10 jaar geleden

Psalm 102:25

Voor een trouwe Israëliet was het een bewijs van Gods gunst, als hij lang leefde. Alleen zo kon hij de verkregen beloften die immers aards waren, ten volle genieten. Daarom luidt één van de beloningen voor gehoorzaamheid: “… opdat uw dagen verlengd worden in het land, dat u de Heere uw God geeft” en: “Ik zal het getal van uw dagen vervullen” (Ex. 20:12; 23:26). We kunnen daarom goed begrijpen wat de Heere Jezus over Wie ons Bijbelvers van vandaag profeteert, ondervond, omdat Hij een nog relatief jonge man was, toen Hij stierf. Ieder mens die volgens de regel ‘doe dit en gij zult leven’ zou hebben geleefd, zou zeker zijn geweest van een lang leven (Luk. 10:28; Lev. 18:5). Maar Hij, de Zoon van God, kwam op deze aarde en had, “uiterlijk een mens bevonden”, niet alleen de wet vervuld, maar in Zijn hele leven God bovenmate verheerlijkt. Hoe diep moet Hij het daarom ondervonden hebben wat het betekent te sterven en wel op de mooie leeftijd van ongeveer 33 jaar, als iemand aan Wie God Zijn toezegging moest onttrekken!

Maar God geeft een antwoord. “Maar van de Zoon” zegt Hij: “uw jaren zullen niet ophouden” (zie Hebr. 1:8,10-12). Spreekt Hij van dagen, God antwoordt met jaren. Generaties kunnen komen en gaan, de Heere Jezus blijft. Zelfs al zouden hemel en aarde vergaan – onze Psalm zegt: “Die zullen vergaan, maar Gij zult staande blijven … Maar Gij zijt Dezelfde, en Uw jaren zullen niet geëindigd worden” (vs. 27, 28). Zo legt deze Psalm een wonderbaarlijk getuigenis af van de eeuwige heerlijkheid van Christus Die voor ons “een weinig minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden van de dood”.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW