3 jaar geleden

Werken en woorden van Jezus (3)

Bijbelcursus

3. De vrouw van Samaria

 

De Heer Jezus moest door Samaria gaan (Joh. 4:4). Waarom moest Hij dat? De meeste Joden dachten er niet aan om door Samaria te gaan, als ze van Judea naar Galiléa reisden. Ze maakten liever een lange omweg, dan dat ze door dit gebied trokken.

“Waarom?”, zult u zich misschien afvragen. Nu, de Samaritanen waren geen echte joden, en ze dienden zowel de afgoden als de Heer. U kunt het begin van hun geschiedenis vinden in 2 Koningen 17:24-41.

De trotse joden beschouwden zichzelf daarom veel beter dan de Samaritanen. Ze wilden niets met hen te maken hebben. Dan maakten ze liever een langere reis om deze Samaritanen te vermijden.

Maar waarom ging de Heer Jezus eigenlijk door Samaria? Weet u, daar was een vrouw die Hem nodig had. De Heiland moest met haar spreken. Vanwege deze vrouw, die ook anderen over Hem zou vertellen, moest Hij door Samaria reizen.

* * *

1. We lezen Johannes 4 vers 4 tot 30. Jezus sprak soms tot honderden en duizenden mensen. En toch nam Hij ook de tijd voor een persoonlijk gesprek. Probeer u te herinneren: in Johannes 3 (vorige les) sprak hij met 

……………………………………….

 en hier in Johannes 4 sprak hij met ……………………………………..

2. Bij welke bron sprak de Heer Jezus met de vrouw?

……………………………………………………………………………………………………………………….

3. Daar zat Jezus aan de rand van de bron. De lange reis had hem moe gemaakt. Hij had honger en dorst. Hij zat daar helemaal alleen. Waar waren Zijn discipelen gebleven?

……………………………………………………………………………………………………………………….

Wat deden zij daar?

……………………………………………………………………………………………………………………….

4. Toen kwam die vrouw bij de bron. Ze had een kruik op haar hoofd om water te halen. Het maakte deel uit van het dagelijkse werk van een vrouw. Hoe laat ging ze water halen?

……………………………………………………………………………………………………………………….

Als we Johannes 19 vers 14 vergelijken met Markus 15 vers 25, wordt duidelijk, dat Johannes niet de Joodse tijdrekening gebruikt, maar de Romeinse. Dus het was volgens huidige begrippen rond 18.00 uur (of 06.00 uur als de discipelen ’s nachts hadden gereisd).

5. Met welk verzoek begon Jezus het gesprek?

……………………………………………………………………………………………………………………….

6. Misschien vindt u deze vraag van de Heer Jezus volkomen normaal. Jezus had dorst, zult u zeggen, en daarom vroeg Hij om water. Maar dat was niet normaal! Geen enkele Jood zou hebben gedaan wat Hij daar deed! Niemand zou water hebben gedronken van een Samaritaanse vrouw. Daarom was deze vrouw zo verbaasd. Welk antwoord gaf ze daarom?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

7. We zijn vaak hard en onvriendelijk tegenover mensen, die we veel slechter vinden dan onszelf. Hoe kunnen we nog veel van onze Heer leren! Hij was bereid om water te drinken dat door een verachte zondares was geput, en at aan tafel samen met

………………………………………………… en ………………………………………….

(Matth. 9:11).

8. De vrouw wist niet met Wie ze sprak, noch kende ze de gave van God (Joh. 4:10). Begreep ze later Wie met haar had gesproken? Wat zei ze in vers 29 over Hem?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

9. Niet de vrouw, maar Jezus zal water geven. En wat voor water! Levend water uit de bron van het leven! Nu een moeilijke vraag: wat is het verschil tussen dit levende water en het water uit de bron van Jakob (verzen 13 en 14)?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

10. De vrouw begrijpt het niet. Geen putemmer, een diepe put en toch water? Water dat haar dorst voor altijd lest? Maar ze zou zulk water graag willen hebben, want wat zegt ze?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

11. Ik denk dat u het al begrepen hebt. Jezus bedoelde niet gewoon water. Nee, hij wilde deze vrouw het eeuwige leven geven. In 1 Johannes 5 vers 11 (dit is de eerste brief van Johannes, niet te verwarren met het evangelie volgens Johannes), staat er dat dit leven in 

……………………. ……………………………………. is.

Wat lezen we – en waar lezen we – in de eerste brief van Johannes daarover: “Wie de Zoon heeft 

……………………………………………………………………………………………………………………….

…………………………………………….

12. Nu terug naar Johannes 4. De Heer wilde het duidelijk maken aan de Samaritaanse vrouw, Wie er met haar spreekt. Tegelijkertijd was het Zijn wens haar geweten wakker te schudden. Hij liet haar zien, dat hij alles wist en ook haar zonde kende. Wat moest ze doen? En in welk vers staat dat?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

13. De vrouw wist nu, dat Jezus geen gewone Jood was. Hoe noemde ze Hem nu?

……………………………………………………………………………………………………………………….

Welke twee dingen zei zij later over Hem (noem de verzen ook)?

……………………………………………………………………………………………………………………….

Hoe noemden de Samaritanen Hem en in welk vers vinden we dat?

……………………………………………………………………………………………………………………….

14. U kunt geen levend water kopen (Jes. 55:1). Maar iedereen kan het ontvangen. Hoe (Openb. 22:17)? Graag met eigen woorden.

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

© www.bibelkurs.com

PS: Er komen DV nog meer lessen in deze cursus.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW