5 jaar geleden

Profetische Gebeurtenissen

Een overzicht van de profetische gebeurtenissen

  1. De Grote Verdrukking: Het begint met het werpen van satan uit de hemel (Openb. 12:9), duurt drie en een half jaar of 1.260 dagen (Openb. 12:6), vooral met betrekking tot Israël en bijzonder de Joden die er wonen en vindt zijn uiterlijk zichtbare begin daarin, dat het beeld van de Romeinse keizer door de antichristen in de tempel wordt gezet (Openb. 13:14,15). De Heer noemt dit beeld “de gruwel der verwoesting” (Mattheüs 24:15) – Hij zal over het ongelovige Israël verwoesting brengen.
  2. In deze tijd zal de Romeinse keizer (het eerste beest van Openbaring 13) en de antichrist (het tweede beest van Openbaring 13) in volle macht optreden en politieke zowel religieuze macht claimen.
  3. Door de oprichting van dit gruwelbeeld wordt aan de trouwe Joden in en rond Jeruzalem, de aanwijzing gegeven naar de woestijn te vluchten (vgl. Matth. 24:15-20). Men kan ervan uitgaan dat vooral Moab de schuilplaats van de Joden zal zijn (Jes. 16,1-5).
  4. Hieruit volgt ongeveer aan het eind van drie en een half jaar verdrukking een eerste aanval van de koning van het noorden, de van Assyrië, die als tuchtroede voor Israël door God gebruikt wordt (Jes. 10:5). Het zal Israël overstromen en overspoelen (Jes. 8:7,8; zie Dan. 11:40,41), en Jeruzalem belegeren (Jes. 28:18,19), misschien vijf maanden (vgl. Openb. 9:5). Dit zal voor de gelovige Joden die Jeruzalem en Israël niet konden ontvluchten, een verschrikkelijke ontbering zijn. Het tweede boek van de Psalmen* beschrijft deze noden, net als bijvoorbeeld in Jona 2, het gebed van Jona in de buik van de vis. Achter Assyrië – dat is nu het grondgebied van Syrië – staat een andere, groter vijand van Israël, Rusland (Dan. 8:24; Ez. 38 en 39).
  5. Om aan de aanval en de onderdrukking van de koning van het noorden te ontsnappen, zijn de leiders van Jeruzalem, dus met name de antichrist, een alliantie met het Romeinse Rijk sluiten (Jes. 28:15; 57:9; Dan. 9:27). Door de plotselinge inval van de Assyriërs zal de antichrist vluchten, om bij zijn sterke partner in Europa onderdak te vinden (vgl. Zach. 11:16,17). Tegelijkertijd zal hij de heerser van een verenigd Europa aanzetten naar Jeruzalem te komen om de Assyriërs te verdrijven en te vernietigen.
  6. De heerser van het Romeinse Rijk zal dan werkelijk, om zijn eigen macht te versterken, naar Jeruzalem komen (vgl. Openb. 16:12-16). Vers 12 lijkt erop te wijzen dat ook andere legers uit het Midden-Oosten en misschien zelfs uit China in deze oorlog mee zullen komen. Ze zullen zich allemaal op de plaats Armageddon (Berg van Megiddo) verzamelen (Openb. 16:16). Eigenlijk willen ze tegen de Assyriërs strijden. Maar dan gebeurt er iets vreemds:
  7. De Heer Jezus komt met Zijn heiligen en de engelen uit de hemel (Openb. 19:11-16; 1 Thess. 3:13). We lezen er hier niet van dat de Heer direct op de aarde komt – dus heeft het de schijn, dat dit komen voorafgaat aan zijn werkelijke wederkomst op de Olijfberg (Zach. 14:4). Zijn eerste daad zal zijn om het dier, dus de heersers van Europa, en de valse profeten, dat is de antichrist, tezamen met hun legers te verslaan, en deze twee leiders levend in de poel van vuur, de hel, te werpen (Openb. 19:19,20). De antichrist wordt door de adem van de mond van de Heer verslagen (2 Thess. 2:8). Dit oordeel op de twee leiders van de wereld voert slechts één persoon uit, als we voorbijgaan aan het feit dat wij aan Zijn zijde mogen zijn: Hij, de Mensenzoon, de Heer der heren en de Koning der koningen.
  8. Nog steeds houdt de Assyriër aan de belegering van Israël en Jeruzalem in het bijzonder vast. Maar nu komt een uitnodiging van God aan hen die gevlucht waren om terug te keren naar Jeruzalem (Zach. 9:11,12). Dan keren deze gelovige Joden naar Israël terug (vgl. Ps. 122). Veel ongelovige Joden echter zijn onder druk van Assyrië naar Egypte gevlucht (vgl. Jes. 30:1-6). Maar de Assyriërs zullen naar Egypte trekken, om dan ook Egypte te verslaan (Dan. 11:42,43) en de vluchtelingen te pakken te krijgen. Weliswaar heeft hij een bezettingsmacht in Israël achtergelaten, maar ook andere volken hebben Israël aangevallen (vgl. Ps 83:4-10). De oproep van God aan Zijn getrouwen betekent echter, dat Hij hen ook helpt, zodat ze deze volken met Zijn hulp kunnen verslaan (vgl. Ps. 144:2).
  9. Maar dan komt de Assyriër voor de tweede keer naar Israël. Natuurlijk heeft hij gemerkt wat er gebeurde in en rond Palestina. Hij hoort geruchten uit het oosten (het overblijfsel uit de Joden komt terug) en uit het noorden (dat zal de vernietiging van het Europese leger) en en zal daarom zeer haastig naar Palestina terugkeren (vgl. Dan. 11:44,45). Terwijl de eerste belegering in Jesaja 28 te vinden is, lezen we van de tweede in Jesaja 29. In vers 5 is er dan van de plotselinge verandering sprake. Waardoor komt dat? Ongetwijfeld door de komst van de Heer, die volgens Zacharia 14 vers 4 op de Olijfberg komen zal. Deze tweede belegering zal geen gemakkelijke zaak worden. Psalm 123 geeft ons een idee van de nood van de gelovige Joden.
  10. Als de nood van de overlevenden het grootst is, zal de enige hoop van de gelovige Joden verschijnen. Christus zal komen op de wolken in grote macht en heerlijkheid (Matth. 24:29,30) en de Dag van de Heer vangt aan. Zijn eerste slachtoffer zijn de Assyriërs (vgl. Jes. 30:30-33). Ook hier is het is de adem van de mond van de Heer, die als een verdediger van Zijn volk met zijn goddelijke verbondsnaam  genoemd wordt, terwijl Hij met het oog op de heersers van het vierde wereldrijk als Zoon des Mensen optreedt, die de eeuwige heerschappij van God hier op aarde aanvaarden zal (Dan. 7:13,14). Dit oordeel zal dan niet alleen Assyrië treffen, maar alle landen en volkeren die Israël onderdrukt  hebben (vgl. Joël 4:1-4).
  11. Dit gaat gepaard met de bevrijding van Juda in Israël (Zach. 12:7-9). Maar ook het oordeel over de ongelovige Joden, die eerst probeerden te vluchten (Zach. 14:5), maar die al snel door zijn oordeel ingehaald worden (zie Jes. 5:25). De verzen 15-17 in Jesaja 66 tonen bovendien aan, dat niet het totale ongelovige volk in Israël, die de antichrist volgde, al in de tijd van de verdrukking omkomen zal. Een deel zal ten prooi vallen aan het onmiddellijke oordeel van de Here Jezus. Dan zal de Heer Jezus Jeruzalem binnentrekken en daar als Messias, Priester en Profeet regeren. Dit is het begin van het 1000-jarig vrederijk.
  12. Dan zullen de tien stammen (behalve Juda en Benjamin), die de hele tijd nog niet in het land zijn geweest, terugkeren. Tekstplaatsen als Jesaja 11 vers 12; 66:20,21; Ezechiël 20 vers 34 laten zien dat ze uit alle naties worden verzameld (vgl. Matth. 24:31).
  13. Daarna vindt de strijd tegen de naburige landen plaats, waarschijnlijk vooral tegen Egypte en Edom. Alle volken die verstrooid werden, waaronder het volk van Israël, zullen geoordeeld worden (vgl. Jer 30:11,16; Ps. 93-99).
  14. Het blijkt dat er dan nog een laatste inval in Israël zal zijn. Nadat in Ezechiël 36 het volk Israël geestelijk en in Ezechiël 37 ook nationaal hersteld wordt, vinden we in Ezechiël 38 opeens, dat Gog en Magog, Ros, Mesech en Tubal Israël binnenvallen. Dit moet al aan het begin van het 1000 jaar vrederijk zijn. Er zijn sterke aanwijzingen dat deze macht Rusland  is, die tot nu toe al achter de koning van het noorden of de Assyriërs stond, maar zich niet openlijk herkennen liet. Nu treedt zij op om het koninkrijk van de Heer te vernietigen. De Heer zal hem echter vernietigend verslaan (vgl. Ezech. 38:22,23).
  15. Waarschijnlijk moeten we na deze strijd het oordeel plaatsen, dat de Heer Jezus dan in Mattheüs 25 vers 31 en wat volgt beschrijft. Het kan dan niet om het oordeel aan de naburige volken van Israël gaan, omdat het nu gaat om een oordeel over alle volken (vs. 32). Overigens is het interessant op te merken, dat men in Psalm 24, dat aansluit aan Psalm 22 (de Heer Jezus als zond- en schuldoffer, als goede Herder voor Zijn volk) en Psalm 23 (de Heer Jezus, de grote Herder voor de Zijnen, die Hem ook in verdrukkingen vertrouwen), de Heer Jezus vijf maal als de “Koning der ere” genoemd vindt (Ps. 24:7-10, daar is Hij de Opperherder). Het gaat daar om de heerlijkheid van de Heer Jezus, die om zo te zeggen in Zijn eigen heerschappij wordt geïntroduceerd. De Koning van de heerlijkheid zit op een troon van heerlijkheid.

* De psalmen worden onderverdeeld in vijf boeken:

I. Ps. 1-41

II. Ps. 42-72

III. Ps. 73-89

IV. Ps. 90-106

V. Ps. 107-150

© Bibelwork.de, Manuel Seibel

Geplaatst in: , ,
© Frisse Wateren, R. Mol