13 jaar geleden

De ster van Bethlehem

De vraag naar de ster van Bethlehem heeft al veel gemoederen bezig gehouden. Wat is er dan met deze ster op zich aan de hand? Was het uit astronomisch oogpunt een conjunctie [1] van bepaalde sterren, en wel van Jupiter en Saturnus, zoals de beroemde wiskundige en hof-sterrenkundige Johannes Kepler in het jaar 1603 meende te hebben uitgevonden?

Maar eerst willen we eens de versen in Mattheüs 2 lezen, waar de evangelist over deze ster bericht: “Toen nu Jezus was geboren in Bethlehem in Judéa, in [de] dagen van koning Herodes, zie, wijzen uit [het] oosten kwamen naar Jeruzalem en zeiden: Waar is de koning der joden die geboren is? Want wij hebben Zijn ster gezien in het oosten en zijn gekomen om Hem te huldigen … Zij nu hoorden de koning aan en gingen weg; en zie, de ster die zij in het oosten hadden gezien, ging voor hen uit, totdat zij kwam en boven de plaats bleef staan waar het kind was. Toen zij nu de ster zagen, verheugden zij zich met zeer grote vreugde. En toen zij het huis waren binnengegaan, zagen zij het kind met Maria, zijn moeder, en zij vielen neer en huldigden het; en zij openden hun schatten en boden het geschenken aan: goud, wierook en mirre” (Mattheüs 2:1-2; 9-11).

Deze gebeurtenis blijft een beetje geheim. We weten niet hoeveel magiërs (wijzen)2 het waren, we kennen hun namen niet. We weten ook niet, hoe zij bij deze ontdekking van deze ster tot de overtuiging kwamen, dat een grote koning in het westen geboren zou worden. Veel uitleggers wijzen op Numeri 24 vers 17: “Er zal een ster voortkomen uit Jakob, en er zal een scepter uit Israël opkomen; die zal de palen der Moabieten verslaan, en zal al de kinderen van Seth verstoren”. Zeker is dit een heenwijzing naar de geboorte van de Heer Jezus. Maar we kunnen niet met zekerheid zeggen, dat deze wijzen deze bijbelplaats kenden.

Maar een ding is des te verwonderlijker, dat deze mannen namelijk onderkend hebben, dat de koning der joden geboren zou worden. Klaarblijkelijk hadden zij een bepaalde kennis van God, mogelijkerwijze van in Babylon vertoevende joden. En blijkbaar had deze geringe kennis, die zij van God hadden, hen echter tot het eerbiedigen van God gebracht. Zij hadden het in hun harten, de nieuwgeboren Koning ere te brengen en Hem te huldigen.

Het is indrukwekkend te zien, hoe God op Zijn wijze Zich aan mensen openbaart en hen verder leidt. Deze mensen handelden in overeenstemming met de kennis, die zij van God en Zijn handelen hadden. En zo boog God Zich tot hen neer en gebruikte hen ervoor, Zijn Zoon eer toe te brengen.

Na een lange reis komen zij in Jeruzalem aan. Zij vermoedden de nieuwgeboren Koning daar en begaven zich naar koning Herodes. Maar deze weet van dit alles niets. In plaats daarvan schrikt hij van het bericht, dat er een koning geboren zou zijn. Hij vergadert de religieuze leiders van het volk Israël en laat zich raad geven. In het hart van Herodes kwam moordzucht op, zoals we later zien. Herodes echter was geen jood, maar een Idumeeër of Edomiet (= nakomeling van de goddeloze Ezau). De hogepriesters en schriftgeleerden, die Herodes bijeenroept, raken volledig onder de indruk van dat, wat zij horen. Waren zij niet geroepen om de koning in alle ootmoed en met alle eerbied te ontvangen? Niets lezen we daarvan. Zij kunnen weliswaar een “theologisch” juiste verklaring geven, maar hun harten blijven vollledig onaangeroerd. Ook zij zullen zich later als de vijanden van God openbaren.

Nu weten de wijzen de plaats. En wanneer zij zich op weg begeven naar Bethlehem, verschijnt weer de ster, die zij in hun thuisland gezien hadden. Deze gaat voor hen uit. God leidt de wijzen door deze ster. En precise boven het huis, waar het Kind is, blijft de ster staan. Het weerzien van de ster bewerkt bij hen een onbeschrijfelijke vreugde; hun vreugde kende geen grenzen. Ze weten dat God hen leidt, en zij op de juiste plaats zijn. Ze gaan het huis binnen, waarboven de ster was blijven stilstaan, en vinden het Kind met Maria. Ze vallen neer en huldigen de grote Koning van de joden: ze openen de meegebrachte schatten en brengen Hem goud, wierook en mirre.

Uit deze beschrijving is dus duidelijk, dat de wijzen de ster in hun thuisland gezien hadden en daarna niet meer, ook de hele lange reis van ongeveer 800 kilometer niet. Pas nadat zij Jeruzalem verlaten hadden, zagen zij de ster weer. De wandeling van Jeruzaem naar Bethlehem duurt ongeveer twee uur.

Wanneer men dit bericht nog eens in alle eenvoud op zich laat inwerken, krijgt men de indruk, dat het bij deze ster om een schepping geweest moet zijn, dat zeer dicht bij de aarde was. De ster “ging voor hen uit”. Hij wees hen duidelijk de weg, die zij te gaan hadden. En tenslotte stond de ster zo duidelijk boven een huis, dat er voor de wijzen geen twijfel bestond, waar de Koning van de joden moest zijn.

Is het mogelijk dat dit van een conjunctie1 van Jupiter en Saturnus gezegd kan worden? Uitleggers zoals Grant (1834-1902) wijzen zo’n verklaring af3. In het onlangs verschenen boek van Werner Gitt, komt de schrijver op bladzijde 120 tot de conclusie, dat deze ster een nieuw geschapen lichtteken (ster) geweest moet zijn.

Graag citeer ik nog een ander uitlegger: “Ook over de ster is veel gefantaseerd. Velen denken dat de ster het sterrenbeeld van Jupiter of Saturnus is geweest. De grote sterrenkundige Kepler gaf in 1606 een boek uit, waarin hij de geboorte van onze Heer trachtte aan te tonen door zulk een sterrenbeeld. In 1463 concludeerde een grote joodse leraar, Abarbanel, uit een dergelijk sterrenbeeld dat de komst van de Messias nabij moest zijn. Maar er wordt niet gezegd “sterren”, maar “ster” en Zijn ster4.

Is het bijbelse bericht over de “ster van Bethlehem” niet een voorbeeld daarvan, dat wij met het oog op buiten-bijbelse verklaringen moedig voorzichtig kunnen zijn? De beste verklaringen zijn altijd diegene, die we direct uit het Woord van God zelf kunnen ontlenen. Bij alle andere concluises moeten we voorzichtig zijn.

Werner Mücher, © Folge mir nach

NOTEN:
1. Schijnbare samenstand van twee hemellichamen.
2. Deze “magiërs” waren zeker geen magiërs in de zin van vandaag, dus geen occultisten of astrologen. Andere vertalingen hebben hier “wijzen”. Deze personen waren hoogstaande geleerden en sterrenkundigen, waarschijnlijk uit Babylon. De vertaling die wij hier in Nederlands hebben gebruikt heeft dan ook ‘wijzen’.
3. F.W. Grant, ‘the Numerical Bible, The Gospels (New York, 1956, 6e druk) bladzijde 45.
4. Arno C. Gaebelein: “Zie, uw Koning komt”, Aantekeningen bij het evangelie naar Mattheüs (Vaassen, 1986), bladzijde 36-37.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW