Bijbelgedeelte: Handelingen 4
Leestijd: 2 minuten
Laten we ons afvragen wat mensen van de eerste christenen dachten. Zie Handelingen 4, waar Petrus en Johannes, die net gearresteerd waren, voor het Sanhedrin stonden. Het was hetzelfde Sanhedrin waarvoor de Heer kort daarvoor had gestaan en vervolgens ter dood was veroordeeld aan het kruis. Je zou bijna willen roepen: “Petrus, zwijg! Ben je helemaal gek geworden? Je brengt iedereen nog om door je woorden!” – zo duidelijk waren zijn woorden tegen de leiders van het volk. Maar Petrus, vervuld met de Heilige Geest, zweeg niet, maar sprak, en het volk moest erkennen, dat hij met Jezus was geweest (Hand. 4:13). Maar de verbazing over deze ongeleerde en ongeschoolde mannen was van korte duur, en ze werden ernstig bedreigd “om niet meer tot enig mens in deze Naam te spreken” (Hand. 4:17-18). Dat is precies de kern van de zaak! Tot zwijgen brengen! Toen, net als nu, het uitgesproken doel van satan! Maar dat was en is precies de opdracht die aan de discipelen van Jezus werd gegeven:
“… en u zult Mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als <in> heel Judéa en Samaria, en tot [het] einde van de aarde” (Hand. 1:8). “Gaat heen in de hele wereld en predikt het evangelie aan de hele schepping” (Mark. 16:15).
Het gebod van de Heer is tot op de dag van vandaag onveranderd gebleven. Hier zien we het duidelijke conflict tussen het gebod van de Heer en de listen van satan, een conflict waarin wij, als discipelen van Jezus, ons bevinden. En hoe antwoorden Petrus en Johannes hierop? Wel, als volgt:
“Of het recht is voor God naar u meer te horen dan naar God, moet u beoordelen; want ons is het onmogelijk niet te spreken over wat wij hebben gezien en gehoord” (Hand. 4:19-20).
Daar zijn ze weer! Deze discipelen van de Heer die gehoorzaam bleven en zich volledig bewust waren van wat de Heer Jezus voor hen betekende en wat ze in Hem hadden. Hun harten brandden voor de Heer! Dat Petrus en Johannes hier zo reageren, maakt ons duidelijk, dat ze al een brandend hart hadden voordat ze in deze gevaarlijke situatie gekomen waren. Dit illustreert het principe: in gevaarlijke en stressvolle situaties waarin ons geloof op de proef wordt gesteld, kunnen we alleen laten zien wat we al bezaten voordat de situatie zich voordeed. Nogmaals: dit was geen kinderspel. De leiders van het volk hadden onmiskenbaar duidelijk gemaakt wat ze van de Heer dachten.
Misschien herinnerden de twee discipelen zich nog de woorden van de Heer:
“Als de wereld u haat, weet dat zij Mij eerder dan u heeft gehaat. […] Herinnert u het woord dat Ik tot u zei: Een slaaf is niet groter dan zijn heer. Als zij Mij hebben vervolgd, zullen zij ook u vervolgen” (Joh. 15:18, 20).
Hier nu vervulden zich deze woorden, en hebben dat sindsdien talloze malen gedaan.
Wordt vervolgd met “Bidt om vrijmoedigheid.”
Friedmann Werkshage; © www.bibelstudium.de
Online in het Duits sinds 29.04.2018
Geplaatst in: Christendom
© Frisse Wateren, FW