11 jaar geleden

1 Thessalonika 4 (12)

Het thema van de overige verzen van dit hoofdstuk (13-18) is de komst van de Heer. Reeds in hoofdstuk 1 heeft Paulus geschreven, dat de Thessalonikers zich bekeerd hadden om God te dienen en Zijn Zoon uit de hemelen te verwachten. Maar wat zou er gebeuren als de Zoon wanneer de Zoon van God uit de hemel zou komen? Dat is de vraag waar het in dit gedeelte om gaat. Klaarblijkelijk verwachtten zij Hem ter oprichting van het duizendjarig vrederijk, dat de Heer vanuit Jeruzalem zal oprichten. Gemeenschappelijk verheugen zij zich op deze geweldige gebeurtenis. Men heeft de indruk dat zij dagelijks met de komst van de Heer rekenden. Doen wij dat ook?

Hoofdstuk 4:13-18

Vers 13: “Maar wij willen niet dat u onwetend bent, broeders, wat betreft hen die ontslapen, opdat u niet bedroefd bent, zoals ook de overigen die geen hoop hebben”.

Het thema van de overige verzen van dit hoofdstuk (13-18) is de komst van de Heer. Reeds in hoofdstuk 1 heeft Paulus geschreven, dat de Thessalonikers zich bekeerd hadden om God te dienen en Zijn Zoon uit de hemelen te verwachten. Maar wat zou er gebeuren als de Zoon wanneer de Zoon van God uit de hemel zou komen? Dat is de vraag waar het in dit gedeelte om gaat. Klaarblijkelijk verwachtten zij Hem ter oprichting van het duizendjarig vrederijk, dat de Heer vanuit Jeruzalem zal oprichten. Gemeenschappelijk verheugen zij zich op deze geweldige gebeurtenis. Men heeft de indruk dat zij dagelijks met de komst van de Heer rekenden.

Maar nu waren plotseling enkele van hun medebrusters plotseling ontslapen. Dat maakte hen zeer bedroefd. Want hoe zouden deze ontslapenen de wederkomst van de Heer Jezus meebeleven? Deze stand van zaken zal wel Timotheüs de apostel zo geschilderd hebben. En het schijnt, alsof Timotheüs daarop ook geen bevredigend antwoord geven kon.

Misschien was de beantwoording van deze vraag zelfs wel de eigenlijke aanleiding voor het schrijven van deze brief.

De overigen die geen hoop hebben: Met deze uitdrukking brengt de apostel een tweedeling van alle mensen aan: zulken die de Heer Jezus verwachten, en zulken die een hoop op Zijn wederkomst niet kennen.

Hebt u al eens een begrafenis meegemaakt, waar de gestorvene en de achtergeblevenen niet in de Heer Jezus geloofden? Dat snijd je in het hart. Dan wordt men zich zeer dankbaar van de grote hoop bewust, die wij als kinderen van God hebben.

Vers 14: “Want als wij geloven dat Jezus is gestorven en opgestaan, evenzeer zal God ook de door Jezus ontslapenen met Hem brengen”.

De hoofdzaak van dit vers is: God zal de door Jezus ontslapenen met Hem brengen. En wanneer zal God dat doen? Zeker is dat hetzelfde tijdsstip waarvan Paulus al in hoofdstuk 3 vers 13 gesproken had, dat de Heer Jezus namelijk met al Zijn heiligen komen zou.

En wanneer God de ontslapenen met de Heer Jezus brengen zal, dan moeten zij vooraf opgewekt zijn. Daarom spreekt hier de apostel in verbinding met de opstanding van de ontslapenen over de dood en de opstanding van de Heer jezus. Zijn dood en Zijn opstanding zijn het zekere fundamnet van het Christelijk geloof. Zonder Zijn dood en Zijn opstanding zou er geen opstanding van de ontslapen gelovigen zijn. Het een is onafscheidelijk met het ander verbonden.

Beste lezer, gelooft u al dat de Heer Jezus vanwege uw zonden onder het oordeel van God gestorven is? En gelooft u ook dat God Hem na drie dagen opgewekt heeft? Er zijn vandaag miljoenen “Christenen” die niet geloven dat Jezus Christus opgestaan is. Wijs alstublieft de uitgestrekte hand van God naar u niet af. Het geloof in de Heer Jezus is de enige mogelijkheid om gered te worden en eens tot de schaar van verlosten te behoren, die het zal meemaken wat wij in deze verzen overdenken.

De door Jezus ontslapenen: In het algemeen spreekt het Nieuwe Testament met het oog op het sterven van gelovigen van een ontslapen. Het kan zijn dat zich daardoor het beeld gevormd heeft, dat gelovigen tot aan hun opstanding als het ware slapen en niet bewust leven. Dat is echter niet zo.

Dat wordt door drie aanwijzingen in de Schrift duidelijk:

  1. Als een van de beide opgehangen misdadigers aan het kruis zich tot de Heer Jezus wendt met de woorden: “Denk aan mij, wanneer U in Uw koninkrijk komt”, hoort hij uit de mond van de Heer Jezus de verzekering: “Vandaag zult u met Mij in het paradijs zijn” (Lukas 23:42).
  2. Toen de apostel Paulus de Filippiërs over zijn wens heen te gaan schreef, zei hij: “ik verlang ernaar heen te gaan en met Christus te zijn, want dit is verrreweg het beste” (Filippi 1:23).
  3. En op een andere plaats schrijft hij dat hij tijdens een eerder tijdstip in het paradijs opgenomen werd en daar “onuitsprekelijke woorden hoorde, die het een mens niet geoorloofd is te spreken” (2 Korinthe 12:1-4).

De ontslapenen zijn ook bij het volle bewustzijn in het paradijs, bij Christus, en zij horen onuitsprekelijke woorden van geluk.

Het is zeer troostrijk te weten, dat gelovigen door Jezus ontslapen1. Hij bepaald het tijdstip van hun heengaan; zij ontslapen door Hem. De bekende prediker en evangelist Ernst Modersohn heeft eens geschreven, dat een mens niet aan zijn ziekte sterft, maar door de wil van God.

Vers 15: “(Want dit zeggen wij u door [het] woord van [de] Heer, dat wij, de levenden die overblijven tot de komst van de Heer, de ontslapenen geenszins zullen vóórgaan”.

De verzen 15-18 zijn een tussenvoeging, wat de vertalers daardoor duidelijk gemaakt hebben door dit deel tussen haakjes te zetten. In dit vers hebben wij de verklaring op welke wijze God de door Jezus ontslapenen op die dag met Hem brengen zal: Dat kan namelijk daardoor gebeuren, dat de ontslapenen opgewekt worden en tezamen met de op de aarde levende gelovigen tevoren in de hemel opgenomen worden.

De oplossing van het probleem ligt daarin, dat de Heer Jezus eerst eenmaal komt om de Zijnen thuis te halen. Hij komt voor de Zijnen om hen van deze aarde in de hemel op te nemen. En daarna, een tijd later, zal Hij met hen weerkomen, wanneer Hij het Rijk zal oprichten. De waarheid van de opname wordt hier eigenlijk voor de eerste maal in Gods Woord genoemd. De apostel kon daarvoor niet op een bijbelplaats in het Oude Testament of op een woord van de Heer Jezus tijdens Zijn aardse leven teruggrijpen2. Vandaar betoont hij hier uitdrukkelijk dat hij het “door het woord van de Heer” zei. Dat betekent dat hij daartoe een openbaring van de Heer ontvangen had.

Om het nog eens te zeggen: Wanneer de gelovigen met de Heer Jezus uit de hemel komen zullen, dan moeten zij eerst eenmaal daar bij Hem zijn. En dat zal daardoor gebeuren, dat Hij hen bij Hem thuis halen zal.

Wanneer Hij komt, zullen er twee groepen van gelovigen zijn:

a. Wij, de levenden die overblijven tot de komst van de Heer”;

b. de ontslapenen.

En de levenden zullen de ontslapenen niet vóórkomen.

Komst van de Heer: Op deze plaats wordt duidelijk dat de uitdrukking “komst van de Heer” zowel het komen van de Heer Jezus om de gelovigen thuis te halen – dus voor de Zijnen – als ook Zijn wederkomst met de Zijnen betekent. In principe is het ook een en hetzelfde komen, weliswaar in twee in tijd verschillende fasen3.

Vers 16: “Want de Heer Zelf zal met een bevelend roepen4, met [de] stem van een aartsengel en met [de] bazuin van God neerdalen van [de] hemel; en de doden in Christus zullen eerst opstaan;”.

We vatten de nu navolgende beschreven gebeurtenissen samen:

1. De Heer komt Zelf weer

2. Hij komt van de hemel neer met:

a. gebiedende oproep

b. de stem van een aartsengel

c. de bazuin van God

3. De doden in Christus zullen eerst opstaan

4. Daarna worden de levenden tegelijk met hen opgenomen

5. Wij zullen altijd bij de Heer zijn.

De Heer Zelf zal … neerdalen van de hemel: Hij komt Zelf. Dat betekent ook dat Hij alleen komt. Hij stuurt niemand anders, ook geen engel. Hij wordt ook door niemand begeleid. We zullen in 2 Thessalonika vinden dat na de opname een tijd van verschrikkelijke oorlogen en oordelen van God over de mensen zal uitbreken. Deze tijd van uiterste verdrukking zal tenslotte daarmee afgesloten worden, dat de Heer Jezus opnieuw van de hemel komen zal, maar dan begeleid door een enorme strijdmacht (zie Openbaring 19:11-16). Hij zal de aanvoerder van dit hemelse leger zijn. Hier komt Hij om deze strijdkrachten “vroegtijdig” te verzamelen.

Met gebiedende oproep: Anderen vertalen deze uitdrukking met “commando, bevel”. De gelovigen worden “gerecruteerd”; zij worden als het ware tot koningen en heersers gemaakt – wat zij gezien vanuit hun positie nu al zijn -, om binnenkort met Hem terug te komen, de oorlogen van God te voeren en dan met de Heer Jezus te heersen.

Met de stem van een aartsengel: We kennen uit de bijbel slechts één aartsengel, en wel de aartsengel Michaël. Van hem lezen we in Daniël 10:13, 21 en 12:1-2, in Judas 9 en in openbaring 12:7. Al deze plaatsen staan in verbinding met het volk Israël. Daaruit kunnen we opmaken, dat op dit tijdstip ook de gelovigen uit de tijd van het Oude Testament opgewekt worden.

Bazuin van God: Dit beeld is aan het Romeinse legerwezen ontleend. In 1 Korinthe 15 lezen we van de laatste bazuin, die dan geblazen werd, wanneer een leger zich in beweging zette.

De doden in Christus zullen eerst opstaan: Dat zijn alle ontslapen gelovigen, ook die van het Oude Testament (zie boven; vergelijk 1 Korinthe 15:23; Hebreeën 11:40). Zij zullen eerst opstaan. Het zijn dus alle gelovigen van Abel af (de eerste ontslapene) tot aan de laatste, die zojuist ontslapen was (misschien juist wel vandaag).

Vers 17: “daarna zullen wij, de levenden die overblijven, samen met hen in wolken worden opgenomen de Heer tegemoet in [de] lucht; en zó zullen wij altijd met [de] Heer zijn”.

Voor een ogenblik zullen alle gelovigen van alle eeuwen op de aarde staan. En op hetzelfde ogenblik zullen alle levende gelovigen vergaderd worden. De opgestane gelovigen zijn dan in hun verheerlijkte lichamen opgewekt (vergelijk 1 Korinthe 15:52: “de doden zullen onvergankelijk worden opgewekt”), en op dit ogenblik worden de levende gelovigen veranderd. We lezen daarover in 1 Korinthe 15:51: “maar wij zullen allen veranderd worden, in een ondeelbaar [ogenblik], in een oogwenk, bij de laatste bazuin”.

Deze grote schaar van verlosten worden opgenomen de Heer tegemoet. Dat alles zal zo snel gaan, dat geen mens die op aarde achterblijft, daarvan ook maar het geringste zal meekrijgen. De Heer Jezus gebruikt voor de uitvoering van deze gebeurtenis geen tijd. Zo als Hij eens door een woord het heelal schiep, “en het staat er” (Psalm 33:9), evenzo zal Hij door een woord de vele gelovigen uit hun graven opwekken en de levenden veranderen. Hij is “de opstanding en het leven” (Johannes 11:25). Maar wij kunnen ons niet voorstellen, wat daarna hier op aarde gebeuren zal. Wat zal dat zijn, wanneer plotseling miljoenen mensen van het ene op het andere ogenblik er niet meer zijn?

Wij zullen altijd bij de Heer zijn. Nooit zullen wij weer van de zijde van onze Heer wijken. We laten hier alles achter. We laten ook de zonde, die tot nu toe nog in ons was, achter. Wij kunnen dan niet meer zondigen. Er zijn dan voor ons geen verzoekingen om te zondigen meer. We zullen in ononderbroken, gelukkige gemeenschap met de Heer Jezus zijn en met alle andere heiligen. Wachten wij in gespannen voorvreugde op dit ogenblik? Wanneer wij het echter niet altijd doen, de Heer Jezus wacht met volharding daarop (2 Thessalonika 3:5) [vergelijk ook Openbaring 3:10 – vertaler].

En wat zal er gebeuren wanneer de Heer Jezus ons aan Zijn Vader zal voorstellen? Onmiddellijk na de opname zal de Heer Jezus de Zijnen in het Vaderhuis invoeren, waarvan Hij op de laatste avond vóór Zijn sterven op het kruis tot Zijn discipelen gesproken heeft: “Laat uw hart niet ontroerd worden. U gelooft in God, gelooft ook in Mij. In het huis van Mijn Vader zijn vele woningen; als het niet zo was, zou Ik het u hebben gezegd, Ik ga heen om u plaats te bereiden. En als Ik ben heengegaan en u plaats heb bereid, kom Ik weer en zal u tot Mij nemen, opdat ook u zult zijn waar Ik ben” (Johannes 14:1-3).

Vers 18: “Vertroost daarom elkaar met deze woorden”.

Hoeveel gelovigen hebben bij het nadenken over deze gebeurtenissen al een diepe voorvreugde ondervonden. En hoevelen hebben zich daarin gemeenschappelijk al verblijd. Ze hebben elkaar wederzijds bemoedigd (weer parakaleo: helpen, troosten, bijstaan). Zullen wij dat ook nog meer gaan doen? Daarvoor is het niet nodig om eerst oud te worden – dat kunnen ook zeer jonge gelovigen doen, zoals de Thessalonikers het waren.

NOOT:
1. De Engelse bijbeluitlegger William Kelly (1820-1906) heeft het zo uitgedrukt: “Zij worden door Jezus te slapen gelegd”.
2. Natuurlijk heeft de Heer Jezus in de opperzaal met de discipelen over het thuishalen in het Vaderhuis gesproken, zonder echter nadere bijzonderheden te noemen (Johannes 14:1-3). Johannes heeft zijn evangelie ook pas eerst na 90 jaren na Christus geschreven.
3. Soms spreken gelovigen over de eerste en tweede komst van de Heer en bedoelen daarmee aan de ene kant de komst ter opname en aan de andere kant de komst ter oprichting van het Rijk. Het schijnt me beter te zijn bij de eerste komst aan de komst van de Heer Jezus ruim 2000 jaar geleden te denken en bij Zijn tweede komst aan Zijn komst in de toekomst, waarbij we dan duidelijk deze beide fasen van Zijn tweede komst onderscheiden.
4. Eigenlijk ‘een commando’.

 

Vragen en aansporingen tot verwerking:

  1. Welke plaatsen in het Nieuwe Testament maken duidelijk, dat ontslapen gelovigen bij bewustzijn zijn?
  2. Wat betekent de uitdrukking “door Jezus ontslapen”?
  3. Welke aanwijzingen zijn er in de bijbel, dat gelovigen uit de tijd van het Oude Testament bij de opname mee opgewekt worden?
  4. Wat zijn de wezenlijke verschillen tussen de komst van de Heer Jezus om de gelovigen op te nemen en Zijn komst voor Israël om het Rijk op te richten?
  5. Is er nog een gebeurtenis die vóór de opname van de gelovigen plaatsvinden moet?
  6. Wanneer vindt de bruiloft van het Lam plaats? – Wie is de bruid, en wie zijn de gasten bij deze bruiloft?

Wordt D.V. vervolgd.

Werner Mücher, © Folge mir nach

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM