46 minuten geleden

Abraham (4)

Geven en kiezen (Gen. 13)

De echtheid van Abrahams herstel door geloof wordt al snel op de proef gesteld. Omstandigheden tonen aan, dat hij opnieuw leeft in het licht van het hemelse land. Daardoor kan hij het zich veroorloven om de goed geïrrigeerde vlakte, die zijn wereldsgezinde neef voor hem had uitgekozen, aan hem af te staan.

Herstel na falen

Abraham werd uit Egypte weggestuurd. Waar hij heen ging, was voor deze wereld niet van belang. Abraham was echter een waarachtig man van geloof, ook al struikelde hij – net als wij – soms op het pad van het geloof. Nadat hij de zegen van deze plek buiten de wereld had geproefd, kon zijn ziel door niets anders tevreden gesteld worden dan door terug te keren naar die gezegende plaats waarvandaan hij was afgedwaald. Zo lezen we: “En hij reisde van rustplaats tot rustplaats, vanuit het Zuiderland tot aan Bethel, naar de plaats waar zijn tent eerst gestaan had, tussen Bethel en Ai, naar de plaats van het altaar dat hij daar vroeger gemaakt had …” (Gen. 13:3-4).

Zoals het geval is met elke werkelijk herstelde ziel, keert hij terug langs dezelfde weg, totdat hij zijn karakter als vreemdeling en pelgrim met zijn tent en als aanbidder met zijn altaar heeft gevonden. ​​En totdat hij de man is die afhankelijk is van God en de naam van de Heer aanroept.

Gevolgen van falen

Het herstel van Abraham is compleet, maar de gevolgen van zijn falen zijn zichtbaar in anderen. Een gelovige faalt nooit zonder anderen negatief te beïnvloeden, ook als hijzelf hersteld wordt. De consequentie van Abrahams falen is direct zichtbaar in Lot. In Sarai zien we de natuurlijke mens die een goede belijdenis kan afleggen, maar niet in staat is om het pad van het geloof buiten de wereld te bewandelen. In Abraham zien we de man van geloof die handelt in overeenstemming met het Woord van de Heer en zijn plaats buiten de wereld inneemt, ook al faalt hij van tijd tot tijd op dit pad.

In Lot zien we een ware gelovige die zijn plaats buiten de wereld inneemt, niet door geloof in God, maar door menselijke invloed. We hebben al gelezen dat toen Abraham Haran verliet, “Lot met hem meeging” (Gen. 12:4). Ook toen Abraham Egypte verliet “ging Lot met hem mee” (Gen. 13:1). En nu (in vs. 5) lezen we voor de derde keer, dat Lot “met Abraham meeging.”

Lot is representatief voor de grote groep christenen die weliswaar de juiste positie innemen buiten de wereld, maar dit doen onder invloed van een vriend of familielid, in plaats van deze positie voor God te kiezen door persoonlijk geloof. Vanaf het allereerste begin van zijn reis, zoals we in de Schrift lezen, werd Lot gekenmerkt door het leven in het licht van een ander. Helaas lijken we maar al te vaak op deze Lot, in verschillende mate en op verschillende manieren. We gedragen ons dan als mensen die geloof hebben, maar leven dat geloof niet zelf uit. En dan merken we, dat we niet standvastig kunnen blijven wanneer we door verleidingen op de proef worden gesteld.

Wanneer zo’n beproeving komt, zullen gelovigen die hun leven leiden volgens het licht van een ander, bezwijken en het pad verlaten, dat niet aantrekkelijk is voor het vlees en waarvoor zij geen persoonlijke geloofsoefening hebben gehad. Ze hebben het eenvoudigweg niet gekozen vanuit persoonlijk geloof.

De valstrik van rijkdom

Hoe vaak lijken de beproevingen in onze tijd op die in het verhaal van Abraham en Lot? We lezen: “En er ontstond onenigheid” (Gen. 13:7). We lezen ook dat de directe oorzaak van de onenigheid lag in hun huidig bezittingen. Het is goed om kennis te nemen van de tweemaal herhaalde uitspraak, dat ze niet bij elkaar konden wonen (vs. 6). En de belangrijkste reden voor de scheiding was: “Want zij hadden veel bezittingen“ (vs. 6). Hoe vaak zijn gelovigen sindsdien gescheiden geraakt vanwege afgunst over andermans geestelijke gaven of aardse rijkdommen? Het misbruik van geestelijke gaven was de oorzaak van de verdeeldheid in de  gemeente van Korinthe. De apostel kan tegen deze gemeente zeggen: “… dat u in alles rijk geworden bent in Hem: in alle woord en alle kennis.” Maar het waren juist deze rijkdommen die de oorzaak werden van twist en verdeeldheid, want de apostel zegt: “Want als er jaloersheid en twist onder u is.” En hij voegt eraan toe “opdat u zich niet opblaast [de] één voor de één [en] tegen de ander” (1 Kor. 1:5; 3:3; 4:6). Armoede zou hen ertoe hebben aangezet elkaar te steunen. Hun rijkdom daarentegen werd een reden voor verdeeldheid.

In het geval van Abraham en Lot werd aardse rijkdom de oorzaak van hun scheiding. We zouden ons terecht kunnen afvragen: “Waar hadden ze die aardse rijkdom vandaan?” Toen Abraham voor het eerst het pad van het geloof bewandelde en Lot hem volgde, lezen we dat ze “al hun bezittingen” meenamen. Maar dit was geen reden voor conflict (Gen. 12:5). In Egypte had Abraham echter grote rijkdom vergaard, zodat we na zijn herstel lezen: “Abraham was zeer rijk, aan vee, aan zilver en aan goud” (Gen. 13:2).

Zo werd de rijkdom die Abraham daardoor verwierf, zodat hij afdwaalde van de weg van het geloof, een bron van strijd en verdeeldheid tussen Lot en Abraham. Door met elkaar te twisten, hielden de twee op getuigen van God te zijn voor de Kanaänieten en Ferezieten die in het land woonden (vs. 7).

De houding van het geloof

In dit alles mogen we niet vergeten, dat Abraham een ​​hersteld mens was, in de juiste positie en met de juiste motieven, terwijl Lot, hoewel uiterlijk in de juiste positie, slechts een volgeling van anderen was. Het conflict wordt dus niet alleen een droevige gelegenheid om Lots wereldse denkwijze te onthullen, maar brengt ook Abrahams hemelse denkwijze aan het licht, die bereid is om wereldse zaken te verzaken. Het is Abraham die zegt: “Laat er toch geen onenigheid zijn tussen mij en jou … wij zijn immers mannen die broeders zijn!” (vs. 8). Degene die zich in een positie bevindt waarvoor hij eigenlijk in werkelijkheid het geloof mist, wordt uiteindelijk de oorzaak van ruzies tussen broeders. Hij had er beter aan gedaan zich af te scheiden van de man wiens geloof hij niet kan navolgen.

Abraham zag een hemels land voor zich. Daarom kon hij het zich veroorloven om de aardse dingen met hun vooruitzichten op comfort en rijkdom op te geven. Lot was vrij om te kiezen. En als hij koos voor het beste van wat natuurlijk en zichtbaar was, was Abraham tevreden om het pad te volgen, dat God voor hem had uitgekozen, of dat nu een ruw of een glad pad was. Hij wist dat het hem naar het Beloofde Land met al zijn zegeningen zou leiden.

De keus van het vlees

Onder invloed van anderen had Lot de weg van uiterlijke afzondering gekozen. Toen hij vervolgens gedwongen werd zijn eigen keuzes te maken, onthulde hij, dat de wereld in zijn hart was (vs. 10-13). Zonder Gods leiding te zoeken, koos hij zijn woonplaats op basis van wat hij zag. “En Lot sloeg de ogen op en zag dat heel de Jordaanvlakte rijk aan water was” (vs. 10). Het was een aantrekkelijk, zelfs verleidelijk, uitzicht, dat comfort en rijkdom beloofde. Er was volop water voor zijn kudden, zonder dat hij de moeite hoefde te nemen om putten te graven. De vlakte was zelfs zo vruchtbaar, dat ze werd beschreven als “als de hof van de HEERE” (vs. 10). Maar de toevoeging “als het land Egypte” (vs. 10) is zeer veelbetekenend. Helaas had Lot, door Abraham naar Egypte te volgen, de smaak te pakken gekregen van de geneugten van Egypte. Zo was zijn verlangen naar werelds comfort en rijkdom versterkt geworden.

Lot koos dus de hele Jordaanvlakte uit en verliet de weg van afzondering, waarvoor hij nooit persoonlijk geloof had gehad. Hij verliet het land Kanaän voorgoed. Het kiezen van een vlakte die rijk aan water was, was op zich niet slecht of verkeerd. Maar het bewees wel, dat zijn hart niet uitging naar het onzichtbare land van Gods belofte. Bovendien was het werkelijke gevaar van de goed bewaterde vlakten, dat satan Sodom middenin die vlakten had opgebouwd.

Abraham bleef in het land Kanaän, terwijl Lot in de steden van de vlakte woonde. Nadat hij het pad van het geloof had verlaten en het pad van de natuurlijke waarneming had gekozen, zou zijn neerwaartse spiraal zich voortzetten. We lezen immers van hem: “… en zette zijn tenten op tot bij Sodom” (vs. 12). We lezen over de stad: “de mannen van Sodom waren echter slecht en grote zondaars tegenover de HEERE” (vs. 13). En we zullen nog leren, dat er voor Lot geen herstel was. Steeds dieper zonk hij weg, totdat hij uiteindelijk uit ons zicht verdween in een wolk van schaamte en oneer.

De belijdenis van het geloof

Nadat Abraham bevrijd was van de last van zijn wereldsgezinde neef, sprak de Heer opnieuw tot hem. Lot had zich laten leiden door de blik van zijn eigen ogen en had de leiding van de Heer genegeerd. Daardoor wekte de blik van zijn ogen de verlangens van zijn hart op, zodat zijn voeten de keuzes van zijn hart volgden.

Abraham gebruikt zijn ogen, maar onder leiding van de Heer. Want nadat Lot zich van hem had afgescheiden, zei de Heer: “Sla toch uw ogen op en kijk vanaf de plaats waar u bent …” (vs. 14). Hij moet in alle richtingen kijken naar het land, dat de Heer hem gegeven heeft. En het is ook goed voor ons, wanneer we bevrijd zijn van de last van hen die geen geloof hebben, om ons hart te richten op de dingen die boven zijn: “niet richten op de dingen die men ziet, maar op de dingen die men niet ziet” (2 Kor. 4:18). We moeten ons verheugen over elk deel van de openbaring die God ons heeft gegeven, van de toekomstige wereld, van het hemelse land met zijn stad die op een fundament staat (Hebr. 11:10).

In die zin kunnen we nog steeds de aanwijzing van de Heer aan Abraham volgen, toen Hij tegen hem zei: “Sta op, ga het land door in zijn lengte en in zijn breedte, want Ik zal het u geven.” (Gen. 13:17). Nadat hij bevrijd was van degene die slechts een navolger was, en nadat hij alle jaloezie had overwonnen, liet Abraham de Heer zijn weg leiden. En zo verheugde hij zich over de rijke ontvouwing van de toekomstige wereld, waarop hij geduldig had gewacht. Intussen trok hij door het land – met zijn tent en zijn altaar.

 

Hamilton Smith ; © www.bibelpraxis.de

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW