2 jaar geleden

Altijd goede moed (4)

Lezen: 2 Korinthe 5:2-10.

We hebben altijd goede moed met betrekking tot de komst van de Heer

De Heer is nabij. Zijn komst is zekerder dan de dood, want “wij zullen niet allen ontslapen, maar we zullen allen veranderd worden” (1 Kor. 15:51). Hoe zullen we Hem ontmoeten? Deze mannen van het geloof wensten niet de dood: “… omdat wij niet ontkleed …. willen worden” (vs. 4). Hun hoop was de eerste opstanding en de komst van de Heer, wanneer zij “overkleed” willen worden. Dan wordt het sterfelijke door het leven verslonden. Want zoals de opgaande zon de duisternis niet alleen maar verdrijft, maar het met haar stralen verslindt, zo zal onze Heer bij Zijn komst niet alleen onze angsten en zorgen verjagen, maar alles in ons, wat betrekking heeft op zwakheid, zonde, of lichamelijke en geestelijke zwakte, zal voor eeuwig voorbij zijn.

Als we zien op Zijn komst, het aanbreken van de opstandingsmorgen, het lied van vreugde bij het ontwakende licht, de reinheid en de vrede van de naderende zonsopgang, ja, als we Hemzelf aanschouwen zoals Hij is, moeten we dan niet uitroepen dat wij nu, omdat God ons voor die dag bereid heeft, “altijd goede moed hebben”?

We hebben altijd goede moed met betrekking tot de rechterstoel van Christus

We willen over de dood heen zien, over de komst van de Heer en de glorie van de opstanding, over dat uur, wanneer de Zijnen veranderd worden naar Zijn beeld, naar boven in het Vaderland. We willen zien naar de rechterstoel van Christus. Daar zullen onze werken openbaar worden; daar zal het schepsel van aangezicht tot aangezicht staan in het onbevlekte licht. “Want wij allen moeten geopenbaard worden voor de rechterstoel van Christus, opdat ieder ontvangt wat in het lichaam is [gedaan], naardat hij heeft bedreven, hetzij goed hetzij kwaad” (2 Kor. 5:10). Maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit. De rechterstoel kunnen we rustig tegemoet zien.

Moet de gelovige zijn lichaam afleggen vóór de Heer komt, dan zal zijn geest tot de Heer opstijgen, “uitwonend uit het lichaam en inwonend bij de Heer” (2 Kor. 5:6-8) En wanneer de Heer komt, zal het lichaam als verheerlijkt lichaam uit de dood worden opgewekt – het vergankelijke zal onvergankelijkheid aangedaan hebben – en dan zal de verloste geest met zijn verheerlijkte lichaam worden herenigd. Mocht de gelovige nog op aarde leven, wanneer de Heer komt, dan zal de Heer zijn sterfelijk lichaam veranderen en hem een verheerlijkt lichaam geven, en zo zal het sterfelijke onsterfelijkheid aandoen (1 Kor. 15:51-54). Dus worden allen, of opgewekt of veranderd, en de Heer bij Zijn komst in verheerlijkte lichamen ontmoeten. Wij zullen dan ook in al verheerlijkte lichamen, gelijkvormig aan het verheerlijkt lichaam van Christus, “voor de rechterstoel van Christus openbaar worden” (2 Kor. 5:10). Deze rechterstoel moet niet worden verward met de grote witte troon, waarvan we lezen in Openbaring 20 vers 11-15 zijn. Dit oordeel zal plaatsvinden aan het einde van de wereldgeschiedenis, nadat de aarde zelf ontvlucht is. Op deze dag van het oordeel zullen zij opstaan, die bij de komst van de Heer niet opgewekt of veranderd werden. “De overigen van de doden werden niet levend voordat de duizend jaren voleindigd waren. Dit is de eerste opstanding. Gelukkig en heilig is hij die aan de eerste opstanding deel heeft” (Openb. 20:5-6a). Zo mogen we dus zien naar de rechterstoel van Christus en met heilige vrijmoedigheid zeggen: “Daarom hebben wij altijd goede moed”.

© Bibelstudium.de, H. Forbes Witherby

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol