12 jaar geleden

Psalm 27:12

Hier smeekt David tot God, toen de vijanden hem in het nauw dreven. Hierbij gaan onze gedachten uit naar Iemand, groter dan David. Want Wie heeft hier op aarde de vijandschap van de mensen meer ondervonden dan de Zoon van David, de Heer Jezus Zelf? Niemand heeft het ooit zo ervaren en meegemaakt als Hij. Tegen Hem zijn inderdaad “valse getuigen opgestaan, alsook die geweld uitblaast”. Satan zelf heeft de mensen opgehitst tot vijandschap en boosheid tegen Hem. In Psalm 22 horen wij de Heere als het ware uitroepen: “Honden hebben Mij omsingeld; een vergadering van boosdoeners heeft Mij omgeven”. O, wat moet Hij gevoeld en geleden hebben, toen Zijn volk waarvoor Hij gekomen was en dat Hij zo innig liefhad, zo tegen Hem optrad!

Ook het gelovig overblijfsel van de joden zal in het einde der tijden iets dergelijks ervaren van de kant van de antichrist en de goddelozen uit het volk. Ook het overblijfsel zal dan tot God roepen: “Geef mij niet over in de begeerte van mijn tegenpartijders!” God zal het geloof in de harten van deze getrouwen versterken, zodat zij door alle verdrukkingen heen het heerlijke einde zullen aanschouwen: “Zo ik niet geloofd had, dat ik het goede des HEEREN zou zien in het land der levenden …!” Ja, als dat ogenblik er niet zou zijn, dan zouden ze in het diepste lijden, met de dood voor ogen, de moed verliezen en krachteloos neervallen.

Maar ook wij mogen vertrouwend naar de Heer gaan en Hem smeken ons te helpen en te beschermen tegen de vijanden die ons omringen. Vele Christenen ondervinden in deze tijd dat zij vals worden beschuldigd en aan alle kanten worden belaagd. Sommigen worden zelfs gevangen genomen en gemarteld. Voor hen mogen wij ook bidden en smeken dat de Heer hen – en vooral niet te vergeten, de hunnen – bemoedigd en versterkt worden. Als wij tot Hem gaan die innig met ons kan medelijden, zullen ook wij ervaren dat Hij een barmhartig Hogepriester is. Iemand die echt kan mee lijden. Hij zal ons zeker op de juiste tijd hulp geven. Ook vandaag staat de troon van genade nog open waar we vrij naar toe mogen gaan (zie Hebr. 4:14-16).

 

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol