11 jaar geleden

Algemene geschiedenis van de Christelijke Kerk (17)

De vereenzelviging van de Jakobussen, de Maria’s en de broeders van de Heer is lang een moeilijk punt geweest voor de onderzoekers. Het is hier de plaats niet om in dit geschilpunt door te dringen. Maar de zaak van verschillende kanten bezien hebbende, geloven wij, dat onze apostel die Jakobus is, aan wie in de gemeente van Jeruzalem een voorname plaats toegekend werd; dat hij de algemene zendbrief geschreven heeft en dat hij ook de broeder van de Heer wordt genoemd. Zijn bijnaam was de rechtvaardige of ook de kleinere, waarschijnlijk omdat hij niet groot van gestalte was.

Deel 1: 32-814 n. Christus

Jakobus de zoon van Alfeüs

De vereenzelviging van de Jakobussen, de Maria’s en de broeders van de Heer is lang een moeilijk punt geweest voor de onderzoekers. Het is hier de plaats niet om in dit geschilpunt door te dringen. Maar de zaak van verschillende kanten bezien hebbende, geloven wij, dat onze apostel die Jakobus is, aan wie in de gemeente van Jeruzalem een voorname plaats toegekend werd; dat hij de algemene zendbrief geschreven heeft en dat hij ook de broeder van de Heer wordt genoemd. Zijn bijnaam was de rechtvaardige of ook de kleinere, waarschijnlijk omdat hij niet groot van gestalte was. Het uiteenhouden van personen is soms zeer moeilijk, vanwege de tamelijk algemene gewoonte onder de joden, om hun naaste betrekkingen “broeders” en “zusters” te noemen, en omdat velen twee of meer verschillende namen dragen.

In de vier apostel-lijsten heeft Jakobus dezelfde plaats, namelijk aan het hoofd van de derde groep. Petrus staat aan het hoofd van de eerste, Filippus van de tweede en deze Jakobus van de derde groep van vier apostelen. Er is weinig van hem bekend dan na de opstanding. Uit hetgeen Paulus zegt in 1 Korinthe 15:7, blijkt dat de Heer vóór Zijn hemelvaart Jakobus vereerde met een persoonlijke ontmoeting. Dit was vóór de pinksterdag, en kan geweest zijn ter bijzondere bemoediging, leiding en versterking van de apostel.

In het eerste hoofdstuk van het boek Handelingen vinden wij hem met de anderen, wachtende op de belofte van de Vader, de gave van de Heilige Geest. Daarna verliezen wij hem uit het gezicht tot het bezoek, dat Paulus aan hem bracht (Galaten 1:18-19), dat omstreeks het jaar 39 geweest kan zijn. Wij vinden hem op gelijke lijn met Petrus als apostel. Hij was in die tijd opziener van de gemeente te Jeruzalem. De achting, die Petrus hem toedroeg, blijkt uit de omstandigheid dat hij, na zijn bevrijding uit de gevangenis, begeert dat bericht van zijn ontkoming gezonden zal worden “aan Jakobus en aan de broeders” (Handelingen 12:17).

In het jaar 50 vinden wij hem in de raad van de apostelen, waar hij het gevoelen van de vergadering schijnt uit te vertolken. “Daarom ben ik van oordeel, dat men hen die zich uit de volken tot God bekeren, niet in moeilijkheden moet brengen” (Handelingen 15:19). Geen van de apostelen spreekt op deze wijze. Het schijnt, dat hij in aanzien en gezag zeer gestegen was. Omstreeks het jaar 51, toen Paulus andermaal Jeruzalem bezocht, erkent hij Jakobus als een van de “pilaren” van de gemeente, en plaatst zijn naam zelfs vóór Petrus en Johannes (Galaten 2:9). Opnieuw, tegen het jaar 58, bezocht Paulus Jakobus in tegenwoordigheid van al de oudsten. “En de volgende dag ging Paulus met ons naar Jakobus; en alle oudsten kwamen daar” (Handelingen 21:18). Uit een en ander is op te maken, dat Jakobus hoge achting genoot bij de andere apostelen, en dat hij in de gemeente van Jeruzalem een eerste plaats innam. Zijn gehechtheid aan het jodendom was diep en ernstig, en zijn vordering in het Christendom schijnt langzaam en trapsgewijze te zijn geweest. Hij was een volkomen contrast met Paulus; Petrus vormde de schakel tussen beiden.

Jakobus werd ter dood gebracht omstreeks 62, bijna dertig jaar na de pinksterdag. Het getuigenis van de oudheid, wat zijn uitstekende vroomheid en heiligheid aangaat, is eenstemmig. Ook schijnt hij zeer ootmoedig geweest te zijn. Alhoewel hij de broeder (of naaste bloedverwant) van de Heer was, noemt hij zich “een slaaf van God en van de Heer Jezus Christus” (Jakobus 1:2) en geeft zich zelfs niet de titel van apostel. Vanwege de roem van zijn heiligheid en rechtvaardigheid wordt hij gewoonlijk “Jakobus de rechtvaardige” genoemd. En daar hij met zekere regelmatigheid zich hield aan de joodse gebruiken, was hij niet zulk een ergernis in de ogen van zijn ongelovige landgenoten, als de apostel van de volken maar dit kon niet verhinderen, dat hij als een martelaar viel.

Het verhaal van het leven, karakter en sterven van Jakobus zijn wij hoofdzakelijk verschuldigd aan Hegesippus, een Christen van joodse afkomst, die in het midden van de tweede eeuw leefde. Algemeen wordt deze als een geloofwaardig geschiedschrijver erkend. Zijn mededeling van Jakobus’marteldood is volledig te vinden in Smith’s “Woordenboek van de Bijbel”. Wij geven slechts de hoofdzaak.

<<Daar velen van de oversten en het volk van de joden geloofden in Jezus door de prediking van Jakobus, werden de schriftgeleerden en farizeeën zeer verbitterd tegen hem. Het gehele volk, zeiden zij, zou gaan geloven in Jezus. Daarom kwamen zij gezamenlijk bij Jakobus, en zeiden: ‘Wij bidden u, ga het volk tegen, want zij dwalen af, Jezus achterna, als ware hij de Christus. Maan allen, die tot het paasfeest komen, van Jezus af. Sta dan op de tinne van de tempel, zodat al het volk u zien en uw woorden horen kan; want al de stammen en zelfs de volken komen voor het paasfeest tezamen’. In plaats echter van te zeggen wat zij wilden, verkondigde hij met luide stem aan al het volk, dat Jezus de ware Messias was, dat hij vast in Hem geloofde, en dat Jezus nu in de hemel was aan Gods rechterhand, vanwaar Hij wederkomen zou in grote kracht en heerlijkheid. Velen werden door de prediking van Jakobus overtuigd, en gaven eer aan God, roepende: ‘Hosanna de Zoon van David’.

Toen de schriftgeleerden en farizeeën dit hoorden, zeiden zij tot elkaar: ‘Wij hebben dwaas gedaan zulk een getuige van Jezus voor het volk te stellen; laten wij naar boven gaan en hem naar beneden werpen opdat het volk verschrikt worde, en niet in Hem gelove’. En zij riepen, zeggende: ‘Zelfs Jakobus de rechtvaardige is afgeweken!’ waarna zij hem naar beneden stortten. Daar hij door de val nog niet dood was, begonnen zij hem te stenigen. Een van hun, die lakenvolder was, nam de vollersstok, en sloeg er mee op het hoofd van Jakobus. Zo stierf de apostel, en gelijk Stefanus bad hij in knielende houding voor zijn moordenaars. Bijna onmiddellijk  daarop begon Vespasianus Jeruzalem te belegeren; en het Romeinse leger keerde alles om in verwoesting, puin en bloed>>.

Wordt D.V. vervolgd.

Oorspronkelijke titel: Church History
Vertaald uit het Engels door H.J. Lemkes
In boekvorm verkrijgbaar bij:
Stichting “Uit het Woord der Waarheid”, Postbus 260, 7120 AG Aalten

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM