2 jaar geleden

Na de Babylonische ballingschap (31,32)

Nehemia 5:1,6-7,9-10*:

  1. Er ontstond een luid geroep van het volk en van hun vrouwen tegen hun broeders, de Joden.
  2. Ik ontstak in hevige woede toen ik hun geroep en deze dingen hoorde.
  3. Ik ging bij mijzelf te rade en ik riep de edelen en de machthebbers ter verantwoording en zei tegen hen: U leent geld uit tegen rente, ieder aan zijn broeder! Vervolgens belegde ik een grote vergadering tegen hen.
  4. En ik zei: Wat u doet, is niet goed. Moet u niet wandelen in de vreze van onze God vanwege de smaad van de heidenvolken, onze vijanden?
  5. Lenen ook ik, mijn broers en mijn knechten geld en graan aan hen tegen rente? Laten we toch deze rente achterwege laten.
* Het is raadzaam om vers 1 tot 13 te lezen.

XXXI

Problemen binnen het volk

Nehemia 3 en 4 laten ons het geweldige plaatje zien, hoe het volk van God samen werkte en de muren herbouwde en hoe ze waakzaam waren in gebed, vanwege de dreigende aanval van de vijand.

Maar satan was zeker nog niet klaar met het bestrijden van het werk. Er dook nu een ernstig intern probleem op, hetgeen de harmonie onder elkaar verstoorde en de voortgang van het werk hinderde.

In tegenstelling tot Gods wet (Lev. 25:35-42), leenden de edelen en machthebbers hun arme broeders geld om voedsel te kopen en hun belasting te betalen, wat ze met rente terug moesten betalen, en dwongen hen om hun kinderen als slaaf te verkopen. We kunnen goed begrijpen dat dit gedrag van de edelen bij de arme broeders en zusters tot groot protest leidde. Nehemia werd ook ontzettend boos toen hij dit hoorde. Hij riep een grote vergadering bijeen en berispte de schuldige leiders. Wat een schande was hun gedrag ook richting de vijand. Hij en anderen hadden naar hun vermogen Joodse slaven vrijgekocht. Het gedrag van de edelen en machthebbers moest dezelfde dag nog weer worden goed gemaakt.

In zijn persoonlijk gedrag en in zijn gemeenschappelijk gedrag als gouverneur, was Nehemia zorgvuldig om een goed voorbeeld te geven aan anderen, om gastvrijheid te verlenen en af te zien van zijn rechten en kansen om geld met rente terug te vragen.

Als christenen wordt ons gezegd, dat we onze broeders lief moeten hebben met daad en waarheid en dat we ons leven voor hen af moeten leggen (1 Joh. 3:16-17). En in 1 Timotheüs 5 lezen we dat we leiders die zondigen in tegenwoordigheid van allen openlijk aan de kaak moeten stellen, en zonder partijdigheid.

XXXII

 

Nehemia 6:2,3,15:*

  1. … dat Sanballat en Gesem boden naar mij stuurden om te zeggen: Kom, laten we elkaar ontmoeten in Kefirim, in het dal Ono. Zij dachten mij echter kwaad te doen.
  2. Toen stuurde ik boden naar hen toe om te zeggen: Ik ben met een groot werk bezig en kan niet komen. Waarom zou het werk stilliggen omdat ik het nalaat en naar u toe kom?
  3. De muur werd op de vijfentwintigste van de maand Elul voltooid, na tweeënvijftig dagen.

De muur wordt voltooid

Satan geeft niet snel op, dat doet hij nu niet maar deed hij toen ook niet. Toen het werk bijna klaar was, probeerde de vijand nog meer om Nehemia ervan af te halen. Vijf keer probeerde de vijand hem in een ander gebied te ontmoeten, de laatste keer door een lasterlijke open brief. Elke keer weigerde Nehemia. Hij was met een groot werk bezig en niets kon hem daarvan afhalen! Ook probeerden ze hem bang te maken zodat hij in de tempel zou vluchten; ze huurden profeten en profetessen om hem te laten doen wat God verboden had. Nehemia doorzag hun acties en weigerde om bij hen te zijn. Hij was toegewijd aan God – en maakte het werk aan de muur af!! Allen die hoorden dat de muur voltooid was, erkenden er de hand van God in.

Hoe beschouwen wij een taak die God ons heeft toevertrouwd? Zien wij het als een groot werk, niet omdat wij het doen, maar omdat het ons door God is toevertrouwd? Ongeacht hoe een werk ook voor mensen mag lijken, als God ons de verantwoordelijkheid ervoor heeft gegeven, is het een groot werk en dan moeten we het trouw voor de Heer doen. Laten we ons niet laten afleiden van iets wat onze God aan onze zorg heeft toevertrouwd.

Zodra de muur gebouwd was en de poorten er in geplaatst waren, werd Nehemia geconfronteerd met de verantwoordelijkheid van het juiste beheer van de stad. Hij gaf deze taak aan mannen, waarvan hij wist dat ze trouw waren, en gaf ze specifieke instructies wanneer de poorten open moesten en wanneer ze weer dicht moesten. Alles moest op een ordelijke manier gebeuren. De muur werd voor hun bescherming gebouwd. Afzondering van de wereld geeft ook vandaag de dag veiligheid voor christenen in deze wereld.

* Het is raadzaam om ook Nehemia 7 vers 1 tot 4 te lezen.

Eugene P. Vedder, jr., © the Lord is near

 

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol