15 jaar geleden

Tongen, talen en tekenen … (1)

“Maak mijn voetstappen vast in Uw Woord …” (Psalm 119:133).

Ik was ongeveer 18 jaar oud toen ik voor het eerst in aanraking kwam met het fenomeen “spreken in tongen”. Samen met een andere jongen, die Wim heette, (en mogelijk met nog een andere jongen) zat ik in een klein kamertje op het bekende conferentieoord “de Bron” bij Dalfsen (het heette toen nog “de Vechtstroom”, meen ik). Hoe ik daar nu precies verzeild raakte, weet ik niet precies meer. Wim was tot geloof gekomen, tenminste dat werd toen van hem gezegd. Ja, en wat mijzelf betreft, ik was Gereformeerd Vrijgemaakt (Buiten Verband, dat zijn nu de Nederlands Gereformeerden); dat zat dus wel goed wat het geloof betrof, dat sprak toen natuurlijk voor zichzelf, tenminste zo werd er toen gedacht, ook door mij. Wel was ik erg bezig met het geloof. De “kerkoorlog” binnen de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt speelde in die jaren maar gaf geen antwoorden op de vragen die ik toen had. “De onderlinge twisten zijn blijkbaar veel belangrijker”, zo dacht en voelde ik het toen. Helaas was dit ook vaak zo.Wim was verslaafd aan drugs wat in die tijd in ons dorpje nog als zeer schokkend ervaren werd. Het was dus wel erg opzienbarend dat hij tot geloof was gekomen, temeer daar hij, voor zover ik weet, niet uit een kerkelijk meelevend milieu kwam. Een andere man uit een of andere Pinksterkring had ons in een klein kamertje gedirigeerd en wilde ons wel even het spreken in tongen leren. Ik nam een afwachtende houding aan. Mijn achtergrond was immers Gereformeerd Vrijgemaakt. Daarom had ik, hoewel ik nog jong was, toch wel mijn bedenkingen tegen het Pinksteren van die jaren, en zeker de beweging die toentertijd in de Bron actief was (Ben Hoekendijk, enz.).

De man zei tegen Wim ongeveer het volgende: “Ik zal jou het spreken in tongen leren. Je bent nu tot geloof gekomen en nu hoort dit er ook bij. Dan toon je dat je geloof echt is. Ik zal je het nu eerst voordoen en je het voorzeggen, daarna zeg jij mij het na”. De man knielde en Wim moest ook voor zijn stoel knielen en daar ging het los …

Met ingehouden adem en met een kloppend hart zat ik op mijn stoel onrustig te luisteren en te kijken. Want stel je toch eens voor dat zoiets zou gebeuren. Dat zou immers een zeer bijzondere ervaring zijn. Dat zou inslaan bij mijn Vrijgemaakte vrienden. Daar kon ik mee thuis komen.

… De man deed het dus voor. Het waren heel “onsamenhangende”, maar voor mijn gevoel ook zeer “onheilspellende” klanken die ik hoorde en kon ze nergens thuisbrengen. Dit moet het dan zijn waarover ik al zoveel had gehoord (dus toen ook al het onderwerp van gesprek bij de Pinksterbeweging van toen).Het lukte Wim echter niet. De man deed het Wim opnieuw voor. Na enig oefenen zou Wim het wel kunnen, aldus de man, dus moest hij er nog eens aan geloven. Weer klonken er de “onsamenhangende” klanken. Weer probeerde Wim het. Zo ging het verschillende malen achter elkaar door, tot beschamens toe voor mijn gevoel. Maar Wim had geen succes… Op een gegeven moment stond Wim heel resoluut op en zei ongeveer het volgende in het dialect: “Nou, barst maar om mij part. Ik stop ermee en ga weer weg”. Dat deed hij ook inderdaad.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik het toen allemaal erg lachwekkend vond, en kon Wim dan ook geen ongelijk geven. De manier waarop de man met deze dingen omging shockeerde mij nogal. Het dwangmatige, het lispelen van de man … Bovenal, de Bijbel bleef gesloten en het was dus ook oncontroleerbaar. Ik vond het allemaal heel oneerbiedig en niet getuigen van respect voor het Woord van God en voor de Heere Jezus. Van toen af aan was ik er innerlijk van overtuigd dat dit nooit uit de goede “koker” kwam, hoewel ik dat toen vanuit de Bijbel niet kon aantonen. Het is toch geen “geestelijk speelgoed” waar je naar gelang mee kunt rollebollen, zo dacht ik.

Deze ervaring heeft mij echter wel bewaard om bij verdere “emotionele krakers” te verdwalen in het “Charismatische Pinksterbos”. Tot op de dag van vandaag ben ik de Heere dankbaar dat Hij mij toen bewaard heeft. Sindsdien hadden alleen ervaringen die voorkwamen uit het (nuchtere) eenvoudige geloof in de Heere Jezus, en die in over eenstemming waren met het Woord van God, mijn belangstelling. Het heeft mij geleerd om een nuchtere voorzichtigheid te betrachten met betrekking tot allerlei extatische, charismatische/pinkster uitingen, toen en nu in onze dagen. Later kwam ik er gelukkig ook vanuit de Bijbel achter dat het helemaal niet naar de gedachten van God was, wat daar gebeurde. De Bijbel ging ik toen nog intensiever lezen. Dan leidt de Heilige Geest ook vanzelf richting een evenwichtig geloof dat niet gebaseerd is op gevoelens, emotionele experimenten en extases, maar op het zuivere Woord van God. Het is, denk ik, niet teveel gezegd dat het juist vandaag zeer noodzakelijk is om nadrukkelijk te wijzen a) op het belang van het hebben van een goed fundament, het vaste Woord van God, en b) dat we ons alleen laten leiden door de Heilige Geest die ons leiden wil in alle waarheid. Dat geldt niet alleen voor de jonge gelovigen, maar voor ons allemaal die de Heere Jezus Christus hebben leren kennen als hun Heer en Heiland. Maar zeker geldt dit niet minder voor hen die zichzelf beschouwen als de geestelijke leiders van vandaag en het spoor in velerlei opzicht zijn kwijt geraakt. Dat zij en wij toch mogen leren luisteren naar het eenvoudige Woord van God. Dat het niet meer langer is: “Luister, want Uw knecht spreekt”, maar “Spreek, want Uw knecht hoort”.

Mijns inziens kan onderstaand artikel daartoe bijdragen. Dit is in ieder geval mijn gebed en verlangen!

Het is goed om rekening te houden met het feit dat de Bijbelteksten voor zowel het Oude als het Nieuwe Testament uit de Statenvertaling komen. Omdat dit artikel vrij vertaald en bewerkt is, heb ik gemeend om de Statenvertaling die gebruikt is, ongewijzigd te handhaven. Het vergt dus wel iets meer moeite misschien, maar je zult merken dat het zeer de moeite waard is. Bij dezen ook hartelijk dank aan broeder H. Bouter voor deze zeer waardevolle bijdrage.

Frisse Wateren

Tongen en andere “tekenen der apostelen” in het licht van de Bijbel

Met name in charismatische kringen wordt veel over tongentaal geleerd. Maar ook in andere Christelijke geloofsrichtingen wordt wel tongentaal gepraktiseerd. Althans, over hetgeen wat men in die kringen tongentaal noemt. Maar wanneer we de Bijbel op dit onderwerp goed bestuderen, komen we erachter dat hetgeen tegenwoordig in die kringen plaatsvindt, niets te maken heeft met de Bijbelse gave van tongen. Het woord “tongentaal” is dan ook een verkeerd woord.

Want we zullen zien dat de Bijbel ons leert dat “een tong” een taal is, en dat “tongen” talen zijn. Ten eerste is het woord “tongentaal” dubbel op, ten tweede is de samenstelling verkeerd, want “tongen” is geen taal (enkelvoud), maar “tongen” zijn talen (meervoud).

Wat waren tongen in de Bijbel? Wat was hun doel? Werkt de gave van tongen vandaag de dag nog steeds? Zo niet, wat doen dan degenen die tegenwoordig de gave van het spreken in tongen claimen? Vaak is er op dit gebied veel verwarring en onbegrip. Het doel van dit artikel is te onderzoeken wat de Bijbel over dit onderwerp zegt. In de Bijbel vertelt de Heer immers wat Zijn bedoelingen zijn, wat Zijn plan is! Wat is de Bijbelse leer over tongen?

Bijbelse tongen zijn echt bestaande talen

In het boek Handelingen lezen wij: “En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken … En toen deze stem geschied was, kwam de menigte samen, en stond verbaasd, want een ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken” (Handelingen 2:4,6).

Het is goed hierbij te vermelden dat de King James Bijbel uit 1611 (uit de tijd van de Reformatie) in vers 4 van Handelingen 2 spreekt over “tongues”, wat in het Nederlands betekent: “tongen”. Deze passage vertelt ons ook wat “tongen” zijn. Tongen zijn talen, zoals onze Statenvertaling hier direct al in vers 4 laat zien. De volgende verzen sommen allerlei volken op, waarvan de talen gesproken werden: “Parthers, en Meders, en Elamieten, en die inwoners zijn van Mesopotamie, en Judea, en Cappadocie, Pontus en Azie; en Frygie, en Pamfylie, Egypte, en de delen van Libye, dat bij Cyrene ligt, en uitlandse Romeinen, beiden Joden en Jodengenoten; Kretensen en Arabieren, wij horen hen in onze talen de grote werken Gods spreken” (Handelingen 2:9-11). Ook hier zegt de King James 1611 in de laatste zin weer “tongen”. We zien uit de context echter dat de betekenis van dit woord “talen” is. Dit wordt door veel andere Schriftplaatsen onderbouwd, bijvoorbeeld: “… hoorde ik een stem, tot mij sprekende, en zeggende in de Hebreeuwse taal: Saul, Saul, wat vervolgt gij Mij? Het is u hard, tegen de prikkels de verzenen te slaan” (Handelingen 26:14). De King James heeft hier staan: “in de Hebreeuwse tong”. Het mag duidelijk zijn dat de betekenis hiervan “in de Hebreeuwse taal” is. Hetzelfde geldt voor Ezra 4:7, Daniel 1:4 en Openbaring 9:11. Waar in de Bijbel dan ook het woord “tongen” gevonden wordt, betekent het altijd: echt bestaande talen. Dit is heel belangrijk om op te merken, want degenen die vandaag de dag beweren in tongen te spreken, spreken helemaal geen werkelijke talen!

Zijn er twee soorten tongen?

Sommige mensen beweren vervolgens: “Maar er zijn twee soorten tongen in de Bijbel. De ene soort is inderdaad een taal, maar de andere is een “extatische uiting” (een soort brabbeltaal)”. Vaak wordt aangegeven dat de tongen van Handelingen 2 verschillen van die in 1 Korinthe 14. Maar waar zegt de Bijbel dat er twee of meer soorten tongen bestaan? Wij vinden dat nergens.

De verwarring ontstaat omdat de Bijbel in 1 Korinthe 14:5 zegt dat de tongen uitgelegd moeten worden, zodat de Gemeente het kan begrijpen en daardoor dan pas opgebouwd kan worden. In Handelingen 2 werden de tongen echter niet uitgelegd. Betekent dit dat er twee soorten tongen zijn? Een persoon die in tongen sprak, was door God bovennatuurlijk gezegend om een taal te spreken die hij normaliter niet kon spreken. De persoon die sprak, wist niet wat hij zei, tenzij God hem de gave van uitleg had gegeven. Waarom werden de tongen in Handelingen 2 dan niet uitgelegd? Wanneer we de context nauwkeurig lezen, wordt ons geopenbaard waarom uitleg daar niet nodig was: “En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken. En er waren Joden te Jeruzalem wonende, godvruchtige mannen van allen volke van hen, die onder de hemel zijn. En toen deze stem geschied was, kwam de menigte samen, en stond verbaasd, want een ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken” (Handelingen 2:4-6).

U ziet dat er op de Pinksterdag mensen uit “allen volke van hen, dien onder de hemel zijn” aanwezig waren. Er waren velen aanwezig, en er werden veel verschillende talen gesproken (zie ook de verzen 9-11), en ieder hoorde de boodschap in zijn eigen taal (Handelingen 2:6,11)! Er was dus geen verdere uitleg nodig! Een ieder verstond de boodschap en werd erdoor opgebouwd. Wanneer de Christenen van de plaatselijke gemeente te Korinthe samenkwamen, en er begon iemand in een taal te spreken die hij niet verstond, dan verstonden ook de andere Korinthiers hem niet. Daarvoor was er een uitleg vereist! De tongen/talen in 1 Korinthe 14 zijn dus dezelfde tongen/talen als in Handelingen 2. De Bijbel leert helemaal niets over twee soorten tongen! We zullen later in deze studie nog terugkomen op de tekst 1 Korinthe 14:5, met betrekking tot de Gemeente van vandaag de dag.

Tongen zijn tot een teken

Het volgende vers dat we zullen opzoeken, vertelt u precies waarvoor tongen zijn. Dit vers wordt echter nooit in een charismatische groep aangehaald. Waarom niet? Omdat dit Bijbelvers de bijl aan de wortel legt van de charismatische en pinkstertheologie. In 1 Korinthe 14:22 staat het volgende: “Zo dan, de vreemde talen zijn tot een teken niet voor hen die geloven, maar voor de ongelovigen; en de profetie niet voor de ongelovigen, maar voor hen, die geloven”.

Ziet u dat? “Vreemde talen (tongen) zijn tot een teken (…)”. En dan moet u 1 Korinthe 1:22 eens opzoeken, waar staat: “Aangezien de Joden een teken begeren, en de Grieken wijsheid zoeken”. Zo zien wij dus dat tongen een teken zijn voor ongelovigen! En wat laat de Bijbel nog meer zien? “Aangezien de Joden een teken begeren (…)”. Wanneer we dus gaan praten over tekenen (waaronder tongen/talen), dan gaan we dus praten over het Joodse volk, en niet over de Gemeente van vandaag de dag!

De oorsprong van tekenen

Dat de Joden een teken (bijvoorbeeld tongen) begeren, is geheel in overeenstemming met de uitvoering van Gods plan zoals wij dat vinden in de Bijbel. In Exodus 4:3-8 vinden wij namelijk de oorsprong van de door God gegeven tekenen. “En Hij zeide: Werp hem [d.i. een staf] ter aarde. En hij wierp hem ter aarde! Toen werd hij tot een slang; en Mozes vluchtte van haar. Toen zeide de HEERE tot Mozes: Strek uw hand uit, en grijp haar bij haar staart! Toen strekte hij zijn hand uit, en vatte haar, en zij werd tot een staf in zijn hand. (…) En de HEERE zeide verder tot hem: Steek nu uw hand in uw boezem. En hij stak zijn hand in zijn boezem; daarna trok hij ze uit, en ziet, zijn hand was melaats, wit als sneeuw. En Hij zeide: Steek uw hand weer in uw boezem. En hij stak zijn hand weer in zijn boezem; daarna trok hij ze uit zijn boezem, en ziet, zij was weer als zijn ander vlees. En het zal geschieden, zo zij u niet geloven, noch naar de stem van het eerste teken horen, zo zullen zij de stem van het laatste teken geloven”.

Hier zien wij Mozes, die het volk Israël uit Egypte heeft geleid. Het volk Israel begon als natie in feite met Mozes en niet met Abraham. Abraham, Izaak en Jakob waren de stamvaders van het volk, en in hun tijd waren zij een nomadisch volk. De natie Israël begon met Mozes, de “grote leider”, die hen uit het land Egypte bevrijdde. Hij bracht hen in de woestijn. Toen God Mozes tot zijn taak riep, vond hij dat vreselijk moeilijk – en in Exodus 4 is hij met de Heere aan het argumenteren. Mozes denkt dat hij het woord van de Heere heel slecht zal kunnen brengen. De Heere geeft Mozes dan tekenen. En bij het tweede teken vinden wij de eerste mens in de Bijbel, die ziek werd. Mozes werd melaats. En vervolgens stak hij zijn hand weer in zijn boezem, haalde hem eruit, en hij was genezen! Het teken van genezing begon bij Mozes. De eerste mens, die ziek werd en die genezen werd, was een Jood.

Waartoe dienden deze tekenen? Kijkt u maar in Exodus 4:30 en 31. Doordat de kinderen Israëls deze tekenen zagen, geloofden zij en aanbaden zij. Ziet u dat? De geschiedenis van de Joodse natie begon met een teken. Vandaar de uitspraak: “de Joden begeren een teken”. Eén van de tekenen was het teken van (de gave van) genezing. Geloven wij niet dat God kan genezen? Jazeker wel! Maar als Bijbelgetrouwe Christenen geloven wij niet in speciale gaven van genezing, zoals God die als teken gegeven heeft aan de Jood. Want ten eerste zijn wij geen Joden, ten tweede prediken wij niet exclusief voor de Joden, en ten derde hebben wijzelf geen teken nodig (want het is een “boos en overspelig geslacht”, dat een teken begeert; zie Mattheüs 16:4). Wij geloven dus wel dat God kan genezen (en het ook doet!), maar wij geloven niet – en de Bijbel leert het ons – in speciale genezers voor de Gemeente van Christus vandaag de dag. In Exodus 15:26 staat vervolgens: “En daar beproefde Hij het en zeide: Is het, dat gij met ernst naar de stem van de HEERE uw God horen zult, en doen, wat recht is in Zijn ogen, en uw oren neigt tot Zijn geboden, en houdt al Zijn inzettingen; zo zal Ik geen van de krankheden op u leggen, die Ik op Egypteland gelegd heb; want Ik ben de HEERE, uw Heelmeester!” Ziet u in dit gedeelte iets staan over het hebben van geloof? Over het opleggen van handen? Ziet u iets over gebed? Kijk eens nauwkeurig! Het gaat hier louter over werken. “Indien u dat doet, zal Ik u genezen, want Ik ben de HEERE, uw Heelmeester”. Toen God deze tekenen aan Mozes gaf, als tekenen voor de natie Israel (omdat de “Joden een teken begeren”), had het teken van genezing alles te maken met hun gehoorzaamheid aan God, om te doen al wat Hij hun in de wet gebood.

De geschiedenis van tekenen

In Deuteronomium 18:18-19 staat: “Een Profeet zal Ik hun verwekken uit het midden van hun broeders, als u; en Ik zal Mijn woorden in Zijn mond geven, en hij zal tot hen spreken alles, wat Ik Hem gebieden zal. En het zal geschieden, de man, die niet zal horen naar Mijn woorden, die Hij in Mijn Naam zal spreken, van die zal Ik het zoeken”. De Heere spreekt hier door Mozes over de PROFEET JEZUS CHRISTUS! De vervulling van deze profetie vinden we in het Nieuwe Testament (zie Johannes 1:46, 4:25 en 12:29). Jezus Christus is dus de Profeet zoals Mozes. Jezus Christus heeft dus ook tekenen als Mozes! Kijk maar naar Markus 6:4-6, waar staat: “En Jezus zei tot hen: Een profeet is niet ongeëerd  dan in zijn vaderland, en onder zijn verwanten, en in zijn huis. En Hij kon aldaar geen kracht doen; dan Hij legde weinige zieken de handen op, en genas hen. En Hij verwonderde Zich over hun ongeloof, en ging de vlekken rond daar rondom, lerende”.

Hadden de mensen, hier in Markus, geloof? Nee! De Heere Jezus stond verwonderd van hun ongeloof. Alles wat Hij daar kon doen, was enkelen genezen. Dit laat dus zien, dat wanneer iemand de Bijbelse gave van genezing heeft, hij een zieke kan genezen, of deze zieke nu gelooft of niet (vergelijk Markus 2:5, waar niet gesproken wordt over het geloof van de verlamde zelf. Deze verlamde werd genezen door het geloof van de vier mannen, die hem droegen)! Jezus Christus genas volkomen! Hij maakte geen blunders, ook niet wanneer mensen geen geloof hadden. Indien iemand de Bijbelse gave van genezing zou hebben, dan zou hij (bijvoorbeeld met zijn schaduw) een hele menigte kunnen genezen (Handelingen 5:15-16, Mattheüs 4:23-24).

De mensen die tegenwoordig de gave van genezing claimen, passen deze “gave” over het algemeen toe in (grote) zalen, waar over het algemeen “gelovigen” bij elkaar zijn. Men past het toe op de “gemeente”, het is dan geen teken voor Israel meer! Daar komt bij dat een veel gehoorde kreet is: “Je moet geloof hebben!” Mensen die niet genezen, blijven met een schuldgevoel achter. Ze worden niet alleen niet beter, maar ze hebben volgens hun (zogenaamde) “genezers” ook geen geloof genoeg! Ook handoplegging en gebed zijn een standaard onderdeel van de genezingsdiensten. Het gaat allemaal lijnrecht in tegen de gave van genezing, die God tot een teken heeft gegeven aan Zijn volk Israël.

Het blijkt dan ook dat de hedendaagse genezers vaak nep zijn. Of er wordt een show opgevoerd, of het zijn veelal psychische klachten die tijdelijk opgelost worden. Fysieke genezingen vinden eigenlijk niet plaats, of er wordt een genezingsproces aan verbonden. Leest u dan eens het verslag van de genezingen van de Heer in de Evangeliën. Jezus Christus genas mensen op straat; waren het er meerderen, dan genas Hij ze allen. En Hij genas ze direct, zonder genezingsproces! Waarom blijven alle genezers van vandaag de dag in de zaal? Waarom blijven ze in de zondagsdienst? Waarom gaan ze niet de straat op? Waarom niet naar het eerste ziekenhuis in de buurt! Zou dat geen groot getuigenis geven, wanneer dat hele ziekenhuis aan het eind van de zondag leeg was? Weet u waarom de genezers dat niet doen? Heel eenvoudig, omdat zij de Bijbelse gave van genezing niet hebben! De tekenen, waaronder genezing en tongen, waren voor de Joden en dan ook nog eens de ongelovigen onder hen!

Waar wordt in de Bijbel in tongen gesproken?

De plaatsen in de Schrift waar werkelijk in tongen gesproken wordt, zijn Handelingen 2, 10 en 19. In geen enkele andere Schriftplaats wordt vermeld dat iemand in (Bijbelse) tongen sprak. Ja, in 1 Korinthe moest Paulus de Korinthiërs vermanen, omdat zij een tongengave gebruikten die niet Bijbels was; in ieder geval de manier waarop zij die gave gebruikten was niet Bijbels! Daar zullen wij verderop nog meer van zien.

De plaatsen waar tongen op een Bijbelse wijze voorkomen en ze niet door de Heer bekritiseerd worden, zijn dus te vinden in Handelingen 2, 10 en 19. In Handelingen 2 zijn de tongen/talen een teken voor ongelovige Joden, die (nog) niet geloven dat Jezus Christus hun Messias is. Teksten uit Handelingen 2 zijn reeds geciteerd.

In Handelingen 10 zijn tongen/talen een teken voor Joden die niet geloven dat heidenen de Heilige Geest kunnen ontvangen. In Handelingen 10:44-47 staat: “Toen Petrus nog deze woorden sprak, viel de Heilige Geest op allen, die het Woord hoorden. En de gelovigen, die uit de besnijdenis waren, zoveel als er met Petrus waren gekomen, ontzetten zich, dat de gave van de Heilige Geest ook op de heidenen uitgestort werd. Want zij hoorden hen spreken met vreemde talen, en God groot maken. Toen antwoordde Petrus: Kan ook iemand het water weren, dat dezen niet gedoopt zouden worden, die de Heilige Geest ontvangen hebben, zoals wij?” De gelovigen uit de besnijdenis stonden daar en zagen dat de Heilige Geest uitgestort werd op de heidenen. De Heilige Geest werd daar gegeven aan de heidenen, en zij spraken daarbij in tongen, omdat deze Joden niet geloofden dat een heiden de Heilige Geest zou kunnen ontvangen zonder de waterdoop van Handelingen 2:38. In Handelingen 10 ontvangen de heidenen de Heilige Geest dus voordat ze gedoopt worden. Lees de laatste verzen van Handelingen 10 nog eens door. Die heidenen werden niet eerder gedoopt in water, dan nadat zij behouden waren en de Heilige Geest hadden ontvangen.

De volgende passage waar in tongen/talen gesproken wordt, is Handelingen 19:1-8. Wij zien dat Paulus daar discipelen van Apollos ontmoet, en hij vraagt of zij de Heilige Geest ook ontvangen hebben. Zij hebben zelfs nog niet gehoord van de Heilige Geest. Dan vraagt Paulus: “Waarin zijt gij dan gedoopt?” En zij antwoorden hem: “In de doop van Johannes”. Vervolgens zegt Paulus: “Johannes heeft wel gedoopt de doop der bekering, zeggende tot het volk dat zij geloven zouden in Hem, Die na Hem kwam, dat is, in Christus Jezus”. Paulus predikt hen Christus, zij geloven in Christus en worden gedoopt, en dan spreken zij in tongen. Waarom spreken zij daar in tongen? Tongen zijn een teken voor de ongelovige Joden. De context van Handelingen 19 maakt duidelijk dat het hier gaat om Joodse mannen. Vers 8 spreekt bijvoorbeeld over de “synagoge”. “De Joden begeren een teken”, en “tongen (vreemde talen) zijn tot een teken”. De tongen zijn in de Schrift niet een keer bestemd voor gelovigen uit de heidenen, voor Christenen. Iedere keer dat deze gave naar voren komt, is het een gave, een teken, voor ongelovige Joden.

Tongen: ook een teken van komend oordeel en herstel

“In de wet is geschreven: Ik zal door lieden van andere talen, en door andere lippen tot dit volk spreken, en ook alzo zullen zij Mij niet horen, zegt de Heere. Zo dan, de vreemde talen zijn tot een teken niet voor hen, die geloven, maar voor de ongelovigen; en de profetie niet voor de ongelovigen, maar voor hen, die geloven” (1 Korinthe 14:21-22). Deze passage vertelt ons wat het Bijbelse doel van de tongen is. Dit is, zoals we reeds gezien hebben: “Tongen/talen zijn tot een teken”. En het is niet voor de gelovigen, maar voor de ongelovigen (en dan ook nog eens voor de ongelovige Joden, zie 1 Korinthe 1:22).

Dit vers 21 van 1 Korinthe 14, waar staat: “in de wet is geschreven”, is een verwijzing naar Deuteronomium 28:49 en Jesaja 28:11-13. Zo brengt het Nieuwe Testament, in de brieven van Paulus, de tongen in verbinding met de oudtestamentische profetie. In deze teksten staat achtereenvolgens: “De HEERE zal tegen u een volk verheffen van verre, van het einde der aarde, zoals een arend vliegt; een volk, welks spraak gij niet zult verstaan” (Deuteronomium 28:49). En: “Daarom zal Hij door belachelijke lippen, en door een andere tong tot dit volk spreken; tot wie Hij gezegd heeft: Dit is de rust, geeft de moeden rust, en dit is de verkwikking; doch zij hebben niet willen horen. Zo zal hun het woord des HEEREN zijn: gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een weinig, daar een weinig; opdat zij heengaan, en achterwaarts vallen, en verbreken, en verstrikt en gevangen worden” (Jesaja 28:11-13).

De passage in Jesaja toont dat God mensen tot de Joden zal laten spreken (“tot dit volk”) door een andere tong. Toch zullen ze niet luisteren, ze zullen achterover vallen en verbreken, en verstrikt en gevangen worden (Jesaja 28:13). Met andere woorden: het oordeel zal volgen. Vreemde talen zijn voor het volk Israel dus ook een verwijzing naar het feit dat God gaat oordelen.

Ziet u overigens hoe hier “achterover vallen” in de Bijbel niets te maken heeft met “in de Geest zijn”, zoals men wel beweert in bepaalde charismatische kringen? Achterover vallen heeft in de Bijbel te maken met het komende oordeel van God, waardoor de ongehoorzamen getroffen worden! Denk hier ook aan de oude Eli, die, nadat hij zijn zonen liet zondigen in het huis des HEEREN, achterover viel, zijn nek brak en stierf, toen hij hoorde dat de Filistijnen de ark van de Heere veroverd hadden (1 Samuël 4:18). En dan te bedenken dat men in bepaalde kringen om de haverklap achterover valt!

Ik weet dat deze passage in Jesaja eigenlijk gericht is tot het Joodse volk, maar aangezien de kerk van vandaag vaak boodschappen voor Israel op zichzelf betrekt (de “tongentaal” bijvoorbeeld), zo betrekken wij – geheel in hun lijn – nu ook deze passage op de gemeente van vandaag. Ook deze woorden van Jesaja gaan immers over tongen! In feite brengt men door het zogenaamde “achterovervallen in de Geest” uit vrije wil tot uitdrukking dat men onder het oordeel van God valt! Dat laat de Schrift, het Woord van God Zelf, ons hier zien! Tongen zijn dus ook een teken dat het oordeel gaat komen!

In Handelingen 2 zien wij dat als gevolg van de prediking van Petrus vele Joodse mensen tot geloof komen (Handelingen 2:41). Het Woord van God weerklonk: “Deze Jezus heeft God opgewekt; waarvan wij allen getuigen zijn. Hij dan, door de rechterhand Gods verhoogd zijnde, en de belofte des Heiligen Geestes ontvangen hebbende van de Vader, heeft dit uitgestort, dat gij nu ziet en hoort. Want David is niet opgevaren in de hemelen; maar hij zegt: De Heere heeft gesproken tot mijn Heere: Zit aan Mijn rechterhand. Totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten. Zo wete dan zeker het ganse huis Israels, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk deze Jezus, Die gij gekruisigd hebt” (Handelingen 2:32-36). Velen werden overtuigd en zij bekeerden zich. De eerste mensen die toetraden tot het lichaam van Christus, de Gemeente, waren dus Joodse mensen.

Maar het Joodse volk als geheel? Is het hele volk tot geloof gekomen op de Pinksterdag? Nee, dat is niet gebeurd. Het Joodse volk, als natie gezien, verwierp bij monde van de leiders dat de Heer Jezus de Messias was. Stefanus mocht hun het Evangelie nog eens uitleggen, maar de harten waren verhard (Handelingen 7:54-60). Wanneer het Joodse volk de Heer alsnog had aangenomen, dan was Hij teruggekomen om Zijn koningschap te aanvaarden. Hij stond gereed om terug te komen (Handelingen 7:55). Pas na de definitieve verwerping van de Messias door het Joodse volk, ging het Evangelie verder: via Samaria ook naar de heidenen (Handelingen 8 en 10). Zo vergadert Jezus Christus nu een Gemeente die uit Joden en heidenen bestaat, uit allen die Hem hebben aangenomen als hun Verlosser (Galaten 3:27-28). De Joden kregen toen een teken: de tongen. Maar de natie nam de Messias niet aan, terwijl zij wel gewaarschuwd was.

De Heer Jezus, die door het Joodse volk gekruisigd is door de handen van wettelozen (Handelingen 2:23), bevindt Zich nu in de hemel. Hij is verheerlijkt aan de rechterhand van God. Zijn vijanden (zowel Joden als heidenen, allen die niet tot bekering komen) zullen tot een voetbank voor Zijn voeten worden gezet. Daarom waarschuwde Petrus in deze context de mannen van Israel: “Wordt behouden van dit verkeerde geslacht!” (namelijk behouden van het oordeel dat over hen zou komen). Het bewijs/het teken dat dit oordeel zou komen, was het feit dat Jezus “dit heeft uitgestort, dat gij nu ziet en hoort (namelijk de tongen)” (Handelingen 2:33). De tongen waren een teken voor de Joden die hun Messias hadden verworpen en gedood, een teken dat Gods oordeel eraan kwam.

Maar tevens verwijst dit hoofdstuk naar de profetie van Joël, dat in de laatste dagen vele wondertekenen aan het volk Israel zullen geschieden. Petrus haalt in Handelingen 2:17-21 immers een gedeelte uit deze profeet aan. De profeten van het Oude Testament profeteerden echter tot Israël! En wanneer u Joël leest, ziet u dat de profetie die Petrus aanhaalde pas volledig in vervulling gaat ná de Grote Verdrukking. Dan is de Gemeente, de gelovigen vergaderd uit Joden en heidenen gedurende deze bedeling, allang verenigd met de Heer Jezus Christus. De opname van de Gemeente vindt namelijk plaats vóór de Grote Verdrukking (1 Thessalonicensen 1:10). Dat betekent dat de dromen en de profetieën, de wondertekenen waarover Joël en Petrus in Handelingen 2 spreken, zijn voorbehouden als een teken voor het volk Israël, dat dan massaal tot bekering zal komen en behouden zal worden (Romeinen 11:25-26). Met de Pinksterdag gebeurde dit niet, maar in de toekomst wel! Dan zal Jezus Christus wederom opstaan, dan zal Hij terugkomen om als Koning te heersen over het aardse Israël in het duizendjarig Vrederijk! Jezus Christus is niet de Koning van de Gemeente, Hij is het Hoofd van de Gemeente. Jezus Christus zal de Koning van Israël zijn (de Gemeente-leden zullen als koningen met Hem heersen)!

De merktekenen van een apostel

Wanneer we naar 2 Korinthe 12:12 kijken, komen we erachter dat er ook een valse gave van tongen is. De tekenen (waaronder de tongen) zijn gegeven aan Joodse apostelen, en ze zijn bestemd voor Joden. In de bewuste tekst staat: “De merktekenen van een apostel zijn onder u betoond in alle lijdzaamheid, met tekenen, en wonderen, en krachten”. U ziet dus dat de Bijbel de tekenen (waaronder de tongen, zie 1 Korinthe 14:22), en de wonderen en de krachten omschrijft als merktekenen van een apostel (zie ook Handelingen 2:43 en Handelingen 5:12)!

Wanneer men de apostolische kerk wil nabootsen, dan zal men dus ook de merktekenen moeten nabootsen! Er zijn binnen het Christendom twee grote stromingen, die u willen laten geloven dat zij gefundeerd zijn op de apostolische kerk van de begintijd. Uiteindelijk geven zij daarmee aan dat bij hen de uiteindelijke autoriteit en het hoogste gezag wat betreft geloofszaken te vinden is, in plaats van in het Woord van God.

De ene stroming beweert apostolisch te zijn, omdat zij de apostolische gaven zegt te hebben; de andere stroming beweert apostolisch te zijn, omdat zij menen dat hun kerk gebouwd is op de apostel Petrus. Het betreft hier de charismatische beweging (die overigens door allerlei kerken, gemeenten en kringen heengaat) en de rooms-katholieke kerk. Wanneer u dit beseft, snapt u misschien ook waarom vandaag de dag evangelischen en protestanten samengaan met de rooms-katholieke kerk, althans in ieder geval openstaan voor de ideeën van Rome (denk aan de Evangelische Omroep en de Evangelische Alliantie). Beide stromingen, zowel de charismatischen als de rooms-katholieken, proberen om het apostolische gezag na te doen, te vervalsen, en proberen u daarmee weg te halen van de Bijbel, Gods Woord. Misschien niet altijd bewust, maar toch …

Wordt vervolgd D.V.

Een vrije vertaling en bewerking van: “Speaking in Tongues”, James M. Frye, A Grace Bible Church Publication, Mt. Liberty, OH Verenigde Staten 1999, 9 blz.”Tongues, Signs, and Healing”, Dr. Peter S. Ruckman, Bible Baptist Bookstore, Pensacola, FL Verenigde Staten, 1980, 1998, 40 blz.

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, FW