3 jaar geleden

Openbaring 22 vers 21

“De genade van de Heer Jezus Christus zij met alle heiligen. Amen” (Openb. 22:21).

Een wens ook nu nog geldig

Beide het boek de Openbaring alsmede de Heilige Schrift (bijbel) eindigen met deze woorden. Wat een bemoedigende wens: moge het voor ons allemaal gelden nu de jaarwisseling dichtbij of al voorbij is! Na de belofte van de Heer (“Ja, Ik kom spoedig”) en de oprechte weerklank van de wachtende Bruid (Amen, kom, Heer Jezus!” (Openb. 22:20), geeft Johannes uitdrukking aan de genade van de Heer Jezus Christus.

Johannes had “het woord van God en het getuigenis van Jezus Christus, alles wat hij heeft gezien” (Openb. 1:2) betuigd, dat wil zeggen Gods oordeel, maar ook Zijn wonderbare leiding van hen die geroepen zijn tot Zijn eeuwige heerlijkheid. Aan deze gelovigen nu wenst hij de genade van de Heer Jezus Christus.

Genade is een woord dat zich een weg door de hele bijbel baant, te beginnen met Noach die “genade vond” tot aan het eind van Openbaring waar het voor de laatste keer wordt genoemd en zich richt tot alle heiligen. Of het nu de uitverkorenen van Gods aardse volk betreft, of de geroepen heiligen in Christus Jezus, alles gebeurt in eeuwige, overvloedige genade.

Ons vers van vandaag richt zich op de genade van de Heer Jezus Christus, die ons kocht en heiligde door Zijn offerdood. Vanaf zijn eerste ontmoeting met de Heer tot aan zijn oude dag was Johannes zelf op de volheid van Zijn genade gericht. Het was zijn leven niet voorbijgegaan maar had hem veel vrucht voortgebracht. Zijn wens was nu dat de heiligen zouden kunnen genieten van diezelfde genade. Op de smalle weg van het geloof begeleidt genade al wie “heiligen en geliefden” zijn, ons aanmoedigend om te wandelen in de blijde verwachting van onze Heer.

© The Good Seed

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol