14 jaar geleden

De Gouden Kandelaar (9)

 Wat een blijdschap is het als kinderen van God doorbreken naar een nieuwe fase, als de nevel wijkt en zij de geestelijke bergtoppen waartoe God hen roept duidelijk zien … wilt u, wil jij weten hoe dit kan …

Het leven in de Geest (6)

Hoofdstuk 3 (vervolg)

Wye 1 - Stilte

”Welzalig hij, die Gij verkiest

“Welzalig hij, die Gij verkiest en doet naderen, opdat hij wone in Uw voorhoven. Wij zullen verzadigd worden met het goede van Uw huis, met het heilige van Uw tempel” (Psalm 65:5). De Heer zoekt vandaag in stilte naar mensen die zich wijden aan de heilige dienst van het gebed. Wij hebben gehoord van de hoogbejaarde Hanna, dat “zij dicnde God onafgebroken in de tempel, met vasten en bidden, nacht en dag” (Lukas 2:37).

Toen Mozes zijn tent nam en deze buiten de legerplaats opsloeg, noemde hij die “tent der samenkomst”. Als er iemand was in de verontreinigde legerplaats van Israël die verlangde naar dichte gemeenschap met God, ging hij naar buiten, naar deze tent. Hier sprak de Heer met Mozes “van aangezicht tot aangezicht, zoals iemand spreekt met zijn vriend” (Exodus 33:7-11).

Wordt u ook zo sterk getrokken tot deze heilige vertrouwelijkheid met God? De Vader zoekt zulke mensen als Zijn aanbidders, die Hem in de Geest en in waarheid aanbidden.

Door de vriendschap van Mozes met de Allerhoogste werd Jozua, zijn jonge dienaar, zo aangetrokken dat wij van hem horen: “Jozua, de zoon van Nun, week niet uit de tent” (Exodus 33:11). Hier ontving hij diepe indrukken van Gods Geest, de volhardende kracht en toewijding aan God die zijn dienst later kenmerkten. In deze leerschool is hij geworden wat hij later was: een met de Heilige Geest vervulde strijder en overwinnaar voor God. Werkelijke geloofsoverwinningen hebben steeds hun oorsprong, in de verborgen verbinding met God.

Wat zal eens de eeuwige beloning in de heerlijkheid heerlijk zijn: “Daarom zijn zij voor de troon van God en zij vereren Hem dag en nacht in Zijn tempel en Hij, die op de troon gezeten is, zal Zijn tent over hen uitspreiden. Zij zullen niet meer hongeren en niet meer dorsten, ook zal de zon niet op hen vallen, noch enige hitte, want het Lam, dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en hen voeren naar waterbronnen des levens; en God zal alle tranen van hun ogen afwissen” (Openbaring 7:15-17).

Samenwerking met onze verhoogde Heer

Onze opgestane Heer zoekt discipelen die met Hem strijden en arbeiden in het wereldomvattende reddingswerk, dat Hij vanuit de hemel op aarde doet. Het is een heilige strijd waarin wij alleen kunnen overwinnen en voor Christus buit kunnen behalen als wij voortdurend in het gebed met Hem in verbinding staan. Alleen onzelfzuchtige, nederige harten kunnen zich zo één maken met de Heer, dat er werkelijk sprake is van samenwerken met Hem en dat hun bidden die vruchten draagt, die Hem verheerlijken. Jezus zegt: “Evenals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet aan de wijnstok blijft, zo ook gij niet, indien gij in Mij niet blijft. Indien gij in Mij blijft en Mijn woorden in u blijven, vraagt wat gij maar wilt, en het zal u geworden. Hierin is mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt en zo zult gij mijn discipelen zijn” (Johannes 15:4,7). Slechts voorzover de Geest en de woorden van onze Here Jezus in ons doordringen en ons vormen, zullen ons gebed en ons dienen vrucht dragen die blijvend is (Johannes 15:1-16).
Wij beseffen nog weinig tot wat voor kracht de nieuwe natuur, die wij bij onze bekering ontvangen hebben, zich zou kunnen ontplooien als wij maar alle sluimerende krachten in ons lieten wakker roepen door de stem van onze verhoogde Heer en door de macht van Zijn Geest. Omdat Hij ons verheerlijkt Hoofd is, mogen ook wij, evenals Elisa, vragen om een dubbel deel van Zijn Geest.
In het Oude Verbond was het dubbele deel bestemd voor de eerstgeborenen: “De voornaamste in hoogheid, de voornaamste in vermogen” (Genesis 49:3; Deuteronomium 21:17). Voor Gods volk van het Nieuwe Testament zegt de Hebreeënbrief dat wij de schare zijn van “eerstgeborenen, die ingeschreven zijn in de hemelen” (Hebreeën 12:23). “Naar Zijn raadsbesluit heeft Hij ons voortgebracht door het woord der waarheid, om in zekere zin eerstelingen (de schare van eerstgeborenen) te zijn onder Zijn schepselen” (Jakobus 1:18). Moge deze voornaamheid in innerlijke hoogheid, in kracht van de Geest, werkelijk in ons gedrag, in ons denken en in de praktische vruchten die wij onze God dagelijks brengen, voor allen die met ons te maken hebben zichtbaar zijn!

Gun uzelf geen rust en geef Hem geen rust

De Heer zoekt onder de schare van eerstgeborenen bidders en strijders die zichzelf geen rust gunnen, bij wie “de gordel zijner heupen niet wordt losgemaakt en de riem zijner schoenen niet breekt” (Jesaja 5:27).

Buitengewone dapperheid en bovennatuurlijke moed zijn het geloof eigen. Als wij in de Geest één zijn met de Here Jezus, worstelen wij voor onze medebroeders en -zusters om datgene, wat de Heer in hen gelegd heeft. Wij bidden om de ontwikkeling van het nieuwe leven in hen en dat niet de natuurlijke mens weer de overhand zal krijgen. Zo arbeidde Paulus onder zijn broeders en zusters in het geloof. “Hem verkondigen wij en alle mensen vermanen wij en alle mensen onderrichten wij met alle wijsheid om alle mensen tot volmaking in Christus te brengen” (Kolosse 1:28; vertaling Canisius). “Mijn kinderen, ter wille van wie ik opnieuw weeën doorsta, totdat Christus in u gestalte verkregen heeft” (Galaten 4:19).

Als wij op Gods plan ingaan, komen er veranderingen, doorbraken, nieuwe fasen in ons innerlijk leven. Jakob had zijn ervaring in Pniël, waarna God hem een nieuwe naam gaf. “Uw naam zal niet meer Jakob luiden, maar Israël, want gij hebt gestreden met God …” (Genesis 32:28). Job sprak, nadat hij een zeer diepe weg had moeten gaan: “Slechts van horen zeggen had ik van U vernomen, maar nu heeft mijn oog U aanschouwd. Daarom verfoei ik mijzelf en doe boete in stof en as. En de Here zegende het verdere leven van Job meer dan het vroegere” (Job 42:5,6,12). Hizkia ervaart: ”Als een leeuw, zo verbreekt Hij al mijn beenderen. Ik zal al mijn jaren voortschrijden na dit bittere zieleleed” (Jesaja 38:13,15). Paulus breekt na Romeinen 7 door naar Romeinen 8: “De wet van de Geest des levens heeft u in Christus Jezus vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods” (Romeinen 8:1).

God wil volwassen zonen en dochters hebben, die met Hem arbeiden, Zijn visie hebben en aan Zijn kant strijden, die de kinderziektes en kinderlijke dwaasheden achter zich laten en overwinnaars zijn geworden, beproefd in oprechtheid en gehoorzaamheid. Uit de grote menigte van hen die nog niet tot rijpheid zijn gekomen, worden degenen genomen die helemaal voor hun God willen leven. “Het leven is mij Christus! Indien ik … blijf leven, betekent dat voor mij werken met vrucht” (Filippi 1:21,22).

Wat een blijdschap is het als kinderen van God doorbreken naar een nieuwe fase, als de nevel wijkt en zij de geestelijke bergtoppen waartoe God hen roept duidelijk zien.

Red gij degenen die door de duivel ten dode gegrepen zijn

“Red hen die ten dode gegrepen zijn, wend u niet af van hen die ter slachting wankelen. Wanneer gij zegt: Zie, wij wisten dit niet – zal Hij, die de harten doorzoekt, het niet merken, en Hij, die op uw ziel let, het niet weten, en de mens naar zijn doen vergelden?” (Spreuken 24:11,12). Tegen ons allen zegt de Heer: “Gaat dan henen, maakt al de volken tot Mijn discipelen en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. En zie, Ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding der wereld” (Mattheüs 28:19,20). Als wij onze verantwoordelijkheid voor de verlorenen voelen, is de Heer ons bijzonder nabij met Zijn leidende en opwekkende genade. Hij zal ons laten zien hoe wij aan de mensen in onze omgeving iets kunnen laten merken van de liefde van God, die hen zoekt. Een leven dat gelijkenis met Jezus vertoont, baant de weg voor ons getuigenis en voor de werking van Gods Geest. Bij alles wat wij proberen te doen, mogen we weten dat de Heer zelf vanuit de hemel op dit ogenblik Zijn werk doet, dat Hij zoekt en redt. Wij zijn immers Zijn medearbeiders op de akker der wereld! Het getuigenis van de Heer wordt tegenwoordig vaak zo weinig aanvaard, omdat de Christenen niet anders zijn dan andere mensen. Hoe moet de wereld geloven in Gods liefde als wij in de dagelijkse omstandigheden niet de liefde van Jezus in toepassing brengen, die niet aan zichzelf denkt, maar zich geeft aan anderen? – De liefde, die niet haar eigen voordeel zoekt, die haar eigen mening niet vasthoudt, of het nu gaat om het leven met anderen samen, dan wel om op het werk een hogere positie te krijgen, of dat het een erfeniskwestie betreft. Laat het u vandaag zeggen: Alles wat in ons hart en in onze handelingen niet licht is, is duisternis en wat niet geest is, is vlees en wat niet goddelijk is, is ongoddelijk. “Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was” (Filippi 2:5).

Laten wij erop letten wat een grote waarde de apostelen aan de voorbede van de gelovigen hechten. Gods Geest dringt ons tot gebed voor onze medebroeders en -zusters en voor de wereld. Hij wil ons daarin leiden en de mensen en aangelegenheden op ons hart leggen. Het is een grote hulp om in onze bijbel of in een notitieboekje, de namen van de mensen op te schrijven, voor wie we regelmatig bidden. Als we dit dagelijks doen in groot vertrouwen op onze God, dan zal er iets gebeuren met die mensen. Er is een spreekwoord in de wereld: “De aanhouder wint” (De druppel holt uiteindelijk de steen uit). Zo mag ons smeken iedere dag voor God zijn als een druppel die tenslotte de hardste harten waarvoor we worstelen en bidden, voor God kan verbreken. Op deze manier brengen standvastige en toegewijde bidders een heerlijke oogst voor God en voor de heerlijkheidt tot rijpheid. “Zie, ik en de kinderen die mij de Here gegeven heeft” (Jesaja 8:18).

Zoals de hemelse is, zijn ook de hemelsen

In ons werk, in ons gezin, zal blijken of wij in gebedsverbinding staan met onze verhoogde Heer. Wat niet overgebracht wordt op ons praktische werk, op ons zaken doen, op ons beroep, op onze landarbeid, op de verzorging en opvoeding van onze kinderen, op ons naaien en koken, op onze tijdsindeling, op de manier waarop we onze vrije tijd en onze zondagen besteden, heeft weinig waarde! Het omhoog geheven leven brengt een nieuwe manier met zich mee om de uiterlijke werkzaamheden en plichten te vervullen. Wij gaan zo gemakkelijk voorbij aan datgene wat in Gods ogen het belangrijkste is, omdat hart en leven niet onder de beïnvloeding van het Goddelijke Woord staan. De Schrift zegt: “Wandelt door de Geest” en “Indien gij u echter door de Geest laat leiden” (Galaten 5:16,18). “Wie de Here zoeken, verstaan alles” (Spreuken 28:5).

Juist in ons dagelijks leven zal blijken hoeveel of hoe weinig wij bezitten van de Geest van boven en of wij ons laten omvormen naar het beeld van onze Heer Jezus Christus. Onze Heer heet “de hemelse” en er staat: “Zoals de hemelse is, zijn ook de hemelsen” ( 1 Korinthe 15:48). Van u en mij worden grote dingen verwacht. Wat heeft Daniël niet vanuit een hoge standplaats zijn ministeriële plichten vervuld – niet te vergelijken met de andere ministers in het Babylonische wereldrijk! Daniël was een man van de Geest, een man van gebed. Het stempel van het geheiligd zijn voor de Heer lag op alles wat hij deed.

Gerekend naar wat Gods kinderen uit de heilige Schrift en door de krachtige werkingen van Gods Geest wordt aangeboden, zou onze grote Heer een heel andere schare van tot rijpheid gekomen broeders en zusters moeten hebben. De profeet zei eens tegen Israël: “lk zal ze tuchtigen gelijk gehoord is in hun vergadering” (Hoséja 7:12; St. vert.). Dit woord is buitengewoon ernstig: “Van een ieder, wie veel gegeven is, zal veel geëist worden, en aan wie veel is toevertrouwd, van hem zal des te meer worden gevraagd” (Lukas 12:48).

(wordt D.V. vervolgd)

Publicatie met toestemming van: Stichting “De Gouden Kandelaar” te Twello, van der Duyn van Maesdamstraat 89, 7391 VK Twello. Het wordt op aanvraag gratis toegezonden en heeft geen abonnementsprijs. Doel van deze publicaties is: Gods volk in onze tijd bewust te maken van de hemelse roeping van de gemeente van Jezus Christus, opdat Hij bij Zijn komst een toebereide bruid zal vinden.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW