3 weken geleden

De kracht van het nieuwe leven (7)

Efeze 1 vers 14: “… die [het] onderpand is van onze erfenis, tot [de] verlossing van de verkregen bezitting, tot lof van Zijn heerlijkheid”.

2 Korinthe 1 vers 22: “… God, Die ons ook verzegeld en het onderpand van de Geest in onze harten gegeven heeft”.

Het onderpand van onze toekomstige gelukzaligheid

We willen alleen nog een andere zegening aanroeren, die door de inwonende Geest tot ons is gekomen. De Heilige Geest is in ons het onderpand van onze toekomstige gelukzaligheid.

Wat we tot nu toe over de Heilige Geest hebben gehoord, heeft betrekking op ons huidige deel dat we in Hem bezitten; maar er is ook nog die machtige toekomst – de eeuwigheid ligt voor ons. Door de Geest kunnen we direct in de eeuwigheid kijken, en hoe meer we kijken, hoe rustiger en glorieuzer het ons lijkt. De Geest zelf is het onderpand van onze erfenis (Ef. 1:14), en als dit onderpand is Hij in onze harten aanwezig (2 Kor. 1:22). Als we dieper zouden ingaan op de zegeningen, die we nu al bezitten en die we door Hem praktisch genieten kunnen, dan zouden ze voor ons het bewijs zijn welke glorieuze toekomst we hebben. En de gelovige, in wiens hart de Geest is, ontvangt het voorbeeld van vreugde van de toekomstige gelukzaligheid. Er zijn zulke momenten in zijn leven waarin de Geest, wanneer Hij niet bedroefd of niet gehinderd wordt, zo’n voorsmaak van de toekomstige dingen geeft, waarin hij zich met een onuitsprekelijke en verheerlijkte vreugde kan verheugen. God heeft ons de heerlijkheid beloofd, en ons geloof vertrouwt de rechtvaardigheid van God, waarin Hij trouw is aan Zijn Woord, op grond waarvan wij wachten in de hoop op de vervulling van de dingen, ter wille waarvan wij op de komende dag wachten: “Want wij verwachten door [de] Geest op grond van geloof [de] hoop van [de] gerechtigheid” (Gal. 5:5). Op deze manier zijn we behouden geworden in de hoop (Rom. 8:24), want de verwachting van heerlijkheid is een machtige en energie gevende kracht te midden van de ontmoedigende en beproevende omstandigheden op onze weg. De gelovige is iemand, die moedig voorwaarts gaat, die onderweg zich niet bezighoudt met beproevingen, terwijl hem de hoop op de vreugde en de ontvangst in het Vaderhuis overeind houdt. De gelovige is niet bang om het Vaderhuis niet te bereiken, want door de genade is alles zeker voor hem. Evenmin twijfelt hij er aan, dat hij daar aan het einde van zijn reis zal worden ontvangen. Maar ondanks deze zekerheid is hij nog niet thuis, daarom hoopt hij er op om daar te zijn, “want wie hoopt er op wat hij ziet?” (Rom. 8:24).

Deze hoop bewerkt in hem overeenstemming met de gedachten van God met betrekking tot het zuchten van de schepping. Er ligt in het zuchten van de schepping een verlangen, welke die komende dag stillen zal. In het hart van hem die het ‘onderpand’ van de komende heerlijkheid ontvangen heeft, is eveneens een verlangend zuchten naar die dag. Het schepsel strekt zich als het ware in de slavernij van zijn huidige lijden uit, om uitzicht te houden op de bevrijding, die op de dag van de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God zijn deel zal zijn (Rom. 8:21).

De gelovige verlangt ernaar vrij te zijn van zijn vat van zonde en dood, van zijn last en zwakheid, en hij verwacht “de verlossing van zijn lichaam” (Rom. 8:23). Het bloed van Jezus heeft zijn ziel verlost, maar het lichaam van de gelovige is – net als de rest van deze zuchtende schepping – onder de slavernij van zwakheid en ziekte en bevindt zich nog steeds op het toneel waar satan regeert. Zijn hart heeft een Thuis gevonden, maar zijn lichaam is nog steeds op aarde en een “lichaam van oneer”. Maar hij zal worden veranderd. Hoe snel, dat weet hij niet. Hij verheugt zich erop met de woning die uit de hemel is, overkleed te worden; dan zal hij aan Zijn wonderbare Heer gelijk zijn, heilig en onberispelijk voor God; en zijn eeuwig deel zal de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God zijn; een vrijheid waarin hij samen met de metgezellen en vrienden van zijn reis op aarde en in de tegenwoordigheid van Jezus, van de eeuwige glans van de heerlijkheid zal genieten.

Slot.

H. Forbes Witherby, © www.bibelstudium.de

Online in het Duits sinds 05.10.2015.

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, R. Mol