13 jaar geleden

Blijf van de Joden af (II – slot)

Pemier Sharon ernstig ziek. Israël in een crisis. Iran houdt niet op met het bedreigen van Israël. De Islam-hiërarchie daar is een ernstige bedreiging voor het westen, en behoort tot de as van het kwaad, aldus Bush. Cartoons (humoristische spotprenten) over de profeet Mohammed vallen verkeerd en veroorzaken groot rumoer onder de Islam, met name onder hen die tot de fundamentalisten gerekend moeten worden. Het kleine land Israël blijft voor de wereld – vooral voor de Arabische wereld – een aanleiding tot aanstoot. Soms terecht, soms niet. Voor God betekent Israël echter het aardse volk dat Hij uitverkoren heeft en liefheeft en met wie Hij Zijn plannen zal voleindigen.

“Want de genadegaven en de roeping van God zijn onberouwelijk”

(Romeinen 11:29)

In dit slotartikel kijken we nog even verder naar dit land (en volk) waar de Heer Jezus, de beloofde – maar niet door Israël erkende – Messias geboren werd. Slechts enkele dingen heb ik aangetipt met de bedoeling dat u toch weer eens zult gaan kijken naar de geschiedenis van dit oude volk. Omdat de tijd mij nu ontbreekt om hierop verder en dieper in te gaan, en u, hoop ik, toch meer over dit onderwerp wilt lezen, verwijs ik graag naar de serie over de “Eindtijd”, dat begint in “Frisse Wateren”, nummer 40. Dit zal u ongetwijfeld kunnen helpen om de profetieën over Israël en de volken wat nader te bekijken en te verstaan.

Wel mogen we vaststellen dat God Zijn plannen ten aanzien van Zijn aardse volk Israël zeker zal uitvoeren en niet op Zijn beloften zal terugkomen. Als de volheid van de volken (Romeinen 11:25) is ingegaan – dat wil zeggen als er een eind is gekomen aan het Christelijk getuigenis op aarde, en God dit heeft moeten afhouwen vanwege haar ontrouw en haar verlaten van God en Zijn Woord (iets wat we nu al heel duidelijk zien) – zal God de draad met Israël weer opnemen. Dit oude volk van God zal van haar vijanden die haar willen vernietigen (ook daarvan zien we de contouren duidelijk zichtbaar worden!), bevrijd worden door de Verlosser – dit is Christus. Nee, God heeft geen berouw over dat wat Hij beloofd heeft. Door de ontrouw en het ongeloof van het volk moest God Zijn plannen wel opschuiven. Zo kregen ook de volkeren deel aan Zijn genade en konden en kunnen door het geloof in de Heer Jezus een kind van God worden. Daardoor werden zij geen lid van het volk Israël maar lid van de gemeente van de Heer Jezus Christus (dat betekent niet lid van een of andere kerk of denominatie, maar van de universele gemeente van Jezus Christus, waarvan Hij het hoofd is en zij, die in Hem geloven, de leden zijn). Daarin is geen Jood en geen Griek, dus geen Jood of heiden (zie Galaten 3:28; Kolosse 3:11; Romeinen 10:12). Wat het aardse volk Israël betreft zal God door Zijn Verlosser de zonden van Zijn oude hardnekkige volk wegnemen. “Uit Sion al de Verlosser komen; Hij zal de goddeloosheden van Jakob afwenden. En dit is voor hen het verbond van Mij, wanneer Ik hun zonden zal wegnemen” (Romeinen 11:26-27).

Tot slot

We willen besluiten met het verloop van de verschillende wereldrijken kort weer te geven.

Nebukadnézar was dus het hoofd van het eerste wereldrijk. God heeft als “God van de hemel” (zie vers 19 en 28) hem de macht over de aarde gegeven. In zekere zin neemt Nebukadnézar dus als mens de plaats van God in op aarde. Israël is terzijde gesteld (Hoséa 1:6,9,12). De tijd van de volkeren begon hier (vergelijk Lukas 21:24) en het eindigt als het volk Israël de Heer Jezus als Messias in geloof aanneemt en Hem als zodanig begroet (zie Mattheüs 23:39).

In Israël was God de “God van de hele aarde” (zie Genesis 18:25; Jozua 3:11, 13 en 4:24). In de toekomst zal God Zich weer openbaren als de “God van de hele aarde” (Psalm 8 en 72).

Het ontstaan van het tweede rijk, dat op Babylon volgt, herinnert ons aan de kleinzoon van Nebukadnézar, Bélsazar geheten. De Godslastering van deze Bélsazar was de oorzaak van de hand die op de muur de volgende woorden schreef: “MENÉ, MENÉ, TEKÈL, UPHARSÍN” (Daniël 5:25). Daniël heeft toen deze woorden verklaard. Dit is de uitleg van deze woorden: MENE; God heeft uw koninkrijk geteld, en Hij heeft het voleind. TEKEL; gij zijt in weegschalen gewogen; en gij zijt te licht gevonden. PERES; uw koninkrijk is verdeeld, en het is aan de Meden en de Perzen gegeven”.

Zij luidden dus het einde in van het Babylonische rijk. Dat gebeurde heel spoedig. Dezelfde nacht al werd Bélsazar gedood en Daríus, de Meder ontving het koninkrijk (5:30-6:1). Zo ontstond – zoals we hierboven al eerder gezien hebben – het Medisch-Perzische rijk. We vinden ook in Jeremia de profetie dat Medië-Perzië het oordeel zou voltrekken over het Babylonische rijk (zie 25:11-12 en 51:11-12). Dit rijk begon met Darius I, de Meder en onder Cyrus bereikte zij haar hoogtepunt. Onder Darius III kwam er een eind aan dit rijk.

Het ontstaan van het derde koninkrijk uit het tweede, vinden we in Daniël 8:20-21. Daar staat: “Die harige bok nu, is de koning van Griekenland; en de grote hoorn, welke tussen zijn ogen is, is de eerste koning”. Het is het Grieks-Macedonische rijk met als stichter de welbekende Alexander de Grote (we vinden hem terug in Daniël 8:5-8). Dit rijk bestond uit: Griekenland, Macedonië, Voor-Azië, Egypte. Alexander de Grote breidde zijn veroveringen zelfs uit tot aan Indië. De hele toenmalige wereld was aan hem onderworpen. Onder zijn regering werd Grieks de wereldtaal waardoor het evangelie later zich snel kon verbreiden. Goddelijke regie!

Het vierde koninkrijk vinden we onmiskenbaar in Daniël 2:40. Een “hard” koninkrijk. Na de dood van Alexander de Grote viel het Griekse rijk in vier delen uiteen (Daniël 8:8). Ook deze vier delen afzonderlijk versnipperden meer en meer onder de regering van de generaals van Alexander de Grote. Intussen breidde zich in het Westen het Romeinse rijk spectaculair uit. De Grieken hebben na de Alexander de Grote geen rol van betekenis meer gespeeld. Het hele gebied van Alexander de Grote was spoedig onder Romeins gezag en de Romeinen maakten gebruik van de Griekse vloot. De hele wereld van toen was onder Romeins gezag, daarom schrijft Lukas het volgende: “Het gebeurde nu in die dagen dat er een bevel uitging van keizer Augustus dat het hele aardrijk moest worden ingeschreven” (Lukas 2:1). Tijdens de geboorte van Christus was dit wereldrijk op haar hoogtepunt, een geweldig, ijzeren (sterk) rijk. Militair gezien was het Romeinse rijk sterker dan de vorige drie rijken. We weten dat ijzer van mindere kwaliteit is dan koper, zilver of goud. Maar wat hardheid betreft is ijzer het hardst. Zo was het Romeinse rijk: hard en meedogenloos.

In de twee benen van het beeld zien we eigenlijk het West- en het Oost Romeinse rijk. In de twee armen zien we het Medisch-Perzische rijk.

Toch werd de kracht van het ijzer gedeeltelijk gebroken. Dit vinden we in Daniël 2:41: “En dat gij gezien hebt de voeten en de tenen, ten dele van pottenbakkersleem, en ten dele van ijzer, dat zal een gedeeld koninkrijk zijn …”. We moeten opmerken dat het ijzer door loopt van de benen in de voeten. Het is hetzelfde rijk echter in een andere samenstelling. Het Romeinse wereldrijk bestaat in deze zijn laatste vorm uit twee delen, namelijk leem en ijzer. Leem vermengd zich niet met ijzer, kan niet met een ander stof een compact geheel vormen. “En dat gij gezien hebt ijzer vermengd met modderig leem, zij zullen zich wel door menselijk zaad vermengen, maar zij zullen de een aan de ander niet hechten, gelijk als zich ijzer met leem niet vermengt” (Daniël 2:43).

Mogelijk moeten we vanwege de pottenbakkersleem denken aan de barbaarse horden die aan het eind van de vierde en aan het begin van de vijfde eeuw het rijk binnendrongen vanuit het Noorden en het Oosten. Zij verzwakten de macht en stichtten afzonderlijke rijken binnen de grenzen van het bestaande Romeinse rijk. Zo verdween de macht en glorie van het toen bestaande rijk. In 395 werd door keizer Theodosius het Romeinse Rijk verdeeld in West- en Oost-Romeinse Rijk.

In de algemene geschiedenisboeken kunnen we ook vinden dat de vier wereldrijken elkaar opgevolgd hebben, zoals de Bijbel dat aangeeft in Daniël 2.

Val van het West-Romeinse en het Oost-Romeinse rijk

In het jaar 449 drong Attila, koning van de Hunnen, vanuit Hongarije Gallië1 binnen. Dit moest hij echter wel met een nederlaag bekopen op de Catalonische velden. Daarna deed hij een inval in Italië maar stierf op de terugtocht. De tweede inval kwam van de zijde van de Germanen. Rome werd toen geplunderd door de Vandalen2 maar de keizer hield zich met moeite staande. De Germaanse vorst Odoáker zette in 476 de laatste keizer af en noemde zichzelf toen “koning van Italië. Dit was de definitieve val van het West-Romeinse Rijk.

In het jaar 1453 namen de Turken Constantinopel in en kwam er ook een einde aan het Oost-Romeinse rijk.

NOTEN:
1. Gallië: dit was de benaming van Frankrijk in die tijd.
2. Vandalen: Dit zijn leden van een Germaanse volksstam, die in Noord-Afrika in 439 een bloeiend rijk stichtten. Wij kennen het woord ‘vandalisme’ nog als aanduiding van ‘barbaarse’ vernielzucht (afgeleid van Vandalen). Het woord ‘barbaar’ duidt een woest en onbeschaafd mens aan.Bronnen:
– Profetische kaarten: ‘De vier wereldrijken’, H. Moll;
– Bouwen en bewaren, H. Rossier;
– Door het vuur, R. Brockhaus;
– Door het oog der profeten, A. Luijben.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM