10 jaar geleden

Seks in de kerk (2 – vervolg)

Dit is een bloemlezing van “Nieuwsbulletin nr. 12” over het vervolg over homoseksualiteit. Ook hier is een verschuiving van opvattingen waar te nemen op het “evangelische- en reformatorische erf”. De vijand rukt op. De “eenheid van de Geest” is verre te zoeken, ook op dit terrein. Het “hetzelfde bedenken” heeft plaats gemaakt voor “het heen en weer bewogen en rondgedreven door elke wind van de leer, door de bedriegerij van de mensen, door hun sluwheid om door listen te doen dwalen” (zie Efeze 4:3,14; Filippi 2:2). Daarom: geliefde medegelovige, wordt niet boos als afwijkingen van het Woord van God door deze bloemlezing aan de kaak worden gesteld. Maar laten we voor elkaar bidden, dat de vijand niet verder komt en dat wij als kinderen van God bewaard mogen blijven voor deze gruwelijke dingen. Alleen gemeenschap met Hem en het vasthouden van het Woord van God kan ons daarvoor bewaren. Niet in een star vasthouden aan tradities die onze harten koud laten, maar een warme liefde voor onze Heer en Heiland en voor de waarheid van het Woord van God. Alsmede een warme liefde voor hen die steeds verder verdwalen in de zedeloze afval, waartoe zeker ook het praktiseren van homofilie behoort …

Vervolg homoseksualiteit

Nieuwsbulletin nr. 12

  • Een kort overzicht van de kern van de zaak
  • J.G. Fijnvandraat waarschuwt tegen Ouweneels boek “seks in de kerk”
  • Dr. Jan Hoek neemt het denken van Ouweneel over
  • Het onterechte verwijt van dr. Hoek
  • Het bederf is al ver doorgedrongen in de meeste orthodox reformatorische kerken
  • De lont in het kruitvat van de Christen Unie
  • De capitulatie van de Christen Unie
  • Hoeks misbruik van het pastorale argument
  • Tenslotte nog dit: Houdt moed

+ Een kort overzicht van de kern van de zaak

Wat zegt de bijbel over homoseksueel gedrag?

  1. Er is de grote lijn van de bijbel over huwelijk en seksualiteit. God heeft het huwelijk ingesteld tussen man en vrouw (Genesis 2:24). Biologisch en emotioneel heeft God man en vrouw op elkaar afgestemd. Seksualiteit hoort binnen de huwelijksrelatie tussen man en vrouw.
  2. Er is het directe verbod op en de veroordeling van homoseksuele praktijk. In de bijbel wordt homoseksuele praktijk herhaaldelijk verboden en het wordt beschouwd als een ernstige zonde. Onder de wet van Mozes stond er zelfs de doodstraf op. Ook in het Nieuwe Testament wordt homoseksueel gedrag veroordeeld. Dit zijn de sleutelgedeelten: Leviticus 18:22; Leviticus 20:13; Romeinen 1:26,27; 1 Korinthe 6:9-11 en 1 Timotheüs 1:8-10.

Samenvattend: Homoseksueel gedrag is tegennatuurlijk en in strijd met Gods scheppingsorde. Het is een gruwel voor God. Deze ernstige zonde mag niet binnen de gemeenten getolereerd worden.

Dit is het orthodoxe standpunt.

Er is nooit een ander standpunt geweest.

Mensen die de bijbel aanvaardden als het hoogste gezag zijn in de kerkgeschiedenis nooit tot een ander standpunt gekomen. Er is in meer dan negentienhonderd jaar kerkgeschiedenis nooit anders over gedacht. Dat komt omdat de bijbel op dit punt helder is.

De laatste tijd is daar verandering in gekomen. Onder druk van de seculiere homo-lobby zijn sinds het midden van de vorige eeuw vrijzinnige theologen de duidelijke uitspraken van de bijbel aan het wegredeneren. De laatste tijd zien we dat steeds meer neo-evangelische leiders redeneringen van deze vrijzinnige theologen beginnen over te nemen.

Dit heeft er toe geleid dat er momenteel drie posities zijn in de evangelische beweging en de orthodox reformatorische kerken.

Drie posities:

  • Ten eerste is er het hierboven beschreven orthodoxe standpunt.
  • Ten tweede is er het standpunt dat er niets zondigs is aan homoseksualiteit en dat een christen in een homoseksuele relatie kan leven. Om dit standpunt te kunnen aanhangen moet men zowel de bijbelse lijn over huwelijk en seksualiteit (1) als het directe verbod en de veroordeling van homoseksualiteit opzij schuiven (2).
  • En ten derde is er het tussenstandpunt. Hier houdt men wel vast aan de grote bijbelse lijn ten aanzien van huwelijk en seksualiteit (1). Men stelt nog steeds terecht dat homoseksuele relaties tegen Gods bedoeling voor de mens en het huwelijk ingaan. Daar van afwijken is zonde. Maar men vindt deze zonde niet al te ernstig. Niet ernstig genoeg om mensen die in een homoseksuele relatie leven uit de gemeente te verwijderen. Dit standpunt kun je alleen innemen als je de directe bijbelse verboden en de directe veroordeling van homoseksualiteit (2) weg redeneert. Dat is dan ook precies wat deze groep doet. Een voorbeeld hiervan is W.J. Ouweneel in zijn boek “Seks in de kerk”. Het gevolg van dit tussenstandpunt is dat homoseksuele relaties in de gemeenten moeten worden getolereerd.

De kernvraag

De kernvraag is hoe de sleutelteksten moeten worden verstaan. Daar zou het debat over moeten gaan! Het gaat in het bijzonder om Leviticus 18:22, Leviticus 20:13, Romeinen 1:26,27; 1 Korinthe 6:9-11 en 1 Timotheüs 1:8-10.\


+ J.G. Fijnvandraat waarschuwt tegen Ouweneels boek “Seks in de kerk”

Fijnvandraat is één van de bekendste bijbelleraren in de kring van de vergadering van gelovigen. Hij heeft een recensie van Ouweneels boek “Seks in de Kerk” op zijn site gezet. Hij bespreekt het gehele boek, maar hij gaat het diepst in op het hoofdstuk over homoseksualiteit …

Fijnvandraat stelt dat Ouweneels uitleg van de sleutelpassages over homoseksualiteit ‘rammelt’. Ik citeer uit de recensie: “W.J. Ouweneel geeft van Schriftplaatsen in het Oude Testament die homoseksueel handelen verbieden een uitleg die ‘rammelt’.” Als voorbeeld bespreekt en weerlegt hij Ouweneels ‘rammelende’ uitleg van Leviticus 18:22 en Leviticus 20:13.

Fijnvandraat vermeldt dat er veel goede dingen in het boek staan, maar toch veroordeelt hij het boek in zijn totaliteit. Dat komt omdat de dwalingen over homoseksualiteit die in het boek staan, het boek gevaarlijk maken. In dat verband gebruikt Fijnvandraat onder meer het beeld van gif. Er zit volgens hem gif in het boek. Dat is een sprekend beeld dat genoeg zegt over de ernst van de zaak.

Ouweneel heeft in zijn boek ‘Seks in de Kerk” de theoretische grondslag gelegd voor het gedogen van homoseksuele relaties in de gemeenten … Het was slechts een kwestie van tijd voordat andere neo-evangelische en neo-reformatorische leiders zijn standpunten geheel of gedeeltelijk zouden gaan overnemen.

+ Dr. Jan Hoek neemt het denken van Ouweneel over

Jan Hoek is bijzonder hoogleraar gereformeerde spiritualiteit, namens de Gereformeerde Bond. Hij sprak 21 augustus van dit jaar tijdens een studieweek voor de theologiestudenten van de Gereformeerde Bond. Het thema van de studieweek was ‘gereformeerde hermeneutiek’. Hij sprak over homoseksualiteit.

Uit het verslag van de bijeenkomst blijkt dat ook hij de twee teksten uit Leviticus anders uitlegt. Ik citeer uit het verslag van zijn lezing in het Nederlands Dagblad:

“Wie hier de nuancering uit het oog verliest en elke homoseksuele handeling vereenzelvigt met de gruwelen uit Leviticus, kan pastoraal niets voor de mensen betekenen”.

Achter deze uitspraak van Hoek zit zijn ‘niet traditionele’ uitleg van de teksten uit Leviticus.

Hij zegt dat niet elke homoseksuele handeling onder het verbod uit Leviticus 18:22 en 20:13 valt. Er zijn volgens hem blijkbaar homoseksuele handelingen die niet onder het verbod uit Leviticus vallen en die daarom in Gods ogen geen gruwel zijn.

Gods Woord zegt wel in Leviticus 18:22 dat het een gruwel is als een man met een andere man gemeenschap heeft. Ik citeer: “Gij zult geen gemeenschap hebben met een, die van het mannelijk geslacht is, zoals men gemeenschap heeft met een vrouw: een gruwel is het”. Maar Hoek stelt dat je dit genuanceerder moet zien.

Uit andere delen van zijn toespraak blijkt hoe we, volgens hem, deze teksten moeten verstaan. Hoek maakt, net als Ouweneel, onderscheid tussen aan de ene kant losse homoseksuele contacten en aan de andere kant een homoseksuele relatie in liefde en trouw. De losse homoseksuele contacten vallen dan, in de zienswijze van Hoek, onder de gruwelen waar Leviticus over spreekt. De uitleving van homoseksualiteit in een monogame relatie niet.

Vandaar dat Hoek in zijn lezing stelde dat een man die overspel pleegt en daarmee zijn vrouw bedriegt groter zonde doet dan wie in een homoseksuele relatie in liefde en trouw met een vriend samenwoont. Volgens Hoek is een zonde op homoseksueel gebied een ‘minder grove zonde’ dan de wereld uitbuiten, de hongerigen negeren of kinderen in de moederschoot doden. Zo relativeert hij de zonde van homoseksueel gedrag. Het is nog wel een zonde, maar niet al te ernstig, als de zonde wordt begaan binnen een monogame relatie. Dit is exact de redenering die Ouweneel geeft in zijn boek “Seks in de Kerk”.

Ook hier is weer de sleutel de interpretatie van de vijf teksten waar de bijbel scherp alle homoseksueel gedrag veroordeeld.

Slaan deze teksten op homoseksueel gedrag in het algemeen, op elk seksueel gedrag. Of slaan ze slechts op homoseksueel gedrag met wisselende kontakten en niet op homoseksueel gedrag in een monogame relatie.

Neem b.v. de teksten uit Leviticus waar Hoek in zijn lezing over sprak. Die slaan op homoseksueel gedrag in het algemeen. Er wordt in de teksten zelf of in de onmiddellijke context of in de rest van het oude testament geen enkele beperking of nuancering aangebracht. Het gaat om het liggen bij een man zoals je bij een vrouw ligt. Dat wordt in algemene bewoordingen veroordeeld. Dat is God een gruwel. Dat is wat er staat. Alle pogingen om dit weg te redeneren of te beperken “rammelen”, om het met de woorden van Fijnvandraat te zeggen.


 

+ Het onterechte verwijt van dr. Hoek

Hoe ondermijnt Hoek in zijn lezing de traditionele uitleg van de sleutelteksten? Hij waarschuwt voor het gebruik van losse bijbelteksten waarin homoseksualiteit wordt afgewezen, om de discussie snel mee af te doen. Het gaat er volgens hem om dat we de bijbelteksten “in hun wezenlijke bedoeling” verstaan. Ik citeer: “Een geïsoleerd en niet gereflecteerd (beroep) op de zogenaamde homoteksten moet worden afgezworen”.

Christenen die zich, bij hun afwijzing van elke homoseksueel gedrag, beroepen op de hierboven genoemde sleutelteksten verwijt Hoek dat ze de bijbel foutief uitleggen. Wat verwijt hij hen precies? (1) Ze baseren hun mening op geïsoleerde teksten en (2) ze doen een niet gereflecteerd beroep op de teksten.

Wat bedoelt hij daar mee? Je beroepen op geïsoleerde teksten doe je als je bij je uitleg van een bijbeltekst geen rekening houdt met het geheel van de Schrift. En als je een tekst uitlegt zonder op het verband, waarin de tekst staat, te letten. Een ‘niet gereflecteerd’ gebruik maken van een bijbeltekst betekent dat je de tekst overhaast uitlegt zonder zorgvuldige exegese. Als je op deze foutieve manier teksten uitlegt dan, zo stelt Hoek, versta je de bijbelteksten niet in ‘hun wezenlijke’ bedoeling.

Het verwijt is niet terecht

Onderstaand is de goede werkwijze, bij het bestuderen van een bijbelsonderwerp, beschreven. Ook ik heb die procedure gevolgd. En ongetwijfeld ook broeder Fijnvandraat en Pieter Siebesma …

Om te beginnen is de bijbel onderzocht om te zien wat er over homoseksualiteit staat. Er zijn tenminste vijf teksten die homoseksueel gedrag direct en op zeer ernstige wijze afwijzen. Bij de uitleg van de teksten zijn alle exegetische regels zorgvuldig toegepast. Er is nauwkeurig onderzocht wat er staat. De betekenis van de woorden in de grondtekst is onderzocht. Er is op het verband, op de context gelet en de historische situatie, waarin de bijbeluitspraken oorspronkelijk zijn gedaan, is onderzocht. Er is kennis genomen van de verschillende interpretaties die tegenwoordig aan de teksten worden gegeven en de argumenten voor ieder van de standpunten zijn overdacht en getoetst. Er is dus niet op één geïsoleerde tekst afgegaan, want er zijn tenminste vijf teksten die direct iets over homoseksueel gedrag zeggen. De teksten bevestigen en bekrachtigen elkaar, ze brengen allen dezelfde boodschap. Daarnaast is er ook gekeken naar andere relevante schriftgegevens, zoals het onderwijs van de bijbel over het huwelijk en over seksualiteit in het algemeen. Op grond van dit alles zijn we tot het afgewogen oordeel gekomen dat de bijbel alle homoseksueel gedrag in elke situatie ernstig veroordeelt.

Het is juist Ouweneel die in zijn boek “Seks in de Kerk” een zeer gekunstelde uitleg van de sleutelteksten geeft. Daar valt werkelijk je mond van open. Het is verbazingwekkend dat iemand als dr. Hoek dit niet inziet. Juist omdat ik aanneem dat hij ernstig over de teksten heeft ‘gereflecteerd’.

Zou dr. Hoek ooit kennis hebben genomen van het bekende standaardwerk over deze kwestie? Het boek “The Bible and Homosexual Practice: Texts and Hermeneutics “ van prof. dr. Robert A.J. Gagnon. (ISBN 0-687-02279-7). Het boek geeft onder meer een volledige en grondige analyse van de bijbelteksten over homoseksualiteit. Alles wat maar licht kan geven betrekt de schrijver er bij. Zoals allerlei elementen uit de historische achtergrond en de juiste betekenis van de Hebreeuwse en Griekse termen. Hij gaat ook diep in op de argumenten van andere bijbelwetenschappers en op de grote lijn van de bijbel. Na alles onderzocht en overwogen te hebben komt hij tot de grondig onderbouwde conclusie dat de traditionele uitleg van de sleutelteksten de juiste is.

Hoezo een niet gereflecteerd gebruik van geïsoleerde bijbelteksten?

Neerbuigend

Het standpunt van Hoek komt er in feite op neer dat hij, en mensen als Ouweneel, over de bijbelteksten hebben nagedacht (gereflecteerd) en dat zij rekening houden met de grote lijn van de bijbel. Dit in tegenstelling tot de christenen die elk homoseksueel handelen als een gruwel voor God afwijzen. Die hebben volgens hem niet nagedacht, niet gereflecteerd. Vandaar dat deze christenen de teksten over homoseksualiteit niet in hun ‘wezenlijke betekenis’ verstaan zoals Hoek en Ouweneel dat wel doen.

Dit is opnieuw een pijnlijk voorbeeld van de nergens op gebaseerde, wellicht onbewuste, zelfverheffing van de neo-evangelicals. Zij, de verlichte neo-evangelicals en de verlichte neo-gereformeerden, zijn wetenschappelijk bezig. Zij reflecteren, zij denken na, zij isoleren de bijbelteksten niet, zij verstaan de tekst daarom in zijn wezenlijke bedoeling. De traditionele evangelicals daarentegen zijn intellectuele ‘kabouters’. Die denken niet na, die reflecteren niet. Het zijn simpele fundamentalisten die telkens weer dwalen in de bijbeluitleg vanwege hun “naïef biblicisme”.

Een pleidooi voor een eerlijk gesprek op basis van de bijbel

Het is te hopen dat dr. Hoek en de andere christelijke leiders zich op de kern van de zaak richten. De kern waar het om gaat is in de eerste plaats de juiste interpretatie van de sleutelteksten. Daar moet het debat over gaan.

(Voor de volledigheid. Dr. Hoek heeft nog een aanvulling op het verslag over zijn lezing geschreven in het ND …)

+ Het bederf is al ver doorgedrongen in de meeste orthodox reformatorische kerken

In de Christelijk Gereformeerde Kerken is er tenminste één kerk (Zwolle) waar samenwonende homoseksuelen volledig lid kunnen zijn en blijven. Ze mogen alleen geen ambten vervullen. Er is vanuit andere delen van de Christelijk Gereformeerde Kerk wel bezwaar gemaakt, maar de zaak is op de lange baan geschoven. Dit speelde in 2003, inmiddels is het al bijna 2008. Dan is er nog de christelijk gereformeerde predikant dr. B. Loonstra. Van hem is in 2005 een boekje uitgekomen met als titel “Hij heeft een vriend”. Loonstra pleitte in het boekje voor het volledig accepteren van duurzame relaties tussen homoseksuelen. Na enkele felle kritische reacties van mede-predikanten heeft hij het boekje uit de handel laten halen. Echter niet omdat hij niet meer achter de inhoud zou staan.

Twee gemeenten binnen de Nederlands Gereformeerde Kerken, Eindhoven en Zwolle, hebben officieel besloten “een veilige plek en steun” te bieden aan homoseksuele stellen “die er voor Gods aangezicht van overtuigd zijn dat zij een monogame relatie in liefde en trouw kunnen aangaan”. Ze zijn volwaardig lid, mogen aan het avondmaal, maar kunnen niet bevestigd worden in het ambt van ouderling en diaken. De landelijke vergadering van de Nederlands Gereformeerde Kerken wil intussen niet met een bijbelse visie en richtlijn komen over deze kwestie. Men verschuilt zich achter formele redenen maar de werkelijke oorzaak is naar alle waarschijnlijkheid het feit dat er absoluut geen eenheid meer is over wat de bijbel over deze kwestie zegt.

Ik weet niet hoe de situatie binnen de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) is, maar ik vrees dat het waarschijnlijk niet veel anders zal zijn als de situatie in de Christelijk Gereformeerde Kerken. Feit is dat de vereniging ContrariO opgericht is door homoseksuele leden, waaronder praktiserende, van deze kerken. Er is niet op bijbelse gronden tegen opgetreden.

In de Gereformeerde Bond in de PKN is de toestand ook ernstig. Immers de hierboven genoemde dr. J. Hoek is een invloedrijke leider van de Bond. (Het is niet voor niets dat hij sprak op de studieweek voor theologiestudenten) Hij heeft op 21 augustus van dit jaar de aankomende gereformeerde-bonds predikanten onderwezen in het compromisstandpunt: een monogame homoseksuele relatie is wel zondig, maar niet al te ernstig. En hij heeft hen bijgebracht dat christenen die beweren dat homoseksueel gedrag onder geen enkele omstandigheid in de gemeente kan worden gedoogd de bijbel verkeerd uitleggen. Ook heeft hij hen voorgehouden dat christenen die, op grond van de sleutelteksten, de mensen voorhouden dat homoseksueel gedrag in alle gevallen in Gods ogen een gruwel is, pastoraal verkeerd bezig zijn. Zij hebben christenen met homofiele gevoelens pastoraal niets te bieden.

+ De lont in het kruitvat van de Christen Unie

In de Christen Unie is een discussie uitgebroken over de vraag of een praktiserende homoseksueel de partij in bestuursfuncties mag vertegenwoordigen.

Wat was de aanleiding voor de discussie?

De persoon waar alles mee begon is Ivette Lont. Het begon met een ingezonden brief van Lont over homoseksualiteit in het Nederlands Dagblad. Ik citeer uit deze brief: “Ja. God haat deze zonde, en het verdient de ‘geestelijke’ dood. Maar wij leven in een tijd van genade, en zullen genade moeten schenken aan degene die van zijn homofiele pad wenst af te stappen.” De seculiere homolobby kreeg deze uitspraak onder ogen en reageerde daar zeer fel op.

Achteraf heeft Lont excuses aangeboden voor het gebruik van de uitdrukking ‘geestelijke dood’ omdat die uitdrukking bij niet-christenen verkeerd kan overkomen. Maar het spel was toen wel op de wagen.

Maar er ging nog wat aan de brief vooraf. De ingezonden brief van Ivette Lont was een reactie op de hierboven besproken lezing van Jan Hoek.

In feite is de rel zelfs terug te voeren naar het boek “Seks in de Kerk” van Ouweneel. Immers Hoek droeg tijdens zijn lezing Ouweneels gedachtegoed uit. Yvette Lont reageerde in haar brief ondermeer op Hoeks stelling dat “een getrouwde man die overspel pleegt een grotere zonde doet dan een man die in een homoseksuele relatie van liefde en trouw leeft met een vriend.” Precies deze stelling wordt door Ouweneel in zijn boek omstandig verdedigd.

+ De capitulatie van de Christen Unie

Als de Christen Unie iemand zou weren omdat hij of zij een praktiserend homoseksueel is dan zou zij, volgens de normen van de wereld en volgens de huidige wet, discrimineren. In dat geval zou ze zeker aangeklaagd worden en ook zeker veroordeeld worden. Zoals de SGP met betrekking tot haar beleid ten aanzien van de deelname van vrouwen veroordeeld werd en als gevolg daarvan haar staatssubsidie verloor.

De partijleiding probeerde zich eerst op de vlakte te houden. Maar Rouwvoet heeft onder grote druk recent verklaard dat de partij homoseksuelen niet discrimineert. Ondanks de aangekondigde studiecommissie komt dit neer op volledige capitulatie voor de druk vanuit de wereld. De verzekering dat er niet gediscrimineerd zal worden kan, in de ogen van de wereld, niet anders betekenen dan het volledig openstellen van alle functies voor praktiserende homoseksuelen. Iets minder zal de seculiere homo-lobby ook niet accepteren.

Wellicht speelt Rouwvoet een dialectisch spel met het woord discrimineren. Dan gebruikt hij het woord ‘discrimineren” in het besef dat de wereld aan het woord discrimineren een bepaalde invulling geeft, terwijl hij het tegelijkertijd voor zichzelf het woord anders invult. De tijd zal het leren.

Alles draait, zo stellen de woordvoerders van de CU, om geloofwaardigheid. Kan iemand die in een openlijke homoseksuele relatie leeft geloofwaardig een christelijke partij vertegenwoordigen? Een partij die in haar beginsel zegt van de bijbel uit te willen gaan.

Natuurlijk kan dat niet, net zomin als iemand die ongetrouwd samenleeft of in overspel leeft een christelijke partij kan vertegenwoordigen. Het antwoord op de vraag is duidelijk, tenminste als je vasthoudt aan de traditionele uitleg van de sleutelteksten over homoseksualiteit.

Ik vrees dat de partijleiding de compromis-theorie van Ouweneel (en Hoek) zal aangrijpen om op een slimme manier uit het dilemma te komen. Immers volgens deze leer is het leven in een monogame homoseksuele relatie niet al te ernstig. Dus, als dat zo is, kunnen we aan het leven in een homoseksuele relatie, met betrekking tot het vertegenwoordigen van een christelijke partij in een publiek lichaam, niet al te veel belang hechten. Want volgens Ouweneel en Hoek is het leven in een homoseksuele relatie “minder ernstig” dan het hebben van een overspelige relatie.

+ Hoeks misbruik van het pastorale argument1

Ik citeer nogmaals uit de toespraak van Jan Hoek: “Wie hier de nuancering uit het oog verliest en elke homoseksuele handeling vereenzelvigt met de gruwelen uit Leviticus, kan pastoraal niets voor homofiele mensen betekenen.”

Hij beweert dat christenen die elk homoseksueel gedrag als een ernstige zonde en als een gruwel voor God afwijzen pastoraal niets voor homofiele mensen kunnen betekenen.

Hij diskwalificeert met die uitspraak de pastorale hulp van organisaties als de EHAH

Met zijn stelling diskwalificeert hij de hulp die organisaties als de EHAH in de loop van vele jaren hebben gegeven en nog geven. (EHAH staat voor Evangelische Hulp aan Homofielen, de naam is enige tijd geleden veranderd in “Different”). De EHAH benaderde christenen die met homofiele gevoelens worstelen met begrip en bewogenheid, terwijl ze toch staande hield dat het uitleven van homoseksuele gevoelens absoluut niet kan. De EHAH vatte en vat de teksten van Leviticus op als een algemeen verbod op elk homoseksueel gedrag. Als God de homoseksuele gevoelens niet wegneemt dan is een weg van onthouding de bijbelse weg. Daarbij moeten de andere christenen begrip hebben voor de strijd die deze weg van onthouding met zich meebrengt.

Blijkbaar vindt dr. Hoek deze aanpak fout. Je mag, volgens hem, niet elke homoseksuele handeling als een gruwel voor God beschouwen. Daar bedoelt hij mee dat God het bedrijven van de homoseksualiteit in het kader van een monogame relatie geen gruwel vindt.

Hij verzwaart de verleiding voor christenen met homofiele gevoelens

Hij brengt dit ‘goede nieuws’ aan christenen die homofiele gevoelens hebben. Fijn, zo’n pastor die je vertelt dat het niet Gods bedoeling is dat je een homofiele relatie aangaat, maar die tegelijkertijd zegt dat je, als je het toch doet, daarmee geen ernstige zonde begaat.

Hoek lijkt niet te beseffen dat hij christenen die met homofiele gevoelens worstelen door zijn onderwijs en benadering in zware verzoeking brengt. De verzoeking om de weg van de minste weerstand te gaan. Waarom zou je de moeilijke weg van onthouding en strijd tegen homofiele gevoelens gaan als het leven in een monogame homoseksuele relatie geen ernstige zonde is? Waarom zou je het jezelf dan zo moeilijk maken?

Hoeks ‘pastorale’ benadering stimuleert christenen met homoseksuele gevoelens om in een zondige homoseksuele relatie te gaan leven of te blijven leven. De boodschap is immers dat homoseksueel gedrag in een monogame relatie niet al te ernstig is.

Het is zelfs zo’n lichte zonde dat je jezelf er niet eens van hoeft te bekeren

Hoek ging in zijn lezing niet zo ver als Ouweneel. Bij Ouweneel mag je lid blijven van de gemeente. Je mag aan het avondmaal deelnemen. Daarmee zegt men in feite dat homoseksueel gedrag binnen een vaste relatie niet eens iemands relatie met God verstoort. Je kunt immers alleen aan het avondmaal deelnemen als je recht staat tegenover God, als er geen bewuste en onbeleden zonde is. Het regelmatige homoseksuele contact binnen een monogame relatie is blijkbaar zo’n lichte zonde dat je jezelf daar niet van hoeft te bekeren.

Merkwaardig, een ‘zonde’ waar je niet mee op hoeft te houden. Zulke zonden ben ik nooit in de bijbel tegengekomen.

In de rug geschoten

Als er naar Ouweneel wordt geluisterd leven de christenen met homofiele gevoelens, die er voor hebben gekozen om de weg van onthouding te gaan, straks in een gemeente waar openlijk in een homoseksuele relatie levende paren zijn. Elke keer als ze de gemeente bezoeken zullen ze met deze homofiele paren geconfronteerd worden. Met als gevolg dat ze telkens, als ze de homofiele geliefden zien, voelen wat ze ‘missen’. Zo wordt hun strijd om vol te houden verzwaard.

Het zal christenen die er voor hebben gekozen om de weg van onthouding te gaan ook niet helpen als straks de leiders van hun gemeenten, in navolging van Ouweneel en Hoek, hen voorhouden dat homoseksueel gedrag binnen een homoseksuele relatie geen ernstige zonde (geen gruwel) is.

Diep treurig

Het is zeer ernstig wat er gaat gebeuren als de standpunten van mensen als Hoek en Ouweneel het pleit in de evangelische en orthodox reformatorische gemeenten winnen? Hoek gaat niet zo ver als Ouweneel, maar hij maakt wel de principiele fout van het wegverklaren van de teksten over homoseksualiteit, met als gevolg daarvan een onvermijdelijke relativering van de ernst van homoseksueel gedrag binnen een monogame relatie. Als je aanvaardt dat die teksten niet over homoseksueel gedrag in het algemeen gaan, dan wordt een sterke weerstand tegen het gedogen van homoseksualiteit weggehaald. Het besef dat het om een ernstige zonde gaat zal verdwijnen of tenminste afnemen.

Het treurige is dat Hoek het voorstelt alsof zijn aanpak en visie de enige garantie zijn voor een liefdevolle en barmhartige pastorale aanpak. Alsof je als pastor niet mee zou kunnen wenen met degene die worstelt met homoseksuele gevoelens, terwijl je tegelijkertijd staande houdt dat het uitleven van homoseksualiteit absoluut niet kan en mag omdat het een gruwel is in Gods ogen. Alsof je ook dan niet met bewogenheid met iemands strijd mee zou kunnen leven.

Het is bepaald niet pastoraal om, zoals Ouweneel doet en Hoek dreigt te doen, de smalle weg een stukje breder te maken. Breder voor hen die moeite hebben met de smalle weg, die moeite hebben met het dagelijks kruis, met de dagelijkse zelfverloochening (Lucas 9:23)

Een te zwaar kruis?

We leven in een gebroken wereld en soms geeft God ons een kruis te dragen. Dat kunnen homoseksuele gevoelens zijn of b.v. een ernstige chronische ziekte of een handicap. Weer anderen zijn buiten hun schuld getraumatiseerd geraakt en ook daar wordt niet ieder, tijdens dit aardse leven, volledig van genezen. Weer anderen worden mishandeld en voor lange tijd gevangen gezet omdat ze in Jezus geloven. Wat voor een leven hebben b.v. de christenen in Eritrea die al jaren in containers opgesloten zitten?

We moeten niet vergeten dat voor ieder die de smalle weg van Jezus wil gaan er het uitzicht is op betere tijden. Als we, na onze korte aardse reis, onze intrek bij Jezus nemen. Intussen kunnen we tijdens onze aardse reis rekenen op de bijstand van de Heilige Geest.

“En Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan” (Openbaring 21:4)

NOOT:
1. Dit stukje is herschreven.

+ TENSLOTTE NOG DIT: HOUD MOED

Sommigen dingen moeten gebeuren. Ze zijn aangekondigd in de bijbel.

“Eerst moet de afval komen” (2 Thessalonika 2:3).

“Ziet toe, weest niet verontrust, want dat moet geschieden” (Mattheüs 24:6).

Daarom weest niet verontrust. Het loopt bij God niet uit de hand.

“… en hun woord zal voortwoekeren als de kanker … en toch staat ongeschokt het hechte fundament Gods met dit merk: De Here kent de Zijnen, en Een ieder, die de naam des Heren noemt breke met de ongerechtigheid” (2 Timotheüs 2:17,19).

“en de poorten der hel zullen haar, dat is de gemeente, niet overweldigen” (Mattheüs 16:18).

WAT TE DOEN?

“Houd vast wat gij hebt opdat niemand uw kroon neme” (Openbaring 3:11).
“Houd u buiten het bereik van de onheilige holle klanken” (1 Timotheüs 6:20).
“Verkondig het woord, dring er op aan, gelegen of ongelegen” (2 Timotheüs 4:2).
“Blijft gij echter nuchter onder alles, aanvaard het lijden, doe het werk van een evangelist, verricht uw dienst ten volle” (2 Timotheüs 4:5).
“Met de vermaning om tot het uiterste te strijden voor het geloof dat eenmaal de heiligen overgeleverd is. Want er zijn zekere mensen binnen geslopen” (Judas :3,4).

Jezus komt terug

“Nog een korte tijd en Hij die komt zal er zijn” (Hebreeën 10:37).
“Want het heil is ons nu meer nabij dan toen wij tot het geloof kwamen” (Romeinen 13:11).

O what a day that shall be
When my Jesus I shall see

Een hartelijke groet,

Ary Geelhoed

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, R. Mol