6 jaar geleden

De rol en de plaats van de muziek in de plaatselijke gemeente

Opmerking van de (Duitse Sound Words) redactie

Met dit artikel zijn wij het eens met de fundamentele oriëntatie, hoewel we ook de begeleiding van het zingen met muziekinstrumenten in de aanbidding niet geheel verwerpen zoals de auteur. Onder bepaalde omstandigheden kan het bijzonder bruikbaar zijn in een plaatselijke gemeente, bijvoorbeeld als een piano ingezet wordt ter begeleiding.

Muziek was er al in de hemel toen er nog geen zondeval was en zelfs satan nog niet gevallen was. Iemand schrijft hiertoe het volgende: “Muziek is ouder dan de zonde. God openbaart ons in de Bijbel dat voor Jubal er al muziek was. In Ezechiël 28 vers 1 tot 10 wordt over de vorst van Tyrus gesproken. Maar in de verzen 11 en wat er volgt gaat het om de koning van Tyrus, de satan, die leefde in het hart van de vorst van Tyrus en overwon. Deze ‘koning’ was een engel, ‘een gezalfde cherub’, die ooit door God volkomen geschapen was. Later viel deze machtige engel in zonde en werd zo ‘satan’. Déze zonde(n)val vond natuurlijk nog vóór de val van de mens plaats (Gen. 3). Ezechiël vertelt ons dat deze engel vóór zijn val een kunstenaar was geweest op het gebied van muziek, vooral op het gebied van slag- en blaasinstrumenten (vergelijk de uitdrukking ‘tamboerijnen’, ‘pijpen’, kan men ook met ‘fluiten’ vertalen). Op de dag van de schepping van deze engel was er ook in zijn muzikale instrumenten voorzien. Deze onthullingen hebben ons veel te zeggen: muziek is ouder dan de zonde. Ze spreekt over de glorieuze tijd toen het kwade er nog helemaal niet was. Deze inzichten kunnen zeer nuttig zijn voor ons, om een onbevangen, goede bijbelse houding en beoordeling met het oog op de muziek te bereiken”.

Zeker is het evenzeer waar (zoals R.P. Daniël schrijft), dat door de lijn van Kaïn de muziek in de mensenwereld werd geïntroduceerd.

Inhoud

  • Introductie
  • De macht van muziek
  • Zingen met verstand
  • Het zingen van individuen in het Nieuwe Testament
  • Efeze 5 vers 19 en Kolosse 3 vers 16
  • Muzikale begeleiding
  • Geschikte liederen

Hele boeken zijn geschreven over zogenaamde religieuze muziek, maar na een paar inleidende opmerkingen zullen we ons op muziek als onderdeel van onze plaatselijke bijeenkomst concentreren.

Introductie

Er zijn bijna driehonderd verwijzingen in de Bijbel naar hymnen, zang en muziek. De Psalmen zijn een liederenboek: Veel van deze nummers vragen om vergelding en zijn dus niet geschikt voor het huidige tijdperk van de gemeente. Slechts ongeveer een dozijn van deze driehonderd verwijzingen is te vinden in het Nieuwe Testament, en slechts de helft daarvan is direct gerelateerd aan de functie in de samenkomst. In het Oude Testament werden liederen vaak door instrumenten, vaak gepaard met dans – als uiting van lofprijzing, dat oprijst uit het hart tot God. Maar we zullen ons onderwijs van muziek in de plaatselijke gemeente niet aan het Oude Testament ontlenen, omdat de gehele ordening voor aanbidding veranderd is.

In de oude bedeling waren er veel vormen en ceremoniën, met trompet-signalen, enzovoorts. In Israël werd de mens in het vlees getest, en alles – inclusief de mooiste muziek die de “religiositeit” van de natuurlijke mens aanspreekt – mocht bewijzen dat “de natuurlijke mens niet aanvaardt wat van de Geest van God is” (1 Kor. 2:14). Toch is de tijd gekomen dat de waarachtige aanbidders de Vader “in geest en waarheid” aanbidden zullen, zoals de Heer tegen de Samaritaanse vrouw in Johannes 4 vers 22-24 zei. Deze aanbidding moest vanuit het innerlijk (“in geest”) naar buiten komen en in overeenstemming zijn met de openbaring van het Christendom (“in waarheid”). Een nieuwe orde van zaken werd gewoon geïntroduceerd (Fil. 3:3)! R.K. Campbell zegt: “Omdat God een geest is, is geestelijke aanbidding het enige wat Hij accepteert. Geestelijke aanbidding is in strijd met religieuze vormen en ceremoniën … Het stelt elke menselijke instelling, indrukwekkende ceremonies en rituelen tot stand gebracht door de menselijke wil, terzijde”.

De macht van muziek

Muziek heeft grote macht over de menselijke wil en de menselijke fysiologie, dat wil zeggen de functionele levensprocessen in een organisme. Muziek kan kalmeren, ophitsen of overheersen. Zie bijvoorbeeld Daniel 3 vers 5 tot 7: Nebukadnezar maakte een fantastisch beeld en eiste vervolgens dat allen ervoor neervallen zouden en het aanbidden, zodra zij “het geluid van de hoorn, fluit, citer, luit, lier, panfluit, en allerlei muziekinstrumenten” hoorden. Deze macht om de geest en het lichaam te beheersen, kon men ook bij soldaten zien, die onder begeleiding van doedelzakken of andere instrumenten in de oorlog marcheerden. Tegenwoordig kun je dit fenomeen bij veel rockconcerten zien, waar “normale” jonge mensen snel uit de band springen en waar vaak drugs, seks en alcohol ongehinderd en zonder terughoudendheid geconsumeerd worden, omdat door de muziek de natuurlijke terughoudendheid verloren gaat. Veel van wat vandaag de dag “christelijke” muziek genoemd wordt, is gebaseerd op hetzelfde ritme en herhaling van een of meer christelijk klinkende zinnen, om de oude natuur te “behagen”. Er is weinig over van wat echt christelijk is. We moeten niet vergeten dat instrumentale muziek met het zaad van Kaïn gestart is (Gen. 4:16-24), en sindsdien een instrument van satan is om de zielen van mensen tot slaaf te maken. We moeten ons wapenen tegen de invoering van alles, wat erop uit is de oude natuur te vermaken en het Woord van God binnen de plaatselijke samenkomst (of elders) te verderven. M. Costella (Foundation, 1-2, ‘97) schrijft: “De lof, heerlijkheid en eer die we in de woorden van de lofliederen vinden, zijn bedoeld om God de eer te geven en Hem te verheerlijken; ze zijn niet bedoeld om ons lichamelijk te prikkelen of op te winden”.

Zingen met de geest

1 Korinthe 14 vers 15: “Hoe is het dan? Ik zal met mijn geest bidden, maar ik zal ook met mijn verstand bidden. Ik zal met mijn geest lofzingen, maar ik zal ook met mijn verstand lofzingen”.

1 Korinthe 14 geeft een belangrijk onderdeel van de manier weer waarop de lokale gemeenschap “functioneert”. Vers 15 zegt: “Ik zal met mijn geest bidden, maar ik zal ook met mijn verstand bidden. Ik lof met mijn geest lofzingen, maar ik zal lof ook met mijn verstand lofzingen”. Zie ook de verzen 14 en 19. Het Griekse woord voor geest is nous en omvat het idee van “de capaciteit voor kennis en inzicht, gevoel, beoordeling en beslissen” (Vine). Wanneer we een gezang zingen, moeten we met het verstand begrijpen, wat er gezongen wordt, en onderscheiden en vaststellen of het schriftuurlijk is. We moeten niet alleen een lied zingen omdat het populair is of omdat we de melodie mooi vinden. De geest moet bij het zingen actief zijn – het deel van onze persoonlijkheid, dat ons in staat stelt om alles wat we doen, rationeel voor God te onderzoeken, met inbegrip van de liederen die we zingen. We zullen er zeker mee eens zijn, dat we niet gebeden moeten bidden die onbijbels zijn. Nu, hetzelfde moet het geval zijn met betrekking tot onze liederen en gezangen. We moeten geen onbijbelse gezangen zingen.

Veel liederen – zowel oude als nieuwe – bevatten eenvoudig geen schriftuurlijke boodschap. Toch leren we door de macht van de muziek uit deze liederen ten minste een deel van onze theologie en uiteindelijk voelen we ons er wel bij, valse leringen te geloven, of in ieder geval leringen die niet voor de gemeente bestemd zijn, maar voor Israël in het verleden of in de toekomst. Dit is niet “het woord der waarheid recht snijden” (2 Tim. 2:15). Bijvoorbeeld, er zijn nogal wat populaire christelijke liederen die keer op keer benadrukken dat de Koning komt. Ja, onze Heer is de Koning der koningen, en Hij zal wederkomen om eenmaal te heersen over de aarde. Maar Hij zal niet over ons heersen! Hij is de “Koning van de volken” (Openb. 15:3). Wij zullen met Hem regeren als een bruid met haar bruidegom (Openb. 19-20). Sommige van deze liederen zouden zeer geschikt kunnen zijn voor de gelovigen na de opname, maar moeten, indien nodig, in de huidige bedeling van de gemeente met grote voorzichtigheid worden gebruikt. Als we van een lofzang of een zondagsschoollied vinden dat deze niet schriftuurlijk is, maar waarvan de melodie ons bevalt – zijn wij dan niet echt nalatig als wij dit nummer niet uit ons repertoire van liederen verwijderen?

Het individueel zingen in het Nieuwe Testament

Handelingen 16 vers 25: “En omstreeks middernacht baden Paulus en Silas en zongen lofzangen voor God. En de gevangenen luisterden naar hen”.

Paulus en Silas werden zwaar geslagen en hun voeten werden in het blok vastgezet. Ze zaten in de binnenste gevangenis. Het was donker, koud en vies. Maar toch overstroomden hun harten in een lied voor God. Zingen we gezangen, omdat we van de pakkende melodie houden of omdat een bepaalde formulering goed bij ons over komt, of zingen we gezangen omdat we God loven willen? Hun zingen was een groot getuigenis voor de gevangenen, want toen God de deuren opende en de ketens verwijderde, bleven alle gevangenen in de gevangenis, in plaats van te vluchten. Deze liederen zijn door God gebruikt in de gegeven omstandigheden en leidde tot de redding van de gevangenbewaarder in Filippi. Als we in de Heer blij zijn, moeten we Hem lofzingen (Jak. 5:13).

Efeze 5 vers 19 en Kolosse 3 vers 16

Deze twee verzen zijn de enige verzen die direct verwijzen naar het zingen in de gemeente. Ik zeg “in de gemeente”, want beide verzen staan in brieven, die gericht zijn aan de plaatselijke gemeenten.

Efeze 5 vers 18-19: “… maar word vervuld met de Geest, en spreek onder elkaar met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zing voor de Heere en loof Hem in uw hart”.

Kolosse 3 vers 16: “Laat het woord van Christus in rijke mate in u wonen, in alle wijsheid; onderwijs elkaar en wijs elkaar terecht, met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen. Zing voor de Heere met dank in uw hart”.

Deze twee verzen geven aan dat er naast het gewenste onderwijs in de gemeente ook moet worden gezongen. We zullen niet proberen om de verschillen tussen de liedsoorten te benoemen; zeker dekken zij het brede scala af, dat aanbidding, lof, dank en eer aan de Heer Jezus en God, de Vader, voortbrengt. Zoals we hierboven al geprobeerd hebben te benadrukken, is het noodzakelijk dat deze liederen geestelijk zijn, zodat ze werkelijk tot eer van de Heer zijn. Gezangen, die het woord der waarheid niet “recht snijden” (2 Tim. 2:15), zijn geen lofliederen, die de Heilige Geest ons zingen laat! Dit zijn geen liederen die laten zien, dat we het Woord van God rijkelijk in ons laten wonen!

Muzikale begeleiding

Bijna overal in de religieuze bijeenkomsten wordt zingen begeleid door piano of orgel of zelfs een gitaar of andere kleine muziekinstrumenten. Eigenlijk geven vele “kerken” grote sommen geld uit om grote pijporgels aan te schaffen en te onderhouden, en maken ze gebruik van een afgestudeerde organist samen met een dirigent. Deze “kerken” weten met de macht van muziek publiek aan te trekken en aan zich te binden, of de toehoorders gered zijn of niet, of ze geestelijk gevoed worden of niet. Slechts weinigen van ons zouden ontkennen, dat ze hun favoriete liederen niet graag door een 1000-stemmig koor gezongen, begeleid door uitstekende instrumenten, beluisteren. Geen cassette of CD zonder muzikale begeleiding zou aan het algemene “christelijke” publiek kunnen worden verkocht. We vinden dat er niets mis is met muziekinstrumenten of muzikale begeleiding als zodanig. Velen van ons gebruiken de piano of het orgel thuis en in de zondagsschool en in een aantal andere bijeenkomsten. En – het zingen klinkt in onze oren beter!

Er is een toenemende druk om een dergelijke muzikale begeleiding te introduceren in de bijeenkomsten (zoals beschreven werd in de nieuwsbrief van 98-12), in plaats van alleen te zingen zonder begeleiding. Het argument is vaak, dat we onze zang tot een getuigenis voor hen die het horen zouden moeten verbeteren. Nogmaals: Het zingen klinkt in onze oren beter! Maar zou onze geestelijke waardering van de Heer, zoals het in de gezongen woorden wordt uitgedrukt, beter worden, of zouden we afgeleid worden – en zouden onze zielen inderdaad gelukkiger zijn, terwijl onze gedachten niet dichter bij de Heer zouden zijn? We begonnen dit artikel met een citaat van R.K. Campbell uit Johannes 4. Het principe van aanbidding en lofprijzing in de gemeente is, dat er geen “menselijke middelen” gebruikt worden. Onze geest is in gemeenschap met de Heer door middel van “geestelijke middelen” (1 Kor. 2:13, JND). J. N. Darby schreef: “Het Jodendom nam de [menselijke] natuur, om te zien of religie zich daarop liet bouwen, alleen om te bewijzen dat het niet werkte … Wij … behoren … tot een andere wereld … maar [muziek] bederft iedere aanbidding, doordat het plezier, het genot van de zintuigen, van het gevoel geïntroduceerd wordt in dat, wat uit de Geest van God zou moeten zijn” (Letters, Vol 3, 1881, blz. 476).

Mensen zullen ons vertellen, dat “spelen”1 in Efeze 5:19 is afgeleid van het Griekse woord psallo en het idee bevat: met de harp zingen. Ik heb van andere werken gelezen die het gebruik van psallo in de kerkgeschiedenis volgden, en deze schrijvers beweren dat volgens de berichten in het Nieuwe Testament de vroege kerk psallo gebruikte om instrumentale begeleiding te rechtvaardigen. Ik heb geen mogelijkheid  om te bepalen wat wanneer gebruikt werd, maar ik kan vaststellen dat Efeze 5 vers 19 zegt, dat ik in mijn hart “spelen” moet! En niet met uiterlijke middelen, maar doordat ik met de Geest vervuld ben! Lees het vorige vers! Daarom zijn wij ervan overtuigd dat de leer van de praktijk van de gemeente, deze is, dat in de samenkomsten van de gemeente geen muzikale begeleiding dient plaats te vinden, en wanneer men het toch doet, betekent dit dat de Heer en de Heilige Geest niet genoeg zijn en dat we er meer geïnteresseerd in zijn hoe het in onze oren klinkt dan in de oren van de Heer.

Nadat de Heer zijn discipelen had onderwezen, en ze op het punt stonden naar de Olijfberg te gaan, en de Heer naar het kruis, “zongen zij een lofzang”. Wat een schitterende manier om hun samenkomst te beëindigen. Daar zijn geen gedachten over muzikale begeleiding! Hoe misplaatst zou dat geweest zijn!

Geschikte liederen

Wanneer we met het verstand zingen en door de Heilige Geest geleid worden, zullen we proberen om ​​adequate, passende liederen voorstellen en proberen deze zo te zingen, dat we werkelijk gelukkig zijn om dat, wat we zingen. Liederen die bij een evangelisatie-evenement gezongen worden zullen niet de christelijke ervaring benadrukken. Een evangelie-lied zul je juist niet voorstellen tijdens het breken van het brood of tijdens de aanbidding van de Heer. Op dezelfde wijze zullen we, wanneer we het brood breken en daarbij de dood van de Heer gedenken, niet een lied voorstellen over onze christelijke ervaring of over de Heer als opgestaan en verheerlijkt. Niet elk couplet van een lied is voor die gelegenheid passend. Dat is de praktische kant van het begrijpen, waarin we allemaal geoefend moeten zijn.

NOOT:
1 Deze alinea geldt met name voor de Duise vertaling. In de Elberfelder vertaling namelijk staat in Efeze 5 vers 19: “… singend und spielend dem Herrn in eurem Herzen …”. Een voetnoot daar geeft aan dat ook in plaats “in” eurem Herzen ook “mit” eurem Herzen gelezen worden kan. Dit verduidelijkt ook nog enigszins.

Toevoeging redactie Frisse Wateren:

Ik zou nog willen wijzen op de volgende tekst: “… want Hij zegt: Ik zal Uw Naam aan Mijn broeders verkondigen; te midden van de gemeente zal Ik U lofzingen”. Hier vinden we Hem die de lofzang aanheft als wij ons rondom Hem laten bijeenbrengen, als wij rondom Hem als het Middelpunt vergaderd zijn. De Heilige Geest door Wie die leiding tot lofzang in de gemeente tot stand komt, neemt dan het initiatief om onze harten op de Heer Jezus en God de Vader te richten. Het zal het óók in de liederen tot uitdrukking komen om Wie het gaat. De liederen die gezongen worden, zullen zeker in ook overeenstemming zijn met wat we in Johannes 16 vinden, waar we vinden: “Maar wanneer Die komt, de Geest van de waarheid, zal Hij u de weg wijzen in heel de waarheid, want Hij zal niet vanuit Zichzelf spreken, maar wat Hij gehoord zal hebben, zal Hij spreken, en de toekomstige dingen zal Hij u verkondigen. Die zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het Mijne nemen en het u verkondigen. Alles wat de Vader heeft, is het Mijne; daarom heb Ik gezegd dat Hij het uit het Mijne zal nemen en het u zal verkondigen” (Joh. 16:13-16). We vinden hier het werken van de Heilige Geest. Het is dus ook de Heilige Geest die een loflied aanstemt in onze harten waarbij de verheerlijking van de Heer Jezus centraal staat. De Heilige Geest verheerlijkt de Heer Jezus. Hij heeft niet Zichzelf tot middelpunt, maar de Heer Jezus. Wij richten ons dus daarom ook niet in onze liederen tot de Heilige Geest maar tot de Heer Jezus of tot God de Vader. Dat is geldt ook voor de gebeden.

Daarbij en daarom zijn liederen door instrumenten begeleid een storend element. Zij zullen de aandacht alleen maar aftrekken door de macht die muziek onmiskenbaar uitoefent op de gevoelens van hen die aanwezig zijn. Ook zal begeleiding met muziek de aandacht niet ongedeeld op de Heer Jezus richten, omdat men altijd geneigd is om behalve de inhoud van de liederen ook de kwaliteit en schoonheid van de muziek te beoordelen. De een zal het geweldig vinden, omdat zijn gevoelens daardoor aangeraakt worden. De waardering is dan al niet meer alleen voor de Heer Jezus. Iemand anders zal niet zo erg onder de indruk zijn en stoort zich in meerdere of mindere mate aan de muziek, omdat hij of zij nu eenmaal liever een viool hoort spelen dan een gitaar. Dan hebben we het helemaal nog niet gehad over het ‘drumstel’, dat vaak gehanteerd wordt om het ritme erin te houden. Daardoor ontstaan vaak irritaties omdat men vindt dat het te snel of te langzaam gaat. Vervolgens speelt vooral de geluidssterkte ook een belangrijke rol. Over het algemeen zijn daarover de meningen nogal sterk verdeeld. Zo kunnen we nog wel even doorgaan.

Nee, we zouden dit allemaal niet moeten willen en alleen gaan voor een zo groot mogelijke concentratie op de Heer Jezus tijdens het zingen van de liederen. Dat is Hij toch wel waard? En laten we wel bedenken dat elke menselijke inbreng dat een appèl doet op het vlees (zie Gal. 5:17), dat begeert tegen de Geest, vermeden moet worden. Hierin moeten we ook eerlijk zijn. Hoe meer we op onze Heer en Heiland geconcentreerd zijn, hoe meer we Hem ook gaan waarderen en eren in onze harten en als resultaat daarvan in onze liederen. Dat willen we toch graag?

Het maakt bij dit alles niet uit of het nu gaat om de dienst van aanbidding – waarmee ik bedoel, die dienst waar voldaan wordt aan de diepe wens van onze Heer en Heiland om Zijn dood te gedenken – of om de dienst van het Woord (de Woordbediening) ofwel om de bidstond.

Tot slot nog dit. Als wij een bezoek aan een dienst ‘afwimpelen’ alleen omdat daar geen muziek is, hanteren we voorwaarden die de Schrift niet kent. De enige voorwaarde om onze plaats in te nemen in de gemeente, waaronder natuurlijk het bezoeken van de (plaatselijke) samenkomsten behoort, is of de Heer Jezus daar het Middelpunt van samenkomen is én of Hij daar alleen gezag heeft. Niet aan menselijke instellingen of belijdenissen – boven en/of naast de Schrift – mogen dit gezag worden toegekend. Ook liturgiën die vooraf bepaald zijn om de samenkomsten van de gemeente te regelen zijn menselijke instellingen. Alleen aan de Heer Jezus moet gezag worden toegekend. Daar alleen kan Hij gebruiken door de Heilige Geest, wie Hij wil, rekening houdend met de gedachten en instellingen die we daarover in Gods Woord vinden. Dit alles heeft ook invloed op het zingen in de samenkomsten van de gemeente. Het gebeurt dan namelijk met de intentie om onder de leiding van de Heilige Geest samen te komen rondom de Heer Jezus. Daar gebiedt de Heer Zijn zegen, omdat Hij het daar voor het zeggen heeft. Zo zal het straks in volmaaktheid ook zijn als we allen rondom de Heer Jezus vergaderd zijn, dus allen verenigd zijn in de hemel, in het Vaderhuis.

Uit: © Sound Words

Vertaling in het Duits: Stephan Winterhoff

 

 

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol