4 maanden geleden

Ben jij een Titus?

“Toen ik nu in Troas kwam voor het evangelie van Christus en mij een deur geopend was in [de] Heer, had ik geen rust in mijn geest, daar ik mijn broeder Titus niet vond; maar ik nam afscheid van hen en vertrok naar Macedonië” (2 Kor. 2:12-13).

Waarom had Paulus geen rust toen hij Titus niet kon vinden? Wat was er met Titus aan de hand?

Paulus had Titus naar Korinthe gestuurd om te horen hoe de gemeente op zijn eerste brief had gereageerd, en Paulus wachtte op zijn verslag. Zijn diepe gevoelens voor de gelovigen uit Korinthe riep bezorgde vragen op, die mogelijke de oorzaak van zijn rusteloosheid waren. In 2 Korinthe 7 vers 5 beschrijft Paulus zijn toestand als volgt: “maar wij waren in alles verdrukt: van buiten strijd, van binnen vrees.” In 2 Korinthe 2 vers 12 zei hij: “… had ik geen rust in mijn geest,” en in 2 Korinthe 7 vers 5: “had ons vlees geen rust.” Paulus was geestelijk uitgeput. In 2 Korinthe 11 vers 28 vermeldt hij zelfs, dat de bezorgdheid over alle gemeenten hem dagelijks overviel. De apostel Paulus lijkt depressief te zijn geweest, maar hij gaf het niet op. Hij was “in alles verdrukt, maar niet benauwd; geen uitweg ziende, maar niet geheel zonder uitweg” (2 Kor. 4:8). Hij was ontmoedigd maar niet verslagen. Toen hij Titus ontmoette, bleef hij hopen op een goed bericht.

Maar misschien zat er meer achter. Misschien was het ook persoonlijk. Dit is zelfs de eerste keer dat Titus bij naam wordt genoemd in het Nieuwe Testament. Paulus noemt hem “mijn echt kind” in Titus 1 vers 4, en in 2 Korinthe 2 vers 12 noemt hij hem “mijn broeder.” Zijn naam betekent “verzorger” of “opvoeder” – iemand die helpt voor anderen te zorgen. In 2 Korinthe 7 vers 5-6 zien we Paulus’ opluchting toen Titus aankwam: “Immers toen wij in Macedonië aankwamen, had ons vlees geen rust, maar waren wij in alles verdrukt: van buiten strijd, van binnen vrees. Maar God, die de nederigen troost, heeft ons getroost door de komst van Titus, en niet alleen door zijn komst, maar ook door de troost waarmee hij over u getroost werd, doordat hij ons vertelde van uw vurig verlangen, uw treuren, uw ijver voor mij, zodat ik mij nog meer verblijdde.”

De komst van Titus bracht Paulus blijdschap, niet alleen vanwege het bericht dat hij bracht, maar ook vanwege wie Titus was. Hij deed zijn naam eer aan en liet de God van alle troost hem als een kanaal van troost gebruiken.

Het Griekse woord voor troost is parakaleo, wat “iemand terzijde roepen, aanroepen, ontbieden” betekent. Het kan vermaning, bemoediging of troost betekenen. Paulus gebruikt dit woord 29 keer in 2 Korinthe – 11 keer als zelfstandig naamwoord en 18 keer als werkwoord. Het beeld toont iemand die naast een ander loopt en troost en bemoediging geeft.

Laten we eens nadenken over het zijn van een Titus – iemand die anderen troost. Een eenvoudige definitie van troost is: “samen door moeilijke tijden heen gaan.” In 1 Thessalonicenzen 5 vers 11 krijgen we de opdracht: “vermaant elkaar en bouwt elkaar op, zoals u ook doet.”

Anker voor vandaag

De Heer is vandaag op zoek naar gelovig zoals Titus – mensen die Hij kan gebruiken om de terneergeslagenen te troosten. Wilt u er ook een zijn?

 

© Anchors For Life

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW