3 jaar geleden

Bitterheid

“… terwijl u erop toe ziet dat niet aan iemand de genade van God ontbreekt; dat er geen wortel van bitterheid opschiet en onrust veroorzaakt, en velen daardoor verontreinigd worden” (Hebr. 12:15).

I

Helaas zijn sommige Christenen bitter geworden. Ze hebben het niet verwerkt dat ze vernederd werden, dat hun intense verlangens niet vervuld werden, dat hun vertrouwen misbruikt werd, en nog veel meer andere dingen. Omgang met hen is moeilijk. Zij drinken het gif bitterheid en denken dat anderen daardoor gedood zullen worden. Zij verwerken hun teleurstelling door anderen aan te vallen.

In Hebreeën 12 is er sprake van dat iemand aan de genade van God gebrek lijdt en zo een wortel van bitterheid opschiet. Als we niet de genade van God elke dag voor ogen hebben, dan zal de wortel van bitterheid in ons leven binnendringen en zich er niet meer zo uit laten rukken.

Hoe kunnen we bitterheid voorkomen en overwinnen? De patriarch Jozef geeft ons aanschouwelijk onderwijs. Hij had alle reden om bitter te zijn omdat zijn broers hem naar Egypte hadden verkocht. En daar overkwam hem ook ten hemel schreiende onrechtvaardigheid, zodat hij in de gevangenis belandde. Hoe ging hij ermee om?

We begrijpen er iets van als we kijken naar de namen van zijn twee zonen die in Egypte zijn geboren. De eerste werd Manasse genoemd (“hij doet je vergeten”) en de tweede heette Efraïm (“dubbele vruchtbaarheid”). Jozef liet het pijnlijke verleden achter zich en verheugde zich op de zegen, die hij ook in Egypte kon ontvangen. Deze houding stelde hem in staat om zijn broers te vergeven en zelfs liefdevol voor hen te zorgen in Egypte.

Krabt u een wond, die anderen u toebrachten, steeds opnieuw weer open? Zwelgt u graag in de teleurstellingen? Dan kan de bitterheid opschieten. Echter, als we de beslissing nemen ons niet langer met het negatieve bezig te houden maar ons in het positieve te verheugen, dan nemen we een beslissende stap voorwaarts. Met Gods hulp.

II


“Jozef zei tegen zijn broers: Kom toch dichter bij me! En zij kwamen dichterbij. Toen zei hij: Ik ben Jozef, jullie broer, die jullie naar Egypte verkocht hebben.

Maar nu, wees niet bedroefd en laat jullie ogen niet in toorn ontvlammen omdat jullie mij hiernaartoe hebben verkocht, want God heeft mij vóór jullie uit gezonden tot behoud van jullie leven” (Gen. 45:4-5).

Jozef werd door zijn broers gehaat, en tenslotte als slaaf verkocht. Dat was een afschuwelijke daad.

Het is echt opmerkelijk wat Jozef zei tegen zijn schuldige broers, nadat ze tekenen van wroeging hadden laten zien. Toen hij zichzelf voorstelde zei hij tegen hen, onder andere: Ik ben Jozef, jullie broer, die jullie naar Egypte verkocht hebben”, en nu komt het: Maar nu, wees niet bedroefd en laat jullie ogen niet in toorn ontvlammen omdat jullie mij hiernaartoe hebben verkocht, want God heeft mij vóór jullie uit gezonden tot behoud van jullie leven”.

Hier zien we een ander belangrijk punt, hoe men bitterheid overwinnen kan, hoe men iemand wordt, die het fijn vindt om te vergeven en de hand van de verzoening uitsteekt. Men moet zijn ogen van de slechtheid van de mens afwenden en eraan denken, dat God ons leven in Zijn hand houdt. Hij heeft de laster en beledigingen – hoe onrechtvaardig ze ook waren – toegelaten om mij belangrijke lessen te leren.

Hoe moeilijk het soms ook is, om het zo te zien: Het zal ons zeer helpen om te ontkomen aan de bitterheid en een gelukkig christelijk leven te leiden. Als we dit inzicht hebben, zal het ons niet moeilijk vallen om te vergeven, te “vergeten” en er alles aan te doen, zodat de verzoening tot stand komt en de wonden helen.

Gerrid Setzer, © Bibelstudium.de

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol