14 jaar geleden

Wonderen van de Bijbel

Onderstaand intervieuw kan ons helpen om iets meer eerbied te krijgen voor de grote God waarin Werner Gitt gelooft. Ja, dat ik nu een kind van God ben geworden, een nieuwe schepping in Christus, is ook voor mij wel het grootste wonder wat ik ken. Hoe is dat bij u, bij jou?

Er komen in dit intervieuw wel enkele ‘geleerde’ termen voor, maar dat is bij dit onderwerp bijna onvermijdelijk. Het gaat natuurlijk om de rode draad. Laat u hierdoor niet weerhouden dit intervieuw te lezen.

Frisse Wateren

Wonderen van de Bijbel: “ongerechtvaardigd verlangen (vordering, eis) of werkelijkheid”

1. Hoe zou u het begrip “wonder” definiëren?

Ik zou allereerst graag met een voorlopig definitie willen beginnen (D1), maar die al de belangrijkste aspecten bevat:

D1: Als wonder duiden wij een gebeurtenis aan dat verwondering oproept, dat onverwacht en onberekenbaar op de mensen afkomt. Het is voor de mensen niet te doen.

2. Wanneer wonderen onverwacht zijn, wat is dan wat te verwachten is?

Deze vraag helpt ons een duidelijke scheidslijn tussen wonderen (het onverwachte) en niet-wonderen (het verwachte) te trekken. Alle gebeurtenissen in onze wereld spelen zich binnen een raam van vastgestelde wetmatigheden af. Deze niet te veranderen beschikkingen noemen wij natuurwetten. Naar alles wat wij weten, zijn natuurwetten constant. Ze geven enerzijds een uitgestrekte vrije ruimte voor werkzaamheden en verlopen en sluiten anderzijds alleen gedachte processen als niet-realiseerbaar uit.

In ’t bijzonder wordt in de natuurwetenschappen fysica en chemie geprobeerd, deze voortdurend tegenwoordige, overal werkzame wetten door waarneming en experimenten uit te vinden en ze dan wiskundig of verbaal in algemene vorm uit te drukken. Alleen daardoor, omdat we de natuurwetten kennen, kunnen we de draagkracht van een brug, of het energieverbruik van een raket die naar de maan moet vliegen, vooruit berekenen. De Schepper heeft niet alleen deze wereld en het hele universum geschapen; Hij heeft ook de natuurwetten ingesteld die zich in al Zijn werken bevinden en daarom voortdurend en overal werkzaam zijn. Laat men een steen van een bepaalde hoogte vallen, dan ervaart hij tijdens de vrije val een voortdurend toenemende snelheid, die vanwege de hiervoor geldende natuurwetten (wet van de zwaartekracht) steeds vooruit berekend kan worden. Dezelfde wetmatigheid geldt ook voor het naar beneden vallen van een vork van de tafel, voor een kunstspringer op de tienmeter-plank, voor een elektrode in een oscillograaf of voor het neerstorten van een meteoor op de aarde.

Wij nemen in de ons omgevende werkelijkheid talrijke verwonderingwekkende gebeurtenissen waar. In ’t bijzonder op het gebied van het leven ontbreekt ons vaak het inzicht in de precieze werkwijze van vele complexe details. Niemand kan tot nu toe het geniale proces van de fotosynthese toereikend verklaren of hem zelfs nabouwen, evenwel vindt het in elk grashalmpje plaats. Het menselijk brein heeft in zijn grote hersenschors 12 miljard schakelelementen, die onder elkaar met duizenden van synaptische verknopingen verbonden zijn. Van de ingewikkeldheid van dit ongeveer 1,5 kilogram zware orgaan kunnen wij ons een voorstelling maken, maar de wijze van werken van deze geniale constructie is ons verder onbekend. Hoe komt het dat het menselijk hart 70 of 80 jaar ononderbroken kan slaan, waar toch al onze technische apparaten daarbij vergeleken een geringe bedieningsduur vertonen? Al deze verwonderlijke dingen zijn mogelijk, maar zij verlopen toch onder de strenge randvoorwaarden van de natuurwetten. Zou men een gedetailleerde energiebalans in de levende cellen aanbrengen en de duizenden van gekoppelde processen doorlopen, dan zou daarbij uitkomen dat nergens de energietoevoer geschaad wordt. Bij alle technische handelingen en apparaten evenals ook bij alle biologische processen in het schepsel wordt nergens en nooit een natuurwet geschonden. Naar alles wat wij weten, zijn deze natuurwetten ook binnen de afmetingen van het universum geldig. Natuurwetten kennen blijkbaar geen uitzondering.

3. Waar komen de natuurwetten vandaan?

Net zoals deze wereld niet vanzelf is ontstaan, zo ook de natuurwetten niet. Alles heeft een oorzaak in de schepping die God door Zijn werkmeester, de Heer Jezus (Spreuken 8:30), heeft laten uitvoeren: “Want in Hem [Jezus Christus] zijn alle dingen geschapen in de hemelen en op de aarde, de zichtbare en de onzichtbare …” (Kolosse 1:16). Zo is de schepping zelf een gebeurtenis, dat niet met behulp van natuurwetten verlopen is. Hier heeft de Schepper op grond van Zijn volmacht, Zijn Woord, Zijn kracht en Zijn wijsheid alles gevormd. Daarvoor gebruikte hij geen natuurwetten. De natuurwetten zijn dus niet de oorzaak, maar juist het gevolg van de gebeurtenis van de schepping. vertegenwoordigers van de evolutieopvatting proberen daartegen het ontstaan van de wereld en alle leven met behulp van de natuurwetten te verklaren, wat naar mijn begrip nooit mogelijk zal zijn.

4. Wat houdt deze wereld samen?

Jezus is niet alleen de door God ingezette Schepper, maar ook de onderhouder van deze wereld, “… en alle dingen bestaan samen in [dit is in de kracht van, namelijk van Zijn Persoon] Hem” (Kolosse 1:17). In de Hebreeën-brief (hoofdstuk 1:3) staat: “… en Die alle dingen draagt door het Woord van Zijn kracht …”. Deze Bijbelse uitspraken bevestigen ons met welke enorme kracht alles bijeen wordt gehouden. In wetenschappelijke bevinding drukt zich het onderhoudingshandelen van Jezus door de natuurwetten uit, die in hun totaliteit een vastgevoegd kader toont, waarbinnen deze alle verloop mogelijk maakt, maar ook begrensd wordt.

5. Maar waar is daar nog plaats voor wonderen?

Uit het tot hier toe gezegde is duidelijk geworden dat de natuurwetten een volgens de ervaring gelijkblijvend kader toont, waarbinnen deze totale gebeurtenissen in deze wereld verlopen. In de praktijk worden zij rechtstreeks als “opperste gerechtshof” ingezet, die beslist of een handeling in onze wereld toegestaan is of niet. Zo verbiedt een natuurwet bijvoorbeeld dat een koperen staaf van 50ºC vanzelf zijn warmte geheel zo verdeelt, dat de ene helft 0ºC en de andere 100ºC bedraagt. Dat zou weliswaar niet de energie-inzet schaden, maar wel een andere natuurwet, de entropie-inzet. Gemeten aan onze bovenstaande definitie voor wonderen zijn vele in de schepping voorkomende gebeurtenissen verwonderingwekkend en voor de mens niet na te bootsen. Zij doen zich aan ons voor maar niet onverwacht of onberekenbaar. Daarom rekenen we ook de meest complexe en nog onbegrepen dingen in onze wereld niet bij de wonderen. Na dit vooroverleg kunnen we nu een preciezere definitie D2 voor wonder geven:

D2: Wonderen zijn zulke gebeurtenissen in ruimte en tijd, die buiten het kader van onze natuurwetten verlopen.

Wij mensen kunnen niets doen om natuurwetten buiten werking te stellen. Wonderen zijn daarmee voor mensen niet te doen.

Aanwijzing: Wanneer mensen echter bij gelegenheid dingen doen kunnen die buiten het natuur-wettelijk kader liggen, dan handelen zij in naam van andere machten. Of het zijn de discipelen die door hun Heer gevolmachtigd zijn (bijvoorbeeld Petrus geneest in de naam van Jezus de lamme voor de tempeldeur, zie Handelingen 3:1-9), of het zijn tovenaars en goeroes die door demonische machten bestuurd worden (bijvoorbeeld de tovenaars van de Egyptische farao, zie Exodus 7:11-12).

6. Kan het zijn dat onze wetenschappelijke kennis (nog) niet toereikend is om wonderen te verklaren?

Deze tegenwerping kan natuurwetenschappelijk niet strikt weerlegd worden. Hij grondt zich echter op een voorstelling over de werken van God, die niet met het Bijbelse getuigenis over Zijn handelen overeenkomt. De Bijbel betuigt het bestendige handelen van God in gewoonlijke, aan regels gebonden processen (die door natuurwetten beschreven zouden kunnen worden), als ook in eenmalige, niet herhaalbare gebeurtenissen die in een natuurwetenschappelijk onderzoek helemaal niet toegankelijk zijn en ook natuurwetenschappelijk niet te begrijpen zijn. Zou God echter alleen in de buitengewone gebeurtenissen gezien worden, zo zou Hij tot bladvuller van onbegrepen fenomenen worden, en hoemeer men verstaat, hoe geringer zou men Zijn werken aanzien. God is echter de Schepper van alle dingen. Onafhankelijk van onze huidige stand van kennis is Hij de bewerker van de totale schepping, en daarmee zowel de door ons begrepen als ook de onbegrepen wetenschappelijke feiten.

7. Zijn de door de Bijbel betuigde wonderen met behulp van natuurwetten verklaarbaar?

Het handelen van God kan binnen het kader van natuurwetten gebeuren (geval A), maar ook erbuiten (geval B). In Jakobus 5:17-18 wordt van Elia bericht, dat zijn gebed drieëneenhalf jaar de regen verhinderde en na een volgend gebed de regen prompt inzette. Natuurlijk heeft God hier gehandeld. Zijn wil gebeurde, toch zou een meteoroloog geen natuurwet als geschonden aanzien. Toen David in de strijd tegenover Goliath stond, trof hij hem dodelijk met zijn steen uit een simpele steenslinger. Ook dit gebeurde blijkbaar zonder schending van een natuurwet, maar ondubbelzinnig met medehulp van God. beide voorbeelden behoren bijgevolg tot geval A.

In het tijdperk van de Verlichting onderzocht men alle Bijbelse teksten daarnaar, of de vermelde gebeurtenissen op natuurlijke wijze verklaarbaar waren, dat betekent of zij bij geval A behoren. Wonderen volgens geval B werden als onmogelijk en de daarmee overeenkomende berichten als onwaar verworpen. De moderne theologie sluit bij deze gedachten aan en deelt de meeste berichten als mythologisch in. In zijn beroemd geworden artikel “Nieuwe Testament en mythologie” (1941) karakteriseerde de Marburger theoloog Rudolf Bultmann (1884-1976) de wonderen als niet te verdragen voor die moderne mens, die elektrisch licht gebruikt en over een radio beschikt.

De gebeurtenissen van de Bijbel echter willen en kunnen in de meeste gevallen niet binnen het kader van de natuurwetten begrepen worden. God handelt souverein, Hij handelt vrij naar Zijn wil. Hij is de Gever van de natuurwetten voor deze schepping, daarom is Hijzelf daaraan niet onderworpen. In Zijn handelen is Hij aan geen enkele beperking onderhevig, want “geen enkel ding zal vanwege God onmogelijk zijn” (Lukas 1:37). Zijn wil gebeurt. De schepping zelf, zoals zij in Genesis 1 beschreven is, is het eerste wonder dat in de Bijbel wordt bericht. God handelt souverein, Hij schept in een zesdagenplan naar Zijn ideeën en volgens Zijn plan een wonderbare kosmos. Als modelvoorstelling binnen de scheppingsweek zouden wij kunnen formuleren: Alleen het geschapene wat al gereed is, verloopt binnen de natuurwetten, hetgeen nog geschapen moet worden, is niet onderhevig aan deze wetmatigheden.

De opstanding van Jezus is verder een zeer markante gebeurtenis, dat zich aan iedere natuurwetenschappelijke verklaring onttrekt. De geringste poging hier een biologische of medische verklaring op los te laten, gaat aan het eigenlijke voorbij. De opstanding is en blijft een bijzondere handeling van God.

Uit de volheid van Bijbelse berichten over wonderen wil ik er hier slechts enkele uitlichten:

  • De doortocht van het volk Israël door de Rode Zee (Exodus 14:16-22);
  • De lange dag bij Jozua (Jozua 10:12-14);
  • De verandering van water in wijn op de bruiloft te Kana (Johannes 2:1-12);
  • Het stillen van de storm op het meer (Markus 4:35-41);
  • Jezus wandelt op de zee (Johannes 6:16-21);
  • De spijziging van de 5000 mannen (Johannes 6:1-15);
  • De opwekking van lazarus (Johannes 11:32-45);

Afsluitend zij nog op een belangrijk voorbeeld van een Goddelijk wonder gewezen. De herkomst van het voorhanden zijnde Woord van God in de vorm van de Bijbel is door geen menselijke verklaring juist te samen te vatten. Paulus beschrijft dit wonder passend, als hij formuleert: “Alle Schrift is door God ingegeven” (2 Timotheüs 3:16). Als een bijzonder wonder wordt ons het Woord van God eerst ten volle bewust, wanneer we bedenken dat bij God van eeuwigheid af al vastlag: “O HEERE! Uw woord bestaat in eeuwigheid in de hemelen” (Psalm 119:89).

8. Waarom heeft Jezus de wonderen gedaan?

De wonderen van Jezus zijn onafscheidelijk met Zijn verkondiging verbonden. Zijn autoriteit wordt door de begeleidende wonderen en tekenen benadrukt. In de Pinksterprediking van Petrus vernemen wij de grondslag: “Jezus de Nazoreeër, een man, door God aan u bevestigd door krachten, wonderen en tekenen die God door Hem in uw midden heeft gedaan” (Handelingen 2:22). De wonderen van Jezus zijn een op zichzelf bestaand bestanddeel van Zijn zending en leer. Ze zijn een teken van God, dat van ons mensen een antwoord van geloof en gehoorzaamheid vraagt. Zo reageerden alleen de discipelen van Jezus op het wonder op de bruiloft te Kana. Over hen staat aan het eind van het Bijbelse bericht: “En Zijn discipelen geloofden in Hem” (Johannes 2:11). Door de wonderen wordt de Schepper verheerlijkt (Johannes 9:3). Nooit gebeurden zij tot bevrediging van menselijke sensatielust.

9. Is al datgene, wat buiten de natuurwetten om gebeurt, altijd van God?

Toen Mozes en Aäron naar de farao gingen, gaf God hen een legitimatie: “Wanneer Farao tot u spreken zal, zeggende: Doet een wonderteken voor u; zo zult gij tot Aäron zeggen: Neem uw staf, en werp [hem] voor Farao’s aangezicht neer; hij zal tot een draak worden” (Exodus 7:9). Dat deden de Godsmannen en uit de staf kwam een draak [slang – FW]. Toen haalde farao zijn tovenaars, en ook dezen konden hun staven in slangen veranderen. Dit voorbeeld toont ons dat ook de duivel velerlei wonderen doen kan. Ook in onze hedendaagse tijd gebeuren velerlei dingen, die buiten het kader van de natuurwetten verlopen: Occulte praktijken, UFO-fenomenen. We moeten zeer zorgvuldig de bronnen onderscheiden.

10. Kunt u nu een samenvattende definitie van de Bijbelse wonderen geven?

Na al het hiervoor genoemde kunnen wij de door God bewerkte wonderen preciezer begrijpen en als definitie D3 vasthouden:

D3: Wonderen zijn verwonderingwekkende en buitengewone daden en gebeurtenissen die God of Zijn Zoon Jezus Christus doet, waarbij de handelingen meestal buiten natuurwetenschapppelijke werkzaamheid verlopen. In onderscheid met de demonische werkingen dienen de wonderen van God:

  • tot verheerlijking van God (bijvoorbeeld de schepping, zie Psalm 19:1; de genezing van de blindgeborene, zie Johannes 9:3);
  • als hulp voor de mensen (bijvoorbeeld een rots in de woestijn geeft water, zie Exodus 17:1-6; raven verzorgen de hongerige Elia, zie 1 Koningen 17:6);
  • tot versterking van het geloof (bijvoorbeeld de wijn op de bruiloft te Kana, zie Johannes 2:11b);
  • of tot redding uit de nood (bijvoorbeeld het stillen van de storm op het meer).

11. Ziet God Zijn daden ook als wonderen?

De Bijbel maakt een duidelijk onderscheid tussen wonderen en werken. Alle daden van God zijn voor Hem “werken”. Zo spreekt de Bijbel met betrekking tot de schepping over de werken van God (Genesis 2:2; Psalm 8:6; 19:1). In Johannes 9:4, zegt Jezus: “Ik moet werken de werken van Hem Die Mij gezonden heeft”. Uit het oogpunt van de mensen zijn deze werken echter als wonderen te bestempelen.

Dit onderscheid kunnen we eens aan de hand van wiskundige dimensies verduidelijken. Stellen we ons (puur in gedachten) bestaan in twee dimensies voor, dan kennen deze noodzakelijkerwijze slechts twee wetmatigheden van de tweede dimensie. Al hun natuurwetten zijn tegenover ons driedimensionaal bestaan beperkt, omdat zij alleen in haar gebied geldig zijn. Zouden deze vlakmensen twee congruente (gelijkvormige), maar in spiegelbeeld onregelmatige driehoeken ter dekking willen brengen, dan zou dat voor hen een onmogelijke opgave zijn. Hun natuurwetten veroorloven hen dat niet. Wij daarentegen zouden de ene driehoek door de derde dimensie draaien en dan met de andere op de vlakte gebleven driehoek ter dekking brengen. Dat zou voor ons een eenvoudige handeling zijn- dus een werk -, voor de vlakmensen zou ons handelen een werking buiten hun geldige natuurwetten zijn, en zij zouden het als wonder bestempelen. Daar God uit hogere dimensies als de derde handelt, gelden bij Hem niet onze beperkende natuurwetten. Wat voor Hem normale werken zijn, komt ons voor als wonderen.

12. Kunnen mensen ook wonderen doen?

Uit eigen kracht kan geen mens een wonder volbrengen. In opdracht van God hebben ook mensen hier en daar wonderen volbacht. Mozes sloeg de rots in de woestijn en er kwam genoeg water uit. Met zijn staf spleet hij de Rode Zee, zodat het volk Israël er met droge voeten konden doortrekken. Elia wekte de dode jongen op. In de Nieuw-testamentische tijd konden de discipelen van Jezus in de Naam van Jezus wonderen doen: zij dreven boze geesten uit (Lukas 9:1), zij genazen zieken (Handelingen 3:1-9), en Paulus wekte een dode op (Handelingen 20:9-12).

13. Zijn er vandaag ook nog wonderen?

Wanneer God onze gebeden verhoort, zijn dat dikwijls werkingen, die buiten ons natuurwetenschappelijk verklaren liggen. Als het grootste wonder in onze tijd gevoel ik, wanneer mensen tot levend geloof komen en daardoor eeuwig leven vinden. De schepping is de grootste bovennatuurlijke gebeurtenis. Het is opvallend dat de Bijbel de redding van de mens en de schepping met elkaar in verband zet (2 Korinthe 4:6). Als iemand in Christus is, is deze daarmee tot een nieuwe schepping geworden (2 Korinthe 5:17; Galaten 6:15).

14. Kunt u ons zo’n voorbeeld noemen, dat uzelf beleefd hebt?

Na een lezing kwam iemand naar mij toe en verklaarde mij, dat hij zich zijn leven lang met Nietzsche had bezig gehouden. Alle teksten van deze filosoof waren hem bekend, en deze gedachten hebben zijn leven gevormd. Nu had hij deze avond van Jezus gehoord, het Evangelie had hij nu begrepen. Zijn vraag was: “Kan ik ook tot Jezus komen?” – Ik verklaarde hem: “Natuurlijk kun je tot Hem komen; Jezus nodigt ieder uit opdat hij het eeuwige leven ontvangt. Wilt u dat ook …” – “Ja!”. Aan de hand van enkele centrale uitspraken van de Bijbel legde ik hem de weg uit, hoe men Jezus vindt. In een gebed leggen we al het gezegde en gewilde vast. “Maar, wat moet ik nu met Nietzsche?” – “Nu, die zult u houden. De Schepper heeft ons verstand gegeven, maar niet een computer. Bij een computer tikken we “delete” en dan zijn de gegevens gewist. Maar bij een mens gaat dat niet. Leest u de Bijbel, en van daaruit zult u Nietzsche volkomen anders waarderen. U krijgt dan een heel ander zicht op zijn ideeën. Helpt u dan ook anderen die ook op Nietzsche terugkomen …

Hier had iemand op één avond de doorbraak van een nihilistische denkwijze tot het geloof in Jezus Christus gevonden. Zo iets kan geen mens doen. Het is het werk van God, en dat gevoel ik als het grootste wonder in onze dagen.

15. Waarom gelooft u in de wonderen van de Bijbel?

Ik geloof niet in wonderen maar ik geloof in een grote Heer, die alles vermag. Wanneer God een kolossaal universum kan scheppen, dat is het voor Hem iets kleins een zee te splitsen, zieken te genezen of doden tot leven te wekken.

© Folge mir nach

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, FW