10 maanden geleden

Bergen en dalen

Wie kent niet hoogten in zijn leven? En wie kent niet de daarop volgende “afdaling”? Een voortdurend levendig onderwerp voor gelovigen!

Overal waar valleien zijn, is er ook een top. Soms moet men door een lange en diepe vallei om (weer) eens op een top te komen. Aan de andere kant kan men ook heel snel van de top in het dal geraken – sneller dan iemand hem misschien lief is.

Natuurlijk gaat het mij niet om een geografisch artikel voor een geografisch boek. Bedoeld worden de hoogten en diepten in ons geloofsleven. We kennen allen zulke hoogten, waar we geestelijk “er goed aan toe” zijn, waar we in gemeenschap met onze Heer leven, dagelijks en met vreugde Zijn Woord lezen en in gebed met Hem spreken. Maar we kennen ook de diepten, waar ons de smaak voor de Bijbel ontbreekt en we het gebed verwaarlozen.

Geestelijke hoogten en diepten

Ook mannen van de Bijbel kenden deze hoogten en diepten:

Petrus bijvoorbeeld: In Mattheüs 16:16 kon hij de uitspraak doen met een heel rijke inhoud: “U bent de Christus, de Zoon van de levende God”, waarop de Heer Jezus hem dit belangrijke antwoord kon geven: “Op deze rots (de Christus) zal Ik Mijn gemeente bouwen”. Maar al snel daarna moest de Heer Jezus zeggen tegen hem zeggen: “Ga weg, achter Mij, satan! je bent Mij een aanstoot” (Matth. 16:23), toen Petrus niet begreep wat de Heer Jezus ermee bedoelde, dat Hij lijden en gedood moest worden.

Of kort voor de gevangenneming van de Heer Jezus, toen Petrus op zijn eigen kracht vertrouwde en met uiterste overtuiging zei, dat hij bereid was om met de Heer Jezus te sterven (Luk. 22:33). Maar na korte tijd was hij nog niet eens bereid om toe te geven, dat hij Jezus kende (Luk.22:54-62).

Elia en David

Ook grote mannen in het Oude Testament kenden zulke hoogten en diepten. Elia, een profeet van God, had een grote overwinning behaald en zich alleen tegen honderden afgodendienaars verzet. Maar even later zien we hem onder een struik liggen met het gebed, dat de Heer hem toch maar moest laten sterven. “Ik alleen ben overgebleven”, was zijn mening, daarbij had God er 7.000 anderen, die niet tot afgoderij vervallen waren (1 Kon. 18 en 19).

David, die de hulp van God in vele gevaren ervaren had, ook dat de genade van God de grenzen van de wet overstijgt, veranderde zijn gelaat en deed alsof hij niet helemaal goed bij zijn hoofd was, om zich te beschermen (1 Sam. 21).

Het verbaast ons hoe dicht deze hoogten en diepten bij elkaar liggen. En niet alleen bij grote dingen. Nee, de zogenaamde kleine dingen brengen ons veel moeiten. Net nog met heel het hart bij de zaak (misschien bij een bijbellezing), en in de tuin al weer gewoon praten over auto’s of de nieuwste rok van zuster xyz. Dat zijn immers kleine dingen, zeg je misschien. Maar de Heer Jezus wil ons hele hart, en wel permanent. Wanneer de Heer Jezus niet heel ons hart heeft, al onze aandacht, dan is het “volgende dal” al heel dicht bij.

Hoe gaan wij ermee om?

Helaas zijn mensen zo veranderlijk, en daarvan zijn wij christenen, als het om ons geloof gaat, geen uitzondering. Laten wij daarom waakzaam zijn, “op de hoogte” te blijven. Hoe dat gaat?

  • Bewust met de Heer Jezus leven. Hem in elke situatie inbrengen. Je steeds weer bewust worden, dat er geen gebied is, waar de Heer Jezus uitgesloten is.
  • Hem door het lezen van de Bijbel beter leren kennen. Dan hebben we overigens ook iets, waarop we in bepaalde situaties kunnen teruggrijpen.
  • Spreek met de Heer Jezus. Vertel Hem welke dingen je moeite geven. Dagelijks (minimaal, beter zelfs meerdere keren per dag) vragen om bewaring.

Wanneer echter eens de situatie komt, waar het mis gaat, dan mogen we erop vertrouwen dat de Heer Jezus ook tegen ons zegt: “Ik heb echter voor jou gebeden dat je geloof niet zou ophouden; en jij, als je eens bekeerd [1] bent, versterk je broeders” (Luk. 22:32)

Hoe goed om zo’n Heer te hebben, die in de hoogten maar ook in de diepten bij jou (mij) staat en ons niet in de steek laat.

NOOT:
1. Of ‘teruggekeerd’.

Klaus Brinkmann, © Bibelpraxis.de

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol