Gedachten over geven (schenken)
Inhoud
- Vreugde of teleurstelling?
- Zien naar de Heer verandert onze visie op geven
- (Geen) uitzondering bij het geven (schenken)
- “Hij werd arm opdat wij rijk zouden worden”
- Geen genezen mensen geroepen om Hem te volgen
- Jezus zocht alleen Gods eer
- Niets verwacht – zelfs niet bij honger
- “Waarom deze verkwisting?”
- “Geef Mij te drinken!”
- Aan de voeten van Jezus zitten en ontvangen
- “Mijn lichaam … voor u gegeven”
Vreugde of teleurstelling?
Wie kent tegenwoordig niet de vraag: “Hebt u al uw kerstcadeaus al bij elkaar?”
Voor ouders is het vanzelfsprekend om hun kinderen cadeautjes te geven met Kerstmis. En zelfs onder volwassenen, waaronder christenen, is de traditie ontstaan om op zijn minst kleine geschenken te geven aan familie en vrienden. Het thema van het geven van cadeaus is vooral belangrijk in de kersttijd. Dit gaat hand in hand met de vraag: Hoeveel geven we? Wat geven we? En niet te vergeten: Wat krijgen we? Het lijkt alsof alles in balans moet zijn.
Voor velen is Kerstmis echter een teleurstelling. Cadeaus voldoen niet aan de verwachtingen, zijn onbruikbaar of nutteloos en worden daarom vaak kort na kerst te koop aangeboden op online verkoopplatforms. De periode tussen Kerstmis en Nieuwjaar wordt gekenmerkt door retourzendingen en omruilingen.
Deze situatie, waarin wat eigenlijk vreugdevol hoort te zijn omslaat in frustratie, is voor velen herkenbaar. Het kan een dieper probleem onthullen: onze fundamentele houding ten opzichte van geven – en misschien zelfs ten opzichte van het leven zelf.
Zien naar de Heer verandert onze visie op schenken
Ik denk dat het daarom belangrijk is om goed te kijken naar hoe de Heer Jezus gegeven heeft. Dit zal er niet alleen voor zorgen, dat we Hem nog meer liefhebben en waarderen en dat Hij ons nog dierbaarder wordt – wat ongetwijfeld het mooiste is – maar het kan ook onze eigen houding ten opzichte van geven fundamenteel veranderen.
Het doel van dit artikel is, dat we – wanneer we naar de Heer Jezus kijken – ons ontroerd en onder de indruk laten raken wanneer we bedenken wat Hij ons heeft gegeven en vooral hóe Hij heeft gegeven. Laten we vooral eraan denken, dat het grootste gave Hijzelf is. Begrijpen hoe de Heer heeft gegeven kan ons gezichtspunt op geven, vrijgevigheid en medeleven verruimen en onze verwachtingen over het ontvangen van geschenken veranderen.
(Geen) uitzondering bij het geven (schenken)
De Heer Jezus sloot niemand uit bij Zijn geven. Hoewel Hij in de eerste plaats voor Zijn volk was gekomen (bijv. Matth. 1:21), was Zijn goedheid niet beperkt tot Israël. Hij gaf ook genade en genezing aan de heidenen.
Binnen Zijn volk wendde Hij zich niet alleen tot de “normale” mensen, maar ook tot de randfiguren: Hij at bijvoorbeeld met tollenaars, die anders veracht werden in de maatschappij. Zelfs melaatsen, die door iedereen gemeden werden, ervoeren Zijn genezingswonderen. Hij maakte geen onderscheid tussen mensen – alleen voor Zichzelf verrichtte Hij geen wonderen, zelfs niet toen Hij aan het verhongeren was in de woestijn of toen Hij aan het kruis hing. Dit is het eerste wonderbare bij Jezus: hoewel Hij alle macht bezat, deed Hij geen wonderen voor Zichzelf. Sterker nog, Hij vroeg niet eens om iets voor Zichzelf. Er zijn enkele opmerkelijke uitzonderingen, die we later zullen bespreken, maar in wezen werd Hij gekenmerkt door het feit, dat Hij niets voor Zichzelf vroeg en niets verwachtte. Dat is echt iets bijzonders.
“Hij werd arm opdat wij rijk zouden worden”
De Heer Jezus gaf op een fundamenteel andere manier dan we zouden verwachten van iemand met onbeperkte middelen. Op welke manier? Als mens gaf Hij zijn rijkdom op zodat wij rijk konden worden: “Want u kent de genade van onze Heer Jezus Christus, dat Hij, terwijl Hij rijk was, ter wille van u arm is geworden, opdat u door zijn armoede rijk zou worden” (2 Kor. 8:9). Deze houding kenmerkte Hem: Hij werd Zelf arm; Hij was niet als een wereldse weldoener die aalmoezen uitdeelt aan het publiek of gul geeft, maar zelf niet arm wordt door zijn geven.
Laten we Bill Gates, een van de rijkste mannen ter wereld, als voorbeeld nemen: een donatie van 20 miljard dollar klinkt op het eerste gezicht overweldigend.[1] Maar in verhouding tot zijn totale rijkdom van 129 miljard dollar wordt zijn vrijgevigheid gerelativeerd. Ter vergelijking: voor de meeste mensen is zelfs het bezitten van een miljoen dollar of euro een ongelooflijk idee. 129.000 miljoen dollar gaat het voorstellingsvermogen te boven. De donatie van Gates is aanzienlijk, maar het doet nauwelijks afbreuk aan zijn fortuin – het is slechts een paar cijfers minder.
Jezus daarentegen gaf, door Zichzelf volledig aan God te geven, alles opgaf en “Zichzelf ontledigd [2] heeft” (Fil. 2:7). Hij gaf niet neerbuigend of verwaand. Zijn geven was totaal anders. Laten we denken aan Zijn laatste geschenk op aarde voordat Hij Zichzelf volledig gaf: Aan het kruis gaf Hij het paradijs aan een gekruisigde, maar niet vanaf een verheven troon, maar Zelf hangend aan het kruis, als medegekruisigde. Dat was Zijn manier van geven. Tegenwoordig organiseren prominente bands vaak liefdadigheidsconcerten voor een goed doel, wat heel prijzenswaardig is, en ze worden ervoor geprezen. Maar dat was niet de manier van de Heer Jezus. Hij gebruikte geen van Zijn wonderen om ervoor geprezen te worden. Nadat Hij veel zieken had genezen en iedereen naar Hem op zoek was, vonden de discipelen Hem “op een woeste plaats” (Mark. 1:35).
Niemand van ons kon zijn ouders kiezen. Hij, de enige die Zijn ouders had kunnen kiezen, koos niet voor rijke ouders. Terwijl anderen misschien een rijke familie hadden gekozen als ze dat hadden gekund, accepteerde Hij een familie in de armste omstandigheden. Hoe arm Zijn ouders waren wordt duidelijk in Lukas 2 vers 24: Zijn ouders brachten duiven als reinigingsoffer; volgens Leviticus 12 waren duiven het offer van hen die zich geen schaap konden veroorloven. De Heer Jezus was tevreden met materieel arme ouders – hoewel Hij er ook voor had kunnen kiezen om anders te leven.
Niemand van ons kan zelf het tijdstip van zijn geboorte kiezen. De Heer Jezus had dat wel kunnen doen. Zijn geboorte vond plaats op een moment dat “er voor hen geen plaats was in de herberg,” maar er voor Hem alleen een kribbe was (Luk. 2:7). Hij was hiermee tevreden en koos zelfs deze tijd. In diepe nederigheid was Hij, de Schepper van hemel en aarde, bereid om als Mens dit alles op Zich te nemen.
Geen genezen mensen geroepen om Hem te volgen
In Zijn dienst genas Hij mensen, wekte Hij doden op en bevrijdde Hij bezetenen van hun demonen. Maar we lezen nooit, dat Hij aanspraak maakte op iemand die Hij eerder had genezen. We lezen niets erover, dat Zijn discipelen op wonderbaarlijke wijze door Hem genezen of bevrijd zijn. Hij riep hen niet op om Hem te volgen omdat Hij hen genezen zou hebben.
Toen Hij iemand genezen had, zei Hij niet: “Volg mij nu!”. Hij stuurde de Gadarener die Hij van de demonen had bevrijd terug naar zijn huis (Mark. 5:1-20; Luk. 8:26-39). Hij gaf de dochter van Jaïrus, die Hij uit de dood had opgewekt, terug aan haar ouders (Mark. 5:22-24, 35-43; Luk. 8:40-42, 49-56). En de zoon van de weduwe van Naïn, die Hij ook uit de dood had opgewekt, gaf Hij terug aan zijn moeder (Luk. 7:11-15). Hijzelf maakte op niemand aanspraak, hoeveel Hij ook gegeven had. Dat was Zijn manier van geven.
Jezus zocht alleen de eer van God
Laten we eens kijken naar het verhaal van de tien melaatsen die genezen werden (Luk. 17:15-18). Slechts één van hen die genezen waren – geen Jood, maar een Samaritaan – “keerde terug terwijl hij met luider stem God verheerlijkte. Een hij viel op [zijn] gezicht aan zijn voeten en dankte Hem.” Jezus moest vragen: “Zijn niet de tien gereinigd? Waar zijn echter de negen? Zijn er niet gevonden die terugkeerden om God heerlijkheid te geven dan deze vreemdeling?”
De Heer Jezus was geen gevoelloze stoïcijn, onaangedaan door menselijke emoties. Hij nam heel goed waar en voelde diep aan of er dankbaarheid werd getoond. Zijn reactie onthult Zijn diepe gevoeligheid en invoelingsvermogen. Maar merk op hoe Hij reageerde op de dankbaarheid van de “vreemdeling”! Hij vroeg niet waarom niemand Hem persoonlijk bedankte, maar waarom niemand God de eer gaf. Dit benadrukt Zijn volmaakte onbaatzuchtigheid. Hij wilde nooit roem voor Zichzelf oogsten door Zijn gaven, maar was er alleen in geïnteresseerd, dat God verheerlijkt zou worden. Dit onthult een fundamenteel kenmerk van Zijn werk: Hij zocht geen eer voor Zichzelf, maar voor God alleen.
In de pers wordt veel aandacht besteed aan de giften van grote weldoeners. Dit geeft de indruk, dat de weldoeners op zijn minst gedeeltelijk bezig zijn met het verkrijgen van erkenning of eer voor zichzelf.
Niets verwachten – zelfs niet bij honger
Voordat Hij met Zijn bediening begon, werd de Heer Jezus door de Geest naar de woestijn geleid (Matth. 4:1-14; Luk. 4:1-4). Na veertig dagen vasten had Hij honger. Maar deed Hij voor Zichzelf een wonder om zijn honger te stillen? We zouden dat kunnen begrijpen, omdat Hij veertig dagen zonder voedsel was geweest. Maar toen Satan Hem vroeg om stenen in brood te veranderen zodat Jezus Zijn honger kon stillen, weigerde Hij. Waarom? Omdat het niet de wil van Zijn Vader was. In plaats daarvan gaf Hij er de voorkeur aan om honger te lijden in plaats van een wonder voor Zichzelf te verrichten.
Maar als het om anderen ging – bijvoorbeeld een grote menigte mensen die honger hadden – handelde Hij door ervoor te zorgen dat iedereen te eten kreeg. Met brood en vis, gebracht door een jonge jongen, voedde Hij 5.000 mannen (Joh. 6:5-13), later voedde Hij nog eens 4.000 mannen (Matth. 15:32-38), vrouwen en kinderen niet meegerekend. Ervan uitgaande dat elke man daar gemiddeld met zijn vrouw en twee kinderen was, zouden er in totaal ongeveer 36.000 mensen kunnen zijn geweest. En toch voorzag Hij hen allemaal van voedsel.
Wat hierbij opvalt, is dat de Heer Jezus het Zichzelf gemakkelijk had kunnen maken. Hij had een wonder kunnen doen op de manier die we misschien herkennen uit sprookjes, zoals dat van het tafeltje-dek-je [3]. Daar was het voldoende om de tafel aan te spreken en die werd rijkelijk gedekt met het heerlijkste eten en drinken. Maar zo handelde Hij niet. Hij voedde mensen door te gebruiken wat voorhanden was en vermeerderde dat. Niet meer, maar ook niet minder. En uiteindelijk bleef er zelfs nog iets over.
“Waarom deze verkwisting?”
Nadat de Heer Jezus de menigte had gevoed, zei Hij tot Zijn discipelen: “verzamelt de overgeschoten brokken, opdat er niets verloren gaat” (Joh. 6:12). Ook hier zien we de volmaaktheid van de Heer Jezus: Hij zorgde ervoor, dat er niets verloren ging. Dit laat duidelijk zien, dat Hij tegen verspilling was.
Jezus had een heel ander begrip van verspilling dan wij mensen. Wat in onze ogen op verkwisting lijkt, is voor Hem helemaal geen verkwisting. We zien een voorbeeld hiervan in het incident met de vrouw die 300 denaren aan kostbare zalfolie over Hem uitgoot om Hem te zalven (Mark. 14:3-9; Matth. 26:6-13). Terwijl anderen verontwaardigd vroegen: “Waarom deze verkwisting?”, zag Jezus de acties van de vrouw helemaal niet zo. Voor Hem was het geen verkwisting, maar een waardevol teken van toewijding. Alles wat we uit liefde en toewijding voor Hem geven, is in Zijn ogen nooit een verkwisting. Zijn perspectief op wat echt telt, verschilt vaak van ons perspectief.
Toch kunnen we van Hem leren om voorzichtig om te gaan met de middelen die God ons heeft toevertrouwd. God geeft ons graan als voedsel, Hij laat het groeien en wil dat het niet verkwist wordt. In de wet bepaalde God dat vruchtbomen in een veroverd gebied niet gekapt mochten worden, in tegenstelling tot andere bomen (Deut. 20:19,20). Dit gebod benadrukt hoe belangrijk hulpbronnen voor God zijn voor de voorziening van de mensheid en dat niets ervan verloren mag gaan. Zulke details laten ons zien hoe belangrijk het is om dankbaar en verantwoordelijk om te gaan met wat God ons geeft.
“Geef Mij te drinken!”
Laten we denken aan het tafereel waarin de Heer Jezus, uitgeput van het reizen, hongerig en dorstig bij een bron zit (Joh. 4:5-26). Een Samaritaanse vrouw komt water putten en Hij zegt tegen haar: “Geef Mij te drinken!” Hier lijkt het alsof Hij eigenlijk om iets voor Zichzelf zou hebben gevraagd.
Ja, er zijn een paar uitzonderingen waarin de Heer Jezus (blijkbaar) om iets voor Zichzelf vroeg, en dit is er één van. Als we echter naar het verdere verloop van de gebeurtenis kijken, realiseren we ons, dat het Hem uiteindelijk niet in de eerste plaats ging om het lessen van Zijn dorst met het water. Met Zijn verzoek om water legde Hij de basis voor het gesprek, want als Zoon van God wist Hij dat de vrouw van binnen dorst had. Het was hoogst ongebruikelijk voor een Jood om iets te vragen aan een Samaritaanse vrouw, want Joden en Samaritanen gingen normaal gesproken niet met elkaar om. Maar juist dit gebaar doorbrak de barrière en wekte haar vertrouwen. Ze realiseerde zich: Er is iemand die in mij geïnteresseerd is en met wie ik openlijk spreken kan. – De Heer Jezus zocht dit gesprek niet omdat Hij iets van haar nodig had, maar omdat Hij haar zelf iets wilde geven: het levende water, dat haar innerlijke dorst zou lessen.
Interessant genoeg wordt ons niet verteld of de vrouw hem daadwerkelijk water gaf. In plaats daarvan stelde ze eerst zijn verzoek in twijfel: Hoe vraagt u, die een Jood bent, van mij te drinken die een Samaritaanse vrouw ben?” – En dan na het gesprek: “De vrouw verliet dan haar watervat en ging weg naar de stad” (Joh. 4:28). Waarom staat deze opmerking over het watervat in de Bijbel? Is het niet overbodig? Geheel integendeel. De Geest van God wil ons iets belangrijks vertellen: Deze vrouw had iets gevonden, dat veel waardevoller was dan het water uit haar vat: ze had het “levende water” (Joh. 4:10,11) ontvangen dat de Heer Jezus haar had aangeboden. Haar openhartige belijdenis van zonde en haar getuigenis aan haar buren laten zien, dat ze de Heilige Geest had ervaren als een levengevende kracht.
Natuurlijk dronk de vrouw later weer natuurlijk water. Maar het watervat, dat ze achterliet symboliseert, dat ze innerlijk vervuld en verzadigd was door het nieuwe leven dat ze had ontvangen door de Heilige Geest. Het levende water – de levengevende kracht van de Geest van God die de Heer Jezus geeft – stilt de dorst van de ziel tot in alle eeuwigheid. Dit detail in de tekst is dus een krachtig beeld van wat er in het hart van deze vrouw was gebeurd.
Een ander opmerkelijk punt valt ons op in vers 10. De Heer Jezus zegt niet: “Als U Mijn gave kende,” maar: “Als u de gave van God kende … .” Hoewel Hij Zelf God was en deze gave van levend water doorgaf, schreef Hij als Mens de eer volledig toe aan God de Vader.
Dit laat ons opnieuw Zijn nederigheid en volmaaktheid zien. De Heer Jezus was er nooit op uit om eer voor zichzelf te zoeken. Zelfs in Zijn geven richtte Hij alles op de verheerlijking van God. Deze houding zou ons tot diepe aanbidding moeten brengen als we bedenken hoe de Heer Jezus handelde: in liefde voor God en voor mensen, in toewijding aan Zijn Vader en in volledige onbaatzuchtigheid.
Aan de voeten van Jezus zitten en ontvangen
In Lukas 10 vers 38-42 lezen we hoe Martha de Heer Jezus bij een gelegenheid in huis opnam. Haar zus Maria “die ook aan de voeten zat en naar zijn woord luisterde. Martha echter werd in beslag genomen door veel dienen.” Martha was bereid om de Heer te dienen en wilde voor haar hongerige en dorstige Heer zorgen, en waarschijnlijk waren Zijn discipelen ook aanwezig. De Heer Jezus waardeerde zulke zorg zeker. Elders lezen we, dat Hij een beker water die aan een van Zijn discipelen wordt gegeven, beschouwt als aan Hemzelf gegeven en dat Hij die zal belonen (verg. Mark. 9:41 met Matth. 25:45). Als Hij al een beker water beloont die aan Zijn discipelen wordt gegeven – hoezeer zal Hij dan gewaardeerd hebben wat Martha hier deed!
Maria koos een andere weg dan Martha: Zij “ging aan de voeten van Jezus zitten en luisterde naar zijn woord.” Haar zus Martha herkende de natuurlijke behoeften van de Heer – honger en dorst – en wilde voor de Heer zorgen en Hem te eten geven. Maria daarentegen zag in dat in Hem de volheid van God was en dat wat Hij te geven had belangrijker was dan het voorzien in zijn menselijke behoeften. Zij zag met de ogen van het geloof dat Hij degene was die moest geven: de ware, onuitputtelijke volheid van leven, zelfs in Zijn menselijke zwakheid en Zijn honger.
Toen Martha klaagde dat Maria haar alleen liet om te dienen, antwoordde de Heer liefdevol maar duidelijk: “… want Maria heeft het goede deel gekozen, dat van haar niet zal worden weggenomen.” Zo maakte Hij duidelijk, dat het luisteren naar Zijn woord en het ontvangen van Zijn volheid een eeuwigdurende waarde heeft die elke dienst die we ooit voor Hem zouden kunnen doen, overtreft.
Dit voorval leert ons een belangrijke les: evenwicht. Dienen, zoals Martha deed, is waardevol en noodzakelijk. Maar er zijn momenten waarop het belangrijker is, dat we stil worden en aan de voeten van de Heer gaan zitten om van Hem te ontvangen. Maria had ingezien, dat het grootste geschenk dat ze kon ontvangen niet het resultaat was van haar inspanningen, van haar geven, maar van wat de Heer Jezus Zelf haar wilde geven. En dit was een uitdrukking van haar geloof en haar waardering voor Zijn heerlijkheid.
Dit moment van haar waardering voor Zijn persoon bracht de Heer Jezus in verrukking. Dankzij het geloof van Maria kon ze verder kijken dan het zichtbare en de Goddelijke volheid herkennen die in Hem verborgen was. Dit is “het goede deel” dat wij ook moeten zoeken: de ontmoeting met de Heer Zelf, omdat Hij onvergelijkbare dingen te geven heeft en Zich verblijdt als wij dat naar waarde schatten.
“Mijn lichaam … voor u gegeven”
In Lukas 22 vers 19 en 20 komen we twee diep indrukwekkende gedachten tegen. Ten eerste zien we het grootste geschenk, dat ooit gegeven is: De Heer Jezus geeft Zijn lichaam, waarin Hij 33 jaar lang God had verheerlijkt, voor ons: “Dit is Mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt.” Hierin wordt een liefde onthuld die onmetelijk veel groter is dan welke aardse rijkdom of menselijke gave dan ook. Geen enkele rijkdom ter wereld, zelfs niet de eerder genoemde 129 miljard van Bill Gates, komt ook maar in de buurt van dit geschenk. De Heer Jezus gaf Zichzelf – voor ons, voor elke mens die in Hem gelooft. Meer kon Hij niet geven.
En dan zien we iets buitengewoons: een persoonlijk verzoek van de Heer Jezus. Hoewel Hij normaal gesproken niets voor Zichzelf vroeg, maakt Hij hier een uitzondering: “Doet dit tot mijn gedachtenis.” Hij wendt zich tot Zijn discipelen en vraagt hen om de gedachtenismaaltijd te vieren, zodat ze Hem en Zijn offer zouden gedenken. Het is een uitdrukking van het verlangen van Zijn hart, dat we Hem en wat Hij voor ons heeft gedaan niet vergeten – dat we Zijn lijden, Zijn sterven, Zijn liefde, die wordt geopenbaard in dit geschenk, in het offeren van Zijn lichaam, niet vergeten.
Kunnen we onbewogen blijven als we over deze gave nadenken? Kan ons hart koud blijven bij dit verzoek om de maaltijd ter nagedachtenis aan Hem te vieren? Misschien bent u, als kind van God, een van degenen die hebben geaarzeld om deel te nemen. Misschien denkt u: Ik doe het wel een keer als ik ouder ben of als ik me er klaar voor voel. – Maar we weten niet hoeveel tijd we nog hebben. Wat als aanstaande zondag de laatste kans is om dit verlangen van de Heer te vervullen?
Wanneer je Zijn woorden hoort: “Dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt,” laat ze dan in je hart doordringen. Wees u ervan bewust: Hij heeft het voor mij gedaan. – En als u de gedachtenismaaltijd al vaak hebt gevierd, laat het dan niet iets lichtzinnigs zijn of slechts gewoon routine worden. Dit verzoek van de Heer is een uitzondering, een uitdrukking van Zijn verlangen, dat we samenkomen in gemeenschap met Hem en met elkaar om Hem en Zijn offer te gedenken.
Willen we geen gehoor geven aan dit buitengewone verzoek? Willen we Zijn wens niet vervullen – niet uit plichtsbesef, maar uit liefde en dankbaarheid voor de gave van Zijn lichaam? Het is een gelegenheid om even stil te staan en het grootste geschenk, dat ooit is gegeven, opnieuw te waarderen.
NOTEN:
Microsoft-oprichter Bill Gates heeft een donatie van 20 miljard dollar gedaan aan zijn eigen goede doel, de Bill & Melinda Gates Foundation. Omgerekend is dat 19,9 miljard euro.
Gates doneert het geld zodat zijn goede doel zich nog meer kan inzetten voor de oplossing van de coronapandemie, de oorlog in Oekraïne en andere wereldwijde problemen. Maar de miljardair vindt het simpelweg ook ‘zijn plicht’: ‘Het is mijn plicht om mijn rijkdom terug te geven aan de maatschappij en zo levens te verbeteren.’
DONATIE BILL GATES
‘Ik zal dalen op de lijst met ’s werelds rijkste mensen en uiteindelijk van die lijst verdwijnen’, zo schrijft de ondernemer woensdag in een artikel op zijn website GatesNotes. Maar daar lijkt hij absoluut niet van wakker te liggen. ‘Het doneren van dit geld is allesbehalve een opoffering.’
Bill Gates is momenteel de op drie na rijkste mens op aarde met een geschat vermogen van 113,7 miljard dollar. Hij zegde eerder al toe het grootste deel van zijn vermogen aan het goede doel dat de naam van hem en zijn inmiddels ex-vrouw draagt.
Ook ‘superbelegger’ Warren Buffett doneert al jaren aan de Bill & Melinda Gates Foundation. Vorige maand schonk hij nog ruim 3 miljard dollar.
Het goede doel van Gates strijdt tegen armoede, ziekte en ongelijkheid over de hele wereld. De voortgang die daarbij sinds de oprichting in 2000 is geboekt, dreigt volgens de stichting verloren te gaan.
Dat komt onder meer door de gevolgen van de coronacrisis, maar ook door de gevolgen van de klimaatcrisis en economische en geopolitieke crises. Daarom is volgens het goede doel meer geld nodig om zijn doelen te gaan halen.
Uit: www.linda.nl
3. Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak is een sprookje uit Kinder- und Hausmärchen, de verzameling van de gebroeders Grimm, met als nummer KHM36. De oorspronkelijke naam is Tischchen deck dich, Goldesel und Knüppel aus dem Sack.
Dirk Schürmann; © SoundWords
Online in het Duits: 10.12.2024; geactualiseerd: 16.12.2024
Geplaatst in: Christendom
© Frisse Wateren, FW