14 jaar geleden

Jonge mensen in de Bijbel (5)

De tweede Mens – De overwinnaar

Genesis 1-3

VOORDRACHT 2B

Mattheüs 3:4; Lukas 2-4

In Lukas 3 zien we dat de Heilige Geest op Hem valt als de uitdrukking van het welgevallen van Zijn Vader. God heeft een welgevallen in deze Mens op grond van Zijn eigen volmaaktheid – Zijn eigen zondeloze volmaaktheid. Als je dit hoofdstuk verder volgt, zul je zien dat het geslachtsregister van Jezus teruggaat tot God. Ik zou graag een krachtig getuigenis willen houden tegen het idee dat de mens slechts een ontwikkeld model, of als je wilt, een betere nakomeling is van een aap. De mens stamt van God af, zoals het Boek Genesis ons vertelt, en als Jezus als waar en echt mens onder de mensen verschijnt, gaat Zijn geslacht van Eli tot God terug.

Zou de mens van de lagere dieren afstammen, zou het hier de plaats zijn geweest om dit vast te stellen en zouden we hier gehad hebben: “… van Seth, van Adam die van de lagere dieren afstamde”. In plaats daarvan lezen wij: “van God” (Lukas 3:23-38). We lezen op een andere plaats nog eens: “Want wij zijn ook van Zijn geslacht” (Handelingen 17:28).

Jezus was op tweeërlei wijze de Zoon van God. Hij was als de eeuwige Zoon altijd bij de Vader. Maar we lezen: “Gij zijt Mijn Zoon, Ik heb U heden verwekt” (Hebreeën 1:5). Hij was dus ook Zoon van God geboren in de tijd. Dan lezen we: “Jezus, vol van de Heilige Geest, keerde terug van de Jordaan en Hij werd door de Geest geleid in de woestijn en veertig dagen verzocht door de duivel” (Lukas 4:1-2). Merk op dat Zijn verzoeking in de woestijn was. Adam daarentegen was in het paradijs, – Eden zo je wilt – de tuin van verrukking. Hij had alle dingen tot zijn beschikking. Alle dingen die mogelijkerwijs konden bijdragen tot zijn geluk en vreugde, werd hem door God gegeven en toch viel hij in satan’s hand en werd de dupe en voortaan slaaf van satan. Christus werd in de woestijn geleid en werd er veertig dagen lang verzocht. Hij was niet in het paradijs maar de Schrift vertelt ons: “En Hij was in de woestijn veertig dagen, verzocht door de satan” (Markus 1:13). Hij was er alleen met de wilde dieren en let op, er was ook niets wat Hem tot verzorging was of ten dienste stond. De Schrift vertelt ons dat Hij veertig dagen vastte. Het was een tijd van volkomen gebrek.

Hij werd veertig dagen door de duivel verzocht, maar de grootste verzoeking was aan het eind van deze veertig dagen en het was drievoudig: “de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven”. Het was dezelfde drievoudige verzoeking als in de tuin van Eden. Toen Eva “zag, dat die boom goed was tot spijs” – dat is de begeerte van het vlees – “en dat hij een lust was voor de ogen” – de begeerte van de ogen – “een boom, die begeerlijk was om verstandig te maken” – dat is de hoogmoed van het leven – “en zij nam van zijn vrucht”. De verzoekingen waarin satan de Heere Jezus bracht waren van hetzelfde karakter.
De eerste “Als gij Gods Zoon zijt, zeg dan tot deze steen dat hij brood wordt” was een persoonlijke verzoeking – help jezelf, gebruik je eigen macht.
De tweede is een wereldse verzoeking; satan bood de Heere Jezus al de koninkrijken van de wereld aan wanneer Hij Zijn trouw aan God wil opgeven.
De laatste verzoeking is geestelijk van karakter. Hij moet Zich een voorwerp van algemene aanbidding maken.
Bij de eerste zei satan als het ware: “Zorg goed voor jezelf, denk aan jezelf en maak van deze stenen brood. Zorg beter voor jezelf dan God voor jou gedaan heeft”. Dat was een persoonlijke verzoeking.

In de tweede plaats toonde hij Hem in één ogenblik alle koninkrijken van de wereld en zei: “Ik zal je een goede positie geven in deze wereld”. Hoeveel jonge mensen hebben hun ziel voor een goede positie in de wereld verkocht! Helaas, zo velen! Tenslotte wilde satan Hem daartoe verleiden God te verzoeken door Zichzelf van de rand van het dak van de tempel af te gooien.

Een intelligente man zei eens tegen mij: “Ik geloof niet in dit verhaal van een persoonlijke duivel, de duivel bevindt zich in de mens zelf”. Wat is de duivel dan? Jij antwoordt dat de duivel de neiging tot het kwade is in het menselijk hart. Geloof je dat? Halt! Als dat waar zou zijn, kunnen we niet gered worden. Waarom? Het antwoord is eenvoudig. Als jij denkt dat de neiging tot het kwaad in het hart van de mens de duivel zelf is, moet je onmiddellijk toegeven dat er ook in het hart van Jezus de neiging tot het kwaad was, want Hij was een mens en “werd verzocht door de duivel” en dus ben je de Redder kwijt. De mens met neigingen in zijn hart tot het kwaad kan niet jouw noch mijn Redder zijn.

Nee, nee, mijn vrienden, Gods Woord is duidelijk en maakt onderscheid. Er waren geen neigingen tot het kwaad in Jezus toch werd Hij door de duivel verleid. Dank God ervoor dat Hij een zondeloos mens was en wij vinden in deze passage dat satan naar voren komt en Hem beproeft met deze verleiding in een drievoudig karakter.

Wat is Zijn verdediging?

Hij citeert alleen de Schrift. Hij is een waarachtig afhankelijk Mens en klemt Zich vast aan God, en aan God alleen. En hoe treed Hij de duivel tegemoet? Met het zwaard van de Geest in Zijn hand – het Woord van God – en niet alleen het Woord van God als zodanig, maar citeert het als het Woord van God.
Jezus weerstaat en verslaat de duivel en dat alleen door het citeren van de Schrift als het Woord van God. Met – Er staat geschreven: “De mens zal van brood alleen niet leven, maar van alle Woord van God” – slaat Hij de eerste aanval af. De tweede verzoeking bestrijdt Hij op dezelfde wijze. De duivel voert Hem mee omhoog en toont Hem de koninkrijken van de wereld. Christus weet dat dat ze Hem toebehoren maar Hij wil de wereld niet nemen in haar zondige toestand. Hij zal de koninkrijken van de wereld bezitten maar dat zal zijn op grond van verlossing en Hij zal ze ontvangen uit de hand van God en niet uit de hand van de duivel. Zijn antwoord is wederom heel eenvoudig: “Er staat geschreven: Gij zult de Heere, uw God, aanbidden en Hem alleen dienen”. De laatste verzoeking raadde Christus aan om Zichzelf naar beneden te werpen van het dak van de tempel om God te beproeven en om Zichzelf tot een voorwerp van bewondering te maken. Wanneer je naar de top van het Schotse Monument klimt en volledig zeker bent dat je jezelf naar beneden kunt werpen zonder jezelf te verwonden, ben ik er zeker van dat niemand van jullie zou weigeren het te doen. Je zou het wagen juist om te laten zien dat je in staat bent het te doen en je zou door iedereen bewonderd worden. Dat is de hoogmoed van het leven.

Het is goed er op te letten dat satan de Schriften ook kan citeren om argelozen te strikken. Hij citeert, of beter gezegd, misbruikt de Schrift in deze laatste verzoeking en citeert uit de 91e Psalm: “Hij zal Zijn engelen aangaande u bevelen, dat zij u bewaren; zij zullen u op de handen dragen, opdat gij uw voet aan geen steen stoot”. Maar heb je gemerkt dat de duivel vier kleine woorden overslaat? God heeft gezegd: “Hij zal Zijn engelen aangaande u bevelen, dat zij u bewaren in al uw wegen“. De duivel laat deze vier woorden weg. Sinds die dag heeft hij vaak de Schrift misbruikt om zielen te misleiden en heeft hen op wegen van zonde en gevaar gebracht. Maar Jezus kende de Schriften, hield Zich vast aan Hem die ze geschreven had en behaalde door Zijn afhankelijkheid een morele overwinning over satan die “van Hem week voor een tijd”.

Voordat ik echter dit deel van mijn onderwerp verlaat, zou ik graag enkele woorden toevoegen die je kunnen helpen. Mozes, zo wordt ons vandaag verteld, moet beschouwd worden als een erg ouderwetse, verouderde en onbetrouwbare schrijver. In feite is het erg onbeschaamd om te beweren dat Mozes de Pentateuch niet heeft geschreven. Wanneer jullie dus willen meetellen als wijs en bij de tijd zijnde, moeten jullie de Pentateuch helemaal verontachtzamen en deze vijf boeken uit je Bijbel scheuren. Dat is het wat vandaag religieuze ongelovigen en tot hogere kritiek vervallen professoren ons vertellen. Maar het is een bijzonder opvallende zaak dat in deze drievoudige aanval Jezus satan uit de Pentateuch, en uitsluitend de Pentateuch, antwoordt en die Hij later in Zijn leven herhaaldelijk toeschrijft aan Mozes. We kunnen ons in deze zaak dus beter bij Jezus houden dan bij Zijn vijanden. Deze wijsgeren die tegenwoordig de Schrift aantasten, vergeten dat het Woord van God het zwaard van de Geest is. Gods Woord is het wat de duivel haat. Hij kan de Schrift niet verdragen; het geheim van de kracht van de jongeling ligt daarin – natuurlijk op de manier waarop Johannes over hen als van Christenen spreekt – dat het Woord van God in hen blijft. Ik geloof dat sommigen van jullie hier Christen zijn. Wanneer je wilt groeien in de kennis en dienst van de Heere, wanneer je de overwinning over de duivel wilt behalen, kan dat alleen door het Woord van God te gebruiken; want dit, en dit alleen, is het zwaard van de Geest.

Wordt vervolgd D.V.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM