5 jaar geleden

De Zevende – Dag – Adventisten (4)

Inhoud
Inleiding
Historische achtergrond
Zijn de ZDA een sekte?
Enkele leringen van de ZDA

a) De boodschapper van God Ellen G. White (1827-1915)
b) Valse leer met betrekking tot de wet
c) Grote nadruk op de leer van de sabbat
d) Christelijke levensstijl
e) De onsterfelijkheid van de ziel
f) Andere valse leringen met verstrekkende gevolgen
g) De Tweede Komst van Christus
h) Duizendjarige Rijk

Tot slot een algemene opmerking

f) ANDERE DWAALLERINGEN MET VERSTREKKENDE GEVOLGEN

Hier noemen we nog een aantal leringen van de ZDA, die ons inziens verstrekkende gevolgen hebben, en ten dele ook moeten worden omschreven als vernederend voor Christus, wat de ZDA niet slechts alleen als sekte, maar ook als een gemeenschap met fundamentele dwalingen kenmerkt.

Beperkte vergeving

Volgens de ZDA is de vergeving van de zonden nog niet helemaal zeker. Vergeving kan op een later tijdstip ongedaan gemaakt worden. Dit is een aanval op het volwaardige en volbrachte werk van de Heer. Bovendien is zekerheid van de behoudenis bij een dergelijke leer bijna ondenkbaar (hoewel men zekerheid van het heil erkent – zie punt 10 www.adventisten.de), omdat je tot aan het einde niet weet of een zonde nu werkelijk vergeven wordt of niet. Daarmee moet de ZDA zich de beschuldiging laten welgevallen van  “de waarheid afgeweken” te zijn en “het geloof van sommigen omverwerpen” (2 Tim. 2:18).

De waarheid, dat een eenmaal wedergeboren christen niet verloren kan gaan, wordt niet vastgehouden. Men ziet niet het onderscheid tussen een christelijke belijder en een ware gelovige. Wanneer dus een schijnbaar wedergeboren christen zich van het geloof afkeert en de voorkeur geeft aan het leven in de zonde, dan is het niet zo dat deze zijn eeuwige leven verliest, maar het bewijst alleen dat hij nooit leven uit God ontvangen heeft maar een levenloos christen-belijder is geweest.

Het zogenaamde onderzoekend oordeel

De ware essentie van het onderzoekend oordeel sluit mee in, dat niet de onlosmakelijke verbinding met Christus maatgevend is voor de beslissing over de behoudenis, maar de op aarde volbrachte werken. In de leer van de Adventisten is daarom niet het werk van Christus, maar het werk van de mens uiteindelijk voor de behoudenis beslissend.

Deze leer is vernederend voor Christus. Zoals hierboven vermeld, zou de klassieke ZDA-er deze bewering waarschijnlijk afwijzen, zoals hij ook de bewering afwijst, dat rechtvaardigheid door de wet komt. Maar als onze vergeving niet zeker en het houden van de sabbat dwingend noodzakelijk is, dan betekent het niets anders dan de mensen in onzekerheid te plaatsen en hen wederom onder de wet te stellen, waaraan we echter gestorven zijn – zie boven!

Er staat op een plaats van dit onderzoekend oordeel bij Ellen G. White:

Jezus verontschuldigt hun zonden niet, maar verwijst naar hun bekering en geloof en vraagt voor hen vergeving; Hij houdt Zijn gewonde handen voor de Vader en de heilige engelen omhoog en roept: Ik ken hen bij naam, Ik heb ze in Mijn handen geschreven. “De offers voor God zijn een gebroken geest; een verbrijzeld en verslagen hart zult U, o God, niet verachten” (Ps. 51:19). En Hij verklaart de aanklager van Zijn volk: “De HEERE zal u bestraffen, satan! De HEERE, Die Jeruzalem verkiest, zal u bestraffen. Is deze Jozua niet een stuk brandhout dat aan het vuur ontrukt is?” (Zach. 3:2). Christus zal zijn volgelingen bekleden met Zijn eigen gerechtigheid, zodat Hij hen aan Zijn vader als “de gemeente voor Zich zou stellen, heerlijk, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks” (Ef. 5:27) {Ellen G. White: Der große Kampf, blz. 483-484}.

Daarmee is er geen tegenwoordige vergeving meer, daarmee kunnen we vandaag al niet meer als rechtvaardig voor God staan. Vergeving en rechtvaardiging worden naar de toekomst verschoven.

Verder wordt in dit boek verklaard:

Het onderzoekend oordeel en de uitdelging van de zonden moet vóór de komst van de Heer voltooid worden. Omdat de doden zullen worden geoordeeld op grond van hetgeen in de boeken geschreven staat, zo is het onmogelijk dat de zonden van het volk voor het einde van het oordeel, dat het werk van haar leven onderzoekt, uitgewist kunnen worden. De apostel Petrus zegt duidelijk dat de zonden van de gelovigen zullen worden uitgewist, “opdat de tijden van verkwikking komen van [het] aangezicht van de Heer, en Hij de voor u voorbestemde Christus … (Hand. 3: 20) {Ellen G. White: Der große Kampf, blz. 484}.

En dat wordt beweerd, hoewel juist dit vers toont dat niet het onderzoekend oordeel later zonde uitdelging bewerkt, maar berouw en bekering vandaag.

Zonden worden eenmaal op satan gelegd

De Zevende-dag-Adventisten leren, dat direct voor de wederkomst van Christus de zonden van alle mensen op satan gelegd worden en dat de zonde alleen op deze wijze uit het universum “uitgeroeid” of “uitgedelgd” kan worden.

Ook deze leer vermindert de volmaaktheid van Christus. Hoewel we weliswaar de leer begroeten van de adventisten, dat satan geen zonde-drager is en hij geen verlossing van de zonden bewerkte, moet er toch opgemerkt worden, dat zij satan een onmisbare rol toeschrijven bij de uitdelging van de zonden uit het universum. Zij baseren zich daarbij op Numeri 16 vers 10 en stellen de bok – die in de woestijn werd gestuurd – gelijk met satan. Dat zou betekenen dat de offerdieren in alle gevallen naar Christus heenwijzen, maar op deze ene tekstplaats niet. Men miskent de schoonheid en de betekenis die in het feit ligt, dat de bok met de zonden in de woestijn gezonden werd. Christus was deze bok, op Hem werden onze zonden gelegd en figuurlijk gesproken naar de eenzaamheid van de woestijn gezonden. Christus moest aan het kruis klagen: “Mijn God, Mijn God, waarom hebt U mij verlaten?” (Matth. 27:46), en een Psalm zegt: “Ik lijk op een kauw in de woestijn, ik ben geworden als een steenuil temidden van de puinhopen. Ik lig wakker, ik ben geworden als een eenzame mus op het dak” (Ps. 102:7)

G) DE WEDERKOMST VAN CHRISTUS

De ZDA schrijft in haar geloofspunten:

De wederkomst van Christus is de gezegende hoop van de gemeente en de glorieuze vervulling van het evangelie. De Heiland wordt werkelijk, persoonlijk en wereldwijd zichtbaar. Als Hij terugkomt zullen de gestorven rechtvaardigen worden opgewekt, en samen met de levende rechtvaardigen verheerlijkt in de hemel opgenomen worden; de onrechtvaardigen echter zullen sterven. De vervulling van de meeste profetische uitspraken zowel de tegenwoordige toestand van de wereld wijzen erop, dat Christus komst op handen is. Het tijdstip van deze gebeurtenis is niet geopenbaard; daarom worden we aangemoedigd ten allen tijde bereid te zijn (Titus 2:13; Joh. 14:1-3; Hand. 1:9-11 1 Thess. 4:16,17; 1 Kor. 15:15-54; 2 Thess. 2:8; Matth. 24; Mark. 13; Luk. 21; 2 Tim. 3:1-5; Joël 4:9-16; Hebr. 9:28).

Hieruit volgt, dat men geen onderscheid maakt tussen de opname van de gemeente en de tweede komst van de Heer in macht en heerlijkheid. Daarbij ziet men over het hoofd onder meer dat in 1 Thessalonica staat, dat wij de Heer tegemoet zullen gaan in de lucht en dat, wanneer dat bij Zijn komst in grote macht en heerlijkheid (zie bijv. Matth. 24) de Heer Zijn voeten op de Olijfberg zetten zal, en Hij dan volgens 1 Thessalonica 3 vers 13 met al Zijn heiligen komen zal (zie ook Zach. 14:5).

Degenen die zich wat meer met het onderwerp van de opname bezig willen houden, raden wij het volgende artikel aan:

www.soundwords.de/t87062.html

H) HET DUIZENDJARIG RIJK

Ook met betrekking tot het thema het duizendjarig rijk worden vreemde dingen geschreven. Ook hier vindt men een korte beschrijving van de 27 geloofspunten van de ZDA:

De duizend jaar en het einde van de zonde

De Bijbel spreekt over duizend jaar tussen de eerste en de tweede opstanding (Millennium), waar Christus met Zijn heiligen in de hemel heerst. Gedurende deze tijd wordt over de goddeloze doden oordeel uitgeoefend. De aarde bevindt zich in een verwoeste toestand; geen mens leeft daarop, alleen satan en zijn engelen. Aan het einde van de duizend jaren komen Christus en Zijn heiligen zowel de heilige stad vanuit de hemel naar de aarde. Dan worden de onrechtvaardigen uit de dood opgewekt. Met Satan en zijn engelen zullen zij de heilige stad belegeren. Maar het vuur van God zal hen verteren en de aarde reinigen. Zo wordt het universum voor eeuwig van de zonde en de zondaars bevrijd (Openb. 20; Zach. 14:1-4; Mal.3:19; Jer. 4:23-26; 1 Kor. 6:1-3; 2 Petr. 2:4; Ezech. 28:18 ; 2 Thess. 1:7-9; Openb. 19:17,18,21).

Het wordt uit dit geloofsartikel niet duidelijk, hoe men aan de leer komt, dat gelovigen duizend jaar in de hemel zullen zijn, dat de goddeloze doden geoordeeld zullen worden en op aarde alles in een verwoeste staat is en er geen mens op aarde leeft. De Schrift zegt heel duidelijk het tegenovergestelde. Zowel in Jesaja 65 als ook in Ezechiël 40-48 vinden we de prachtige beschrijving van het duizendjarig rijk, en we mogen God danken, dat Hij Zijn beloften aan Israël eindelijk waar maken kan. Zijn beloften zijn onberouwelijk, zegt Romeinen 11 vers 29 [1]. En juist Openbaring 20 vers 7-15 toont duidelijk aan, dat het oordeel over de doden pas na het duizendjarig rijk voltrokken zal worden.

Tot slot nog een algemene opmerking

In het kader van ons werk met www.soundwords.de worden we met de meest verschillende stromingen en sekten geconfronteerd. Onze zorg is – en dat proberen we in onze antwoorden ook herhaaldelijk te benadrukken -, dat een ernstig onderzoek alleen kan worden uitgevoerd op basis van de heilige Schrift, omdat deze openbaring van God voor elke wedergeboren christen de enige maatstaf kan zijn, om te voorkomen in menselijke verleidingen te vallen. Geschillen die niet op basis van Gods Woord zijn gemaakt, wijzen wij om deze redenen uit principe af. Dat betekent voor ons, dat we op argumenten zoals “maar de Geest heeft mij gezegd”, of in dit concrete geval “de bodin van God E.G. White echter heeft gezegd” niet kunnen ingaan.

NOOT REDACTIE SOUNDWORDS:
De redactie van SoundWords is verantwoordelijk voor de {Duitse} publicatie van het bovenstaande artikel. Zij is dus niet per se met alle geuite gedachten van de auteur eens (behalve natuurlijk, het redactioneel artikel), noch willen ze verwijzen naar alle ideeën en praktijken die de auteur elders presenteert. “… maar beproeft alles, behoudt het goede” (1 Thess. 5:21) …
NOOT VERTALER:
1. In het Nederlands is dit niet zo terug te vinden. Daar worden in deze tekst de woorden ‘genadegaven’ en ‘roeping’ genoemd.

Slot.

© SoundWords

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol