15 jaar geleden

De Gouden Kandelaar (2)

“Vrees niet … wees sterk … Ik ben met u”. We hebben al gezien dat er verband bestaat tussen de woorden “vrees niet” en “wees sterk”. Heel vaak staan ze bij elkaar. Vrees is de vrucht van ongeloof, geestelijke kracht is de vrucht van geloof.

“Vrees niet … wees sterk … Ik ben met u” (deel 2)

Wees sterk

We hebben al gezien dat er verband bestaat tussen de woorden “vrees niet” en “wees sterk”. Heel vaak staan ze bij elkaar. Vrees is de vrucht van ongeloof, geestelijke kracht is de vrucht van geloof. Toen Petrus zijn ogen afwendde van de Heer en naar de golven keek, “… werd hij bang, en hij begon te zinken en riep de woorden: Heer, behoud mij! En terstond strekte Jezus Zijn hand uit, greep hem en zei tot hem: Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?” (Mattheüs 14:22-33). Dat Petrus op de golven kon lopen was het werk van de Heer, niet van hemzelf, het ging alleen als hij zijn ogen op Hem gericht had. De sterkte, moed, vrijmoedigheid en onbevreesdheid die ons geboden worden in het Woord, vinden hun oorsprong niet in ons, maar in Christus – Hij is er de bron van. “Ik vermag alles door Hem, die mij kracht geeft” (Filippi 4:13). “Overigens, sterkt u in de Heer en in de kracht van Zijn sterkte” (Efeze 6:10). “Wees sterk in de genade die in Christus Jezus is” (2 Timotheüs 2:1). Zie ook het gebed van Paulus in Efeze 3:16: “… door Zijn Geest met kracht gesterkt te worden naar de innerlijke mens” (diep binnenin, daar waar het nieuwe leven is en groeit). Dit is niet alleen maar een gevoel, maar een genadig innerlijk versterkend werk en getuigenis van de Geest in onze geest (Romeinen 8:14-16; 2 Timotheüs 1:7). Merk op dat de menselijke wil altijd moet samenwerken met de Goddelijke kracht. “… bewerkt uw eigen behoudenis … want het is God die in u werkt (Filippi 2:12-13).

De ervaring van Jozef, zoals zijn vader Jakob die voorzag: “De schutters hebben hem wel bitterheid aangedaan, en beschoten, en hen gehaat; Maar zijn boog is in stevigheid gebleven, en de armen van zijn handen zijn gesterkt geworden, door de handen van de Machtige Jakobs …” (Genesis 49:23-24). Het belang van Jozef blijkt wel uit het grote deel van Genesis dat zijn geschiedenis beslaat.

Het getuigenis van Kaleb: “… en nu, zie, ik ben heden vijfentachtig jaar oud. Ik ben nog heden zo sterk, gelijk als ik was ten dage, toen Mozes mij uitzond; gelijk mijn kracht toen was, alzo is nu mijn kracht, tot de oorlog, en om uit te gaan, en om in te gaan” (Jozua 14:10-11). Vergeet niet dat Kaleb door zijn eigen schuld die veertig jaar in de woestijn moest doorbrengen, waar zijn invloed ten goede aanzienlijk moet zijn geweest.

Het getuigenis van Paulus: “En Hij zei tot mij: Mijn genade is u genoeg; want de kracht wordt in zwakheid volbracht. Heel graag zal ik dus veeleer roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus op mij woont … want wanneer ik zwak ben, dan ben ik sterk” (2 Korinthe 12:9-10).

Het is indrukwekkend te zien hoe de eerste Christenen gekenmerkt werden door vrijmoedigheid en onbevreesdheid in hun leven, getuigenis en prediking – een duidelijk bewijs van de aanwezigheid van de Geest in, onder en met hen. Was dat niet het geheim van hun resultaat? Ze brachten niet hun eigen mening naar voren en hielden geen discussies. Ze verkondigden het evangelie aangaande een Persoon die gestorven was en weer opgewekt, als Zijn getuigen en herauten, met volledige overtuiging en zekerheid, met grote kracht en grote genade (Handelingen 4:13,29,31,33; 9:27,29; 19:8, enzovoorts).

Ik ben met u

Hier is het geheim om vrij te zijn van vrees, het geheim van geestelijke kracht – het weten dat de Opgestane Heer aanwezig is door Zijn Geest. “Ik ben met u”. In Jesaja lezen we: “Vrees niet, want Ik ben met u; wees niet ontzet, want Ik ben uw God; Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u … (41:10). In Mattheüs 28:18-20 lezen we: “En Jezus … sprak tot hen de woorden: Mij is gegeven alle macht … en zie, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding van de eeuw”. In Psalm 46:2 lezen we: “God is ons een Toevlucht en Sterkte; Hij is krachtig bevonden een Hulp in benauwdheden”. Wat we boven alles nodig hebben is de verzekering van Zijn voortdurende aanwezigheid. “Mijn tegenwoordigheid zal met u gaan, en Ik zal u rust geven” (Exodus 33:14-15, Engelse vertaling).

Let op de betekenis en het belang van de laatste drie verzen van Jozua 5, Jozua’s opmerkelijke ontmoeting met de Heere. In veel opzichten geven deze verzen de sleutel tot de hele campagne om Jericho te veroveren en het land in bezit te nemen. Jozua’s ontmoeting met “de man met het uitgetrokken zwaard, de Vorst van het heir des HEEREN” (niet alleen van het leger van Israël, maar ook van de onzichtbare engelenmacht – zie bijvoorbeeld 2 Koningen 6:16-17) was voor hem gelijk aan de ontmoeting van Mozes met de engel des HEEREN bij de brandende braamstruik (Exodus 3). meer dan wat ook had Jozua volkomen zekerheid nodig dat de Heere de leiding had als hij optrok naar Jericho, en die kreeg hij door deze ontmoeting. We horen verder niets meer over deze “Man”, maar Hij was voortdurend aanwezig en had de leiding, ook al was hij onzichtbaar. In hoofdstuk 6:2 is het Jahweh die met Jozua spreekt en hem gedetailleerde instructies geeft voor het in bezit nemen van Jericho, want deze “Man” was een manifestatie van Jahweh, een van de vroege verschijningen van Christus.

Zo was het ook bij Johannes op Patmos in een tijd van vervolging. Voordat het Boek geopend wordt en Gods plannen ontvouwt met een heerlijke uitkomst, krijgt Johannes een openbaring van de verheerlijkte Heer Jezus, die alle dingen volledig in de hand heeft – “… en Zijn gezicht was zoals de zon schijnt in haar kracht. En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten; en Hij legde Zijn rechterhand op mij en zei: Vrees niet, Ik ben de eerste en de laatste, en de levende; en Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid, en Ik heb de sleutels van de dood en de hades1. Schrijf dan …” (Openbaring 1:16-19).

Merk op dat Johannes eerst als dood voor Zijn voeten moet vallen, dat hij aan het eind van zichzelf moet komen, en daarna opgericht wordt door Zijn sterke hand in “nieuwheid des levens”. Dit is altijd Gods manier. Daarna hoort hij de woorden: Vrees niet, … Ik ben de levende … levend tot in alle eeuwigheid … Ik heb de sleutels voor elke situatie. En zo, met volkomen zekerheid van Zijn aanwezigheid en dat Hij alles in Zijn hand heeft, kan Johannes zijn opdracht vervullen om het laatste boek van de Bijbel te schrijven en de Schriften te voltooien.

Dit is dus het geheim dat we in toenemende mate moeten ontdekken, de volkomen zekerheid van het geloof van Zijn aanwezigheid met ons te allen tijde en dat Hij alle dingen in Zijn macht heeft, zodat elke vrees en zwakheid wordt uitgebannen door Zijn aanwezigheid en soevereiniteit.

“De HEERE is bij mij, ik zal niet vrezen …” (Psalm 118:6; Hebreeën 13:6).

T.L. Macartney

Noot bewerker:
1. Hades (in het Oude Testament sjeool) is een zeer vage aanduiding voor de verblijfplaats van de geesten der doden (vergelijk Lukas 16:23), wel te onderscheiden van de ‘hel’ (gehenna), de plaats van het uiteindelijke en eeuwige oordeel (vergelijk Mattheüs 10:28 en 25:41).
Publicatie met toestemming van: Stichting “De Gouden Kandelaar” te Twello, van der Duyn van Maesdamstraat 89, 7391 VK Twello.
Doel van deze publicaties is: Gods volk in onze tijd bewust te maken van de hemelse roeping van de gemeente van Jezus Christus, opdat Hij bij Zijn komst een toebereide bruid zal vinden.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW