2 jaar geleden

Altijd goede moed (1)

“Hij nu die ons hiertoe heeft bereid, is God, Die ons het onderpand van de Geest gegeven heeft. Daarom hebben wij altijd goede moed, en weten dat wij, zolang wij in het lichaam inwonen, niet bij de Heer wonen …” (2 Kor. 5:5,6).

We sluiten dit hoofdstuk van het evangelie van onze redding af met de geïnspireerde woorden: “Daarom hebben wij altijd goede moed”, en wensen dat iedere lezer dat van harte zeggen kan.

“Goede moed!” Ja, beste vriend, maar niet de goede moed van de onwetendheid, die het leven hier met een sprong in het duister verlaat; die zich in een valse zekerheid wiegt, terwijl het huis om hem heen in brand staat; ook niet de goede moed van het zelfvertrouwen, die in de zekerheid roemt, terwijl het schip in zijn watergraf zinkt; maar de goede moed van degenen, wier ogen voor eeuwige feiten geopend zijn; die de zonde en hun eigen zonden overwogen hebben; die de rechtvaardigheid van God gezien hebben; die door geloof in de hemel en de hel gekeken hebben en die in dit alles niet op zichzelf vertrouwen, maar stil en in vrede rusten in God.

Degenen die het evangelie niet gehoorzamen, mogen wankele gronden voor hun zelfvertrouwen hebben; maar wij zijn zulken, die “God dienen door de Geest van God, en in Christus Jezus roemen en niet op vlees vertrouwen” (Fil. 3:3).

Ook is het niet alleen “goede moed”, maar “altijd goede moed”. Sommige kinderen van God hebben voor een moment vertrouwen en verliezen dit dan weer; het gaat hun als bij een zonnestraal, die door de wolken breekt en dan weer verdwijnt; zij zijn als de veranderlijke oceaan, vandaag rustig en morgen in beroering – de ene dag weerspiegelt de hemel op hen, de andere dag zien we alleen de rusteloze golven; dat is niet “altijd goede moed”.

Christelijk zelfvertrouwen is gebaseerd op een solide basis, een rots die onbeweeglijk is; daarom hebben we hier het “daarom [vandaar]” van de apostel. God Zelf is het fundament van dit vertrouwen. “Hij nu die ons hiertoe heeft bereid, is God, Die ons het onderpand van de Geest gegeven heeft. Daarom hebben wij altijd goede moed …”. De Rots waarop deze mannen toen vertrouwden, was God; en omdat God hun Rots was, konden ze in hun harten zien en van daar uit omhoog naar de troon van de heerlijkheid, waar Christus zit aan de rechterhand van God; ze konden op zichzelf zien als dienaren; ze konden op de dagelijkse beproevingen zien; op het martelaarschap; op de tweede komst van hun en onze Heer; ja, nog meer, op de rechterstoel van Christus; en met de blik op dit alles konden ze  oprecht en vreugdevol verkondigen: “Wij hebben altijd goede moed”.

H. Forbes Witherby, © Bibelstudium.de

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol