14 jaar geleden

The Passion of the Christ?

De film “The Passion of the Christ” is in de Nederlandse bioscoop te zien. De film is in Amerika een enorm succes en ook hier loopt het storm. Als een film over het lijden van Christus a. volle zalen trekt, b. een kassakraker is en c. mensen tot tranen toe beweegt, mag de Christen die in Hem zijn of haar Heiland heeft gevonden, zich wel tot de Schrift wenden of de voorstelling wel klopt. Ik wil graag met Christenen delen wat ik in de Schrift over mijn Heiland heb gevonden in relatie tot de drie aspecten die ik zojuist heb genoemd. Dat levert een volstrekt ander beeld op dan op het doek wordt vertoond:

1. Mijn Heiland trekt geen volle bioscoopzalen

“En zij verlieten Hem en vluchten allen” (Mark. 14:50)

Toen de Heer Jezus, de eeuwige Zoon van God, als baby op aarde kwam, stonden de mensen niet in drommen op de plek waar Hij te zien zou zijn. Er was geen welkomstcomité. Toch was zijn komst aangekondigd. Niet maar een paar maanden van te voren, maar vele eeuwen geleden. En door de eeuwen heen is steeds op die geweldige gebeurtenis vooruit gewezen. Als Mens was zijn afstamming indrukwekkend genoeg: Hij was de beloofde Koning, de Zoon van David. Hij had recht op de troon in Jeruzalem. Maar zijn volk zag niet naar Hem uit. Het najagen van eigen belangen had de gedachte aan Hem verdrongen. Toen Hij geboren was, werd Hij in een kribbe, een voederbak voor dieren, gelegd. Er was namelijk voor Hem geen plaats, zelfs niet in de herberg.Toen de melding van zijn geboorte doordrong aan het hof van de regerend vorst, kwam er beweging in Jeruzalem. Ja, de godsdienstige leiders konden antwoord geven op de vraag van Herodes, waar de Koning der Joden geboren zou worden. Uit de Schrift, die zij zo goed kenden, wisten zij dat Bethlehem de geboorteplaats was. Het bracht de leidslieden echter niet in de been. Herodes ging er wel heen. Hij liet zich vertegenwoordigen door een stel soldaten. De opdracht was echter niet om Hem te aanbidden, maar om Hem te vermoorden.

Hij groeide op tot een volwassen Man. Hoewel Hij volkomen anders was dan ieder ander mens, viel Hij uiterlijk niet op. Hij zag er niet anders uit dan andere mensen, was niet omgeven door een waarneembaar charisma. Hij had niets waardoor Hij voor Zijn volk begerenswaardig was. Dertig jaar bracht Hij door in Nazareth, een plaats waarover met een zekere minachting werd gesproken. Daar was Hij “de zoon van de timmerman”. Daar werkte Hij als Timmerman. Maatschappelijk niet direct in het oog lopend, toonaangevend of trendsettend. Toen Hij dertig jaar oud was, begon Hij zijn openbare optreden in Israel. In wat Hij deed en zei, bewees Hij de aangekondigde Zoon van David, ja, de beloofde HERE Zelf te zijn. God geopenbaard in het vlees, het vlees geworden Woord. Maar waar God geopenbaard wordt, wordt ook de haat van de mens openbaar. Tijdens Zijn leven hebben de godsdienstige leiders vele malen geprobeerd Hem te vermoorden. Ze haatten Hem, omdat Hij hun aanzien bij het volk wegnam. Van het volk kwamen veel mensen onder de indruk van wat Hij deed en leerde. Maar het aanvankelijk enthousiasme van de velen bekoelde na verloop van tijd. Dat de menigten Hem wel mochten, kwam voort uit het feit dat Hij zorgde voor”brood op de plank”. Toen zij Hem daarom koning wilden maken, ontweek Hij hen en verborg Zich. Hij had diepere en verderstrekkende belangen op het oog dan de lichamelijke en tijdelijke. Toen Hij hun daar op wees, haakten er massas af. Hij bleef over met slechts een handjevol discipelen.

Maar ook de door Hem uitgekozen en geroepen discipelen werd het op een gegeven ogenblik te machtig. Toen God de macht van de vijand gelegenheid gaf Zijn Zoon gevangen te nemen, verlieten alle discipelen Hem en vluchtten. De Heiland was alleen. O, ja er waren mensen genoeg om Hem heen. Daar was die menigte met zwaarden en stokken, aangevoerd door Judas, om Hem gevangen te nemen. Die menigte bracht Hem naar de hogepriester, waar alle overpriesters, oudsten en schriftgeleerden bijeen gekomen waren. In Jeruzalem is het in die dagen ontzettend druk. Nee, ze zijn niet gekomen om hun Koning te zien. Slechts het vervullen van een godsdienstige verplichting had hen daar gebracht. Maar terwijl ze daar zijn, vindt dit merkwaardige proces plaats. Als Pilatus de Heiland voor het volk brengt en hun de keus geeft tussen Barabbas en Hem, schreeuwt de hele menigte dat Hij gekruisigd moet worden. Niemand staat Hem terzijde als Hij gekruisigd wordt. Als Hij aan het kruis hangt lasteren de voorbijgangers Hem; de overpriesters bespotten Hem onder elkaar met de schriftgeleerden. Zelfs de boosdoeners die met Hem gekruisigd worden, bespotten Hem. Geen enkele pijniging, smaad en vernedering blijft Hem bespaard.

Toch is al het voorgaande “slechts” het lijden dat Hem is aangedaan door mensen. Het zwaarste lijden voor de Heiland komt als Hij drie uren aan het kruis heeft gehangen. Dan is het zesde uur van de dag aangebroken en wordt Hij door God verlaten. Van het zesde tot het negende uur voltrekt God het oordeel over Zijn Zoon die in die drie uren tot zonde is gemaakt. In die drie uren draagt Hij de zonden van allen die in Hem geloven voor Gods aangezicht en vindt uitdelging daarvan plaats in de straf die Hij daarover ontvangt. Het lijden van de Heiland in die uren is door mensen niet te peilen, laat staan uit te beelden. In de Psalmen, bijvoorbeeld Psalm 22, kunnen we er iets over gewaar worden. Na verlaten te zijn door mensen, is Hij in die drie uren verlaten door Zijn God. Dan sterft Hij. Zijn begrafenisstoet is klein. Dat komt niet omdat Hij te kennen heeft gegeven “dat de begrafenis in familiekring zou plaats vinden”. Er zijn geen toespraken en geen bloemen, niet omdat de familie dat niet wenst. Ook in zijn dood is Hij eenzaam. Een enkeling ontfermt zich over Hem. Jozef van Arimathea neemt Hem van het kruis af en samen met Nicodemus legt Hij Hem in een nieuw graf.

Het graf is gelukkig niet het einde van de Heiland. Het luidt een nieuw begin in. Hij die dood geweest is, is opgestaan uit de doden. Na Zijn opstanding is Hij aan velen verschenen, maar niet aan ongelovigen. Hij is vanaf Zijn opstanding alleen te zien door en in het geloof. “Maar wij zien Jezus, die een weinig minder gemaakt was vanwege het lijden van de dood met heerlijkheid en eer gekroond” (Hebr. 2:9).

Als dat de weg is die mijn Heiland is gegaan, zal Hij dan voor mij een andere weg hebben? Wil Hij dat ik mij, onderuitgezakt in een bioscoopstoel, samen met drommen anderen, vergaap aan zijn lijden? De stem van de Heiland, dat is het woord van God, vervaagt. Maar wie nog kan luisteren, verneemt duidelijk Zijn uitspraak: “Een discipel is niet boven zijn meester, en een slaaf niet boven zijn heer. Het is de discipel genoeg dat hij wordt als zijn meester, en de slaaf als zijn heer” (Matth. 10:24,25).

En sprak de Heiland niet ergens over verdrukking in de wereld? Hoezo verdrukking, als Jezus als de martelaar de bewondering van de wereld oogst en zij die zich zijn volgelingen noemen, zich daarin met de wereld verbinden?

2. Mijn Heiland vult geen kassa

“Hij, terwijl Hij rijk was, is ter wille van u arm geworden” (2 Kor. 8:9)

Rijkdom en eer horen niet bij een verworpen Heiland. Toen Hij geboren werd, was zijn wieg een kribbe. Daarin lag Hij, in doeken gewikkeld. Hij was rijk, maar werd arm. Als God bezat Hij al het zilver en goud van de wereld. De wereld en haar volheid behoorde Hem toe. Toch maakte Hij daarvan geen gebruik om campagne te voeren en Zichzelf aan te prijzen. Op aarde had Hij niets wat aan luxe en welvaart doet denken. Zijn ouders waren arme mensen. Tijdens de meer dan drie jaren van zijn rondtrekken door Israel leefde Hij van wat anderen Hem van hun bezittingen gaven. De ezel die Hij nodig had, moest Hij lenen. Hetzelfde gold voor een boot. Het geld voor de tempelbelasting had Hij niet op zak. Toen Hij een geldstuk nodig had voor het antwoord op een doortrapte vraag, moest Hij daar anderen om vragen. Hij had Judas benoemd tot penningmeester van het gezelschap dat met Hem door het land trok en evenals Hij afhankelijk was van wat anderen van hun bezittingen gaven. Het was Hem bekend dat Judas een dief was die het gemeenschapsgeld uit de beurs stal. Hij bezat geen eigen onderkomen. Het graf waarin Hij werd gelegd, was van een ander.

Hij beloofde zijn volgelingen ook geen toename van geld en goederen. Integendeel, Hij riep hen om Hem te volgen, wat inhield dat zij alles achterlieten. Geld en goed blijken een groot struikelblok om achter Hem aan te gaan. Het verhaal van een rijke jongeman is daarvan een goede illustratie. Terwijl de Heiland onderweg is, komt er jongeman op Hem toegelopen die wil weten wat hij moet doen om eeuwig leven te beerven. De Heiland houdt hem voor alles te verkopen wat hij heeft en dat geld uit te delen aan de armen. De Heiland belooft hem daarbij een schat in de hemel en nodigt hem uit Hem te volgen. Dat is teveel gevraagd. Hij kan geen afstand doen van zijn bezittingen. Toen Hij zijn discipelen uitzond om het evangelie te prediken, moesten ze niets meenemen dat enige waarde had voor het leven op aarde. Hun boodschap moest niet in relatie met geld gebracht kunnen worden. Ze hadden zelf het evangelie voor niets ontvangen, ze moesten het voor niets doorgeven. Als geld een rol gaat spelen in de verkondiging van het evangelie, bereikt het evangelie het hart en geweten van de mens niet meer. Paulus had dat goed begrepen. Hij zag bij de Korinthiers zelfs af van het recht op ondersteuning om de zuiverheid van het evangelie niet in gevaar te brengen. Geldzucht bracht Judas ertoe zijn Meester te verraden. Voor het luttele bedrag van 30 zilverlingen kwam hij met de overpriesters overeen Hem aan hen over te leveren. Dat was de prijs van een slaaf. Meer was Hij de overpriesters niet waard. Voor Judas was het genoeg. In de greep van het geld te zijn betekent in de greep van de duivel te zijn.Maria vormt met Judas het grootst mogelijke contrast. Zij besteedde een jaarloon om de Heiland te zalven. Judas en een paar andere discipelen noemden dat verkwisting. De Heiland spreekt er echter zijn waardering over uit. Wat aan Hem gegeven en gedaan wordt, houdt eeuwig zijn waarde.

De al genoemde volgeling van de Heiland, Paulus, wist ook dat het volgen van de Heiland alles kostte. Hij had het ervoor over. Alles achtte hij schade en drek, om Christus beter te leren kennen. Alles gaf hij op, met de wens om steeds meer op zijn Heiland te lijken. Zijn Heiland had verwerping en smaad geleden, Paulus wilde in dat lijden delen, tot in de dood aan toe. Als we een beetje van de instelling van Paulus kennen en als we iets weten van de liefde voor zijn Heiland, dan kunnen we hem ons niet voorstellen als een toeschouwer bij een film. Nee, daar wilde hij niet van weten. Hij wilde deelnemer zijn.Dat gaf hij ook door aan de Korinthiërs. In die gemeente had je van die gelovigen met dikke, welgedane buiken. Ze waren net zo welgesteld als welgedaan, ze waren rijk. Dat zijn van die mensen die je vandaag in hun galakleding uit hun weelderig ingerichte huizen in hun glimmende A-klasse autos voorzien van de modernste technieken ziet stappen en tegen hun chauffeur hoort zeggen dat ze naar de bioscoop koers moeten zetten. Op hun voorverwarmde stoel komen ze in de auto alvast in de stemming door nog eens naar de voorproefjes van de film te kijken. Bij de bioscoop aangekomen trekken ze met een wijds gebaar hun dikke portefeuille, tellen het geld voor een kaartje neer (als ze dat al niet bij hun auto cadeau hebben gekregen of er zich via de voorverkoop van verzekerd hebben) en laten zich met de nodige egards naar hun plaats begeleiden. Daar zijgen zij neer. Nog even de mobiel uitzetten en ze zijn er klaar voor om zich te laven aan een twee uur durend spektakel.

Ho even, zegt Paulus. Weet je hoe het met ons is, die door de Heiland in de wereld zijn gezonden om van Hem te getuigen? Wij gaan niet ons goeie geld uitgeven om naar een schouwspel te gaan zitten kijken om ons te vermaken of een geestelijke kick te krijgen. Wij zijn zelf een schouwspel. Wij zijn het uitschot van de wereld, het uitvaagsel. Niks geen Oscar of Gouden Kalf voor de beste rol of het beste script. We krijgen de handen niet op elkaar om voor ons te applaudisseren, zoals de maker van de film. Die kreeg van Volle Evangelie Zakenlieden een staande ovatie na het vertonen van een paar scenes. Wij, zegt Paulus, krijgen de handen op ons om ons klappen te geven, om ons te grijpen en in de gevangenis te gooien. In plaats van rijk en verzadigd te worden, lijden we honger. In plaats van geeerd te worden, worden we uitgescholden. Dat hoort erbij als je de Heiland volgt.

3. Mijn Heiland zoekt geen tranen van medelijden

“Weent niet over Mij” (Luk. 23:28)

Het moet een aandoenlijk gezicht geweest zijn, de Heiland door de straten van Jeruzalem te zien gaan. Uitgeput door alle ondergane en doorstane martelingen, wekte Hij het medelijden op van een aantal vrouwen die blijkbaar zeer met Hem begaan waren. Ze gaven daaraan uiting door te weeklagen en klaagliederen over Hem te zingen. Dan staat de Heiland stil. Hij draait Zich om en richt Zich tot de vrouwen. Het moet een ogenblik doodstil geworden zijn, daar in die straat van Jeruzalem. Hij is altijd Heer van de situatie, ook als Hij ogenschijnlijk de speelbal is van de gevoelens van Zijn volk en de leidslieden ervan.Dan klinken Zijn indrukwekkende woorden, woorden die bedoeld zijn om deze vrouwen tot het juiste inzicht te brengen van de situatie waarin ze zich bevinden. Mensen die hun ogen niet droog kunnen houden omdat ze emotioneel aangedaan raken bij het zien van zoveel lijden, zijn mensen die geen oog hebben voor hun eigen nood. Dat soort medelijden zoekt de Heiland niet. Hij waarschuwt de vrouwen aangaande het komende oordeel. Over dit grootste van alle onrecht dat ooit op aarde is geschied, zal Gods rechtvaardige toorn losbarsten. Maar hoor ook de genade van de Heiland. Hij roept de vrouwen op over zichzelf te wenen en over hun kinderen. Hij wenst dat ze inzien aan welk boosaardig vergrijp ze zich schuldig maken. De Zoon van God staat op het punt vermoord te worden, waarmee het bewijs van de opperste boosheid van de mens wordt geleverd. Er is geen grotere boosheid denkbaar dan het verwerpen van de Zoon van God die in liefde en genade op aarde God heeft getoond.

Elk mens is schuldig aan de dood van de Zoon van God. De Joden hebben daar hun aandeel in gehad. Zij hebben in vermetelheid Zijn bloed over zich afgeroepen. Alle vervolgingen die zij in de loop van hun geschiedenis hebben gekend, zullen verbleken bij de tijd van benauwdheid die nog voor hen zal aanbreken. Maar niet alleen de Joden zijn schuldig. Ook de heidenen hebben hun aandeel in de dood van de Zoon van God. Het opschrift op het kruis, dat als beschuldiging moest dienen, maar de werkelijkheid weergaf, was in drie talen geschreven. Die drie talen staan symbool voor de Joden en hun godsdienst (Hebreeuws) en voor de heidenen in hun politiek (Latijn) en wijsheid (Grieks). De hele mensheid is vanwege de zonde strafschuldig voor God. Ieder mens is een zondaar en verdient de hel. Wie in de Heiland niet een martelaar ziet, maar Iemand die Zichzelf vrijwillig overgaf in handen van zondige mensen omdat dit de wil van de Vader was om diezelfde zondige mensen te redden, zal wenen over zichzelf. Wie inziet en erkent medeschuldig te zijn aan de dood van de Zoon van God, zal wenen over zichzelf. Zo iemand zal de noodzaak inzien dat de Heiland op het kruis door God verlaten werd vanwege de door hem of haar begane zonden.Eerder was er een vrouw bij de Heiland gekomen die in de stad bekend stond als een zondares. Zij was het huis binnen gegaan waar de Heiland was en was wenend achter Hem gaan staan, bij Zijn voeten. Zij maakte Zijn voeten nat met haar tranen. Tot haar richt Hij de woorden vol genade: “Uw zonden zijn vergeven”. Daarna zendt Hij haar heen in vrede. Zo is de Heiland voor ieder die met berouw over zijn of haar zonden tot Hem komt. De Heiland zoekt tranen van oprecht berouw over de zonden, niet tranen als gevolg van een emotionele aandoening. Hij zoekt droefheid die tot bekering leidt, geen droefheid die het menselijk gevoel een zekere voldoening geeft.

Nog enkele opmerkelijke zaken

Of ik de film gezien heb? Nee. Daar heb ik ook geen enkele behoefte aan. Of liever: alles in mij verzet zich daartegen. Ik vind het van ongekende vermetelheid getuigen als een zondig, sterfelijk mens het waagt om voor Jezus te spelen. Als dan de acteur, die deze vermetelheid in deze film heeft, ook nog durft te zeggen dat hij Jezus speelt”precies zoals Hij was” is daarmee blijk gegeven van het volledig vertreden van de verschuldigde eerbied voor de hoogheilige Persoon van de Zoon van God, die God en Mens in een Persoon is. De Heer Jezus is naar beneden gehaald tot het niveau van de zondige mens, die zich opnieuw aan Hem vergrijpt. Het mysterie van de Persoon van de Zoon van God is niet aan mensen gegeven om te doorgronden, maar om te bewonderen en te aanbidden. Wie het niet als ondoorgrondelijk, Goddelijk geheimenis bewondert en aanbidt, zal erdoor worden verteerd.

Maar er zijn nog meer kanttekeningen te plaatsen die niet mals zijn. Zo heeft de maker van de film gezegd dat de film niet alleen op de Bijbel is gebaseerd, maar ook op de visioenen van de roomse mystieke dames Anne Catharina Emmerich en Maria van Agreda.De persoon die voor Jezus speelt, is overtuigd Rooms-katholiek, net als de maker van de film. Hij heeft tot de heiligen St. Genesius van Arles en St. Antonius van Padua gebeden om hulp voor zijn carriere als toneelspeler. Verder zegt hij dat hij altijd een stuk van het echte kruis bij zich heeft gedragen in een speciaal daarvoor in zijn kleding genaaide zak. Ook andere reliquien droeg hij bij zich.Het gewelddadig kaliber van de film deed de filmkeurmeesters in de VS besluiten “The Passion of the Christ” ongeschikt te achten voor jeugdige personen. Hoezo is het evangelie voor iedereen? Je moet kennelijk heel wat visueel (!) geweld kunnen incasseren om via deze film met het evangelie in aanraking te kunnen komen. Het aanprijzen van de film als “het beste evangelisatiemiddel sinds 2000 jaar” is dan ook schrikbarend. Hoezeer is het evangelie door de hand van de mens gedevalueerd tot het niveau van volksvermaak! Dit evangelie is geen kracht van God tot behoudenis voor ieder die gelooft, want het is een ander evangelie. Het evangelie van Christus wordt verdraaid voorgesteld, aangepast aan de smaak van de mens. Er wordt een andere Jezus gepredikt. Wie deze Jezus aanneemt, ontvangt een andersoortige geest die door de mens heel goed verdragen kan worden. Op zoek naar ervaring, emotie, geeft deze voorstelling van Jezus de mens een godsdienstig gevoel. Dat deze film juist bij de godsdienstige mens zo aanslaat, is ronduit zorgwekkend. Hij blijkt een vacuum te vullen dat aanwezig is in de geestelijke beleving waarnaar de massa, bestaande uit godsdienstige en niet godsdienstige mensen, heden ten dage op zoek is. Maar behoudenis van zonden bewerkt het niet. Die krijgt een mens alleen als Hij in het geloof de naam van de Heer aanroept. En het geloof komt door het horen van Woord dat gepredikt wordt. De Paus en Billy Graham, kerkelijke leiders en evangelische voorgangers, de EO, de Evangelische Alliantie en tal van organisaties en kerken, allen zijn lovend over de film. Er gaat dan ook een gigantische oecumenische werking van uit. Iemand beweerde: Na het zien van de film zal iemand die deelneemt aan het avondmaal dat op een andere manier doen. Dat zal wel. Maar dat betekent niet op een betere, maar op een slechtere manier. Ik wil bij het vieren van het avondmaal en het nadenken over het lijden van mijn Heiland aan Hem denken zoals Hij in de Schrift wordt getoond. Het zien van de film plaatst op mijn netvlies een soort lijden zoals dat gezien is door een man die zich voor het maken van de film heeft laten inspireren door mystieke bronnen. Het resultaat is een gedrocht, een verminking van de Schriften. Ik wil niet aan het lijden van mijn Heiland denken zoals dat vertolkt wordt door een zondig, aanmatigend mens. Dat kan niet anders zijn dan een verdorven karikatuur van Hem voor Wie de engelen hun aangezicht in heilig ontzag verbergen. De maker stelt niet Gods waarheid voor, de acteur stelt niet mijn Heiland voor.

Daar komt nog bij dat enkele fundamentele kenmerken van het christelijk leven in het algemeen en de christelijke aanbidding in het bijzonder zoals we die in de Schrift vinden, geweld worden aangedaan. Christenen wandelen namelijk door geloof en niet door aanschouwen. En zij aanbidden in geest en in waarheid en niet door middel van enig menselijk maaksel wat met het menselijk oog wordt waargenomen. Tegen dit laatste wordt zelfs uitdrukkelijk door God gewaarschuwd.

Oproep

Ik zie mijn Heiland als ik de Bijbel lees. Dat geldt voor ieder kind van God. Voor allen geldt de oproep: “Tot de wet en tot de getuigenis [dat is: het Woord van God]! Voor wie niet spreekt naar dit woord, is er geen dageraad” (Jes. 8:20).

Is het mogelijk om als enkelingen tegenover zoveel kerkelijk en evangelisch geweld staande blijven in het geloof in de Christus der Schriften? Is het mogelijk om niet te zwichten voor tal van gevoelsargumenten die een schijn van gezag bezitten? Jazeker! Niet in eigen kracht, maar in de kracht van de Heer. Ons staat de hele wapenrusting van God ter beschikking. Daarbij moeten we bedenken dat onze strijd niet is tegen bloed en vlees, maar tegen de geestelijke machten in de hemelse gewesten. Hoor de bemoediging: “Vreest toch niet voor hen; denkt aan de grote en geduchte HERE en strijdt voor uw broeders, uw zonen en uw dochters, uw vrouwen en uw huizen” (Neh. 4:14).

Tot besluit

Nee, ik heb de film niet gezien. Om Christus te zien, heb ik aan de Bijbel genoeg. Dat geldt voor elk kind van God. Daarin lees ik hoe de Heiland Zich aan mij wil laten zien. Hij vertelt mij dat als ik Zijn geboden en Zijn woord bewaar, Hij en de Vader bij mij zullen komen. Nee, ik zal de film niet gaan zien. Ik zie iets anders: ik zie Christus in de heerlijkheid en dat mijn leven met Christus verborgen is in God. Daarom wil ik de dingen zoeken die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Ik wil de dingen bedenken die boven zijn, waar Christus is, terwijl ik met beide benen op de grond sta en bezig ben in mijn dagelijks werk. Mijn Heiland zocht in Zijn leven zeker het heil van de zondaar. Daarvoor gaf Hij Zijn leven. Maar nog meer zocht Hij in Zijn leven de eer van Zijn God en Vader. Daarvoor gaf Hij in de eerste plaats Zijn leven. In Zijn dood gaf Hij aan God de eer terug die wij mensen Hem hadden ontroofd. Wij waren ongehoorzaam geworden en kregen in de dood ons verdiende loon. Hij was gehoorzaam tot de dood en kreeg Zijn verdiende loon in Zijn opwekking uit de doden en Zijn verheerlijking aan de rechterhand van de Majesteit in de hoge. Het wonder van de genade is dat allen die Hem aannemen, mogen delen in het door Hem verdiende loon. Die Heiland wil ik beter leren kennen door het onderzoeken van Zijn Woord. Die Heiland wil ik in de kracht van de Heilige Geest dienen met de volle toewijding van mijn hart, elk uur van de dag en van de nacht. Van die Heiland wil ik getuigen naar allen in mijn omgeving die Hem nog niet kennen.

Ik vertrouw erop dat er nog veel Christenen zijn die dat verlangen met mij delen. Tot eer van God en Zijn Christus en tot vreugde voor Zijn volk, dat allen omvat die hun zonden voor God hebben beleden en in het geloof Jezus Christus als hun persoonlijke Heiland en Heer hebben aangenomen.

Ger de Koning, Middelburg, 6 maart 2004

e-mail: mgde.koning@wxs.nl

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW