11 jaar geleden

2 Thessalonika 3 (9)

Ook deze bijbelcursus is als hulp en ondersteuning voor onze lezers bedoeld, om het Woord van God regelmatig en voortdurend te bestuderen. Uw vragen die uit deze bijbelstudie voortkomen, willen we graag proberen te beantwoorden. Evenzo is het fijn om uw opmerkingen te vernemen …

Hoofdstuk 3:6-9

Vers 6: “Maar wij bevelen u, broeders, in [de] naam van <onze> Heer Jezus Christus, dat u zich onttrekt aan iedere broeder die ongeregeld wandelt, en niet naar de inzetting die zij van ons ontvangen hebben”.

Dat is een duidelijk gebod. De gelovigen in Thessalonika stonden niet alleen onder verkeerde leerstellige invloed, zoals we in hoofdstuk 2 gezien hebben, maar ook in gevaar van verkeerde levensleiding. Dat zijn altijd de beide gevaren die ons bedreigen:

  • Verkeerd onderwijs;
  • verkeerde levensleiding.

In zijn eerste brief heeft de apostel al geschreven: “Wijst de ongeregelden terecht” (5:14). Klaarblijkelijk heeft zich de ongeregeldheid bij enkelen nog versterkt. Er is geen acht geslagen op de terechtwijzingen. Wat moet er nu gebeuren?

Dat u zich onttrekt: Nu moesten de brusters zich onttrekken aan hen die ongeregeld wandelden, dat betekent het persoonlijk contact met hen mijden, anders zou deze ongeregelde levenswandel gevolgen voor hen hebben. Het is niet onbelangrijk met wie wij een nauwe omgang hebben. Dit onttrekken is de tweede vorm van tucht in het midden van de gelovigen. Het moest zeker niet aan liefde ontbreken, toch moet zij gepaard gaan met beslistheid. Let er op dat het zich bij deze personen gewoonlijk om gelovigen gaat – zij worden broeders genoemd -, dat is vast en zeker.

Vers 7: “Want u weet zelf hoe men ons moet navolgen, omdat wij ons onder u niet ongeregeld gedragen hebben;”.

Zoals zo vaak in deze beide brieven stelt de apostel zich met zijn medearbeiders voor als voorbeeld. Een goed voorbeeld is veruit welsprekender dan vele verklaringen. Het is ook beter dan een lange catalogus met regels.

Hoe hadden zij dan gewandeld? In de eerste brief had hij een reeks van kenmerken van een goede wandel genoemd: In het lijden (2:2), in zachtmoedigheid (2:2), in oprechtheid (2:5), in ootmoed (2:6), met vriendelijke zorg (2:7), in genegenheid en zelfopoffering (2:8), in harde arbeid (2:9), in heiligheid, gerechtigheid en onberispelijkheid (2:10), in troost (11), God waardig (2:12), in voortdurend gebed voor anderen (3:10), in heilige levenswandel (4:1), in stille en ijverige wandel (4:11), in getuigenis (4:12), in waakzaamheid en nuchterheid (5:6) en hulpvaardigheid (5:14). Zij zoeken niets voor zichzelf maar gebruiken al hun kracht in dienst voor hun Heer en voor de Zijnen.
Dat was heel wat anders dan een ongeregelde wandel.

Vers 8-9: “Wij hebben bij niemand brood voor niets gegeten, maar met arbeid en moeite werkten wij nacht en dag om niemand van u een last op te leggen. Niet dat wij er geen recht toe hebben, maar om onszelf aan u tot voorbeeld te stellen, opdat u ons navolgt”.

Naast de vele arbeid in het werk van de Heer heeft Paulus in zijn levensonderhoud zelf voorzien. Dat was het sterkste argument tegen ledigheid. Hij heeft zelfs mee gezorgd voor hen die hem begeleidden (Handelingen 20:34). Hij betrekt de anderen mee in de arbeid. Wanneer hij nacht en dag gewerkt heeft, verwijst hij naar de handenarbeid. Hij noemt wel eerst de nacht, omdat dan de meeste tijd voor deze arbeid ter beschikking stond. Wanneer ooit een dienaar van de Heer ijverig was, dan was het wel de apostel Paulus. Hij heeft zich volledig opgeofferd in de dienst. En heeft de Heer het niet net zo gedaan in Zijn dienst voor God?

Hij houdt vast aan het recht dat een dienaar van de Heer had, van zijn arbeid voor de Heer te leven, ook ondersteuning van zijn brusters te ontvangen (1 Korinthe 9:14), maar hij heeft er geen gebruik van gemaakt, opdat hij daarin een voorbeeld zou zijn voor anderen die hem navolgen konden.

Vragen en aansporingen om te verwerken

  1. Waar komt overal in het Nieuwe Testament het begrip “inzetting” voor, en waar heeft het een negatieve respectievelijk een positieve betekenis?
  2. Stel voor jezelf een indeling van de 2e brief aan de Thessalonikers samen (zonder de bijbelcursus na te slaan).
  3. Paulus vroeg de Thessalonikers voor hem te bidden. Bid jij regelmatig voor de dienaars van de Heer Jezus en hun verkondiging? Maak gerust gebruik van een gebedslijst.
  4. Bid gericht voor de bekering van ongelovigen die je kent.
  5. Stel alle geboden van het Nieuwe Testament samen.
  6. Wat zou jij allemaal tot een ongeregelde wandel van een Christen tellen?
  7. Waar schrijft de apostel Paulus overal in het Nieuwe testament over zijn levensleiding en zijn ongemak, dat hij in de dienst van de Heer ervaren heeft?

Wordt D.V. vervolgd.

Werner Mücher, © Folge mir nach

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW