3 maanden geleden

Afhankelijkheid in het leven van Jezus (95)

Stromen van levend water

 

“Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. Dit nu zei Hij van de Geest, die zij die in Hem geloven1, zouden ontvangen” (Joh. 7:38,39).

De kracht waarin de Heer Jezus uit de woestijn was teruggekeerd, moest zich nu ontvouwen in zijn openbare dienst. Als van het volk van God gezegd wordt, dat het is “als een bevloeide tuin, als een waterbron, waarvan het water nooit ontbreekt” (Jes. 58:11), hoeveel te meer geldt dit dan voor de Knecht van God. De vrucht van de Geest werd in Hem gezien als in geen ander!

Uit het lichaam dat zojuist gevast had, zouden nu stromen van levend water komen – tot zegen van grote scharen en allen die in geloof tot Hem kwamen. Petrus zegt van Jezus: “Hij is [het land] doorgegaan, terwijl Hij goeddeed en allen gezond maakte die door de duivel waren overweldigd” (Hand. 10:38) – en dat gebeurde allemaal door de werking van de Geest in Hem!

De buik van de mens is gewoonlijk de plaats die nooit permanent verzadigd is, maar altijd om voeding vraagt. Paulus schrijft dat er mensen zijn wier god de buik is, dat wil zeggen die de hoogste plaats in het leven geven aan natuurlijke behoeften en persoonlijke bevrediging (verg. Fil. 3:19).

Bij de christenen daarentegen moet juist uit deze plaats (om zo te zeggen) – door de Geest – een blijvende overvloed voortvloeien, zoals de woorden van de Heer in Johannes 7 vers 38 aantonen. Christus wil niet alleen in onze persoonlijke behoeften voorzien, maar ons ook door de Geest tot kanalen van zegen voor anderen maken. Wij zijn niet alleen gezalfd met de Geest, maar onze beker moet ook overvloeien (verg. Ps. 23:5). Dit gebeurt onder meer door overvloedig te zijn in de hoop door de kracht van de Geest en dit ook door te geven aan anderen (verg. Rom 15:13).

Trouwens, het kenmerkt de Heilige Geest dat Hij voortdurend stroomt. Wij zien dit ook met betrekking tot de olie, die vloeide zolang er lege vaten waren om haar te ontvangen (verg. 2 Kon. 4).

Kunt u ook met overtuiging zeggen: “Al mijn bronnen zijn in U” (Ps. 87:7)? Bent u een kanaal van zegen voor anderen waardoor de kracht van de Geest blijvend kan stromen? Is het vandaag uw doel om “gelovigen2 door genade tot grote steun te zijn” (verg. Hand. 18:27)?

 

NOOT:
1. S.l. ‘geloofd hadden.’
2. Of ‘hen die door de genade geloofden.’

 

Jan Philip Svetlik; © www.bibelstudium.de

Online in het Duits sinds 15.05.2018.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW