9 maanden geleden

De strijd voor het geloof

pic.php.jpeg

“… werd ik genoodzaakt u te schrijven met de vermaning om te strijden voor het geloof dat eenmaal aan de heiligen is overgeleverd” (Jud. 3).

Al in de tijd van de apostelen slopen goddeloze mensen de christelijke kring binnen. Vanwege hun invloed bestond er het gevaar, dat het geloof van de heiligen bedorven zou worden. Dit was een groot risico voor de gelovigen en daarom vermaande Judas hen om te strijden voor het geloof dat eenmaal was overgeleverd.

“Het eenmaal overgeleverd geloof”

Wanneer Judas spreekt over het geloof dat eenmaal overgeleverd is, heeft hij het geloofsgoed, de leer van het Nieuwe Testament, voor ogen [1]. Dit werd door God aan de apostelen geopenbaard, zodat zij het konden opschrijven en verkondigen (1 Kor. 2:13; 2 Petr. 1:21). Als gevolg hiervan was het niet de uitvinding of ontdekking van mensen, maar de door God geschonken waarheid die Hij ons overgeleverd heeft. Deze omvatten bijvoorbeeld de leer over de persoon van de Heer Jezus, de waarheid over Zijn gemeente en die van het onverliesbare heil, de positie van mannen en vrouwen in Gods scheppingsorde, zedelijke en morele normen, enzovoorts.

Deze overlevering gebeurde eens en voor altijd. Dit betekent, dat we geen verdere onthullingen te verwachten hebben. Het Woord van God wordt als volledig afgesloten beschouwd.

Het is nu belangrijk voor ons, dat we het vasthouden zoals het aan ons is overgeleverd. Elke verandering of aanpassing aan de moderne tijdsgeest is tegen Gods gedachten.

Tegelijkertijd is het belangrijk, dat we ons ermee bezighouden en het leren begrijpen. Alleen dan kunnen we het ook in de strijd verdedigen.

“Aan de heiligen”

Dit goed is aan een bepaalde groep mensen overgeleverd: aan de heiligen. Dit zijn mensen die zich tot God hebben bekeerd en door Hem zijn geheiligd (1 Petr. 1:2; Hebr. 10:10). Hij heeft hen voor Zichzelf afgezonderd.

Tot dezen kun je jezelf ook rekenen op voorwaarde, dat je het werk van Golgotha hebt aangenomen. Daardoor heb je een prachtige positie! Een positie die je in staat stelt voor het geloofsgoed te kunnen strijden.

“Strijden”

Bij deze strijd gaat het echter niet om een aanvallende strijd, maar een om verdedigende strijd. Dit wordt dan gevoerd wanneer we geconfronteerd worden met verkeerde leer.

Dan moeten we ons beslist daartegen verzetten. We doen dit door onszelf aan de kant van de geloofswaarheid te stellen en ons ervoor in te zetten. Daardoor verdedigen we het. Deze strijd voeren we niet met vleselijke wapens en fysiek geweld, maar met goddelijke wapens in de geest van zachtmoedigheid (2 Kor. 10:4; 2 Tim. 2:24,25).

“Een voorbeeld”

“Maar toen Kefas in Antiochië kwam, weerstond ik hem in zijn gezicht, omdat hij te veroordelen was” (Gal. 2:11).

Petrus was als christen naar Antiochië gegaan. Daar had hij als een voormalig Jood met hen uit de volken gegeten. Toen dan Joden vanuit Jeruzalem naar Antiochië kwamen, zonderde Petrus zich plotseling af van degenen met wie hij had gegeten. Want hij was bang voor de Joden, dat ze het zouden opmerken.

Als gevolg hiervan weigerde hij te eten met hen uit de volken, hoewel de genade de vrijheid ertoe gaf. Zo huichelde hij niet alleen, maar verloochende ook nog de waarheid van de genade van God.

Paulus kon hierover niet zwijgen. Omdat de waarheid van het evangelie en de wandel daarnaar door het gedrag van Petrus in diskrediet is gebracht. Nu moest Paulus zich voor de waarheid inzetten en ervoor strijden. Hij weerstond Petrus in zijn gezicht en onderwees hem. Hiermee verdedigde hij het het geloofsgoed.

Deze vastberadenheid van toen eist God ook nu. Ook jij bent geroepen om een strijder te zijn voor het geloof op de plaats waar God je heeft gesteld.

De noodzaak om te strijden

Het geloofsgoed is de grondslag van ons geloof. Het is daarom belangrijk om het te verdedigen. Dit laat ons een duidelijk beeld zien van de Heer Jezus, de gemeente en het samenkomen tot Zijn naam, het onderwijs voor ons praktisch leven, de leer van het heil, de positie van man en vrouw in Gods scheppingsorde … . Dan kunnen we tot eer van God leven en Zijn gedachten verwerkelijken. Want uit de gezonde leer ontspringt een gezond en God welgevallig geloofsleven.

VOETNOOT:
1. Op sommige plaatsen van het Nieuwe Testament wordt met ’geloof’ het geloofsvertrouwen in God bedoeld. Op andere plaatsen moet met ’geloof’ echter het geloofsgoed worden verstaan. Je kunt dit meestal zien aan het feit, dat dan het lidwoord vóór geloof staat.

Manuel Walter; © www.bibelpraxis.de

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, FW