7 maanden geleden

Overdenkingen bij Psalm 46 (I)

Deze Psalm heeft een titel of opschrift, gevolgd door een samenstelling van 11 verzen, verdeeld in drie delen, die elk eindigen met het woord “Sela”:

  • Deel 1: de toevlucht (vs. 2-4);
  • deel 2: de rivier (vs. 5-8);
  • deel 3: de openbaring (vs. 9-12).

De titel van het opschrift

“Een lied op Alamoth, voor de koorleider, van de zonen van Korach.”
In de titel zien we iemand die zingt en zich verheugt en vol lof is. De koorleider leidt alles door het zingen te leiden en de muziek te dirigeren. Dit is de passie van zijn hart. Hij verheugt zich er niet alleen in, maar hij geniet er ook van en is vastbesloten, dat anderen ook met hem delen in dit zingen. Hij is de bron van het gezang en hij houdt ervan om te zingen, zelfs als niemand anders zingt.

Wat een prachtig beeld van de Heer Jezus, onze Koorleider! Luister maar Zijn woorden in Hebreeën 2 vers 12: “Ik zal Uw naam aan mijn broeders verkondigen, in [het] midden van [de] gemeente zal ik U lof zingen.” Nu, dit is zeer persoonlijk. Hij zegt: “Ik zal zingen.” Maar de Psalm zegt, Hij is “Leider.” Omdat Hij de Leidsman is, zullen er anderen zijn die Hij zal leiden in het zingen. De muziek en de melodie zijn van Hem. Zijn hart is vol en vloeit over. Door Zijn wil zijn de harten en geesten van de zangers ook overvloeiend gevuld.

In Psalm 40 wordt van de koorleider gezegd, dat hij een nieuw lied in zijn mond heeft. “Hij legde mij een nieuw lied in de mond, een lofzang voor onze God. Velen zullen het zien en vrezen, en op de HEERE vertrouwen” (Ps. 40:4). Het is een lied van de opstanding en de nieuwe schepping. Het beeldt de Heer Jezus uit als Degene die in de opstanding naar voren komt met zo veel om zich over te verheugen. Zijn hart is vol. Het onderwerp van Zijn lied is God. Hij had geduldig op God gewacht. God had Zijn gebed verhoord en had Hem uit de dood opgewekt. Nu, in opstanding, zingt Hij. Door Zijn dood en opstanding heeft de Heer Jezus vreugde gebracht voor God door Zijn wil te vervullen, de duivel te verslaan en te sterven voor onze zonde en zonden. God is eeuwig tevreden. De Heer Jezus was de Enige die een volmaakt leven leidde en God ten volle behaagde. In diezelfde geest zingt Hij tot God, Zijn God en nu onze God (zie Joh. 20:17). God is het geheim en de bron van het lied, en het is ook omwille van Hem. Hij deelt deze vreugde met ons.

“Ik zal Uw naam aan mijn broeders verkondigen; in [het] midden van
[de] gemeente zal ik U lofzingen”

Hebreeën 2 vers 12

 

In deze psalmen, of geestelijke liederen, zijn alleen de woorden (en niet de melodieën) bewaard gebleven. De boodschap aan ons verandert nooit, maar de melodie is Zijn frisse schepping in ons hart, telkens weer. De Heer Jezus zegt in het evangelie van Johannes: “Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat Mijn blijdschap in u blijft en uw blijdschap vol zij” (Joh. 15:11). Dit wordt in onze harten tot stand gebracht door de kracht van de Heilige Geest. “… en spreekt tot elkaar in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, zingend en jubelend in uw hart tot de Heer” (Ef. 5:19). Dat wij ons daarin mogen verheugen!

Het boek Psalmen bestaat uit verschillende soorten psalmen. Er zijn Messiaanse psalmen die de Heer Jezus op verschillende manieren uitbeelden, bijvoorbeeld Psalm 22. Er zijn psalmen van nationale aard, die vooral met Israël te maken hebben, bijvoorbeeld Psalm 126. Er zijn ook algemene psalmen, bijvoorbeeld Psalm 150, en andere zijn eerder persoonlijk, bijvoorbeeld Psalm 23. Sommige psalmen, zoals Psalm 46, hebben echter een gezins- en gemeenschapssetting.

In Psalm 46 zijn de andere musici de zonen van Korach, de zonen van barmhartigheid. Deze zonen werden gespaard toen hun vader Korach in opstand kwam en stierf (Num. 16). In Gods barmhartigheid stierven zij niet met hem. Op dezelfde manier hebben wij allen onder het vonnis van de eeuwige dood gestaan. Door de ongehoorzaamheid van onze vader Adam, zijn wij onderworpen aan de lichamelijke en eeuwige dood. “Daarom, zoals door één mens de zonde in de wereld is gekomen en door de zonde de dood, en zo de dood tot alle mensen is doorgegaan, doordat allen gezondigd hebben …” (Rom. 5:12). Ook wij hebben de barmhartigheid van God gekend. “Maar God, die rijk is in barmhartigheid, heeft ons vanwege Zijn grote liefde waarmee Hij ons heeft liefgehad, toen ook wij dood waren in de overtredingen, levend gemaakt met Christus (uit genade bent u behouden)” (Ef. 2:4-5). Wij lezen ook in Johannes 3 vers 16: “Want zo [1] lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.”

Onze ogen zijn nu gericht op onze opperzangmeester; door Hem zijn wij gespaard gebleven. Hij vult nu onze harten met vreugde en leidt ons in het zingen. Wij zingen van Zijn barmhartigheid omdat “dood en oordeel achter ons liggen, genade en heerlijkheid liggen vóór ons.” Het woord Alamoth, in de titel van deze Psalm, wordt in verband gebracht met de sopraan van vrouwelijke zangers. Dit is een treffend beeld van de gemeente, Zijn bruid. “Wel mogen wij zingen, met triomfzang!”

In het tweede deel van deze serie zullen wij ons richten op de inhoud van Psalm 46 en de eigenlijke samenstelling van de Psalm onderzoeken.

 

NOOT:
1. ‘Zo’ slaat op de grootte òf de aard van Gods liefde.

 

Samuel Rice ; The Christian Explorer

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW