1 maand geleden

Zullen we Adam en Eva in de hemel ontmoeten?

Schriftplaatsen: Genesis 3 vers 12; 4 vers 1.

Ik zou het antwoord graag opsplitsen in vier deelvragen.

1. Was Adam gelovig?

Het antwoord op deze vraag en ook op vraag nummer 2 is alleen te vinden in de eerste hoofdstukken van het eerste boek van Mozes. Andere passages waarin Adam of Eva worden genoemd, werpen geen licht op de vraag of zij leven hebben uit God of niet.

Na de zondeval (Gen. 3) openbaart God interesse in de gevallen schepsels, doordat Hij hen in de hof zoekt; daar kondigt Hij ook gelijk aan dat het Nageslacht van de vrouw de slang de kop zal vermorzelen; voor de mens betekende het echter meteen moeiten, ontbering en zweet, ja uiteindelijk de dood.

In vers 20 van dit hoofdstuk zien we de opmerkelijke reactie van Adam, die ons een heel duidelijke blik in zijn hart geeft. Hij onderwerpt zich aan het oordeel van God; geen smaad, geen protest dat we uit zijn mond horen (verg. met vs. 12). In plaats daarvan geeft hij zijn vrouw, in het aangezicht van het feit dat door de zonde de dood tot alle mensen doorgedrongen is, de opmerkelijke naam “moeder van alle levenden”; 

<<We merken op dat hier gesproken wordt van zijn vrouw; in vers 12 noemde hij haar “de vrouw die U gaf om bij mij te zijn” – daarmee wordt misschien wel aangegeven, dat hij nu heeft geleerd om de schuld van zijn toestand niet langer bij God te zoeken.>>

Hij was voor God moreel dood door de zonde, hij had dat zeker gevoeld en de lichamelijke dood was slechts een kwestie van tijd; maar op grond van zijn geloof begreep hij, hoewel zeker erg vaag, dat in de lijdende, stervende, -maar daarmee de werken van de duivel vernietigende “Nakomeling van de vrouw”-, (dat staat in schril contrast met Adam, die door het bedrog van de slang het leven verbeurde en onder zijn macht geraakte; hij kan alleen maar spreken van leven in verband met de tweede Adam), leven moest zijn en dat dit leven door Hem ook voor hem toegankelijk was.

Opmerkelijk geloof! God antwoordt, door de zelfgemaakte schorten, die voor God geen waarde hadden  – dat ondervond ook Adam (vs. 10) -, te vervangen door kleren van huiden. De dood van onschuldige dieren was nodig om Adam en Eva aan te kleden. Een duidelijke verwijzing naar het plaatsvervangend offer van Christus.

Adam (en ook Eva) hadden deze handeling zonder tegenspraak aan zich laten voltrekken (verg. Rom. 10:3-4), en blijkbaar wisten ze als gelovige ouders dan ook hoe de geleerde les aan hun kinderen door te geven, want Abel liet later zien, dat hij het principe van plaatsvervanging begrepen had (Gen. 4). Verder worden geen bijzondere historische gebeurtenissen meer bericht over Adam; blijkbaar probeerde hij niet – zoals Kaïn en zijn nakomelingen – zichzelf naam te maken op de vervloekte aarde (Gen. 4) – hij liet duidelijk zien dat hij een vaderland zocht.

2. Was Eva gelovig?

In het vorige gedeelte is meerdere keren naar Eva verwezen. Maar we horen ook uit haar eigen mond verklaringen van geloof; ze is als het ware gerechtvaardigd door haar woorden.

In Genesis 4 vers 1 zien we dat haar gedachten met de komende Verlosser (“Nageslacht”) bezig zijn; blijkbaar ziet zij Kaïn daarin. Hoewel ze zich daarin vergiste – want hij was niet de schepper van het leven, maar een mensenmoordenaar – werd het duidelijk dat ze niet langer twijfelde aan de woorden van haar Schepper, zoals in de hof van Eden, waar ze Satan betrouwbaarder achtte dan God. De ene zoon wordt een moordenaar, de andere een slachtoffer, maar in Seth ziet ze in geloof een vervanger, die God gegeven heeft. Dat is de God, die Zijn belofte niettemin vervullen zal. Hij is het die nu door de familie van het geloof wordt aangeroepen (vs. 25,26).

3. Hebben de gelovigen van het Oude Testament niet hun deel op de aarde, zijn ze eigenlijk wel in de hemel?

Zonder twijfel was het eerste mensenpaar gelovig, maar zullen de gelovigen van het Oude Testament ook in de hemel zijn; hebben zij niet hun deel op de aarde?

Wanneer de Heer Jezus terugkomt – en we weten dat dit zal gebeuren vóór het uur van verzoeking dat over de aarde komt – dan zullen de doden in Christus worden opgewekt (1 Thess. 4:16). Dit zijn degenen die van Christus zijn bij Zijn komst (1 Kor. 15:23). Deze uitdrukkingen zijn ook van toepassing op de oudtestamentische gelovigen, want ook zij bereiken de heerlijkheid alleen op grond van het werk van de Heer Jezus. Zij zullen tegelijk met de levenden naar de Heer worden opgenomen om altijd met Hem te zijn. We zullen samen met de gelovigen van het Oude Testament volmaakt gemaakt worden (Hebr. 11:40), dat betekent een nieuw lichaam ontvangen om met hen de hemel binnen te gaan; ze zullen dus niet pas aan het begin van het Duizendjarig Rijk opgewekt worden, om dan “alleen” in het koninkrijk van God op aarde te leven.

Dit maakt ons ook het boek Openbaring duidelijk. Vanaf hoofdstuk 4 zijn alle gebeurtenissen nog toekomstig. Daar zien we in het symbool van de 24 oudsten gelovigen in de hemel, die niet door de komende oordelen, die ons vanaf hoofdstuk 6 worden beschreven, getroffen zullen worden.

Het gaat bij dit symbool ongetwijfeld om de gelovigen van het Oude Testament en van het Nieuwe Testament. [Zeker, het gaat niet over engelen, zoals soms wordt gezegd: in hoofdstuk 5:11 worden deze duidelijk van de oudsten onderscheiden, en bovendien vinden we hen nooit in de Schrift zitten (verg. Openb. 4:4), zingend (vgl. Openb. 5:9) enz.)]

Daarvoor spreken onder andere de volgende argumenten:

Bij de bruiloft van het Lam worden behalve de bruid nog “zij die geroepen zijn” genoemd (Openb. 19:9); er moeten dus naast de gelovigen van de gemeente ook nog andere hemelse heiligen zijn: de gelovigen van het Oude Testament. Dat er 24 oudsten zijn, herinnert ons aan 1 Kronieken 24 en 25, waar we 24 afdelingen van priesters, Levieten en zangers vinden, die telkens het geheel vertegenwoordigen; zo laten ons de 24 oudsten het geheel van de koninklijke (“gouden kronen”) priesters (“witte kleren”, zie Openb. 4:4) in de hemel zien – en daartoe behoren ook de gelovigen uit de tijd vóór Pinksteren. Het getal 24 is ook 2 x 12 (12 is het getal dat we vaak in de Schrift aantreffen, dat spreekt over het beheer van goddelijke dingen met betrekking tot de aarde. 24 daarentegen heeft op zichzelf geen symbolische betekenis), en dat maakt een deling van de oudsten in twee verschillende categorieën aannemelijk: de gelovigen van het oude en van het nieuwe verbond.

We zullen ook (voor het eerst en eenmaal) met alle gelovigen in de hemel zijn. Maar …

4. … kunnen we Adam en Eva in de hemel herkennen, we hebben hen toch nog nooit gezien?

In Mattheüs 17 vers 4 herkent Petrus, zonder voorafgaande instructie, Mozes en Elia. Zelfs de rijke man, die zich in hades bevindt, herkende Abraham, die hij niet eerder kende (Luk. 16) – reden genoeg om aan te nemen dat we Adam en Eva zonder meer zullen herkennen.

Mag ik nog een persoonlijke vraag aan de lezer stellen? Zul jij Adam en Eva weer in de hemel zien? Dat wil zeggen, kun je jezelf rekenen onder degenen die hun kleren hebben gewassen en dus recht hebben op de boom des levens en die via de poorten de stad binnenkomen? Of behoor je tot degenen, van wie het deel in de zee is, dat brandt van vuur en zwavel, wat de tweede dood is, omdat je tot nu toe nog niet in Hem gelooft, Die de dood teniet gedaan heeft en leven en onvergankelijkheid aan het licht heeft gebracht? (2 Tim. 1:10). Wilt u ook niet bij de menigte zijn van hen die de Heer Jezus zullen ontmoeten, wanneer Hij komt?

Online in het Duits sinds 30.09.2013.
[Uit het tijdschrift “Folge mir nach”, 1996, enigszins aangepast]

Gerrid Setzer, © www.bibelstudium.de

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, R. Mol