2. Het belangrijkste ingrediënt voor vreugde in je huwelijk
Hoofdstuk 1 eindigt ermee dat Paulus spreekt over de eensgezindheid die in relaties zichtbaar hoort te zijn door het werk van de Heer Jezus. Let erop dat hij in hoofdstuk 1 vers 27–30 spreekt over “vast staan in één geest,” “één van ziel meestrijden” en “dezelfde strijd.” De Geest van God legde zo de basis voor wat Hij ons daarna zou voorstellen.
We zouden kunnen beginnen met de vraag: “Wat is de sleutel tot eensgezindheid in relaties?” Paulus geeft ons in hoofdstuk 2 een heel duidelijk antwoord door ons te laten zien, dat de weg naar eenheid via nederigheid loopt! Nederigheid en zelfopoffering waren in de tijd van Paulus net zo impopulair als in onze tijd, maar ze zijn uiterst belangrijk voor het hart van een heilig God.
Laten we even een stap opzij doen en Jakobus 4 vers 1–10 lezen:
“Vanwaar oorlogen en vanwaar twisten onder u? Is het niet van: uit uw hartstochten, die in uw leden strijd voeren? U begeert, en hebt niet; u moordt en u bent jaloers, en kunt niet verkrijgen; u twist en voert oorlog. U hebt niet, omdat u niet bidt. U bidt en ontvangt niet, omdat u verkeerd bidt, om het in uw hartstochten te verkwisten. Overspeligen, weet u niet dat de vriendschap jegens de wereld vijandschap is jegens God? Wie dus een vriend van de wereld wil zijn, maakt zich tot een vijand van God. Of meent u dat de Schrift tevergeefs spreekt?Begeert de Geest die in ons woont, met afgunst? Hij geeft echter grotere genade. Daarom zegt Hij: ‘God weerstaat hoogmoedigen, maar nederigen geeft Hij genade.’ Onderwerpt u dan aan God. Weerstaat echter de duivel en hij zal van u vluchten. Nadert tot God en Hij zal tot u naderen. Reinigt [de] handen, zondaars, en zuivert [de] harten, wankelmoedigen! Weest ellendig, treurt en weent; laat uw lachen in treuren en uw blijdschap in verslagenheid veranderd worden. Vernedert u voor [de] Heer en Hij zal u verhogen.”
En 1 Petrus 5 vers 5–8:
“Evenzo u jongeren, weest aan [de] oudsten [1] onderdanig. En weest allen tegenover elkaar met nederigheid omgord; want ‘God weerstaat [de] hoogmoedigen, maar [de] nederigen geeft Hij genade.’ Vernedert u dus onder de krachtige hand van God, opdat Hij u verhoogt op zijn tijd, terwijl u al uw bezorgdheid op Hem werpt, want Hij zorgt voor u. Weest nuchter en waakt; uw tegenpartij, [de] duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek wie hij zou kunnen verslinden.”
Eensgezinde relaties (vs. 1–4)
De gedachte van onderwerping en nederigheid gaat in tegen de zondige natuur van de mens, maar het is precies wat God van ons verlangt in onze relaties: in de eerste plaats in onze relatie met Hem, en in de tweede plaats in onze relaties thuis en op elk ander terrein van ons leven.
Trots en eigenwil zijn middelen die de vijand gebruikt om onze gezinnen te verslinden, vooral de relatie tussen man en vrouw. Kijk nog eens naar onze tekst in Filippenzen 2 vers 1–4. Let erop dat het woordje “als” in vers 1 viermaal gebruikt wordt, en eigenlijk “aangezien” betekent. Het gaat om wat waar is in Christus! Er is bemoediging in Christus, er is troost van de liefde in Hem, er is gemeenschap van de Geest door Christus, en er zijn innige gevoelens en ontfermingen in en door Hem.
Wanneer er een conflict is in welke relatie dan ook, leert vers 1 ons, dat we naar onze eigen relatie met Christus moeten kijken en ons door Zijn liefde moeten laten leiden. Wanneer ik misschien niet met mijn partner omga, zoals Christus dat van mij wil, leert vers 2 mij om mijn eigen houding te onderzoeken. “eensgezind” zijn betekent hetzelfde denken, dezelfde manier van denken hebben. We moeten dezelfde liefde voor onze partner hebben als Christus voor hem of haar heeft. “één van ziel” zijn en “één van ziel” betekent samen strijden voor het geloof van het evangelie (1:27). Midden in een conflict denken we misschien niet aan al deze dingen, maar als we dit onderwijs in ons denken laten groeien, kan de Geest van God het naar voren brengen wanneer er conflicten ontstaan – zoals het spiergeheugen bij iemand die sport.
We hebben gezien hoe het kijken naar mijn relatie met Christus – geleid door echte liefde – en het onderzoeken van mijn eigen houding onze relaties met anderen beïnvloeden. Een andere zeer belangrijke sleutel tot een eensgezinde relatie is het eigen ik te laten sterven en anderen ter wille van Jezus hoger te achten dan mezelf. Dat is in wezen wat Paulus schrijft in Filippenzen 2 vers 3–4: “Doet niets uit partijzucht of uit ijdele roem, maar laat elk in nederigheid de ander uitnemender achten dan zichzelf; laat ieder niet [alleen] op zijn eigen [belangen], maar ieder <ook> op die van anderen zien.” Als ik mezelf en mijn mening boven die van mijn vrouw of van anderen in mijn leven stel, zal mijn relatie met haar en met hen daaronder lijden. De wereld leert ons bij conflicten dat we assertief moeten zijn, voor onze rechten moeten opkomen en moeten onderhandelen over wat we willen. Maar de Geest van God leert ons hier niets te doen uit eigenbelang of eigendunk; in plaats daarvan moet er nederigheid zijn. Egoïsme ligt aan de wortel van veel, en misschien wel de meeste, huwelijksproblemen. Egoïsme wordt gevoed door de trots in mij. Jij en ik leven in een ‘ik eerst’ – generatie, waarin mannen en vrouwen liefhebbers van zichzelf zijn (zie 2 Tim. 3:2). Als die houding een huwelijk binnensluipt, kan dat verwoestend zijn. Daarom krijgt de man de opdracht zijn vrouw lief te hebben “… evenals ook Christus de gemeente heeft liefgehad en Zichzelf voor haar heeft overgegeven” (Ef. 5:25). Het woord ‘partijzucht’ (‘eigenbelang’) wordt in 1 vers 17 gebruikt, waar Paulus spreekt over mensen die Christus verkondigden voor hun eigen gewin. Het komt ook voor in Galaten 5 vers 20, waar Paulus de werken van het vlees noemt; sommigen vertalen het daar met ‘twisten’.
Positief gezegd beschrijft Paulus vervolgens hoe onze relaties eruit horen te zien, en in het middelpunt daarvan staat één woord, dat het allemaal samenvat: nederigheid. Maar voordat we daar verder op ingaan, hebben we een bruikbare omschrijving nodig van wat nederigheid is. Sommigen zeggen dat nederigheid betekent dat je klein over jezelf denkt, maar dat kan gemakkelijk valse nederigheid worden. Anderen omschrijven het als helemaal niet aan jezelf denken, maar ik weet niet of dat nederigheid juist weergeeft. Nederigheid lijkt te betekenen, dat je zo vervuld bent van de genade van God in je leven, dat het eigen ik opzij wordt gezet. Iemand heeft eens gezegd: ‘Nederigheid is niet zozeer je sterke punten ontkennen, als wel eerlijk zijn over je zwakke punten!’ Dat betekent dus, dat ik op Gods genade vertrouw, en niet op mijn vermogen om het van mijn vrouw te winnen in een discussie. Dat is werkelijk wat het betekent om de ander voortreffelijker te achten dan mijzelf, of om oog te hebben voor wat van anderen is. Nederigheid is het geheime ingrediënt voor vreugde in elke relatie, en vooral in het huwelijk!
Voorbeelden van nederigheid in de praktijk (vs. 5–11, 16–30)
In de rest van hoofdstuk 2 schetst de Geest van God vier prachtige beelden van hoe een leven van nederigheid eruitziet. Het eerste en belangrijkste voorbeeld van echte nederigheid vinden we in de Heer Jezus Christus (vs. 5–11). Het tweede is Paulus zelf (vs. 16–18), het volgende is Timotheüs (vs. 19–24), en het laatste voorbeeld van nederigheid zien we in het opofferingsgezinde leven van Epafroditus (vs. 25–30). Deze voorbeelden zijn als momentopnamen van nederigheid.
Momentopname één: Hij heeft Zichzelf vernederd (vs. 5–11)
“<Want> laat die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was, die, in [de] gestalte van God zijnde het geen roof geacht heeft God gelijk te zijn, maar Zichzelf ontledigd heeft, [de] gestalte van een slaaf aannemend, de mensen gelijk wordend. En uiterlijk als een mens bevonden heeft Hij Zichzelf vernederd, gehoorzaam wordend tot [de] dood, ja, [tot de] kruisdood” (vs. 5–8).
En dan laten de verzen 9–11 Gods antwoord op Zijn nederigheid zien:
“Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam geschonken die boven alle naam is, opdat in de naam van Jezus elke knie zich buigt van hen die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en elke tong belijdt dat Jezus Christus Heer is, tot heerlijkheid van God [de] Vader” (vs. 9-11).
Paulus begint deze eerste verzen met de woorden: “Want laat die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was.” Paulus heeft al eerder over deze gezindheid gesproken (1:27; 2:2,3). Het woord “laat” betekent, dat we deze gezindheid in ons moeten laten groeien. Hoe gebeurt dat? Daar gaat hij in vers 12–15 op in: “Daarom, mijn geliefden, zoals u altijd gehoorzaamd hebt, niet alleen <zoals> in mijn aanwezigheid, maar nu veel meer in mijn afwezigheid, bewerkt uw eigen behoudenis met vrees en beven; want het is God die in u werkt, zowel het willen als het werken, om Zijn welbehagen. Doet alles zonder mopperen en tegenspreken, opdat u onberispelijk en rein bent, onbesproken kinderen van God te midden van een krom en verdraaid geslacht, waaronder u schijnt als lichten in de wereld.”
Iedere man en iedere vrouw moet deze dingen uitwerken in het eigen leven en ze vervolgens uitwerken in het huwelijk. Dat moeten we doen met vrees (ontzag) en beven, in het besef dat God in ons leven werkt, zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen. Hij is een goed werk in ons begonnen (1:6), ook in ons huwelijk, en Hij zal het voltooien als we Hem dat toestaan. Er zou minder geklaag en gemopper zijn, en onze huizen zouden een plaats van getuigenis zijn tot eer van God, als we dat deden! Net als bij de huizen van Israël in de tijd van de duisternis in Egypte: overal om hen heen was het donker, maar in hun woningen was licht (zie Ex. 10:23). Dat alles komt voort uit dat ene woord “laat” in vers 5.
Aan het eind van vers 5 noemt Paulus “Christus Jezus.” Hij gaat ervan uit dat wij bezig zijn met die Mens in de heerlijkheid, en dan stelt Hij ons Zijn weg van nederigheid voor. Als een man nooit bezig is met Christus als de Mens in de heerlijkheid, is het heel onwaarschijnlijk, dat hij Zijn weg van nederigheid zal zien als voorbeeld voor zijn eigen leven. Hetzelfde geldt voor de vrouw. Maar als zij bezig zijn met Hem Die Zichzelf vernederde en naar het kruis ging, zal dat hen helpen om nederig te zijn (of te worden). De ruimte ontbreekt om echt diep op deze verzen in te gaan, maar ik wil graag een tipje van de sluier oplichten om een indruk te geven van wat hier staat en waar we meer kunnen leren over Hem Die Zichzelf vernederd heeft.
- “… die in de gestalte van God zijnde” – het evangelie naar Mattheüs.
- “… het geen roof geacht heeft God gelijk te zijn” – het evangelie naar Johannes.
- “… maar Zichzelf ontledigd heeft, de gestalte van een slaaf aannemend” – het evangelie naar Markus.
- “… de mensen gelijk wordend. En uiterlijk als een mens bevonden” – het evangelie naar Lukas.
- De gestalte van God – persoonlijke heerlijkheid.
- Aan de mensen gelijk – morele heerlijkheid.
- Uitermate verhoogd – officiële heerlijkheid
Momentopname twee: Paulus, de dienstknecht (vs. 16–18)
In deze verzen zien we de zorg van de apostel voor de Filippenzen in de onbaatzuchtigheid van Paulus. Hij was bereid om als een plengoffer te worden uitgegoten. Helemaal aan het eind van zijn leven kon hij zeggen: “Want ik word al als drankoffer uitgegoten en de tijd van mijn heengaan is aangebroken” (2 Tim. 4:6). Deze onbaatzuchtige dienst vervulde het hart van Paulus met vreugde, toen hij zag hoe zij groeiden in Christus.
Als we dit toepassen op ons huwelijk – zoals Paulus bereid was zijn leven in dienst uit te gieten – dan hoort deze onbaatzuchtige dienst ook in ons huwelijk zichtbaar te zijn. We lezen, dat de man deze opofferende liefde aan zijn vrouw moet tonen: “Mannen, hebt uw vrouwen lief, evenals ook Christus de gemeente heeft liefgehad en Zichzelf voor haar heeft overgegeven, opdat Hij haar zou heiligen, haar reinigend door de wassing met water door [het] Woord, opdat Hij de gemeente voor Zich zou stellen, heerlijk zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, maar opdat zij heilig en onberispelijk zou zijn” (Ef. 5:25–27). Zulke onbaatzuchtige liefde is een opofferende, heiligende en beschermende liefde.
Momentopname drie: de gelijkgezinde dienst van Timotheüs (vs. 19–24)
Paulus zag Timotheüs als een zoon in het geloof. Het begin van hun geschiedenis lezen we in Handelingen 16 vers 1–5. In onze verzen hier in Filippenzen 2 kunnen we vijf dingen over Timotheüs leren die we kunnen toepassen op ons huwelijk en onze relaties.
In de eerste plaats beschrijft Paulus Timotheüs als iemand “van gelijke gezindheid” (vs. 20). Gelijkgezind aan wie, aan Paulus? Ik denk, dat dit teruggaat op wat in de vers 5–8 staat. Timotheüs had de gezindheid van Christus. Hij had de gezindheid van Christus en bracht die in praktijk onder de mensen met wie hij in aanraking kwam. In de tweede plaats stelde die gezindheid van Christus hem in staat om oprecht voor de heiligen van God te zorgen. Timotheüs was echt en oprecht, geen bedrieger. Het Engelse woord ‘sincere’ (oprecht) zou afkomstig zijn uit de wereld van de pottenbakkers. Op de markt goot men soms hete was over de barst in een pot, schilderde die over en probeerde de pot dan als volmaakt te verkopen. Een pot met een barst was niet ‘sincere’; een pot zonder barst wel.
Geen enkel huwelijk is volmaakt, maar is het oprecht, of houden we een façade op en doen we alsof we alles op orde hebben? De zorg van Timotheüs voor de Filippenzen was oprecht!
In de derde plaats geeft Paulus aan dat Timotheüs iemand was die Christus zocht, wanneer hij zegt: “allen zoeken hun eigen belang, niet dat van Jezus Christus”. Paulus zei van zichzelf in 1 vers 21: “Want te leven is voor mij Christus,” en nu vertelt hij ons, dat zijn zoon in het geloof ook iemand was die Christus zocht. Dat betekent, dat hij een leven leidde waarin Christus centraal stond. Kunnen wij zeggen dat Christus het middelpunt van ons huwelijk is – dat wij als echtpaar mensen zijn die Christus zoeken?
Het laatste wat Paulus over zijn zoon in het geloof zegt, is: “En u kent zijn beproefdheid, dat hij, zoals een kind zijn vader met mij in het evangelie heeft gediend” (vs. 22). Paulus spreekt hier over het dienende hart en het beproefde karakter van Timotheüs. Timotheüs leefde om te dienen, en zijn leven getuigde daarvan. Leven wij om onze partner, onze kinderen, onze buren en onze broeders en zusters te dienen? Dat alles zal laten zien, dat het belangrijkste ingrediënt voor vreugde in je huwelijk – nederigheid – in je leven wordt uitgeleefd.
Momentopname vier: het opofferingsgezinde leven van Epafroditus (vs. 25–30)
De naam Epafroditus betekent ‘lieflijk’ of ‘bekoorlijk’, en dat was hij allebei! Wanneer we kijken hoe Paulus deze man beschrijft, loopt die beschrijving parallel aan wat Paulus in hoofdstuk 1 over het evangelie zei. Paulus noemt Epafroditus “mijn broeder,” wat overeenkomt met “uw gemeenschap met het evangelie” (1:5). Daarna noemt Paulus hem zijn “medearbeider,” wat in verband zou kunnen staan met de “bevordering van het evangelie” (1:12), en ten slotte noemt Paulus Epafroditus zijn “medestrijder,” wat goed aansluit bij de gedachte van “het geloof in het evangelie” (1:27). In elk van deze gevallen wil Paulus ons laten weten dat hij en Epafroditus op één lijn zaten!
Als echtpaar wordt ons getuigenis voor Christus versterkt wanneer man en vrouw op elk terrein van hun huwelijk op één lijn zitten. Satan probeerde het eerste echtpaar te verdelen door hen los van elkaar te laten denken en hen daarna, toen het misging, de schuld op elkaar te laten afschuiven. Maar juist toen kwam de Heer tussenbeide, omdat Hij het middelpunt wilde zijn van dat drievoudige snoer van gemeenschap. We mogen niet toestaan, dat de vijand een wig in ons huwelijk drijft.
Iets anders wat we over Epafroditus leren, is dat hij anderen op zijn hart droeg. Die zorg voor anderen kostte hem bijna het leven. Hij zorgde voor de apostel Paulus (vs. 25) en hij had een diepe bewogenheid met de heiligen in Filippi (vs. 26–27). Net als Paulus en Timotheüs leefde Epafroditus vanuit “Want te leven is voor mij Christus,” en dat werd zichtbaar in zijn zorg voor anderen.
Het is prachtig om echtparen te zien die bewogen zijn met andere gelovigen en zelfs met verloren mensen. Het is goed als ons huis open kan staan als een vuurtoren voor de mensen in onze buurt en omgeving: een plaats waar gastvrijheid wordt betoond, zoals in het huis van Stéfanas (1 Kor. 16:13–18), of een plaats waar Bijbelse discipelschap in praktijk wordt gebracht, zoals bij Priscilla en Aquila (Hand. 18:24–28). Epafroditus was een zegen voor de mensen met wie hij in aanraking kwam. Ik denk, dat iedere man en iedere vrouw iets kan leren van deze vierde en laatste momentopname.
Wordt vervolgd.
Tim Hadley Sr.;
Bijbelteksten zijn ontleend aan de Herziene Statenvertaling (HSV) ®. Bijbelteksten uit het Nieuwe Testament uit de Telos-vertaling.
Copyright: © The Bereans Publishing; Derde druk 2025.
Niets uit deze uitgave {serie FW} mag worden verveelvoudigd, vertaald of overgedragen, in welk deel of op welke wijze dan ook, elektronisch of
mechanisch, met inbegrip van fotokopiëren, opnemen of opslaan in een informatiesysteem, zonder schriftelijke toestemming van de uitgever: The Bereans Publishing.
info@the-bereans.com; www.the-bereans.com
Geplaatst in: Christendom
© Frisse Wateren, FW