hem en de met hem gevallen engel. Evenwel is interessant, dat zowel in Jesaja 14 vers 12 en 16 [die de aarde beven liet] als ook in Ezechiël 28 vers 17 [op de aarde weggeworpen; tot as gemaakt op de aarde] de aarde bij de gevolgen van de val van satan mee genoemd wordt.

Overigens hebben sommige uitleggers al lang voor het opkomen van de moderne evolutie-theorie de val van satan tussen Genesis 1 vers 1 en 2 gezien. Bijvoorbeeld staat in de zogenaamde “Berlenburger Bibel” uit het jaar 1726 het volgende bij Genesis 1 vers 1 en 2: “De Schrift is hier heel kort en verborgen met haar vermelding. Aan de hemel wordt slechts met één woord gedacht, en tegelijk van de aarde aangegeven, dat zij woest en ledig, zonder vorm en ordening geweest was, zonder aan te tonen waarvan, en dat zij door de afval van Lucifer in verwarring geraakten, welke GOD door Zijn Geest hier weer zoekt te verheffen”. Zo zou ik (ik voor mij) graag bij de uitleg blijven, die ik in de eerste delen over Genesis 1 en 2 voorgesteld heb. Maar we blijven allen lerende. Juist deze beide hoofdstukken tonen mij steeds weer, hoe weinig ik van het wonderbaar doen van God versta.

Uw Manuel

NOOT VERTALER:
*  Zie Frisse Wateren, nummer 76 + 77 (+78 die D.V. nog volgt)
** Het woordje “en” vinden we in de Statenvertaling niet terug.

© Folge mir nach

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW