1 jaar geleden

Psalm 139 vers 9-10; Jona 2:1

“Nam ik vleugels van de dageraad, woonde ik aan het einde van de zee, ook daar zou Uw hand mij leiden en Uw rechterhand mij vasthouden”.
“Toen bad Jona tot de HEERE, zijn God, vanuit het binnenste van de vis”.

Psalm 139 stelt ons op een opvallende manier de eigenschappen van onze God voor. Vers 1-6 spreekt over Zijn alwetendheid – Hij weet alles. Vers 7-12 spreekt over Zijn alomtegenwoordigheid – Hij is overal. Vers 13-16 spreekt over Zijn almacht – Hij is almachtig. In vers 9 en 10, sprekend over Zijn alomtegenwoordigheid, merkt de psalmist op dat zelfs, als hij zou wonen aan het einde van de zee, Hij daar Gods hand zou vinden om hem te leiden, en Zijn rechterhand om hem vast te houden.

Is er een enig voorbeeld in de Schrift van iemand die dit ervaren heeft? Nu, zou het moeilijker zijn om verder dan het einde van de zee te komen dan in de buik van een grote vis! Daar was Jona afgesloten van alle menselijke hulp, steun of medelijden. Doch God was daar. Jona eindigde daar vanwege zijn ongehoorzaamheid, en toch zou de Heer in Zijn grote genade een dergelijke ervaring gebruiken om zijn ziel te herstellen, zoals blijkt uit Jona hoofdstuk 2. Waarlijk, zelfs daar ondervond Jona Zijn leidende hand en Zijn rechterhand die hem vasthield.

De meesten van ons zullen gelukkig nooit moeten ervaren, wat Jona overkwam. Hebben we niet toch allemaal momenten in ons leven, dat we ons voelen afgesneden van alle menselijke hulp, van medeleven? Er zijn momenten waarop we ons emotioneel kunnen voelen alsof we aan het einde van de zee zijn. Wat dan ook onze omstandigheden zijn, laten we ons laten bemoedigen dat de Heer er is. Zelfs in moeilijke omstandigheden. Zijn hand is er om u te leiden en Zijn rechterhand om u dicht bij Zichzelf te houden terwijl u daar doorheen gaat. Spoedig zal de hand van onze God al onze tranen wegwissen. Tot die tijd is Zijn machtige hand in staat om ons te versterken en ons er doorheen te dragen.

Kevin Quartell, © The Lord is near

 

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol