7 maanden geleden

Spotters komen met spotternij

Bijbelverzen: 2 Petrus 3 vers 3-10

De spotters voor wie Petrus in 2 Petrus 3 waarschuwt, zijn geen oppervlakkige mensen die grappig willen doen over de Bijbel. Hun spot is niet alleen maar sarcasme, maar scepticisme en kritiek op de bijbel. Ze matigen zich aan dat ze in staat zijn om de uitspraken van het Woord van God te kunnen beoordelen op basis van puur menselijke overwegingen.

Hun sceptische vraag: “Waar is de belofte van Zijn komst? Want sinds de vaderen zijn ontslapen, blijft alles zó [als] van [het] begin van de schepping”, heeft drie belangrijke speerpunten:

Eerste argument: de processen op aarde voldoen altijd aan gelijkblijvende wetmatigheden. Er is absoluut niet zoiets als een bovennatuurlijk ingrijpen van God. Dus zal er ook geen “komst” van de Heer zijn.

Petrus laat aan de hand van twee voorbeelden zien, dat ze beter  kunnen weten. Hun scepticisme is “moedwillig”. Wat niet zijn kan, kan niet worden, is hun devies. God heeft de aarde al op bovennatuurlijke wijze geschapen “door het Woord van God” (2 Petr. 3:5, verg. Ps. 33:6,9). Ook de wetten van de natuur, die gelijkblijvende wetmatigheden, waarop zij zo pochen, heeft God Zelf ingesteld. En God heeft ook bij de zondvloed ingegrepen en de toenmalige wereld vernietigd.

Deze voorbeelden zijn niet willekeurig. “Hetzelfde Woord” (2 Petr. 3:7), dat de aarde liet ontstaan, zal er ook een oordeel over vellen. En de morele toestand van de wereld vóór de vloed komt overeen met de toestand van de wereld van vandaag (verg. Luk. 17:26,27). God zal de wereld nog eenmaal oordelen, weliswaar niet door water, maar door vuur.

Tweede argument: Sinds duizenden jaren is er niets veranderd. Zo zal er in de toekomst ook niets veranderen. De beloofde komst komt niet overeen met onze ervaringen.

Dit argument ontkracht Petrus met een verwijzing naar de tijdrekening van God (verg. Ps 90:4). Wanneer Hij het naderende oordeel aankondigt, wacht hij nog eens 120 jaar, zoals bij Noach, of zelfs duizenden jaren zoals in onze tijd. Deze “duizend jaar” is voor Hem één dag. Maar als Hij het oordeel brengt, dan zullen de grootste omwentelingen binnen een mum van tijd plaatsvinden. Het duurde slechts 40 dagen, tot de zondvloed de aarde overspoeld had (Gen. 7:17). En zo zal ook de komst van de dag van de Heer “als een dief” zijn: plotseling en onverwacht (vgl. 1 Thess. 5:2,3).

Let op: 2 Petrus 3 vers 8 geeft ons geen omrekeningsformule. Daarom staat er ook “als duizend jaar” en “als een dag”. Het toont eenvoudig aan, dat God de tijd anders berekent dan wij.

3e argument: De Heer vertraagt zijn komst. Hij wilde oorspronkelijk komen, maar nu aarzelt Hij en uiteindelijk zal Hij helemaal niet meer komen.

Hij die zo spreekt, kent God niet. Zijn wachten is niet alleen gebaseerd op de andere tijdsrekening van God, maar is een bewijs van Zijn lankmoedigheid, die altijd nog wacht op bekeringen. Hij “wil niet”, dat wil zeggen, het is niet Zijn beslissing (sterker woord dan in 1 Tim. 2:4), en Hij ontleent nooit uit Zijn raadsbesluit “dat iemand verloren zal gaan”. Ezechiël 18 vers 23 zegt: “Zou Ik werkelijk behagen scheppen in de dood van de goddeloze? spreekt de Heere HEERE. Is het niet, wanneer hij zich bekeert van zijn wegen, dat hij zal leven?” Allen zullen de gelegenheid  krijgen om zich te bekeren; dat is de betekenis van “tot bekering komen”.

Conclusie: De twijfelende vragen zijn slecht en fout. De Heer zal komen. De dag waarop de hele wereld geoordeeld wordt, is al vastgesteld en de opgestane Heer Jezus is voorbestemd om het oordeel uit te voeren (verg. Hand. 17:31). Dan worden de twijfelaars en sceptici eindelijk hun mond gestopt. Ze zullen moeten erkennen, dat dit alles “hun moedwillig verborgen was” (2 Petr. 3:5). Ze wilden het Woord van God niet geloven, want dat zou hen gestoord hebben “om naar hun eigen begeerten te wandelen” (2 Petr. 3:3). In de hel zal geen onschuldige onwetendheid zijn.

Online in het Duits sinds 09.11.2017.

Marco Leßmann, © www.bibelstudium.de

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, R. Mol