15 jaar geleden

Pinksteren: uitstorting van de Heilige Geest (II)

Talen zullen ophouden …

Het spreken in talen, zonder deze taal te kennen, komt in het Oude Testament niet voor en de Heer Jezus sprak niet in talen, tenminste daarover lezen we niets in de Bijbel. In de evangeliën vinden we het spreken in talen ook niet, behalve dan als voorzegging in Markus 16:17. De eerste keer dat er in talen gesproken wordt, is in Handelingen 2. We hebben al gezien dat de Heilige Geest op aarde kwam, en dat dit gepaard ging met het spreken in wel vijftien verschillende (bestaande) talen. In Handelingen 2:3, 4 en 11 nu wordt het Griekse woord “glossa” gebruikt, dat zowel tong als taal betekent. Ook wordt het verder overal gebruikt waar het gaat om het spreken in talen (tongen), namelijk in Handelingen 10:46; 19:6 en 1 Korinthe 12-14. Ook komt het Griekse woord “dialektos” voor, en wel in Handelingen 1:19; 2:8; 21:40; 22:2 en 26:14.

We hebben al het doel van de talen gezien, maar komen de talen nu niet meer voor?

Het is altijd goed, ja een ‘must’, om te weten wat de Bijbel over iets zegt. In 1 Korinthe 13:8 staat: De liefde vergaat nooit; maar hetzij profetieën, zij zullen hun einde hebben, hetzij talen, zij zullen ophouden; hetzij kennis, zij zal afgedaan hebben”. Talen zullen dus ophouden. In vers 9 vinden we dan ook de talen niet terug, hetgeen bewijst dat het niet van doen heeft met het komen van het “volmaakte”. Hier gaat het om het verdwijnen van ‘de gave van kennis’ en de ‘gave van profetie’. De gave van ‘talen’ wordt daar niet vermeld omdat ze toen al niet meer bestond. Waarom zou je ook iets vermelden wat al niet meer bestaat? Dat wisten de gelovigen van toen ook wel, vermoedelijk beter dan wij. “Want ons kennen is onvolkomen en ons profeteren is onvolkomen” (vers 9).

In 1 Korinthe 13 gaat het om zes dingen:

  1. geloof;
  2. hoop;
  3. liefde;
  4. profetieën;
  5. talen;
  6. kennis.

De eerste drie blijven, houden dus niet op. Het ‘blijven’ duurt natuurlijk tot de komst van Christus. Wanneer Hij komt zullen ook geloof en hoop ophouden, immers Hij is dan verschenen, dan ‘aanschouwen’ we en onze hoop is vervuld (2 Korinthe 5:7; Romeinen 8:24-25); dat maakt vers 13 duidelijk. De laatste drie houden dus op, immers als er drie bijven, verdwijnt de rest; dat nu maakt vers 8-10 duidelijk.

“Maar wanneer het volmaakte gekomen is, zal wat onvolkomen is, teniet gedaan worden” (vers 10).

Is het volmaakte al gekomen? Ja! Toen Paulus de Korinthe-brief schreef, was de Bijbel nog niet compleet, was de canon nog niet afgesloten. Drie van de vier evangeliën moesten nog worden opgesteld. Maar er moest “nog meer” worden geopenbaard. De Heer Jezus heeft gezegd: “Nog veel heb Ik u te zeggen, maar u kunt het nu niet dragen. Maar wanneer Hij is gekomen, de Geest van de waarheid, zal Hij u in de hele waarheid leiden; want Hij zal vanuit Zichzelf niet spreken, maar alles wat Hij zal horen, zal Hij spreken en de toekomstige dingen zal Hij u verkondigen. Hij zal Mij verheerlijken, want Hij zal uit het Mijne nemen en het u verkondigen. Alles wat de Vader heeft, is het Mijne; daarom heb Ik gezegd dat Hij uit het Mijne neemt en het u zal verkondigen” (Johannes 16:12-16). De Heer had nog veel te zeggen. Waarom deed Hij dat dan niet? Omdat ze dat nog niet konden dragen. Dat konden ze wel, toen de Heilige Geest kwam en hen tot één lichaam doopte. Toen de gemeente ‘geboren’ werd dus. Door de Heilige Geest kregen ze toen het ‘inzicht’. Zoals Paulus dat schreef in 1 Korinthe 2:12: “Maar wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest die uit God is, opdat wij weten de dingen die ons door God geschonken zijn”. Omdat de Heer nog veel te zeggen had en het toen nog niet deed, geeft ook aan dat Hij ‘alles’ nog niet ontvouwd had. Hij heeft God ‘verklaard’ (Johannes 1:18), dat God licht is (1 Johannes 1:5), dat God liefde is en de liefde van God geopenbaard (Johannes 3:16; 1 Johannes 4:8,9,16), Zijn Vadernaam ons verklaard (Johannes 20:17) en nog veel meer. Toch heeft de Heer Jezus niet al de raadsbesluiten van God geopenbaard (maar wel de grondslag ervoor gelegd op het kruis van Golgotha). Dat was een bediening die God aan de apostel Paulus had toevertrouwd. De ‘extremist’ Saulus van Tarzen werd op weg naar Damascus voorbereid door zijn bekering om ‘fundamentalist’ te worden als apostel Paulus. Hij mocht datgene dat tot dan toe verborgen was geweest, openbaren, namelijk de verborgenheid van de gemeente. We weten dat ‘de gemeente’ onder het oude verbond nog niet bestond, want de Heer Jezus Zelf kondigde haar in het Mattheüs-evangelie aan als Zijn gemeente (Mattheüs 16:18). De ontvouwing ervan was de bediening van de apostel Paulus.

Iemand schreef ooit eens: <<In het Oude Testament had God al veel geopenbaard. In het Nieuwe Testament heeft de Heer Jezus hieraan veel toegevoegd …>> (en dat kunnen we inderdaad lezen). Maar aan de apostel Paulus werd geopenbaard de verborgenheid van de gemeente (Efeze 3:1-12). Daarmee maakte hij het Woord van God compleet. Dat vinden we dan ook in Kolosse 1:25-26: “… om het woord van God te voleindigen: de verborgenheid die van alle eeuwen en geslachten verborgen is geweest, maar die nu geopenbaard is aan zijn heiligen”. Voleindigen betekent ‘volledig maken’, tot ‘volheid brengen’ (zie Mattheüs 5:17). Dus de leer over de gemeente voleindigt het Woord van God.

Dit nu was de taak van de apostel Paulus. Daarmee was het ‘volmaakte’ gekomen, waarover we in 1 Korinthe 13:10 gelezen hebben. Er zijn na Paulus laatste brieven nog wel meer brieven van het Nieuwe Testament geschreven. Echter vinden we hierin geen nieuwe openbaringen, maar alleen zeer belangrijk onderwijs over wat al eerder geopenbaard was alsmede aanwijzingen voor de praktijk van het geloofsleven. Maar met de openbaringen die de apostel Paulus in de Efezebrief en in de Kolossebrief geopenbaard heeft – beter gezegd, die door de Heilige Geest zijn geopenbaard door middel van de bediening van apostel Paulus – geven de voltooiing aan van het woord van God. Toen het Woord van God nog niet compleet was, waren de gaven van kennis en profetie nog nodig. Dit zou je de ‘fundamentele kennis en profetie’ kunnen noemen. Daarom zegt de apostel Paulus ook in Efeze 2:20: “… opgebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Jezus Christus Zelf de hoeksteen is”. Maar een fundament leg je maar éénmaal. Als het eenmaal gelegd is, wordt er verder op voort gebouwd. Aan het ‘voleindigde’ Woord van God wordt nu niets meer toegevoegd. Wel bestaat er gelukkig ook nu nog altijd profetie, maar dan van een geheel andere orde en betekenis. Zoals al gezegd, dit heeft te maken met iets wat al eerder geopenbaard is. Daarom is het goed om te onderscheiden dat de Bijbel spreekt over drie vormen van profetie. We zullen deze tot slot in het kort noemen.

  1. Profetie is het brengen van zielen in het licht van God door de dienst van het Woord, om zo hart en gewetens te bereiken en te voorzien in de behoeften van het hart. Dit was ook de dienst van de Oudtestamentische profeten, wanneer zij spraken: “Zo spreekt de HEERE …”.
  2. Profetie kan ook zijn iets toekomstigs voorspellen. Zie Handelingen 11:27-30. Vooral het boek de Openbaringen is hiervan ook een voorbeeld.
  3. Profetie is het bekend maken van nieuwe Christelijke waarheden die nog niet bekend waren. Dit gebeurde door mannen die door de Geest van God geïnspireerd werden. Dit is de hoogste vorm van profetie die, zoals we al gezien hebben, vandaag niet meer gevonden wordt, omdat het Woord van God “voleindigd” is.

(Wordt D.V. vervolgd)

Bronnen:
“DA BIN ICH IN IHRER MITTE”, Chr. Briem;
Het teken van de talen, Fernand Legrand.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW