10 jaar geleden

Vasten – nog actueel?

Vasten, kennen wij dat nog? En waartoe dient het eigenlijk? Hebben wij ook in onze tijd dit niet nodig: verootmoediging voor God en het afwenden van aardse en natuurlijke dingen, zodat wij meer geestelijke energie voor het gebed vinden. Is vasten niet het trainen in zelfbeheersing en onthouding? Of is dat laatste helemaal uit de tijd? Zie in verband met vasten ook het artikel over bidden, getiteld “Bezorgdheid” …

Enige tijd geleden las ik in Markus 9 de gebeurtenis van de bezetene met de stomme geest, die door zijn vader bij de discipelen gebracht was, opdat zij hem van zijn bezetenheid zouden genezen. De discipelen waren daartoe niet in staat. Toen dan de vader met zijn zoon bij de Heer Jezus kwam, genas Hij hem direct. Later vroegen de discipelen aan de Heer, waarom zij de demon niet konden uitdrijven. Het antwoord van de Heer Jezus luidde: “Dit geslacht kan door niets uitvaren dan door bidden en vasten” (Markus 9:29). Sinds die tijd laat mij het thema vasten niet meer los. Ik stelde mijzelf de vraag of het vandaag ook problemen geven zou, waar het goed zou zijn te bidden en te vasten.

Korte tijd daarna kreeg ik een brief waar mij iemand het volgende schreef: “Het meest verblijden wij ons, dat onze zoon (24 jaar) …. een duidelijke beslissing voor de Heer Jezus genomen heeft. Toen hij jonger was, ging hij met ons uit gehoorzaamheid mee naar de samenkomsten. Als student werd hij in de wereld meegetrokken. Wij hebben gevast en gesmeekt om zijn redding. De Heer is genadig”.

Weer korte tijd later las ik in een kleine biografie het volgende: <<Een kleinigheid uit het privéleven zal de lezer zeker interesseren, want ook ik (ongeveer 20 jaar jonger dan Darby) kreeg daardoor praktisch aanschouwelijk onderwijs. Naar aanleiding van een avondmaaltijd merkte broeder Darby terloops op: ‘Ik wil jullie graag vertellen, hoe ik leef. Van uwentwegen heb ik vandaag meer gegeten dan gewoonlijk. Anders is het mijn gewoonte op zaterdag een klein stukje gebraden vlees tot mij te nemen, op zondag eet ik koud, op maandag eet ik koud, evenzo op dinsdag, woensdag en donderdag. Vrijdags heb ik geen bezwaar tegen een karbonade of een biefstuk, en op zaterdag sluit zich de kring weer’. Net als broeder Darby heb ook ik als jonge Christen ascetisch geleefd. Door mijn algemene onverschilligheid ten opzichte van uiterlijke dingen was ik zo sterk afgevallen, dat mij de arts precies het noodzakelijke voorschreef, wat ik uit zelfverloochening opgegeven had. Hoe ongewoon dat een mens die zo’n buitengewone capaciteit van het abstracte, generaliserende denken werd verleend, zich net als de apostel kon neerbuigen, om een nog onervaren jongeling duidelijk te maken, alles, ook eten en drinken, tot eer van God te doen. Tot op dat tijdstip wees broeder Darby geen enkele ascetische geest af, maar leefde in volledige vrijheid met betrekking tot de noodzakelijke voeding (daarbij was zijn hart gericht om de Heer welgevallig te zijn). Hoewel dit velen onwezenlijk toe mag schijnen, was het voor mij toch een waardevolle aanwijzing voor mijn dagelijks leven, en door mij ook voor anderen; want vele gelovigen, ‘van melaatsheid gereinigd’, vergeet of verontachtzaamt – op Levitische wijze uitgedrukt – al zijn haar te scheren, hoewel het volgens voorschrift gewassen moest zijn (Leviticus 14:8-9). Het is zeer menselijk, zoals één van hen gezegd heeft, onze natuurlijke ‘beleefdheid’ te willen behouden en deze aan de Heer te geven, een gave, die in Zijn ogen afschuwelijk is, omdat zij ten diepste een wereldlijk karakter draagt>>.

Een blik in het dagelijks leven van gewaardeerde mannen Gods uit de vorige eeuw* – en weer vroeg ik mij af, of ons niet veel verloren is gegaan, wanneer wij zo’n bescheidenheid nauwelijks kennen.

De ziel kastijden

[verootmoedigen SV – vertaler]

In het Oude Testament is er dikwijls sprake van “kastijden van de ziel”, hoofdzakelijk in verbinding met de grote verzoendag (Leviticus 16:29,31; 23:27,29,32; Numeri 29:7; 30:13). Daarnaast ook nog in Psalm 35:13 en in Jesaja 58:3,5. Sommige vertalingen geven de uitdrukking “kastijden van de ziel” met “vasten” weer. In Psalm 35:13 geeft David ons een zekere sleutel in de hand, wat deze uitdrukking betekent: “Daarentegen mij aangaande, toen zij krank waren, was een zak mijn kleed; ik kwelde mijn ziel met vasten …”. Op deze plaats wordt de nauwe verbinding tussen het vasten en een waarachtig buigen van de ziel (verootmoediging) duidelijk.

Voorkomen van vasten in de bijbel

In de boeken van Mozes vinden we (afgezien van “kastijden van de ziel”) de uitdrukking “vasten” niet. In het Oude Testament komt het woord voor in:

  • Richteren 20:26;
  • 1 Samuël 7:6; 31:13;
  • 2 Samuël 1:12; 12:16,21-23;
  • 1 Koningen 21:9,12,27;
  • 1 Kronieken 10:12;
  • 2 Kronieken 20:3;
  • Ezra 8:21,23;
  • Nehemia 1:4; 9:1;
  • Esther 4:3,16; 9:31;
  • Psalm 35:13; 69:11; 109:24;
  • Jesaja 58:3-6;
  • Jeremia 14:12; 36:6,9;
  • Daniël 6:19 (overnachtte nuchter); 9:3;
  • Joël 1:14; 2:12,15;
  • Jona 3:5;
  • Zacharia 7:5; 8:19.

In het Nieuwe Testament in:

  • Mattheüs 4:2; 6:16-18; 9:14-15; 17:21;
  • Markus 2:19-20; 9:29;
  • Lukas 2:37; 5:33-34; 18:12;
  • Handelingen 10:30; 13:2-3; 14:23;
  • 2 Korinthe 6:5; 11:27.

Wanneer wij de moeite nemen deze plaatsen eens na te lezen, komen we tot de volgende conclusies, die wij over het vasten kunnen trekken. Gevast werd er:

  • in tijden van bijzonder persoonlijke nood/zonde of nood/zonde onder het volk van God: – broederoorlog onder het volk van Israël; – nood door vijanden buiten het volk Israël;
  • in verbinding met rouw bij de dood van nabestaanden/vorsten van het volk;
  • in verbinding met verootmoediging over zonde en een verkeerde weg;
  • in verbinding met het ernstig zoeken naar de wil van God en het gebed om de weg te wijzen in bijzondere omstandigheden;
  • in verbinding met een uitdrukkelijke samenkomst ter verootmoediging wegens zonde;
  • om zich in een bepaalde nood voor God te verootmoedigen en ernstig te bidden/smeken;
  • in verbinding met toewijding in de dienst voor God.

In Jesaja 58, Jeremia 14 en Zacharia 7:5 legt God een formeel, huichelachtig, zelfgenoegzaam vasten bloot, waaraan Hij geen vreugde heeft. Waarschuwende woorden vinden we ook uit de mond van de Heer Jezus in Mattheüs 6. Op de gevaren van het vasten komen wij nog terug.

Verschillende terreinen van het vasten

Vasten kan op zeer verschillende terreinen betrekking hebben. Hier enkele voorbeelden:

a. Ten eerste verwijst vasten naar de behoefte naar voedsel. Wij vinden voorbeelden in de Schrift voor korttijdig vasten (Richteren 20:26), maar ook voor voortdurend vasten (Psalm 109:24), zodat het lichaam zeer verzwakt wordt. Vasten is het afzien van aardse dingen, die op zich niet zondig zijn (het zij dan, dat iemand onmatig eet en drinkt).

b. Dan denken we aan alcoholische dranken. Hoewel de bijbel geen strikt alcoholverbod leert, is toch een voorzichtige omgang met alcoholische dranken aangebracht. Hoe terughoudend spreekt de apostel over het drinken van alcohol (1 Timotheüs 5:23); op een andere plaats waarschuwt hij voor een verkeerd gebruik van wijn (Efeze 5:18).

c. In 1 Korinthe 7:5 schrijft Paulus over de onthouding in het huwelijk, om vrije tijd tot gebed te hebben.

d. Vasten kan betrekking hebben op levensnoodzakelijkheden zoals slaap, rust of omgang met mensen.

e. Vasten heeft ook met zelfbeheersing en matigheid te maken, die in Galaten 5 tot de vrucht van de Geest worden gerekend.

Kan men ook van ons zeggen, dat wij genotzuchtig, zwak van wil en week zijn, wat bepaalde genoegens betreft?

Doel van het vasten

Geestelijk gemotiveerd vasten kan nooit doel op zichzelf zijn. Het dient daartoe, in een bepaalde noodsituatie de verootmoediging voor God uit te drukken en het afwenden van aardse en natuurlijke dingen te bevorderen, opdat wij meer geestelijke energie voor het gebed vinden. Tegelijk is vasten een oefening in zelfbeheersing en onthouding.

Gevaren van het vasten

Nu een opmerking over de gevaren van het vasten. Het vasten kan in tweeërlei opzicht misbruikt worden: In gebed zoeken we nader tot God te komen en leggen wij Hem onze noden voor. Maar het gebed en het vasten als een dwangmiddel tegenover God te gebruiken is volkomen verkeerd. Anderzijds is het vasten door mensen zoals de Farizeeërs ten tijde van de Heer Jezus gebruikt, om voor de mensen bijzonder vroom en God toegewijd te lijken. Dat is de zonde van huichelarij, waarvoor de Heer Jezus de discipelen ernstig waarschuwt: “Wanneer u nu vast toont dan niet een droevig gezicht zoals de huichelaars; want zij maken hun gezichten ontoonbaar om zich aan de mensen te vertonen wanneer zij vasten. Voorwaar, Ik zeg u: zij hebben hun loon al. Maar u, als u vast zalf uw hoofd en was uw gezicht, om u niet aan de mensen te vertonen wanneer u vast, maar aan uw Vader die in het verborgen is; en uw Vader die in het verborgen kijkt, zal het u vergelden” (Mattheüs 6:16-18). De eigengereide farizeeër pochte: “Ik vast tweemaal in de week” (Lukas 18:12). In zulke gevallen is vasten niet de uitdrukking van een ootmoedig neerbuigen voor God, maar dient tot hoogmoedige zelfverhoging boven anderen.

Voorbeelden die WAARD zijn NA TE VOLGEN uit de tijd van de apostel

Wij sluiten af met enige citaten uit de Handelingen en de 2e brief aan de Korinthe en laten dit op ons inwerken: “Terwijl zij nu de Heer dienden en vastten, zei de Heilige Geest: Zondert Mij nu Barnabas en Saulus af voor het werk waartoe Ik hen heb geroepen. Toen vastten en baden zij, legden hun de handen op en lieten hen gaan” (Handelingen 13:2). “Nadat zij nu voor hen in elke gemeente oudsten hadden gekozen, baden zij met vasten en droegen hen op aan de Heer in Wie zij hadden geloofd” (Handelingen 14:23). “… in slagen, in gevangenissen, in oproeren, in arbeid, in waken, in vasten …” (2 Korinthe 6:5). “… in arbeid en moeite, in waken dikwijls, in honger en dorst, in vasten dikwijls, in koude en naaktheid” (2 Korinthe 11:27).

Zeker, wij doen er ook goed aan het gedrag en de geestelijke gezindheid van deze vroege Christenen en dienaars van de Heer na te volgen: “Weest mijn navolgers” (1 Korinthe 4:16; 11:1; Hebreeën 6:12). Dan zal de Heer Jezus ons helpen, ook met het oog op vasten om dat welgevallig voor Hem te doen.

* Dit artikel werd in 1998 voor het eerst gepubliceerd.

Wat onze Heere God mij geeft, dat neem ik graag aan, wat Hij niet geeft, kan ik goed ontberen. Dat is mijn bladwijzer, dat ik tevreden zijn kan; zo zuinig ben ik.

Maarten Luther

Werner Mücher: © Folge mir nach

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM