8 jaar geleden

Samuël en Daniël (4)

De roeping

Lezen: 1 Samuël 3.

Uit de vorige les weten wij dat Hofni en Pinehas de slechtste zonden doen. Hun vader Eli waarschuwt zijn zonen weliswaar nog, maar straft hen niet. Hij is zwak. Toen zijn zonen niet naar hem luisterden, had hij andere maatregelen hebben moeten aangrijpen, om hun schandelijk gedrag te beëindigen. Hij doet echter niets en is daarom medeschuldig. Hoewel Eli afwijst wat zijn zonen doen, hoewel hij niet bij de zonden zelf betrokken is, weet hij ervan en verhindert deze niet. Dat is een slechte nalatigheid van deze vader! Nu moet de Heere ook Eli bestraffen. Een man van God komt bij hem en kondigt het oordeel over hem en over zijn huis aan, want Eli eert zijn zonen meer dan de Heere (1 Samuël 2:27-36).

“… want wie Mij eren, zal Ik eren, maar wie Mij verachten, zullen zelf veracht worden”.

1. Wanneer de Heere Samuël roept, noemt hij tweemaal zijn naam: “Samuël, Samuël!” Dat een naam – zoals hier – herhaaldelijk geroepen wordt, lezen wij vaker bij belangrijke gebeurtenissen. Wie hoort ook tweemaal zijn naam roepen? (Gen. 22)

………………………………………………………………………………………………………………………..

Wat wilde hij juist doen?

………………………………………………………………………………………………………………………..

Welke woorden verneemt Saulus van Tarsus, wanneer hij is op weg is naar Damascus? (Hand. 9:4)

………………………………………………………………………………………………………………………..

In totaal komt het 7 keer in de Bijbel voor dat iemand tweemaal met zijn naam wordt geroepen. Kent u misschien nog een ander voorbeeld?

………………………………………………………………………………………………………………………..

2. Nu terug naar 1 Samuël 3. Wanneer begrijpt Eli pas dat het de Heere is, die Samuël roept?

………………………………………………………………………………………………………………………..

3. Hij geeft Samuël een goed advies. Wat moet deze zeggen, als hij opnieuw de stem hoort?

………………………………………………………………………………………………………………………..

4. Wat zei Abraham, toen zijn naam tweemaal geroepen werd? (Gen. 22:11)

………………………………………………………………………………………………………………………..

En Saulus? (Hand. 22:10)

………………………………………………………………………………………………………………………..

5. Zeggen wij ook: Hier ben ik, Heere, spreekt tot mij, en ik op zal naar u luisteren?

………………………………………………………………………………………………………………………..

De God van de genade, die ook de kleinen liefheeft,
gaf acht op Samuël en riep hem als kind.
Wie vroeg tot Hem komt, dwaalt niet meer.
Geef daarom reeds vroeg uw hart aan de Heer’.

Met deze gedeelten moeten wij aan Prediker 12 vers 1 denken. Wat vinden wij daar?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

6. Op de volgende ochtend brengt Samuël Eli het oordeelsbericht. Uit welke woorden van Eli herkent men, dat dit oordeel rechtvaardig is en dat hij het verdiend heeft?

………………………………………………………………………………………………………………………..

7. Wat gebeurt op dezelfde dag met Hofni, Pinehas en Eli? (1 Samuël 4)

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Ach, Eli, die oude priester, was, terwijl hij in de tempel vertoefde, zo weinige bezorgd om de eer van God, dat de zonden van zijn zonen, die zich voor zijn eigen ogen afspeelden, hem eerst door de mensen moest worden gezegd (1 Sam. 2:22). Gebeurt jammer genoeg niet iets dergelijks vaak ook in onze dagen, zowel bij individuele gelovigen alsook in gehele gemeenten?
Wordt niet vaak het in eigen huis of het temidden van gemeenten bestaande boosheid eerst door de buitenstaanders gezien? Eli was krachteloos tegenover het kwade en durfde niet niet tussenbeide te komen, om de eer van God te bewaren. Hoewel hij persoonlijk vroom en godvruchtig was reinigde en scheidde hij zich niet van de zonde in zijn huis, en zo bleef God slechts één ding over om Zelf in te grijpen en vanwege Zijn eer een vreselijk oordeel uit te oefenen. Zou ons dat niet aansporen, om een ernstig zelfoordeel over onze gedachten, woorden en werken uit te oefenen? Hoe droevig, als God door tuchtiging in moet grijpen, Hij, van Wie wij lezen dat Hij het ongeluk niet brengt, als slechts het hart zich vernedert! (1 Kon. 21:29).

8. Wat lezen wij in 1 Samuël 3 vers 19?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

(Het eind van het vers betekent dat wat Samuël zei, werkelijk gebeurde)

9. Tot welke erkenning komt geheel Israël?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

10. Vele profeten verwezen al eeuwen geleden naar de komst van de Messias, de Heer Jezus Christus. Welke vermeldt Petrus in zijn toespraak aan het volk? (Hand. 3:22-24)

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

11. Wie was tezelfdertijd profeet en richter? (1 Sam. 7:15-17)

………………………………………………………………………………………………………………………..

12. De Heere spreekt Samuël aan, en Samuël geeft de woorden aan het volk door. Een profeet is dus iemand, die de “woorden van God spreekt”.
Noem eens 4 grote profeten:

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

En ook 4 kleine profeten:

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

13. Samuël is de laatste richter. Na hem regeren koningen over Israël. Wie is de eerste koning over Israël?

………………………………………………………………………………………………………………………..

Als hij ongehoorzaam wordt, moet God hem helaas verwerpen. Wie wordt koning in zijn plaats?

………………………………………………………………………………………………………………………..

Door wie zijn beiden tot koning gezalfd?

………………………………………………………………………………………………………………………..

(U kunt de antwoorden van deze vragen in het 1e boek van Samuël vinden. Lees eens hoofdstuk 9 aan het eind en hoofdstuk 10 aan het begin, zo ook hoofdstuk 16).

 

* * * * *

Uit het hoofd leren – in het hart bewaren

Herhaal: 1 Samuël 2 vers 1-6. Leer daarnaast: 1 Samuël 2 vers 7-8.

* * * * *

 

* De tekst-aanhalingen zijn uit de Herziene Staten Vertaling

 

Wil je ook mee doen? Vul de bon onderaan les 1 in en mail dan de antwoorden van de lessen (maximaal 1 les per week) naar het volgende email-adres: frissewateren@ctmax.nl
Vermeld wel duidelijk waar u de antwoorden vandaan hebt.

Hebt u, heb jij vragen: Stel ze gerust. Ik wil graag uw vragen proberen te beantwoorden vanuit de Bijbel, het Woord van God.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol